‘We kunnen het internet repareren’. Ja, maar gaan we het ook doen? En kunnen we dat wel? Jan Kuitenbrouwer begint daaraan te twijfelen. Want terwijl Big Tech zijn greep op de wereld versterkt, neemt de politieke verdeeldheid in het Westen alleen maar toe, en de daadkracht af. Van Big Tech zelf hebben we weinig te verwachten. In plaats van mee te werken aan het waarborgen van publieke belangen, lijkt Silicon Valley zich juist schrap te zetten tegen verandering.

Vergelijk het met het moment waarop mensen zich voor het eerst realiseren dat de aandoenlijke baby-alligator die zij in huis genomen hebben, is uitgegroeid tot een een levensgevaarlijk roofdier, dat ze nu dreigend ligt te beloeren vanachter de bank.

Zo ging het met het internet: een magisch nieuw medium kwam in ons leven, een feest van vooruitgang en gemak, de ware democratie van kennis en informatie, een nieuw tijdperk van verbinding, uitwisseling en begrip. Het deed zelfs een beetje denken aan de spreiding van kennis en macht, het ideaal van de sociaal-democratie, zoals verwoord door Joop den Uyl. Die zei ‘kennis, macht en inkomen’, en mogelijk zou ook dat laatste dankzij internet nog in orde komen. Ten tijde van de dotcom-bubbel leken we er aardig dichtbij te komen.

Maar kleine industrietjes worden groot en op een dag nemen ze geen genoegen meer met een speenflesje en stukjes appel. Rood vlees moet erin! En hop, daar vliegt het theeservies, bij het klappen van zijn staart.

Toen de eerste uitwassen zich aandienden keken we nog weg, waar gehakt wordt, etcetera, maar het werden er te veel

In amper tien jaar tijd groeide de internetindustrie uit tot het grootste economische machtsblok aller tijden. Voordat we het in de gaten hadden was de halve wereldbevolking op internet aangesloten. En dat alles terwijl het laisser faire van Thatcher en Reagan hoogtij vierde, de verering voor de schepper plaatsmaakte voor verering van de vernieuwer. De innovator als halfgod. Deemoedig knielden we bij hem neer. Wat wilt u heer, hoe kunnen wij uw startup dienen?

Toen de eerste uitwassen zich aandienden keken we nog weg, waar gehakt wordt, etcetera, maar het werden er te veel. Online mishandeling, piraterij, verslaving, dataroof, surveillance, desinformatie, populisme, polarisatie, politieke manipulatie, de kwalijke bijwerkingen stapelden zich op. Maar het is net als met voetbal of klassieke muziek: wie over technologie schrijft gelóóft in technologie, dus de meeste onheilstijdingen, ook mijn eigen boek, nu een jaar geleden verschenen, eindigen met ideeën over hoe het anders kan. ‘Het internet is stuk, maar we kunnen het repareren,’ zegt ook Marleen Stikker, de grootmoeder van het Nederlandse internet.

Inmiddels, bijna twee jaar nadat ik aan mijn onderzoek begon, ga ik twijfelen. In elk geval: het zal eerst nog heel veel erger worden voor het wellicht ooit beter wordt.

Er zijn een paar lichtpuntjes. Het publieke bewustzijn dat het huidige internet in de verkeerde handen een gevaarlijk wapen kan zijn, is toegenomen. Europa nam twee belangrijke wetten aan, de Auteursrechtenrichtlijn en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), ter bescherming van copyrights en onze privacy. Twitter besloot te stoppen met politieke advertenties. Facebook gaat nieuwsorganisaties beter betalen voor hun content. In Washington groeit de animo voor antitrust-procedures tegen Big Tech. Het stapeltje ‘slecht nieuws’ is helaas heel wat hoger.


Oxford Internet Institute

"Tenminste 70 landen gebruiken online propaganda en desinformatie om de publieke opinie te manipuleren"

Van het misbruik van internet voor politieke doeleinden hebben we echt nog maar het begin gezien. Het Oxford Internet Institute publiceerde in september een studie naar het verschijnsel. Georganiseerde manipulatie van sociale media is sinds 2017 verdubbeld, constateren de auteurs. Tenminste 70 landen gebruiken online propaganda en desinformatie om de publieke opinie te manipuleren, sommigen op wereldschaal. China is koploper in het beperken van de internetvrijheid van burgers (de fameuze Great Firewall wordt gestaag verhoogd) en in het verspreiden van desinformatie. Tot aan begin 2019, toen de protesten in Hong Kong uitbraken, deed Peking dit vooral via zijn eigen sociale platforms, zoals WeChat en Weibo, maar sindsdien worden in toenemende mate ook Facebook, Twitter en Youtube ingezet. Wij in het Westen worden aan steeds meer Russisch en Chinees nepnieuws blootgesteld.

Ook de Amerikaanse ngo Freedom Houseconstateert een sterke groei in internetpropaganda en desinformatie. Freedom House meet elk jaar hoe ‘vrij’ het internet is, wereldwijd. In het rapport over 2019, net verschenen, constateren zij voor de zevende keer op rij een afname. In ongeveer de helft van de 65 onderzochte landen nam de internetvrijheid af. De grootste verslechtering deed zich voor in Soedan, Kazachstan, Bangladesh en Brazilië. 

Veruit de belangrijkste oorzaak: de sociale media. In bijna 50 van de onderzochte landen runt de regering geavanceerde programma’s voor burgersurveillance, gebruikmakend van sociale media. In die landen vormen Facebook, Twitter en Youtube de facto een infrastructuur voor spionage en surveillance. In Oost-Duitsland moest de Stasi eerst nog maar een microfoon in je huis zien te installeren, in moderne politiestaten doen de burgers dat zelf. Het ding komt uit Silicon Valley en hij kost niets.

Van de 3,8 miljard wereldburgers met toegang tot het internet kan nu rond de 70 procent gearresteerd worden voor wat zij online zetten, becijfert Freedom House: ‘Een onthutsend aantal regeringen zet deze technieken in voor het identificeren en bespieden van gebruikers op een grote schaal. Sociale media geven gewone burgers, activisten en journalisten de mogelijkheid om tegen lage kosten een groot publiek te bereiken, maar in handen van overheden en politieke organisaties vormen zij ook een goedkoop en efficiënt medium voor kwaadaardige beïnvloeding,’ schrijven de onderzoekers.

‘Er zijn goede argumenten om Facebook en Google als state actors te beschouwen, maar vooralsnog zijn zij particuliere ondernemingen waar overheden nauwelijks greep op hebben’

Freedom House voorspelt een acceleratie van deze trend door de opmars van kunstmatige intelligentie. Artificiële intelligentie (AI) maakt dit soort online surveillance en propaganda steeds goedkoper, flexibeler en fijnmaziger. Efficiënter. Voor het verspreiden van desinformatie geldt hetzelfde: propagandistisch maatwerk op basis van individuele kenmerken, het meten en optimaliseren van bereik, het onderdrukken van ongewenste content, AI-systemen zijn er heel geschikt voor. En, weinig verrassend, de toename van dit soort praktijken gaat hand in hand met een toename van extremisme en populisme. Er zijn techoptimisten die hardnekkig blijven ontkennen dat gedragsbeïnvloeding via het internet mogelijk is, maar dat is een marginale minderheid, de wetenschappelijke bewijzen stapelen zich op.

Dit is niet iets dat democratische rechtsstaten kunnen tegengaan. Zoals rechtsgeleerde Jeb Rubenfeld onlangs in een fascinerend artikel betoogde, zijn er goede argumenten om Facebook en Google als state actors te beschouwen, maar vooralsnog zijn zij particuliere ondernemingen waar overheden nauwelijks greep op hebben. ‘De VS moeten het voortouw nemen om met de verdedigers van het open internet te pleiten voor een faire regulering van een technologie die onmisbaar is geworden voor onze handel, onze politiek en ons privéleven. There is no time to waste,’ schrijft Freedom House. Ik heb een tip voor de auteurs: don’t hold your breath. 

Inmiddels staat definitief vast dat Facebook een sleutelrol speelde bij de genocide van Rohingya-moslims in Myanmar, en dat het hier niet ging om spontaan (‘organisch’) Facebook-verkeer, maar om een doelgerichte haatcampagne vanuit het Myanmarese leger, dat Facebook welbewust inzette als wapen, terwijl Mark Zuckerberg zich doof hield voor waarschuwingen en bewijzen. Pas toen er 24.000 (!) Rohingya’s over de kling gejaagd waren, reageerde hij.

Het lijkt erop alsof het ‘geweten’ van Zuckerberg zuiver PR-gedreven is, en we dus altijd zullen moeten wachten op het volgende fiasco voordat Facebook iets verandert. En als Trump president blijft, heeft Big Tech voorlopig niets te vrezen.

‘We kunnen het internet repareren’. Ja, maar gáán we het ook repareren?

De elite van Silicon Valley is fel anti-overheid. Microsoft heeft al eens kennis gemaakt met de Amerikaanse antitrustwetgeving, toen het op last van de rechter Windows en Internet Explorer moest ontvlechten, dus als de oude Bill Gates pleit voor meer regulering ben ik geneigd hem te geloven, maar voor de jongere generatie tech-tycoons is het PR-praat, etalagepolitiek. Zuckerberg zegt vandaag dit en morgen het tegenovergestelde. Hij erkent dat Facebook de facto een uitgever is en neemt dat een paar maanden later weer terug, o nee, Facebook is een vorm van eigentijdse samizdat. Hij belooft werk te maken van het bestrijden van desinformatie, maar na een onderonsjes in het Oval Office voert Facebook de nieuwe regel in dat verkiesbare politici op Facebook wél desinformatie mogen verspreiden (de politician exception), een maatregel waar Trump bij de komende verkiezingen veel plezier van zal hebben. Sacha Baron Cohen(Ali G, Borat) liet onlangs in een vlijmscherpe speech voor de Anti Defamation League weinig heel van dat besluit.

Wie er ook in het Witte Huis zit: als die deadlock blijft, is een ambitieuze herstructurering van de techsector kansloos

En terwijl Big Tech zijn greep op de wereld versterkt, neemt de politieke verdeeldheid in het Westen alleen maar toe, en de daadkracht af. Mede dankzij internet. Het Verenigd Koninkrijk werd met behulp van leugens en angstzaaierij in een chaos gestort die nu ruim drie jaar duurt en waaraan de komende verkiezingen waarschijnlijk geen eind zullen maken. De oude media lijken een les te hebben getrokken uit ‘2016’, Facebook nodigt uit tot een herhaling. 

Ook voor de VS is de prognose niet best. Met de economische wind in de rug zal Trump wellicht een tweede termijn inzeilen, maar in Washington komt op dit moment niets van de grond. Zelfs die muur langs de Mexicaanse grens krijgt het stabiele vastgoedgenie niet overeind. Wie er ook in het Witte Huis zit: als die deadlock blijft, is een ambitieuze herstructurering van de techsector kansloos. 

Van Big Tech zelf hebben we weinig te verwachten. In plaats van mee te werken aan het waarborgen van publieke belangen, lijkt Silicon Valley zich juist schrap te zetten tegen verandering. Nieuws van eerder dit jaar: Amazon heeft een particulier bewakingssysteem genaamd Ring, deelt de data uit dat systeem met steeds meer politiekorpsen en werkt aan een database met ‘verdachte’ gezichten. Bel je aan bij je oma met een pannetje soep, word je in de boeien geslagen omdat je lijkt op iemand in Amazons vermeende boevenbestand. Er is een actiegroep die pleit voor onderzoek naar deze samenwerking, maar vorige week werd bekend dat Facebook hun advertenties blokkeert. Tot nu toe zonder opgaaf van redenen.

Ook Google sluit de luiken. Google beloofde volledige transparantie op het gebied van politieke adverteerders, Wiredonthulde vorige week dat de grootste online adverteerder in de Brexit-campagne, Best for Britain (pro-remain), niet in het Google-register voorkomt. Google werkt samen met de Amerikaanse douane, de Customs and Border Patrol (CBP), onder andere verantwoordelijk voor het interneren van kinderen aan de Amerikaans-Mexicaanse grens. Google-personeelsleden die dat wereldkundig maakten en eisten dat die samenwerking wordt gestaakt, werden ontslagen. Al vanaf de oprichting hield Google elke vrijdag een bijeenkomst met al het personeel, de zogeheten TGIF-meeting (thank god it’s friday), aanvankelijk zelfs met bier en nootjes. Iedereen kon de top daar aanspreken op wat dan ook. TGIF werd onlangs afgeschaft en vervangen door maandelijkse top-down bijeenkomsten om nieuwe producten en beleid aan te kondigen. No more mister nice guy.

De eens zo schattige baby-alligator ligt achter de bank. Hij gaat nu richting de drie meter, weegt ruim 200 kilo en heeft een slecht humeur. Geen moment verliest hij ons uit het oog; als we te dichtbij komen gaat z’n bovenlip omhoog. De kat en de cavia heeft hij al opgegeten. Wie durft? 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jan Kuitenbrouwer

Gevolgd door 434 leden

Journalist, schrijver en presentator. Auteur van het boek 'Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft'.

Volg Jan Kuitenbrouwer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Datadictatuur

Gevolgd door 878 leden

2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een G...

Volg dossier