Wie wil een echte bankenunie?

    Europarlementariërs Bas Eickhout (GroenLinks) en Philippe Lamberts (Ecolo) maken zich zorgen over de bankenunie. ‘De voorstellen van de nationale regeringen schieten volledig tekort.’

    In juni 2012 bereikten de Europese regeringsleiders een historisch akkoord om de vicieuze cirkel tussen banken en overheden te doorbreken. De private schulden van banken zijn in de afgelopen jaren publiek geworden na de miljardenreddingen door nationale overheden. De overheidsschulden in de eurozone namen met meer dan 20 procent van het bbp toe. Spanje en Ierland, de meeste extreme gevallen, werden door de bankenproblemen van beste tot slechtste jongens van de klas qua overheidsfinanciën. Terwijl banken al lang internationaal te werk gingen, bleken nationale grenzen nog steeds doorslaggevend toen ze in zware problemen kwamen. Nog steeds kampen we met de sociale consequenties van de zware bezuinigingen om de overheidsfinanciën in het gareel te krijgen na de ingrijpende bankenreddingen.

    De drie peilers

    Het akkoord van 2012 hield in dat banken in de eurozone die in financiële nood verkeren voortaan niet door hun thuisland, maar door het Europese noodfonds (ESM) gered zouden worden. Belastingbetalers staan garant voor dit noodfonds, maar dit zorgt er voor dat een nationale overheid niet langer meegesleept wordt in de val van een bank doordat de redding gedeeld wordt door de eurolanden. Het meedragen in de kosten kan natuurlijk niet zonder controle. Als de redding van banken Europees geschiedt, moet ook de controle op Europees niveau plaatsvinden. Alleen zo kan worden voorkomen dat nationale toezichthouders een oogje toeknijpen als het ongezonde praktijken bij een bank constateert. Maar alleen toezicht is niet voldoende. Ook de ontmanteling of herstructurering van een omvallende bank moet op datzelfde niveau gebeuren. Als een bankredding mislukt, moet een gezamenlijk depositogarantiestelsel de spaartegoeden in de hele eurozone kunnen veiligstellen.

    Deze logica leidde tot de geboorte van de Bankenunie: het meest ambitieuze project om soevereiniteit te delen sinds de oprichting van de euro. De Bankenunie zou leunen op drie pijlers: Europees bankentoezicht, een gemeenschappelijk mechanisme voor de afwikkeling van banken in nood en een Europees depositogarantiestelsel. De laatste pijler werd vrijwel meteen door de ministers van financiën begraven: te politiek gevoelig en niet-essentieel, was hun oordeel.

    Kink in de kabel

    Afgelopen september besloten het Europees Parlement en de Raad van Ministers over de eerste pijler van de bankenunie. Volgend jaar neemt de Europese Centrale Bank het toezicht op zich over meer dan 130 van de systeemrelevante banken die gezamenlijk 85% van de bankenactiva beheren. Terwijl het wetgevende proces voor de eerste pijler relatief soepel verliep, is de tweede pijler in zeer zwaar weer geraakt, voornamelijk door de oplevende Duitse bezwaren tegen het hele bankenunieproject.

    Het oorspronkelijke idee van een gemeenschappelijke aanpak voor de afwikkeling van banken bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste een autoriteit, de Europese Commissie, die op voorstel van een resolutieraad waarin lidstaten vertegenwoordigd zijn het besluit kan nemen een bank te ontmantelen. Ten tweede een gemeenschappelijke stroppenpot door de banken zelf gevuld, waaruit eventuele redding van banken betaald wordt, nadat aandeel- en obligatiehouders volgens het recent bereikte akkoord voor minstens 8% zijn aangeslagen. Momenteel zijn de nationale regeringen bezig om deze coherente architectuur te verscheuren en te versnipperen waardoor de afwikkeling van banken alleen nog gemeenschappelijk is in zijn naam, zoals Mario Draghi onlangs opmerkte.

    De voorstellen van de nationale regeringen schieten volledig tekort

    Om de macht te behouden over "hun" banken gooien de ministers het besluitvormingsproces bij banken in nood overhoop. Zodanig dat het optreden bij een bank in nood vrijwel onmogelijk wordt. Niet de Commissie, maar de verschillende lidstaten krijgen in dit plan de beslissende stem over de afwikkeling van een bank. Wat een Europese stroppenpot had moeten worden, wordt door de ministers omgevormd door een interstatelijk mechanisme vastgelegd in een nieuw verdrag buiten de EU om. De stemprocedures voor de inwerkingstelling van het fonds maakt aanspraak erop bijna onmogelijk. Het resultaat is dat een stroppenpot voor banken noch herkapitalisatie door het ESM een achtervang biedt voor omvallende banken. We belanden weer in de situatie die ons oorspronkelijk in de problemen bracht, waarin individuele eurolanden opnieuw garant staan voor hun banken.

    Oorspronkelijke doel niet bereikt

    Het Europees bankentoezicht is weliswaar een stap voorwaarts, maar zolang er geen gemeenschappelijk mechanisme voor het afwikkelen van omvallende banken komt, is het oorspronkelijke doel om overheden en banken van elkaar los te knippen niet bereikt. De voorstellen van de nationale regeringen schieten volledig tekort. Het Europees Parlement houdt de oorspronkelijke ambitie overeind om de Europese Commissie de autoriteit te geven banken te ontmantelen en in het uiterste geval gebruik te maken van een Europese stroppenpot. Het komt nu aan op een strijd tussen een overweldigende meerderheid van het Europees Parlement en de nationale regeringen. Op het spel staat een bankenunie die zijn naam waardig is.

    Bas Eickhout  is europarlementariër en lijsttrekker GroenLinks Europa

    Philippe Lamberts  is europarlementariër en lijsttrekker Ecolo Europa

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Bas Eickhout

    Bas Eickhout (1976) is sinds 2009 Europarlementariër voor GroenLinks. De Groesbeeker studeerde scheikunde en milieukunde in N...

    Volg Bas Eickhout
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren