Ratingbureaus: dubieuze belangen?

    De macht van de ratingbureaus is duidelijk: Italië, Spanje en de VS gingen omlaag en belandden in crisis. Maar, zo vraagt Pieter Lakeman zich af: zijn die bureaus wel onafhankelijk? En welke rol speelt de ECB eigenlijk?

    Een ondernemer die zijn vader na-aapt wordt conservatief genoemd, maar een ondernemer die zijn concurrent na-aapt heet een moderne ondernemer. Banken zijn moderne ondernemingen, net zo modern als de spreekwoordelijke lemmingen die zich op gezette tijden gezamenlijk van de rotsen zouden storten. Omdat Griekenland en andere Zuid-Europese landen na de invoering van de euro enkele micro-promillen meer rente betaalden dan financieel gezondere landen, en de grote bankmanagers structureel konden binnenlopen op korte termijn-winsten, kochten zij Griekse staatsobligaties. Veel denkwerk was er voor dit aankoopbeleid niet nodig, want dat deed de concurrent ook niet. Bovendien waren in de VS particuliere organisaties bereid goede beoordelingen (ratings) te geven, zodat je altijd een juridisch waterdichte schaamlap had voor het geval je voor je domheid ter verantwoording zou worden geroepen. 
     
    Tot een jaar geleden veranderde er weinig tot niets in de Griekse en andere Zuid-Europese financiële huishoudingen. Maar ondertussen hadden de ratingbureaus in 2007 wel hun grote subprimemarkt verloren. Na zich enige tijd koest te hebben gehouden (er dreigden in de VS strafrechtelijke acties tegen betrokkenen bij deze lucratieve handel) werd het in 2010 voldoende duidelijk dat president Obama (althans zijn minister van financiën Tim Geithner) niet tot strafmaatregelen zouden overgaan. Het werd dus tijd voor een nieuwe ronde en de ratingbureaus verlegden hun aandacht en hun verdienmodel. 
     
    Puur commercieel
    In de goede oude tijd van de subprime hypotheken - waarin ook vicepresident van de Citibank Onno Ruding is binnengelopen -  werden ratingbureaus betaald door de bedrijven waarover zij hun triple-A beoordelingen afgaven. Dat was een helder verdienmodel en er is ook helder aan verdiend. Nu dat marktsegment verdwenen was begonnen de ratingbureaus obligaties van nationale staten, en daarmee ook de nationale staten zelf, te beoordelen. 
     
    Interessant was dat de beoordeelde entiteiten zelf geen opdracht hadden gegeven. Voor zover bekend heeft Griekenland, noch Portugal, noch Spanje, noch Italië enig ratingbureau om een rating gevraagd. De ratingbureaus hebben dat werk dus gratis gedaan, voor wie dat wil geloven. Dat zou een buitengewoon uit de toon vallende handeling zijn voor organisaties die toch als puur commercieel te boek staan en zich de laatste jaren zelfs als meer dan puur commercieel gepresenteerd hebben. 
     
    Persoonlijk ben ik niet een van de gelovigen in het altruïsme van Standard & Poor's en Moody's. Ik geloof dat zij ook betalende klanten hebben voor hun beoordelingen van nationale staten. Wie die klanten zijn, laat zich makkelijk raden. Waarom zouden dat andere klanten zijn dan hun oude Amerikaanse relaties met wie zij zulke goede subprimezaken hadden gedaan? Uit de subprime-periode is bekend dat er altijd stevig overleg werd gepleegd tussen de klant (de Amerikaanse bank) en het ratingbureau over de rating die uiteindelijk gegeven zou worden. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit vooroverleg bij de rating van Zuid-Europese staten afgeschaft zou zijn.
     
    Daarom geloof ik dat ook aan de publicatie van ratings over Griekenland, Spanje en dergelijke een stevig rondje overleg tussen het ratingbureau en de Amerikaanse klant vooraf is gegaan. Dat is maar goed ook, want anders zou het voor de klanten van S&P en Moody’s moeilijker zijn een lucratief stukje frontrunning op de beursvloer neer te leggen. Bij het gebruikelijke vooroverleg is dat probleem opgelost. Dat blijkt ook uit het koersverloop van de staatsobligaties. Zelden kwam een twee- of zelfs driedubbele afwaardering (in de periode dat de financiële situatie van de betreffende nationale staat nauwelijks gewijzigd was) volledig nieuw op de beursvloer vallen. 
     
    Oplichtingspraktijken
    Zoals gezegd is in de VS tegen de oplichtingspraktijken bij de verkoop van subprime leningen (waarbij aanbieders als Goldman Sachs zelf short gingen) niet strafrechtelijk opgetreden. (Wel is de Bank of Amerika deze week door een belangrijke klant uit die tijd (AIG) civielrechtelijk aangepakt.) Deze omstandigheid maakt het aannemelijk dat ook de door de ratingbureaus geïnspireerde voorwetenschap bij verkoop van Europese staatsobligaties in Amerika niet bestraft zal worden. Het gedrag van de Amerikaanse ratingbureaus is daarom psychologisch volledig normaal te achten. Wel is het merkwaardig dat men in Europa nog steeds zoveel waarde hecht aan de beoordelingen van de grote Amerikaanse ratingbureaus. Enige tijd geleden was zelfs te lezen dat de Europese Centrale Bank geen staatsobligaties zou mogen kopen van landen die door de commerciële Amerikaanse adviesbureaus als junk waren aangeduid. Waarom moet Europa zich zo actief als financieel-juridische kolonie van de VS opstellen? Zijn hier dan
    uitsluitend onderhonden aan het bewind?
     
    Nadat de grote Europese banken in 2008 door de Europese belastingbetalers waren gered was het ook op dat front: hartelijk dank geachte belastingbetaler, ook wij gaan onze tweede ronde in. Geconstateerd moet worden dat de Europese banken de afgelopen jaren ondeskundig hebben gehandeld door te weinig rente te vragen van Zuid-Europese landen. Daardoor staat hun debiteurenportefeuille vele honderden miljarden te hoog in hun balansen. Daarom echter niet getreurd. In Frankfurt is een club gevestigd die het belang van alle grote West-Europese banken op het oog heeft: de Europese Centrale Bank (ECB), waarin alle nationale banktoezichthouders van de West-Europese lidstaten zijn verenigd. Deze belangenbehartigers werken enkele dagen in de maand in Frankfurt om de inflatie in Europa op 2 procent te houden. Tot nu toe lukt ze dat heel aardig. Door zijn samenstelling is de directie van de ECB het schoolvoorbeeld van belangenvermenging. Alle directieleden hebben namelijk als hoofdbaan het toezicht op de solvabiliteit en liquiditeit van hun eigen nationale bankwezen.
     
    Dat gezelschap waarin tot voor kort ook Nout Wellink een gerespecteerde rol speelde, had er grote persoonlijke belangen bij dat de onder hun toezicht staande nationale banken niet om zouden vallen. Wanneer men zich herinnert hoezeer Nout Wellink al op tilt sloeg toen ik een flutbankje, dat nog slechts een uitgehold kaartenhuis was, omver blies kan zich voorstellen dat dit gezelschap van nationale toezichthouders – dat gezamenlijk de directie van de ECB vormt – er alles aan gelegen is het omvallen van de onder hun toezicht staande commerciële banken te voorkomen. Dat kon ook makkelijk want er was een heel simpel middel: de ECB hoefde slechts de rotzooi van de Europese commerciële banken op te kopen. Het was bovendien niet nodig de gehele debiteurenportefeuille van de commerciële banken over te nemen. De ECB kon zich beperken tot het opkopen van die staatsobligaties die beneden een door de ECB gekozen waarde dreigden te dalen. De verliezen waren voor de aandeelhouders van de ECB, dus indirect voor de Europese belastingbetalers.
     
    In het nadeel
    Het bedrag daarvan loopt overigens wel op, want er is nu al voor meer dan 80 miljard euro aangeschaft, terwijl het spel pas kort op de wagen is. Er zit aanzienlijk meer aan te komen. De Amerikaanse ratingbureaus hebben de smaak helemaal te pakken en buitelen over elkaar heen in hun haast om ook een stukje na-wetenschap (de officieel gepubliceerde rating) in de markt te leggen. Om nog meer voor-wetenschapsmomenten te creëren worden afwaarderingen nu ook hoe vaker in tweeën of drieën gesplitst: eerst een aankondiging dat men gaat kijken en enkele weken of maanden later de mededeling dat men heeft gekeken. Het wordt een wedstrijdje van de gezamenlijke ratingbureaus met hun klanten tegen de ECB. 
     
    Zolang de ECB zich nog laat ringeloren en accepteert dat nationale toezichthouders blijven eisen dat banken hun beleggingen moeten baseren op ratings van Amerikaanse bureaus, zal de centrale bank nog wel in het nadeel blijven. Omdat de opkoopregeling van de ECB in beginsel ook van toepassing is op Portugal, Spanje en Italië (en in september waarschijnlijk ook op Frankrijk) wordt het opkoopprogramma van de ECB wat aan de zware kant.
     
    Volgens het clubje belangen vermengende toezichthouders in Frankfurt kennelijk wat al te zwaar, want enkele dagen geleden is aan enkele Noord-Europese landen gevraagd of het opkoopprogramma in de nabije toekomst direct door die nationale staten gefinancierd kan worden. Nadat die bereidheid aanwezig bleek (die bereidheid moet logischerwijs ook door de Staat der Nederlanden getoond zijn, maar dat wordt vermoedelijk pas over enkele jaren door een parlementaire enquête onthuld) besloot de ECB tot een nog grootschaliger opkoopprogramma van dubieuze staatsobligaties, dit alles onder het motto dat de euro gered moet worden. 
     
    Geval apart
    In werkelijkheid hebben de opkoopprogramma’s van de ECB niets te maken met het redden van de Europese Unie of de euro, maar uitsluitend met het redden van een aantal private banken op kosten van de belastingbetaler.
     
    Italië wordt nog een geval apart. Dat land is nog niet echt aan de beurt geweest. Wie de historische voorliefde van commerciële bankiers voor rechtse politici kent weet dat de Italiaanse staatsobligaties pas echt gedumpt worden wanneer Berlusconi zijn directe aftreden bekend maakt. Voor die feitelijke downgrading zijn geen Amerikaanse ratingbureaus nodig. Een laatste kans voor onze Silvio om met een stukje front-running zijn pensioentje aan te vullen.
     
    Er is inmiddels ook een andere groep die zijn kans schoon ziet: Brusselse topmensen die Europa meer in de richting van een eenheidsstaat willen transformeren waarbij de lidstaten minder baas in eigen buik zijn. Die groep belanghebbenden (aangelengd met een groepje idealisten) legt de geldsmijterij en de onwaarschijnlijk lijkende domheid  van Europese bankmanagers uit als pure noodzaak om de soevereine bevoegdheden van de lidstaten verder in te perken en “Europese obligaties” uit te geven.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Pieter Lakeman

    Introductie behoeft hij nauwelijks. Lakeman (1942) studeerde natuurkunde en econometrie aan de Universiteit van Amsterdam. Na...

    Volg Pieter Lakeman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren