Beeld © Olivier Heiligers

Zestig nieuwe Tweede Kamerleden: gaan ze het verschil maken?

Nieuwe rondes, nieuwe kansen. Zestig verse Kamerleden zijn al een paar maanden aan de slag op het Binnenhof, waar ze ‘moeite hebben de aandacht op zich te vestigen – en dus de raarste fratsen uithalen’. Welke bagage nemen ze mee naar Den Haag? Follow the Money lichtte hun doopceel. Wat blijkt: nieuw is niet echt nieuw. 49 leden zijn afkomstig uit de politieke vijver en het fenomeen ‘parapoliticus’ rukt op. ‘Als partij wil je mensen waar je van op aan kan, die hun mond kunnen houden op het juiste moment.’

Op 17 maart van dit jaar vonden er verkiezingen plaats voor de Tweede Kamer. Ruim een half jaar  later is er nog geen nieuw kabinet, maar het parlement met zijn 150 leden is al volop actief. Onder hen 60 nieuwkomers, verdeeld over 19 fracties. Helaas hoeft dit nieuwe parlement niet op veel vertrouwen van de kiezer te rekenen. Volgens de laatste peiling van Ipsos heeft nog maar vier op de tien burgers vertrouwen in de landelijke politiek. De nieuwe volksvertegenwoordigers komen dus terecht in een Kamer waar veel kritiek op is.  

Zo schreef Sheila Sitalsing vorig jaar in de Volkskrant: ‘In de media wordt door politici geen politiek bedreven, maar ordinaire marketing. (...) Al die politici die liever proefballonnetjes-zonder-financiële-dekking oplaten aan een talkshowtafel of in een veelgelezen ochtendblad, dan dat ze zich laten uitlachen in de Tweede Kamer.’

NRC-columnist Tom-Jan Meeus heeft het over ‘spektakelleegte’. Iets waar alle Kamerleden aan meedoen, maar vooral nieuwe Kamerleden, die ‘de moeite hebben de aandacht op zich te vestigen – en dus de raarste fratsen uithalen’. Die gedachte wordt gesteund door de Nationale Politieke Index, een ranglijst met Kamerleden die onder andere de hoeveelheid amendementen, betrokkenheid bij plenaire debatten en ingediende moties per parlementariër bijhoudt. De top vijf bestaat uit vier nieuwkomers. 

Welke bagage nemen de nieuwe Kamerleden mee naar Den Haag? Follow the Money lichtte hun doopceel. We bestudeerden de cv’s van de zestig nieuwe Kamerleden en analyseerden hun achtergrond, zoals opleiding en werkervaring.

De Tweede Kamer

Een parlement is het hoogst verkozen beraadslagende orgaan van een democratische rechtsstaat, bestaande uit verkozen vertegenwoordigers van het volk. Het speelt een essentiële rol in de totstandkoming van wetgevende akten en oefent in zijn totaliteit of in zijn onderdelen controle uit op de uitvoerende macht. 

De Kamer maakt wetten en controleert het regeringsbeleid op een groot aantal gebieden. Dat maakt het een ingewikkeld instituut, zeker omdat media, het publiek en andere belanghebbenden in alle soorten en maten meekijken en meedenken en dat zorgt voor een hoog afbreukrisico. Er rust op de Kamerleden een zware verantwoordelijkheid om in het algemeen belang de juiste beslissingen te nemen. Het belang van een goed werkende democratie is enorm.

Nieuw Kamerleden maken direct deel uit van de Kamer en worden geacht volgens artikel 67 lid 3 van de Grondwet zonder last te stemmen, dat wil zeggen derhalve in het algemeen belang en niet in bijvoorbeeld het belang van de partij. Het Kamerlidmaatschap is een ambt, geen baan, waarbij het algemeen belang en niet het partijbelang of het individuele belang van een Kamerlid  wordt behartigd. De Grondwet schrijft al sinds 1798 voor dat ‘leden het geheele Volk vertegenwoordigen’. 

Wie er in de Tweede Kamer zitting nemen, wordt bepaald aan de hand van de kandidatenlijsten van de verkozen partijen. De volgorde van een kieslijst bepalen partijen zelf. Hoewel er elke verkiezingen wel een paar politici op basis van  voorkeurstemmen de Kamer halen, vindt de selectie van potentiële parlementariërs dus vooral binnen de fracties plaats.

Lees verder Inklappen

Bij de beëdiging kende het parlement 82 blijvers, 8 terugkeerders, 2 demissionaire ministers die voor het eerst in de Kamer zelf zaten en 58 compleet nieuwe Kamerleden. Op het moment van publicatie is de groep nieuwkomers 60 mensen groot, omdat er in de tussentijd nog 2 Kamerleden opstapten. 

Vergeleken met andere Europese landen kent het Nederlandse Parlement doorgaans veel Kamerleden die tussentijds vertrekken en op hun beurt ook weer vervangen worden door nieuwkomers. In de vorige twee kabinetsperioden verlieten respectievelijk 43 en 44 mensen tussentijds de Tweede Kamer. Bovendien zullen Tweede Kamerleden die toetreden tot een nieuw kabinet vervangen moeten worden. Het is niet uitgesloten dat nog voor de volgende verkiezingen bijna de helft van de TK-leden bestaat uit debutanten.

Bekendheid

Wie zijn die nieuwkomers? Aan de hand van nieuwsdatabank LexisNexis hebben we uitgezocht welke nieuwe Kamerleden in de periode voorafgaande aan de verkiezingscampagnes  hebben deelgenomen aan (landelijke) maatschappelijke discussies. Voor de meesten geldt dat zij maar beperkt in het nieuws zijn geweest en dat ze buiten de eigen regio, religie of politieke partij onbekend waren. Ze speelden dus geen of  een zeer beperkte rol in het landelijk politieke discours.   

Deze uitkomsten hebben we gestaafd aan een enquête onder een niet-representatieve, maar wel illustratieve groep van vijfentwintig personen met een bovengemiddelde politieke interesse en met een achtergrond variërend van industrie tot filosofie en wiskundeleraar tot journalist. De resultaten van die enquête kwamen bijna een-op-een overeen met de LexisNexis-bevindingen. Ook bij onze respondenten waren 48 van de 60 nieuwkomers vóór de verkiezingen van 17 maart (vrijwel) geheel onbekend. 

Uitschieters naar boven zijn er wel. De meeste bekendheid genieten Sylvana Simons (BIJ1), Lucille Werner (tv-programma’s Get the Picture, Lingo en Mis(s)verkiezing) en Derk-Jan Eppink (Europees Parlement/journalist). Caroline van der Plas was al bekend bij insiders (zoals bij de lezers van het blad Pigbusiness) en kreeg net als Laurens Dassen en Liane den Haan bredere bekendheid in de periode na de verkiezingen.

Aanwezigheid in mediadiscours nieuwe Kamerleden voordat men Kamerlid werd

Weinig tot geen aanwezigheid 48
Regionale aanwezigheid of matige aanwezigheid 7
Redelijk aanwezig 3
Landelijk veel aanwezig 2
Totaal 60

 

Inner circle 

Veel Kamerleden hebben een vergelijkbare opleiding. 77 procent van de nieuwe Kamerleden heeft sociale wetenschappen gestudeerd (zoals rechten, bedrijfskunde, economie) en met de geesteswetenschappen (filosofie of geschiedenis) meegerekend gaat het om 82 procent in totaal. Er zijn slechts vijf nieuwe Kamerleden met een bèta-achtergrond. Van die vijf bèta’s zijn er drie zachte en twee harde bèta’s. Alleen Jan Klink (VVD) studeerde aan de Wageningen University (bestuurskunde).  Driekwart van de Kamerleden studeerde aan algemene universiteiten of hogescholen.

Nauwelijks zij-instromers?

Niet alleen in de schoolbanken, maar ook daarbuiten bewandelen veel politici eenzelfde pad. Van de 60 nieuwe Kamerleden is bijna de helft doorgestroomd uit een lokale politieke functie. Voordat zij toetraden tot de Kamer waren zij wethouder, gemeenteraads- of Provinciale Statenlid. 

Daarnaast zijn er onder de nieuwelingen veel ‘parapolitici’, een term die hoogleraar bestuurskunde en lid van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid Mark Bovens gebruikt voor politici die carrière hebben gemaakt in en rond het parlement: beleidsmedewerkers, ambtenaren op ministeries, politiek assistenten, woordvoerders of campagneleiders.

Volgens onze inventarisatie betreft het in de groep nieuwe Kamerleden 16 parapolitici. Opgeteld bij de 29 lokale en regionale politici, ex-Eerste Kamerlid Mirjam Bikker, 2 Europarlementariërs en een politica uit Sint Maarten (Jorien Wuite) zijn er 49 nieuwe Kamerleden afkomstig uit de politieke vijver, meer dan 80 procent.

‘Onze poel aan geschikte kandidaten binnen de partij is groot, dus we zien geen reden om onze blik naar buiten te richten’

In een eerder onderzoek van De Groene Amsterdammer wordt met een andere methodiek het aantal partijtijgers (politici die al eerder enige functie bij de partij vervulden) op de kandidatenlijsten van de Tweede Kamer-fracties zelfs op 94 procent berekend. DENK, FvD, PVV, SP, CU, SGP en PvdD scoren 100 procent.

Politieke partijen spelen liever op zeker, of zoals Elze Boshart van de Partij voor de Dieren tegenover De Groene stelt: ‘Onze poel aan geschikte kandidaten binnen de partij is groot, dus we zien geen reden om onze blik naar buiten te richten.’ 

Er zijn derhalve maar elf ‘zij-instromers’, mensen die van buiten de politiek komen. Universitair docent politieke sociologie Tomas Turner-Zwinkels van de Tilburg University stelt in een gesprek met Follow the Money dat politieke partijen meestal politici selecteren die het vertrouwen van de partij hebben. Voor een politieke partij is het aantrekkelijk dat hun kandidaten al in de politiek zitten. ‘Als partij wil je mensen waar je van op aan kan, die hun mond kunnen houden op het juiste moment.’

Werkervaring

Een aanzienlijk deel van de nieuwe Kamerleden heeft als belangrijkste werkervaring een baan gehad in de politiek of parapolitiek. Ze kennen het politieke bedrijf, vooral op lokaal of regionaal niveau of bijvoorbeeld als ambtenaar op een ministerie of als beleidsmedewerker bij een Tweede Kamerfractie.

Turner-Zwinkels vindt het opmerkelijk dat in deze lichting vooral mensen ontbreken uit uitvoerende instanties. Vertegenwoordigers van instanties die wetten uitvoeren, zoals voormalige politiechefs, generaals, ambassadeurs, bestuurders van universiteiten of museumdirecteuren vind je niet terug onder de nieuwkomers. Het aantal mkb-ondernemers is gering, maar nog opvallender is het ontbreken van mensen uit grote industriële bedrijven, zoals Akzo, ASML, Philips, Shell of van techbedrijven.

 

Belangrijkste werkervaring

Politiek 17
Parapolitiek 15
Zzp-adviseur, consultant 6
Internationaal bedrijfsleven 4
Media 3
Financieel (banken) 2
Bouw 2
Mkb 2
Zorg 2
Landbouw 2
Ngo 2
Belangenorganisatie 1
Wetenschap 1
Overig 1
Totaal 60

 

Salarissen

Een Tweede Kamerlid krijgt ruwweg 120.000 euro per jaar aan zogeheten ‘schadeloosstelling’ (salaris). Zonder tot een waardeoordeel te komen, is het interessant om te zien wat het voor het inkomen van mensen betekent om Tweede Kamerlid te worden. Om het eerdere salaris te bepalen, maakten we gebruik van allerlei verschillende bronnen, zoals vacaturesites. Met een slag om de arm, want niet alle salarissen zijn bekend en/of nauwkeurig te bepalen. Vergoedingen aan raadsleden en wethouders, afhankelijk van de grootte van een gemeente, evenals enkele vergoedingen uit geregistreerde nevenfuncties, zijn openbaar en ook meegenomen in deze analyse.

De toetreder die het meest moet inleveren, is waarschijnlijk Folkert Idsinga. Hij was partner bij advocatenkantoor Baker McKenzie en zal aanzienlijk meer verdiend hebben dan 120.000 euro. Ook Lucille Werner (CDA) en Mariëlle Paul (VVD) verdienden in hun vorige baan waarschijnlijk ruim meer (dat wil zeggen 150.000 euro of meer). De laatste was global director communications van bouwconcern BAM groep. 

Tegenover enkele Kamerleden die stevig inleveren staan er tien (17 procent) die hun jaarinkomen van minder dan 36.000 euro zien verdrievoudigen (of meer). Bij 13 Kamerleden is de inkomensprong zeker een verdubbeling van het salaris, bij zeker 19 anderen gaat het in ieder geval om een substantiële verhoging van het salaris. In totaal ziet zeker 74 procent van de nieuwe Kamerleden het inkomen toenemen, meestal aanzienlijk.

Voormalige salariscategorie

0 - 36.000 euro 10
36.000 - 60.000 euro 13
60.000 - 96.000 euro 19
96.000 - 144.000 euro 12
144.000 - 240.000 euro 2
Meer dan 240.000 euro 1
Niet bekend 3

 

Leeftijd

De nieuwe lichting kaderleden is relatief jong. Van de nieuwkomers zijn alleen Ruud Verkuijlen (VVD, 61 jaar) en Derk Jan Eppink (JA21, 63) boven de 60 jaar, terwijl de groep zestigplussers bijna 40 procent van de bevolking uitmaakt. Met 24 nieuwe Kamerleden vormen de dertigers de grootste groep. Jonger kan ook, zo stonden er bij de PvdA vijf twintigers op een verkiesbare plaats: Kavish Bisseswar (28), Bart van Bruggen (28), Julian Bushoff (23), Habtamu de Hoop (23) en Mikal Tseggai (25). Vanwege een tegenvallend verkiezingsresultaat kwam alleen De Hoop in de Kamer.

De voorkeur voor jonge kandidaten komt terug in een opmerking in De Groene van Elze Boshart, hoofd van de selectiecommissie van de Partij voor de Dieren: ‘Als we in de hoogste regionen konden kiezen tussen een dertiger en een vijftiger, kozen we een dertiger. De Kamer is al grijs genoeg.’ Over dat laatste valt te twisten. De gemiddelde leeftijd van de nieuwkomers is bijna 40 jaar, die van de gehele Tweede Kamer 43 jaar. Van alle 150 Kamerleden zijn er 8 boven de 60, waarvan 7 tussen de 60 en 65. PVV’ers De Roon en Beertema (beiden 69) zijn de enige 65-plussers.

Veelvuldig wordt er geroepen om verdere verjonging van de Tweede Kamer. Maar uit een onderzoek van Prodemos uit 2012 blijkt dat de Tweede Kamer ten opzichte van andere Europese landen al vrij jong is. Destijds was de gemiddelde leeftijd 43,8 jaar – in vijf andere Europese landen ligt die steevast boven de 50. Anno 2021 is het gemiddelde Tweede Kamerlid weer iets jonger geworden. Terwijl in Nederland maar twee Kamerleden ouder zijn dan 65, zijn dat er bijvoorbeeld in het Amerikaanse Congres maar liefst 141 van de 535.

Herkenbaarheid boven inhoud

Volgens hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens lijken veel Kamerleden qua achtergrond meer op elkaar dan op de kiezer. Mogelijk dat hierdoor de nieuwe Kamerleden zelden reppen over hun expertises en professionele achtergronden: 32 van de 60 nieuwkomers hebben op hun ‘biografie, onderwijs en loopbaan’-pagina op de officiële site van het parlement geen onderwijs of loopbaan beschreven. Des te meer aandacht is er voor de persoonlijke motieven om de politiek in te gaan. Een aantal karakteristieke voorbeelden:

Queeny Rajkowski stelt zich in een filmpje op de VVD-website als volgt voor: ‘Ik ben Queeny, 32 jaar, ik ben een Utrechtse uit Arnhem en ik crossfit. Ik wil aan de slag voor Nederland zodat we samen sterker uit deze crisis komen en hoopvol de toekomst tegemoet kunnen gaan.’
Onder de kop ‘expertises’: ‘Leren en blijven ontwikkelen. Emancipatie. Gek op spekkoek en crossfit.’

Het jongste Kamerlid van Nederland, Habtamu de Hoop (PvdA) – 23 jaar – is begonnen aan een hbo bachelor bestuurskunde en heeft drie jaar in de gemeenteraad van Súdwest Fryslân gezeten. Hij verkreeg enige bekendheid als kortstondig presentator van het jeugdprogramma Klokhuis. Dat heeft hem geholpen om ‘heel goed ingewikkelde materie simpel uit te leggen’. Op de website van de Tweede Kamer schrijft Habtamu: ‘Daarbij neem ik geen blad voor de mond: zo was ik de eerste Friese politicus die zich uitsprak tegen Zwarte Piet. Ook speechte ik in 2020 tijdens de Black Lives Matter-demonstraties in Leeuwarden.’

‘Mijn bubbel is die van de bouwsteiger en de stal, niet die van het Binnenhof’

De Hoop riep recent de minister van Infrastructuur en Waterstaat ter verantwoording over het verdwijnen van een populaire bushalte in Friesland. Hij was er helaas niet van op de hoogte dat deze zaak al door de Provinciale Staten was opgelost. Zijn Friese collega Romke de Jong (D66) diende een motie in om het verdachten mogelijk te maken om zich in het Fries bij de rechtbank Leeuwarden te kunnen verdedigen. Dat staat volgens Leeuwarder Courant-columnist Ton van der Laan echter al 65 jaar in de wet. Van der Laan verzocht beide Kamerleden dringend om geen overbodige vragen te stellen of overbodige moties in te dienen om goede sier te maken bij de Friese achterban.

Er zijn ook uitzonderingen zoals Wieke Paulusma (D66, 43 jaar), met veel ervaring als wijkverpleegkundige, leidinggevende in de thuiszorg en als manager bij het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Ommelander Ziekenhuis. Derk Boswijk (CDA, 32) is een van de weinige ondernemers in de Tweede Kamer en constateert op de MKB-Nederland-website  dat de achtergrond van veel Kamerleden niet aansluit op die van veel burgers. ‘Dat is denk ik de kern van de oorzaak dat veel mensen zich niet aangesproken voelen door de politiek. Ze hebben bijvoorbeeld niet het opleidingsniveau dat veel Kamerleden hebben’, zegt mbo’er Boswijk (die overigens later nog een hbo- en een masteropleiding volgde). ‘Wetgeving is theoretisch maar moet wel praktisch worden uitgevoerd. Mijn bubbel is die van de bouwsteiger en de stal, niet die van het Binnenhof.’

Fiscaal tekort

In de analyse van de zestig nieuwe Kamerleden komen een paar duidelijke gemeenschappelijke kenmerken naar voren. Het overgrote deel van hen heeft sociale- of geesteswetenschappen gestudeerd, behoort tot de groep insiders die binnen een politieke partij carrière heeft gemaakt en heeft buiten de (para)politiek weinig ervaring of kennis opgedaan. Bij complexe onderwerpen als belastingheffingen en het functioneren van de belastingdienst is nauwelijks expertise in de Kamer te vinden. Volgens het Kamerlid Omtzigt hebben alle politieke partijen bij elkaar maar vier medewerkers met fiscale kennis in huis. ‘Terwijl 40 procent van het in Nederland verdiende geld bij de overheid terecht komt, is er een enorm tekort aan kennis op fiscaal gebied’,  zegt Fons Overwater, voorzitter van het Register Belastingadviseurs, in gesprek met FTM. Hij probeert wat aan de gebrekkig kennis van Tweede Kamerleden en beleidsmedewerkers te doen door spoedcursussen belastingrecht te geven.  

Op zo’n belangrijk dossier als onze belastingen is er aan de ene kant sprake van weinig aanwas van talent, terwijl aan de andere kant er sprake is van een braindrain nu één van de weinige financiële experts in de Tweede Kamer, Bart Snels (GroenLinks) is opgestapt en nota bene de voorzitter van de commissie die de toeslagen heeft onderzocht, Chris van Dam, door het CDA op een onverkiesbare plek werd gezet. Door het vertrekken van dit soort deskundigen is de conclusie van de voorzitter van de Kamercommissie ‘relatie burger-overheid’ André Bosman (VVD) dat de ‘slechte uitvoering door overheidsdiensten het gevolg is van slecht Kamerwerk waarschijnlijk actueler dan ooit.

‘Terwijl 40 procent van het in Nederland verdiende geld bij de overheid terecht komt, is er een enorm tekort aan kennis op fiscaal gebied’ 

Tot slot een relativerende opmerking. Al in 1976 schreef de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer Anne Vondeling (PvdA) in zijn boek  Lam of Leeuw dat de Tweede Kamer een ‘tekort heeft aan deskundigheid, het is een praatwinkel, een papieren poes, een dorre tak van een steeds dikker wordende boom, een bloedeloze stempelmachine, een de burgers verdrietend praatcollege’.
Waarna Vrij Nederland vele jaren later in 2009 concludeerde dat de analyse van Vondeling nog onverminderd actueel was en dat een groot deel van de ondervraagde Kamerleden ‘tevreden of zelfs zeer tevreden is over het maatschappelijk aanzien dat zij als parlementariër genieten. Opmerkelijk, in een tijd waarin het vertrouwen in de politiek bijzonder laag is. Volgens de Eurobarometer kwam het vertrouwen van Nederlanders in politieke partijen de afgelopen tien jaar zelden boven de vijftig procent uit. Maar de Kamerleden zelf zijn zeer tevreden.’