Alle afbeeldingen in dit artikel zijn gemaakt door de auteur

Alle afbeeldingen in dit artikel zijn gemaakt door de auteur © Margaux Tjoeng

In het Nederlandse deel van de Noordzee komen er zeker vijf grote windparken bij. De kottervisserij – die drijft op de vangst van tong en schol in de Noordzee – verwacht door de vergroeningsagenda van de Europese Unie van haar visgronden te worden verbannen. Hebben de vissers een punt? Follow the Money ging tong vangen met de UK33 Willempje Hoekstra.

Dit stuk in 1 minuut

In het nieuws: Het europarlement stemde dinsdag in met een voorstel aan de Europese Commissie om onder meer de vangst van platvissen als tong en schol ‘uit te faseren’. Een dreun voor de Nederlandse kottervisserij, die voor 80 procent afhankelijk is van platvissoorten die leven in de bovenste laag van de zeebodem. 

Het zogeheten bodemvissen ligt al langer onder vuur. Volgens natuurorganisaties zijn de daarbij gebruikte boomkorren en sleepnetten schadelijk voor de zeebodem en verantwoordelijk voor ongewenste bijvangsten. Vissen met de elektrische puls – waarbij de bodem minder averij oploopt en er minder bijvangst is – werd in 2019 door Europa verboden. Tot grote frustratie van de kottervisserij.

Wat steekt is dat de visserij er een concurrent bij heeft in de energietransitie

  • De Europese Unie wil 800 miljard euro investeren om op termijn offshore zo’n 300 gigawatt aan duurzame energie op te wekken. 
  • Voor de aanleg van nieuwe windparken gaan delen van de Noordzee ‘dicht’ voor vissers. Elders worden gebieden afgesloten om de natuur er ongestoord haar gang te laten gaan.
  • Over de toekomstige inrichting van de Noordzee sloot het Rijk een akkoord met het bedrijfsleven en met natuurorganisaties – de vissers weigerden hun handtekening te zetten.

Wat zijn de bezwaren?

  • Vissers voorzien dat de Noordzee wordt ‘volgebouwd met windmolens’ en dat er straks niet meer voor ze overblijft dan ‘een postzegel’ om op te vissen. 
  • Ze verliezen hoe dan ook terrein. Uitgerekend de zandbanken waar de kottervissers hun platvis vandaan halen, zijn interessant voor de bouw van windparken. De vissers hekelen het gebrek aan inspraak bij het selecteren van windlocaties.
  • De vissers zijn ook bang voor de ecologische effecten. Het aanleggen van de parken (met heipalen in de zeebodem) en het draaien van grote turbinebladen kunnen het onderwaterleven beïnvloeden en schadelijk zijn voor vissen – en dus voor hun boterham. Jacob de Boer, kottervisser van Urk: ‘Ze willen ons weg hebben. Dat zeggen ze niet, maar die indruk krijg je wel.’ 

Wat doet windenergie met de ecologie van de Noordzee en de visserij?

  • Follow the Money analyseerde – in samenwerking met Pointer Radio 1 – rapporten over de toekomst van de kottervisserij en (internationale) onderzoeken naar energieopwekking op zee. We interviewden belanghebbenden en deskundigen in de visserij- en energiesector en gespecialiseerde ecologen, economen en innovatie-experts. En we stapten voor de duur van een week aan boord van een Urker kotter.

Dit artikel gaat in op de ecologische gevolgen van offshorewindenergie. In deel 2 kijken we naar de businesscase van de tongvissers.

Lees verder

Wanneer in Den Helder op maandagen even na middernacht de lichten één voor één uitgaan, begint in Urk, aan de overkant van het IJsselmeer, voor vissers de nieuwe werkweek. ‘Zodra de rustdag voorbij is, gaan ze rijden. De Afsluitdijk over en dan zijn ze er met anderhalf uur.’ 

Henny Vleggeert, gepensioneerd havenmeester van Den Helder, schetst de routine van de tongvissers van de UK33 Willempje Hoekstra. Hij kent de jongens uit Urk door en door. Elke zondagavond start hij alvast de motor op van hun 40-meter lange kotter, zodat ze na aankomst snel kunnen gaan varen. 

Lantaarnpalen verlichten de kade aan Het Nieuwe Diep waar vier kotters liggen te ronken. Sinds de afsluiting van het IJsselmeer in 1932 meren de Urker platviskotters af in andere havens, zoals deze in Den Helder, om tijd en geld te besparen op hun route naar de Noordzee.

In afwachting van de mannen staan aan boord van de UK33 de laarzen nog overeind, een vissersoverall eroverheen gedrapeerd. Dan stopt er een grijs busje op de kade, met op de achterdeur een sticker met de Nederlandse vlag van Eendracht Maakt Kracht, een stichting waarmee vissers een front vormen tegen de ‘klimaatpaus’ uit Brussel. 

Zo zijn de vissers eurocommissaris Frans Timmermans gaan noemen, vanwege zijn Green Deal en de plannen voor windparken in de Noordzee, hun Noordzee. 

‘Eendracht Maakt Kracht groeit in ledenaantal omdat er momenteel geen geld wordt verdiend en de overheid de Noordzeevissers geen toekomstperspectief biedt,’ vertelde Pim Visser, voorman van belangenorganisatie VisNed me de week daarvoor aan de telefoon.

De kottervisserij en het Noordzeeakkoord

De kottervisserij vormt met 291 schepen en tegen de 1200 ‘opvarenden’ (bemanningsleden plus meewerkende eigenaren) de grootste categorie zeevissers van Nederland. Ze richt zich vooral op tong – de Solea solea, die het goed doet in restaurants – maar hun netten vangen ook schol, schar, griet en tarbot. En af en toe een enkele zeebaars en kabeljauw. 

Nederland heeft 75 procent van het Europese quotum aan Noordzeetong in handen en daarmee is tong de kurk waarop de kottervisserij drijft.

De kotters hebben zogeheten boomkorren van maximaal twaalf meter lengte aan beide zijden van het schip, die kettingen over de bodem trekken zodat de platvis uit het zand naar boven wordt gewoeld en in de sleepnetten zwemt.

Tot voor kort werd er ook ‘elektrisch gevist’, met pulstuigen die de tong en schol met stroomstootjes deden opschrikken uit de bodem. De Nederlandse overheid meent dat deze methode duurzamer is, omdat die zorgt voor minder ongewenste bijvangst, minder brandstofverbruik en minder bodemberoering. 

Maar voordat de uitvinding zich kon bewijzen, stak de Europese Unie er een stokje voor en verbood het pulsvissen. Sindsdien gebruiken de meeste platviskotters weer hun oude boomkorren, terwijl internationaal wetenschappelijk onderzoek de duurzaamheid van de pulstuigen inmiddels heeft bewezen. Deel 2 van deze serie gaat dieper in op de problemen met de pulsvisserij.

Meer ruimte voor energie en natuur, minder voor de visserij
De Noordzee is voor de kottervisserij het belangrijkste werkterrein. Vanwege haar zanderige bodem is die relatief rijk aan platvis, een soort die zich graag voedt met wormpjes in het zand. 

In 2021 stemde de Tweede Kamer in met het Akkoord voor de Noordzee over het gebruik en de bescherming van de zee. Natuur- en milieuorganisaties krijgen meer beschermde natuurgebieden in zee (van 0,3 naar 15 procent) en de energiebedrijven krijgen de garantie op minimaal 38 gigawatt aan offshore op te wekken stroom in 2050.

De visserij stemde met een kleine meerderheid niet in met het Akkoord. De sector zou ermee van ‘hoofdgebruiker tot medegebruiker [worden] gereduceerd’ en ‘onvoldoende’ gecompenseerd krijgen voor gebieden die dichtgaan voor de visvangst. Vissers hebben bovendien het gevoel dat de locaties voor de bouw van windparken al vaststonden voordat zij ook maar enige vorm van inspraak hadden. 

Sanering & innovatie
De rijksoverheid stelt 45 miljoen euro beschikbaar voor innovaties die moeten leiden tot ‘een rendabele visserij met minder uitstoot van broeikasgassen, minder bodemberoering, minder ongewenste bijvangst en minder afval. Het ontwikkelen van een nieuw tuig als opvolger voor de puls heeft daarbinnen hoge prioriteit.’ 

Voor vissers die niet willen of kunnen innoveren, komt er een saneringsregeling. Het kabinet heeft hiervoor 74 miljoen euro gereserveerd.

Lees verder Inklappen

De UK33 is eigendom van Jan en Jacob de Boer en voorziet zes gezinnen van een hoofdinkomen. Dat van Jan en zijn zoon Piet – het jongste bemanningslid – dat van mede-eigenaar Jacob, en die van de rest van de crew: Jelbert Romkes, Klaas-Pieter Weerstand (KP), Gerrit Koffeman en Wilhelm Kroon. Allemaal zijn ze opgegroeid met de visserij op Urk.

In de duisternis maakt de bemanning het schip gereed voor een week op de Noordzee. Er worden mokken koffie gezet, voorraden aangevuld en netten losgeknoopt. In de stuurhut zet schipper Jacob alvast de beeldschermen aan. De navigatiecursor op de trackplotter knippert. Een rijk kleurenpalet komt tevoorschijn – met vlakken, strepen en lijnen. Jacob: ‘Die gekleurde lijntjes, dat zijn eigenlijk allemaal visroutes waar we al een keer zijn geweest.’ 

Vissen met de Bijbel

Jacob vertelt over het plan voor de eerste nacht. ‘Als we straks de haven uit zijn, kunnen de mannen even in de kooi gaan liggen. We varen linksom Den Helder naar beneden en gooien dan straks ter hoogte van IJmuiden – buiten de 12-mijlszone – onze eerste netten uit. Maar eerst gaan we even naar beneden.’ 

Voor vertrek is het traditie om eerst nog even ‘te lezen’. Niet alle Urker kotters vissen nog ‘met de bijbel’, maar voor de mannen van de UK33 is het vaste routine. De schipper gaat voor in gebed: 

‘Wilt u het weer en de winden in uw hand houden zodat wij ons werk mogen en kunnen doen. Wilt u onze zegen schenken over ons werk, bewaren voor gevaren, voor ongelukken. Here wilt u ook thuis zijn bij hen die wij hebben achtergelaten. Onze vrouwen en kinderen, vaders en moeders en allen die ons lief zijn. Wilt u ook de beschermende vaderhand over hen uitstrekken. Wilt u de vrouwen helpen bij hun werk. Wilt u de kinderen helpen op school en bewaren bij hun spelen en brengt u ons aan het eind van de week weer veilig en gezond bij elkaar terug. Here wilt u ons bovenal bewaren voor verkeerde dingen en voor zondige dingen. Wilt u onze dank aannemen uit genade om Jezus’ wil. Amen.’

De volgende dag zit ik met Jacob in de stuurhut – om mezelf af te leiden van lichte zeeziekte en omdat ik benieuwd ben of we windparken tegenkomen. ‘Tja, dan ga jij met ons mee vanwege die windmolenparken en dan zien we er niet één. Dan vraag jij je natuurlijk af, wat is het probleem?’ 

Zandbanken

De schipper richt zijn ogen nu niet meer op zee maar op de monitoren naast hem en wijst me een groot paars vlak. ‘Dat is Engels gebied. Daar komen we niet meer. Levert veel te veel gedoe op aan controles.’ 

Waar hij dan wel vist? ‘Ik zoek de plekken op waarvan ik weet dat er vis te vinden is. Voornamelijk op zandbanken, maar om de kostprijs van de bouw van windparken te drukken zijn die ondiepe gebieden ook voor de windboeren interessant. Want graven in de bodem is duur.’ 

Hij wijst naar de gele lijnen, onze track. ‘Een groot deel van het jaar vissen we hier, maar straks wordt dit gebied helemaal vol gezet met windmolenparken.’ 

Windparken in de Noordzee

Om in 2050 klimaatneutraal te zijn, streeft Europa naar het opwekken van 300 gigawatt aan energie met windparken op zee. Daarvoor is volgens het Europees Parlement een investering nodig van 800 miljard euro. 

De Noordzee is van alle Europese wateren het meest geschikt voor het offshore opwekken van windenergie. De helft van de op te wekken gigawattages moet daarom daar vandaan komen

In de gehele Noordzee staat momenteel 80 procent van alle Europese offshorewindparken. Samen zijn ze goed voor een energiecapaciteit van 20 gigawatt. Groot-Brittannië en Duitsland leverden in 2020 de meeste wattages, en Nederland veroverde vorig jaar de derde plek op de Europese ranglijst met 2,9 gigawatt. 

In 2050 moet in het Nederlandse deel van de Noordzee de teller tussen de 38 en 72 gigawatt aanwijzen. Dat betekent dat er flink doorgebouwd moet worden op het Nederlands Continentaal Plat (NCP), dat met 57.800 vierkante kilometer anderhalf keer zo groot is als Nederland. 

De meest recente studie van Berenschot en Kalavastra (2020) schetst scenario’s waarin windparken in het Nederlandse deel van de Noordzee 7,5 tot 13,4 procent ruimte innemen. Dat lijkt nog mee te vallen, maar ook omringend landen bouwen gestaag door in hun zeedelen.

In samenspraak met belanghebbenden partijen zijn toekomstige windparkgebieden vastgesteld aan de hand van routekaarten.

Tot 2023 – 3,5 gigawatt

  • Windpark Borssele, 23 km ten westen van Zeeland: 1,5 gigawatt
  • Windpark Hollandse Kust Noord, 18 km van Egmond aan Zee: 0,7 gigawatt
  • Windpark Hollandse Kust Zuid, 18 km van Scheveningen: 1,3 gigawatt

Oranje gebieden op de kaart hierboven: tot 2030 – 6 gigawatt

  • Windpark IJmuiden Ver, 63 km ten westen van IJmuiden: 4 gigawatt
  • Windpark Hollandse Kust West, 52 km van Wijk aan Zee: 1,4 gigawatt
  • Windpark Ten Noorden van de Waddeneilanden, 67 km van Groningen: 0,6 gigawatt

Witte gebieden op de kaart hierboven: van 2030 tot 2050 – 27 gigawatt
De overheid zoekt voor de periode na 2030 acht nieuwe gebieden die samen een windcapaciteit van 27 gigawatt moeten produceren. Een deel zal aansluiten op bestaande parken, maar er worden ook ‘nieuwe’ Noordzeegebieden geselecteerd. 

En deze interactieve kaart geeft een duidelijk beeld van alle windparken die in gebruik, onder constructie en gepland zijn in de gehele Noordzee. 

Lees verder Inklappen

De UK33 vist in het voorjaar veel in het noordelijke deel van de Nederlandse Noordzee, daar waar in 2028 het Windpark IJmuiden Ver moet verrijzen. Het gebied ligt zo’n 63 kilometer uit de kust en is met een beoogde windcapaciteit van 4 gigawatt voorlopig het grootste windpark.

Op een kluitje

Schipper Jacob: ‘Dan zeggen ze tegen ons dat we moeten uitwijken naar een ander gebied, maar niet ieder stukje Noordzee is ook goed visgebied. Straks zitten we met iedereen die overblijft op een kluitje te vissen en vis je het gebied in één keer helemaal dood.’

Die windmolenparken, legt Jacob uit, komen nog eens bovenop andere gebieden die al verboden terrein zijn voor de visserij: militaire oefenplekken, locaties voor zandwinning en daar komen straks extra afgesloten natuurgebieden bij om de windparken te compenseren.’ 

Op de monitor zie ik ook nog allemaal groene lijnen lopen. ‘Dat zijn de scheepvaartroutes. Voor ons zijn die risicovol. Als je stilligt omdat je net een visnet aan het binnenhalen bent, kun je niet snel uitwijken.’

Op de trackplotter in de stuurhut zijn ook nog andere lijnen zichtbaar – die duiden op het grootste ‘onderwaterspooknet’ van de Noordzee, de clusters aan gasleidingen en stroom- en telecomnetten. 

‘Die kabels liggen niet zo diep ingegraven. Er hoeft maar een grote storm te komen en de zandbodem schuift op waardoor de kabels bloot komen te liggen. Dan moet je goed oppassen als je daaroverheen vaart.’ Jacob en de schippers van andere platviskotters markeren de plekken om schade te beperken, ‘want als je er overheen vaart, trek je zo je netten en vistuigen kapot.’ 

Ook wil hij voorkomen dat hij dure schadeclaims aan zijn broek krijgt, zoals vier jaar geleden. ‘Toen lag er ineens een acceptgiro op de deurmat van 360 duizend euro.’ 

Het was een soort verkeersboete zonder fotobewijs. ‘Het kabelbedrijf had in de logboeken gezien dat wij in de buurt waren geweest toen de stroom ergens in Engeland was uitgevallen. Wij hebben er zelf niets van gemerkt, maar je kunt het niet bewijzen dus dan kun je uiteindelijk beter schikken.’ 

De boete verschilt per kabelsoort en reparatiekosten, maar kan flink oplopen. Schipper Jan S. uit Arnemuiden kreeg eind vorig jaar nog een schadeclaim van bijna 18 miljoen omdat hij een hoogspanningskabel raakte.

Zo’n 85 tot 80 procent van de stroomkabels ligt op de bodem van de windparken. Het is één van de voornaamste redenen waarom windparken volledig worden afgesloten voor alle vormen van bodemberoerende visserij. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV): ‘De veiligheidsoverweging voor het verbod op de sleepnetvisserij is gebaseerd op het risico voor schade aan de “infield-kabels” tussen de windmolens.’ 

Passieve visserij

Door ‘technische innovatie’ wordt het in de toekomst wellicht mogelijk om wel binnen windparken te vissen, maar dat wordt per gebied verder onderzocht en dan uitsluitend voor de ‘passieve visserij’. Vissen, krabben en kweekmosselen en -oesters mogen er dan met hengels, netten, of kooien worden opgevist. 

Jacob: ‘Voor onze visserij biedt dat geen uitkomst. Onze doelsoort is tong en dat gaat alleen met sleepnetten over de bodem. Daar is ons schip ook op uitgerust.’ Ook Pim Visser van VisNed is sceptisch. ‘Dat betekent dat je in de toekomst alleen nog maar met staande netten of met een hengel de Noordzee op mag.’ 

De bekabeling van de zeebodem zal bovendien toenemen. In 2015 was 16 procent van het Nederlands Continentaal Plat (NCP) bekabeld, in 2050 zal een vijfde tot de helft bedekt zijn met bundelingen van olie- en gasleidingen en telecom- en elektriciteitskabels.

Vooral de platvisvissers zullen visgronden moeten afstaan door de opkomst van windparken en de infrastructuur die daarvoor nodig is, blijkt uit een rapport van Wageningen Economic Research. Voor Windpark Borssele, een verzameling parken zo’n 23 kilometer voor de Zeeuwse kust, moesten kottervissers uit Goedereede en Stellendam al belangrijke tonggronden inleveren. 

Borssele is momenteel Nederlands grootste windpark. Het bestaat uit vier delen en voorziet een krappe 2 miljoen huishoudens van energie. Maar ook voor de visserij was het belangrijk gebied. Uit berekeningen blijkt dat het tussen 2010 en 2017 gemiddeld 215 ton vis per jaar opleverde, met een gemiddelde opbrengst van 1 miljoen euro. 

Tegenover een nettoresultaat van 80 miljoen in 2016 lijkt dat aandeel marginaal, maar juist in dat jaar waren de verdiensten hoog dankzij de pulsvisserij. De resultaten in de daaropvolgende jaren waren aanzienlijk minder: 50 miljoen in 2018 en 9 miljoen in 2019. 

De seizoensgebonden vangst van platvis in het Borssele-gebied was dus voor de kottervisserij van relevante economische waarde. 

De Wageningse economen schrijven in hun rapport dat het afsluiten van gebieden voor de visserij slechts enkele individuele vissers zal treffen. Maar dat verandert na 2030. Dan gaan niet alleen in het Nederlandse deel maar ook in buitenlandse delen van de Noordzee gebieden dicht voor de bouw van windparken of voor compenserende natuurparken.

En er staan nog meer afsluitingen op stapel. Omdat het onderstel van de windturbines van grof en hard materiaal is waaraan mosselen, oesters en algen zich makkelijk hechten, is de verwachting dat er extra ruimte wordt vrijgemaakt voor schelpdierkwekerijen en zeewierboerderijen. 

Daarnaast zullen er zogenoemde ‘kunstmatige energie-eilanden’ nodig zijn. Windparken komen steeds verder uit de kust te liggen en voor de bouw, de exploitatie en het onderhoud van de windturbines moeten werkeilanden worden aangelegd.

Kleinere ruimte om te delen

Wat Jacob vertelt over ‘vissen op een kluitje’ is geen visserslatijn. Wageningen Economic Research verwacht een toename van de visserijdruk in gebieden die openblijven. Nederlandse vissersboten, en ook die uit andere lidstaten, moeten op zoek naar uitwijkmogelijkheden. Ze zullen simpelweg een kleinere ruimte met elkaar moeten delen en dichter op scheepvaartroutes zitten.

Bea Deetman, onderzoeker bij Wageningen Economic Research, pleit daarom voor vervolgonderzoek naar gedragsverandering van vissers. ‘Je wilt weten wat sluiting van bepaalde gebieden betekent voor vissers die daar actief zijn geweest. Kunnen ze naar een ander gebied, en wat betekent dat dan voor hun kosten-opbrengsten?’

Zo’n gedragsonderzoek moet dan ook duidelijk maken wat verplaatsing van visserijactiviteiten voor gevolgen heeft. Deetman: ‘Kunnen de vissers met zijn allen nog rondkomen in die nieuwe context of stoppen ze misschien?’ Als vissers ermee ophouden, ontstaat meer ruimte voor de blijvers.

Maar ook de vis kan zich verplaatsen, waardoor het belang van bepaalde gebieden toe of af kan nemen.

Waar andere schippers avontuurlijker zijn, hechten die van de UK33 grote waarde aan vaste visgronden per seizoen. Als zij straks met hun kotters moeten uitwijken, weten ze nog niet waar ze de tong moeten zoeken.

Jacob: ‘Tong zit in de bodem, maar wat gaat die zeebodem doen wanneer er voor die windparken allemaal palen in komen. De stroming wordt daardoor heel anders. En wat als de tong gaat paaien? Gaat dat straks allemaal wel goed? Daar is nog nooit onderzoek naar gedaan.’

Krachtiger turbines, weidsere wieken

Actiegroep Eendracht Maakt Kracht eiste vorige jaar in een brief aan het Europees Parlement dat de bouw van alle geplande windmolenparken voor de kust wordt bevroren totdat duidelijk is wat de effecten op de zeebodem zijn. Want dat er effect is, is in meerdere internationale onderzoeken aangetoond.

Windparken worden steeds hoger, de turbines krachtiger en de wieken weidser en dat heeft invloed op de stromingen en de golven. Zo kunnen ze van invloed zijn op de getijden en daarmee gevolgen hebben voor de eb- en vloedstromen in het Nederlandse deltagebied.

Mariene-ecoloog Luca van Duren van onderzoeksinstituut Deltares in Delft: ‘Het gaat om fundamentele veranderingen en processen die ten grondslag liggen aan het mariene ecosysteem en het functioneren van vissen, vogels en zeezoogdieren.’ De onzekerheden over de effecten van windparken zijn ‘erg, erg groot’, aldus Van Duren.

Verkennend Deltares-onderzoek liet zien dat windparken voor de kust van België, Nederland, Duitsland, Denemarken en Groot-Brittannië de golven, de stroming, de gelaagdheid van water en de windsnelheid boven water veranderen.

Van Duren: ‘Met een modelstudie hebben we een begin gemaakt om de effecten in kaart te brengen. We hebben nu een beter beeld van welke delen van de Noordzee gevoelig zijn en welke minder en waarom.’ 

De Rijksoverheid heeft al enkele jaren onderzoeksprogramma: Wind op Zee Ecologisch Programma op Zee (Wozep). In eerste instantie lag de focus hierin vooral op vogels, vleermuizen en zeezoogdieren. Dus op soorten met een beschermde status. Gaandeweg kwamen de ‘ecosysteemeffecten’ daarbij. Maar het Wozep-programma kijkt niet naar vis, ook niet naar commercieel interessante soorten.

Het ontbreken van onderzoek naar vis vindt Pim Visser van VisNed ‘een onbegrijpelijk manco’ van het Wozep-onderzoek. Volgens hem toont onderzoek aan dat windparken significante effecten hebben op sedimentatie en stromingen. Als achteraf blijkt dat windparken een negatief effect hebben op de bestanden van platvis in de Noordzee lijdt de kottervisserij dubbel verlies. Want als het op den duur slecht gaat met een bepaalde vissoort, is er niet alleen minder vis, maar heeft dat ook gevolgen voor de visquota.

Volgens LNV worden de visbestanden nauw gemonitord en is uit andere studies ‘tot nu toe niet naar voren gekomen dat er op populatieniveau effecten te verwachten zijn’.

Acht jaar geleden wezen visecologen er al op dat effecten van windparken op vis beter onderzocht moeten worden. Onderzoekers van Wageningen Marine Research zagen in 2013 ‘een nog slecht onderzocht potentieel effect’ van het relatief zwakke elektromagnetische veld van de bekabeling in windparken, dat ‘een negatieve impact zou kunnen hebben op migrerende vissoorten die het aardmagnetisch veld gebruiken’.

En: ‘De effecten tijdens de constructiefase op vis zijn veel minder goed onderzocht. Met name het geluid van heien wordt gezien als potentieel schadelijke activiteit. Voor zowel grotere vis als voor vislarven (tong- en zeebaarslarven) lijkt er alleen fysieke schade op te treden bij zeer hoge geluidsniveaus die beperkt zijn tot binnen 100 meter van de heilocatie.’

LNV laat in een reactie weten dat uit een onderzoek in 2011 is gebleken dat heien op zee maar een ‘beperkt’ effect heeft op de larven van vissen.

Andrew Gill, mariene-ecoloog en voorzitter van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES), vindt verder onderzoek naar de invloed van windparken op vis en commerciële visbestanden noodzakelijk. ‘Omdat veel gemeenschappen afhankelijk zijn van vis en visserij.’

Gill stelde in zijn meest recente publicatie al vast dat vissen, maar ook mosselen en krabben, zich anders gaan gedragen door het geluid van de bouw van windturbines, en door het geluid van de seismische meetapparatuur die wordt gebruikt bij het zoeken naar geschikte locaties om windparken aan te leggen.

Mosselen en krabben

Akoestische veranderingen kunnen leiden tot ‘psychologische schade’ en zelfs tot ‘sterfte’. Door trillingen en geluid kunnen vissen hun leefomgeving anders gaan gebruiken en hun migratiepatronen aanpassen. 

Gill onderzocht onder meer de effecten op platvis in de Mid-Atlantic Bight, ten zuidoosten van New York. In het lokale dagblad The Westerly Sun zegt hij: ‘We zien de ecosystemen een beetje veranderen en ook de relatie tussen de organismen en de intensiteit daarvan.’ 

Wetenschappers van Wageningen Marine Research doen inmiddels een studie naar de mogelijke effecten van de elektromagnetische straling van stroomkabels op haaien en roggen, maar de eerste resultaten laten nog op zich wachten. Wat het precieze effect is op commercieel interessante vissoorten als tong en schol wordt niet onderzocht.

Aan boord van de UK33 Willempje Hoekstra schampert Jacob over de gang van zaken. ‘Ze zetten eerst een windpark neer en gaan pas daarna onderzoek doen. En als er dan ineens geen vis meer is, heb je pech gehad.’

Als de overheid met een betere saneringsregeling komt, overweegt hij de handdoek in de ring te gooien. De UK33 is een oud schip. ‘Maar goed, je weet het nooit. Misschien dat er straks toch nog iets mogelijk is.’ 

Voordat de zon onder gaat, kijken we hoe drie zeemeeuwen hun volle visbuikjes laten rusten op de mast waaraan de visnetten hangen. Ook voor ons is het inmiddels etenstijd. In de kombuis wacht Piet met gestoofde schol. Schipper Jacob gaat voor in gebed. 

In deel 2 vervolgt de UK33 zijn koers op de Noordzee en legt Jacob uit waarom de kottervisserij zich slachtoffer voelt van ‘een politiek spel’.

Beluister hier Pointer (KRO-NCRV) met de radioreportage van Margaux Tjoeng en een interview met Luca van Duren van Deltares.