Jan Hommen, voorzitter van de rvb, presenteert de jaarcijfers van ING, sept. 2012
© ANP / Lex van Lieshout

Witwaszaken blijven ING-bestuurders achtervolgen

Toezichthouder De Nederlandsche Bank sprak op het allerhoogste niveau met de ING over tekortkomingen in haar anti-witwasbeleid. Desondanks grepen de raad van bestuur en de raad van commissarissen niet of onvoldoende in. Advocaat Robert Hein Broekhuijsen wil deze informatie gebruiken in een nieuwe artikel 12-procedure tegen het Openbaar Ministerie, dat maar geen besluit neemt over het al dan niet vervolgen van drie (oud)topbankiers van ING, onder wie oud-topman Jan Hommen.

Dit stuk in 1 minuut
  • De ING heeft een serie terechtwijzingen en schikkingen opgelopen vanwege nalatige controles op witwasserij. Tot vervolging is het nooit gekomen.

  • Een aantal gedupeerden vindt dat niet terecht. Zij hebben zogeheten artikel 12-procedures aanhangig gemaakt. Langs die weg kan de rechter het Openbaar Ministerie opleggen alsnog strafvervolging in te stellen.

  • Een van de eisers in zo’n artikel 12-procedure is Sam van Doorn, die topbestuurders van de ING zeker tien keer, soms uiterst gedetailleerd, heeft ingelicht over witwasserij die via de bank liep of zelfs door haar werd gefaciliteerd. Er liggen nog twee andere artikel 12-procedures, en een vierde is in de maak.

  • Op maandag 16 december worden de eerste drie procedures behandeld. De eerste slag hebben de eisers al gewonnen: zeer tegen de zin van het OM in zijn de eisers ontvankelijk verklaard.

Lees verder

Ruim een jaar na de schikking die hun bank met het Openbaar Ministerie moest treffen wegens tekortschietend anti-witwasbeleid, lopen (oud)ING-bestuurders nog altijd kans om persoonlijk te worden vervolgd. Bekend was al dat slachtoffers van de falende witwascontroles bij ING in totaal drie zogeheten artikel 12-procedures hebben aangespannen. Daar komt binnenkort een vierde procedure bij. 

Naast een zaak tegen de ING als vennootschap eist de Nederlandse ondernemer Sam van Doorn in een tweede zaak dat oud-topman Jan Hommen, voormalig cfo Kees Timmermans en bestuurder Diederik van Wassenaer zich alsnog voor de strafrechter moeten verantwoorden voor leidinggeven aan witwassen en het niet op orde hebben van de banksystemen. Een strafklacht van deze inhoud stuurde hij 14 maart 2019 naar het OM. Omdat hij daarop, ondanks herhaalde aanmaningen, al een half jaar niets van het OM heeft gehoord, wil Van Doorn binnenkort ook voor deze kwestie een artikel 12-procedure beginnen.

Een artikel 12-procedure kan worden gestart als het OM een verdachte niet wil vervolgen. Belanghebbenden kunnen het gerechtshof dan vragen om de officier van justitie te verplichten alsnog tot vervolging over te gaan. Meestal slaagt een dergelijke procedure overigens niet. Volgens cijfers van de Raad voor de Rechtspraak werd in 2016 maar 12,5 procent van de verzoeken toegekend.

Toch koesteren Sam van Doorn en zijn raadsman Robert Hein Broekhuijsen hoop op een een goede afloop. De beslissing van het OM om geen individuele bestuurders van ING te vervolgen, stoelt volgens Broekhuijsen op een verkeerde uitleg van een arrest van de Hoge Raad van 26 april 2016. Dat stelt dat van feitelijk leiding geven sprake kan zijn indien ‘de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is van het algemene, door de verdachte (bijvoorbeeld als bestuurder) gevoerde beleid’. Maar er kan ook sprake van zijn indien een bestuurder weet heeft van verboden gedragingen en weigert in te grijpen. En volgens Broekhuijsen is dat laatste in de zaak van zijn cliënt gebeurd.

‘Waarom heeft de ING niet ingegrepen?’

In 2005 verkocht Sam van Doorn een deel van Caute, zijn trustmaatschappij, voor 2 miljoen euro aan Erwin de Ruiter, maar betaling bleef uit. In een procedure besliste de Ondernemingskamer op 24 juli 2007 dat De Ruiter zich aan wanbeleid schuldig had gemaakt. Van Doorn kreeg zijn aandelen terug en werd enkele maanden later weer enig bestuurder van zijn ‘eigen’ bedrijf.

Maar toen Van Doorn het monumentale pand aan de Keizersgracht weer betrad, deed hij een bizarre ontdekking. De tent was leeggehaald, het personeel vertrokken. Er stonden alleen nog een paar computers. De bestanden waren weliswaar gewist, maar een ingeschakelde deskundige wist een aanzienlijk deel te herstellen. Zo ontdekte Van Doorn dat De Ruiter vrijwel alle klanten had meegenomen naar een ander trustkantoor. En dat gebeurde met hulp van de ING, zo bleek uit een brief die De Ruiter in november 2007 aan zijn cliënten stuurde: ‘Om sluiting van de bankrekeningen voor cliënten te voorkomen, ben ik met de directeur van de ING een soepele overgang overeengekomen.’

Dankzij de herstelde computerbestanden ontdekte Van Doorn nog iets: zijn trustkantoor was vermoedelijk misbruikt om geld wit te wassen. Op rekeningen van stichtingen derdengelden bij de ING zag hij enorme bedragen die hij daar niet verwachtte. 

Van Doorn schakelde forensisch deskundige Cees Schaap in om te achterhalen wat er is gebeurd. Die kwam tot dezelfde conclusie als Van Doorn: trustkantoor Caute had zich geleend voor witwaspraktijken. Zo boekte Caute officieel een jaaromzet van circa 1 miljoen euro. Maar via een derdengeldrekening waren in 2006 en 2007 respectievelijk 12,7 miljoen en 8,9 miljoen gestroomd. Langs een andere derdengeldrekening liep in 2005 zo’n 31 miljoen en in 2006 zo’n 14 miljoen euro.

Op 13 juli 2009 liet Van Wassenaer een intern onderzoek instellen. Van Doorn leverde hiervoor gedetailleerde informatie aan. Daarna bleef het akelig stil

De vraag die zich bij Van Doorn opdrong: waarom had ING niet ingegrepen? Er waren signalen genoeg. In 2006 weigerde het filiaal van Barclays in Monaco, dat voor ING optrad als correspondentbank, tot twee keer toe een transactie van ongeveer 145.000 dollar, omdat niet duidelijk was wie de uiteindelijke belanghebbende was en waar het geld vandaan kwam. Barclays stuurde de bedragen terug naar ING.

In maart 2007 vroeg justitie in het Duitse Mannheim bij ING de bankgegevens op van een Duits echtpaar dat bij Caute bankierde. ING leverde twee ordners aan de Duitsers, maar stelde Caute geen enkele vraag.

Ook op waarschuwingen van Van Doorn zelf sloeg de bank geen acht. Sterker: toen hij begin 2008 de directeur van ING’s Trustdesk probeerde te waarschuwen, kreeg hij te horen dat ING van hem als klant af wilde.

Eind 2018 stuurde Van Doorn de door Schaap opgestelde forensische rapporten naar het hoofd Juridische Zaken van de ING. Geen antwoord. In juni 2009 schreef Van Doorn een brief aan Diederik baron van Wassenaer; die was toen hoofd van ING Wholesale Banking en bestuurder van ING Nederland. In de brief wees Van Doorn hem op de ‘jarenlange witwasserij op ongekend grote schaal’. Van Doorn schatte dat het bij elkaar om minimaal 100 miljoen euro ging.

Op 13 juli 2009 liet Van Wassenaer een intern onderzoek instellen. Van Doorn leverde hiervoor gedetailleerde informatie aan. Daarna bleef het akelig stil. Toen Van Doorn naar de uitkomst van het interne onderzoek informeerde, antwoordde Van Wassenaer dat het een intern onderzoek betrof, waarover ING geen mededelingen aan derden doet.


Diederik van Wassenaer, bestuuurder ING Nederland

"Bewijzen die uw verdachtmakingen staven hebben wij nimmer mogen ontvangen"

Ook nadat het OM – na een aangifte door Van Doorn – een onderzoek startte met de codenaam Trust EU, ging er bij ING geen bel rinkelen. ‘Dat thans een onderzoek door het OM is ingesteld, heeft onze aandacht, doch draagt niet de conclusie dat de bank steken zou hebben laten vallen’. Dixit Van Wassenaer in een brief van april 2012 aan Van Doorn. De ING-baron schreef ook: ‘Bewijzen die uw verdachtmakingen staven hebben wij nimmer mogen ontvangen.’ Van Doorn viel van zijn stoel van verbazing: de afgelopen jaren had hij stapels bewijsmateriaal aangeleverd.

Na een lange en grondige behandeling kwam de rechtbank Amsterdam in december 2018 tot de conclusie dat trustkantoor Caute betrokken is geweest bij witwassen. Oud-directeur Edwin de Ruiter kreeg wegens valsheid in geschrifte, witwassen en het leiden van een criminele organisatie drie jaar gevangenisstraf, overeenkomstig de eis van het OM. De Ruiter kreeg bovendien een bestuursverbod van drie jaar opgelegd. Medeverdachte Eduard P. werd veroordeeld tot 12 maanden cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk, plus een werkstraf van 240 uur.

De twee hadden volgens de rechtbank via trustkantoor Caute op grote schaal internationale ‘schijnconstructies’ aangeboden. Illegale winsten en ontdoken belastinggelden sluisden zij via Caute voor hun klanten door naar offshore-vennootschappen.

Het OM had tijdens het onderzoek vijftig fraudedossiers geïdentificeerd, waarvan De Ruiter er tien ten laste waren gelegd. De omvang van de fraude werd door het OM op zeker 100 miljoen euro geschat. Volgens Van Doorn is de omvang veel groter. Anders dan het OM heeft hij alle dossiers onderzocht. Hij kwam uit op een omvang van 600 miljoen euro.

Stelselmatig onderzoek naar de rol van de ING

Tijdens het Trust EU-onderzoek stuitten de rechercheurs al snel op de faciliterende rol van de ING bij de witwasserij. Dat was niet voor het eerst. Ook in andere strafrechtelijke onderzoeken bleek voor tientallen miljoenen aan dubieus geld over rekeningen van ING te stromen. Dit was voor het OM begin 2016 reden om een groot strafrechtelijk onderzoek tegen de bank op te tuigen. Stelselmatig werden de dossiers van grote onderzoeken gecontroleerd op de rol van de ING.

Wat de rechercheurs aantroffen, was niet mals: in tientallen zaken stelde de ING onvoldoende vragen over klanten, over de herkomst van geld, of over het doel van een geldstroom. Via Nederlandse ING-rekeningen werd smeergeld betaald om telecomlicenties in Oekraïne te verkrijgen en Latijns-Amerikaanse voetbalbonzen te belonen, werd geld van Imtech Polen weggesluisd en de inleg van beleggers misbruikt om vastgoed in Marokko te kopen. Het was een mer à boire en om niet te verzuipen, besloot het onderzoeksteam zich te concentreren op vier grote zaken. Een daarvan; Trust EU.

De Wet voorkoming witwassen en terrorismefinanciering (Wwft)

De Wwft schrijft voor dat een bank onderzoek moet doen naar zijn klanten, het zogeheten ‘ken uw klant’-beginsel. Dit onderzoek moet ‘principle based’ plaatsvinden. Met andere woorden: de wet schrijft niet voor hoe de bank dat onderzoek moet doen, maar wel dat die het moet doen en wat dit onderzoek moet opleveren. Zo zijn banken verplicht om:

  • De identiteit van de klant vast te stellen.
  • Te onderzoeken of een klant voor zichzelf optreedt of voor een derde.
  • Vast te stellen of een natuurlijke persoon die de klant vertegenwoordigt daartoe bevoegd is.
  • Vast te stellen wie de uiteindelijke belanghebbende is van de klant, wanneer die een bedrijf of tussenpersoon is.
  • Bij bedrijven adequate maatregelen te nemen om erachter te komen hoe de eigendoms- en zeggenschapsstructuur in elkaar zit.
  • Het doel van de zakelijke transactie vast te stellen.
  • Zo nodig onderzoek te doen naar de bron van de middelen die bij een zakelijke transactie wordt gebruikt. (Bijvoorbeeld: een eenmanszaak ontvangt of verstuurt opeens miljoenenbedragen. Hoe kan dat?)
  • Te bepalen of een klant een ‘politiek prominente persoon’ is of aan zo iemand is gerelateerd. (Is de klant betrokken bij of familie van een president, parlementslid, hoge generaal, minister enz.).
Lees verder Inklappen

De afloop van het onderzoek is bekend. De bank had niet alleen jarenlang structureel de Wwft overtreden, maar maakte zich ook schuldig aan witwassen. In september 2018 ging de ING akkoord met een schikking, en betaalde 775 miljoen euro aan het OM. Bij de bekendmaking daarvan publiceerde het OM een 24 pagina’s tellende feitenrelaas bij het strafrechtelijk onderzoek naar de ING, dat de codenaam Houston had gekregen.

Banken gelden als poortwachter van het financiële systeem. Zoals in de middeleeuwen een poortwachter moest controleren wie de stad binnenkwam, moeten banken niet alleen weten wie hun klanten zijn, maar ook waarom ze transacties verrichten en waar het geld vandaan komt. Deze vergaande eisen zijn vastgelegd in de Wet voorkoming witwassen en terrorismefinanciering (Wwtf), die sinds augustus 2008 van kracht is.

Het OM omschrijft die gedragingen in zijn feitenrelaas als ‘illegale handelingen uitgevoerd door een legaal bedrijf’

Als poortwachter schoot de ING in de periode 2010-2016 ‘ernstig tekort’, oordeelde het OM in september 2018: nieuwe klanten werden niet of oppervlakkig gescreend, dubieuze transacties niet of onvoldoende gecheckt en interne systemen waren niet op orde, waardoor de bank niet kon voorkomen dat bankrekeningen van klanten in Nederland zijn gebruikt bij het witwassen van honderden miljoenen euro. Het OM omschrijft die gedragingen in zijn feitenrelaas als ‘illegale handelingen uitgevoerd door een legaal bedrijf’.

De ING beloofde werk te maken van de compliance (het voldoen aan alle wet- en regelgeving) en zou extra personeel aannemen om klanten en transacties beter te controleren.

Hoe streng het OM ook over de ING oordeelde, de bankbestuurders konden in elk geval opgelucht ademhalen: zij ontsprongen de dans. Het OM stelde dat het strafrechtelijk onderzoek onvoldoende bewijs had opgeleverd om individuele bestuurders strafrechtelijk te vervolgen. Justitie stelde dat de lat hoog ligt om mensen te kunnen vervolgen wegens leidinggeven aan het plegen van strafbare feiten. Niet alleen moet worden bewezen dat bestuurders wisten dat er strafbare feiten werden gepleegd; ze moeten ofwel bewust hebben bijgedragen aan die feiten, ofwel bewust hebben nagelaten om die te voorkomen. En dat is nu eenmaal heel moeilijk, stelde het OM, dat die strafbare feiten daarom toerekende aan de ING als geheel.

Keer op keer gewaarschuwd

Maar daarmee nam Sam van Doorn geen genoegen. Keer op keer had hij de ING gewaarschuwd, en topman Van Wassenaer had hij tot in detail het witwassen uit de doeken gedaan. Het kon niet anders of de top van de bank moest van het witwassen en de uiterst gebrekkige compliance-systemen op de hoogte zijn geweest.

Op 14 maart 2019 deed Van Doorn aangifte tegen individuele leden van allerlei ING-afdelingen die volgens hem van de fraude wisten, maar ondanks zijn herhaalde verzoeken nooit hadden ingegrepen. In de 16 pagina’s tellende strafklacht, die in handen is van FTM, staat dat Van Doorn tussen 2006 en 2009 zeker tien waarschuwingen naar hooggeplaatste personen binnen de ING had gestuurd. Van Doorns raadsman Robert Hein Broekhuijsen benadrukt dat het Houston-rapport voldoende voorbeelden biedt van tekortkomingen en nalatigheid van de ING-top.

In een persbericht over de schikking noemde bestuursvoorzitter Jan Hommen de vastgestelde overtredingen ‘ernstig en onacceptabel’

In zijn strafklacht stelt Van Doorn dat de ING al eerder zwaar op de vingers was getikt. Op 8 juni 2012 trof de bank een schikking van 619 miljoen dollar met de afdeling Office of Foreign Assets Control (OFAC) van het Amerikaanse ministerie van Financiën. Volgens het OFAC stroomde tussen 2002 tot en met 2007 circa 1,6 miljard dollar via ING-rekeningen naar Cuba, Iran, Soedan en Libië – ‘schurkenstaten’, volgens de VS – die op economische sanctielijsten waren geplaatst.

De schikking met de Amerikanen werd namens ING ondertekend door Koos Timmermans, vice-voorzitter van de bank. In een persbericht over de schikking noemde bestuursvoorzitter Jan Hommen de vastgestelde overtredingen ‘ernstig en onacceptabel’. Maar volgens hem had de ING sinds 2006 ‘voortvarende stappen’ gezet om de naleving van wet- en regelgeving binnen de organisatie te verbeteren en het besef onder medewerkers van compliance-risico’s te vergroten.

Niet dus, concludeert het OM in de zomer van 2018, zes jaar na de schikking met de Amerikanen. Ook Broekhuijsen constateert dat ‘er kennelijk geen sprake van is dat ING in de tussentijd haar compliance heeft verbeterd, zoals zij de buitenwereld heeft toegezegd’. Ook heeft de bank volgens hem geen ‘voortvarende stappen’ gezet en is zij haar toezegging om haar activiteiten uit te voeren ‘volgens de hoogste normen van integriteit’ niet nagekomen. Broekhuijsen: ‘De ING heeft juist over een lange periode structureel te weinig geïnvesteerd om aan haar wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen.’

In zijn strafklacht tegen de ING-bestuurders wijst de raadsman erop dat de bank in de periode 2005-2016 verschillende keren op het hoogste niveau door toezichthouders De Nederlandsche Bank (DNB) en de Europese Centrale Bank (ECB) op de vingers is getikt.

Terechtwijzingen belandden op hoog niveau

Zowel DNB als de ECB hebben de ING meermalen op de vingers getikt. FTM vroeg DNB welk niveau van de bank zij daarbij heeft aangesproken.

  • In 2008 legde DNB een formele aanwijzing op aan ING. De bank moest voldoen aan de vereisten die een beheerste en integere uitoefening van het bedrijf waarborgen. DNB laat FTM weten dat zo’n aanwijzing in de praktijk wordt ‘geadresseerd’ aan de bestuurders van de bewuste instelling. ‘In sommige gevallen met het verzoek om een afschrift/kopie daarvan aan de rvc te verstrekken.’ DNB praat op diverse niveaus binnen de bank over de opvolging van de aanwijzing, ‘dus van rvb tot aan werkvloer’. 
  • In 2015 legde DNB een last onder dwangsom op aan het private banking onderdeel van de ING, vanwege het niet naleven van de Wwft-verplichtingen om voldoende diepgaand klantenonderzoek te doen. DNB: ‘In geval van een complexe, grote instelling kunnen tekortkomingen bijvoorbeeld onder de aandacht worden gebracht van de divisiedirectie. Uiteraard worden serieuze tekortkomingen eveneens onder aandacht gebracht van de rvb/rvc.’
  • In 2015 deed de ECB diverse aanbevelingen om de algemene compliance functie binnen ING te verbeteren.
  • In 2016 rapporteerde DNB aan de bank over diverse tekortkomingen in het systeem dat banktransacties moet monitoren. Een woordvoerder zegt dat DNB in het reguliere toezicht op elk niveau binnen een bank gesprekken voert.
Lees verder Inklappen

In het Houston-onderzoek stelt het OM dat DNB en de ECB beiden de ING op haar tekortkomingen hebben gewezen. Een woordvoerder van DNB meldt FTM desgevraagd dat een aanwijzing, een last onder dwangsom en rapportages over tekortkomingen gewoonlijk met het allerhoogste gremium worden besproken: de raad van bestuur, en zonodig ook de raad van commissarissen.

In de antwoorden van DNB (zie kader) ziet Broekhuijsen nieuw en helder bewijs dat de problemen rond de compliance bij de top bekend waren en dat die te weinig heeft gedaan om de situatie te verbeteren. Volgens hem is er voldoende grond om individuele ING-bestuurders te vervolgen. Dat blijkt uit de mededelingen van DNB: de ING-top wist van de hoed en de rand.

Terwijl ING wist dat het OM mogelijk tot vervolging zou overgaan, vertelde topman Jeroen van der Veer de minister van Financiën dat het salaris van ING-topman Ralph Hamers 50 procent omhoog ging

In het Houston-rapport concludeert het OM dat de ‘tone at the top’ jarenlang onvoldoende het belang van een goede uitvoering van de Wwft onderschreef. Geld verdienen was belangrijker dan de wet handhaven.

In een onthutsende reconstructie van de aanloop naar de schikking beschreefHet Financieele Dagblad dat de ING-top tot op het laatste moment dacht weg te komen met een tik op de vingers. Sterker: terwijl de topbestuurders wisten dat het OM mogelijk tot vervolging in het Houston-onderzoek zou overgaan, zat president-commissaris Jeroen van der Veer bij minister Wopke Hoekstra van Financiën om te vertellen dat het salaris van ING-topman Ralph Hamers met 50 procent omhoog ging. De maatschappelijke verontwaardiging is groot.

Vier dagen later na publicatie van de FD-reconstructie verschool Hamers zich tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamer achter zijn raad van commissarissen, die tot de salarisverhoging had besloten. Wel sprak Hamers van ‘een grote inschattingsfout’.

Ook Henk Breukink, sinds 2007 toezichthouder bij de ING, ontbeert een maatschappelijke antenne. In 2010 trad Breukink toe tot het audit committee, onderdeel van de rvc. Hij zou zich met name bezighouden met ‘monitoring the compliance with legal and regulatory requirements’; hij moest erop toezien dat de bank alle wet- en regelgeving naleeft.

Maar wanneer politici kort na de bekendmaking van de schikking felle kritiek op de ING leveren, komt Breukink niet met een mea culpa, maar gaat volop in de aanval. In een opiniestuk in Het Financieele Dagblad in oktober 2018 zegt hij dat politici ‘bijzonder hardvochtig’ reageerden en dat ze niet zo moeten ‘wijzen naar anderen waar iets fout gaat’.

Nieuwe ‘onvolkomenheden’

In maart 2019 – dezelfde maand waarin Sam van Doorn zijn strafklacht tegen de ING indient – komt de bank opnieuw negatief in het nieuws. Het onderzoekscollectief OCCRP onthult het bestaan van de Troika Laundromat, een financieel netwerk opgezet om geld van steenrijke Russen het land uit te sluizen en elders te verbergen. Tussen 2007 en 2015 stroomden miljarden roebels het land uit. Een van de betrokken banken: de ING. Het Moskouse kantoor zou honderden miljoenen hebben helpen wegsluizen.

Kort daarop komt het nieuws dat de Italiaanse centrale bank de ING Groep NV heeft verboden nieuwe Italiaanse klanten aan te nemen. Tijdens controles eerder dit jaar was aan het licht gekomen dat de anti-witwasmaatregelen van de ING onvolkomenheden vertoonden, en dat mogelijk zwart of dubieus geld op Italiaanse rekeningen van de bank was beland. Het OM in Milaan kondigde zelfs aan een strafrechtelijk onderzoek te starten. Op 5 december wist de bank met het Italiaanse OM een voorlopige schikking van 30 miljoen euro te treffen.

Vielen de transacties van de Troika Laundromat nog binnen de periode die door het OM is onderzocht, de ontdekking van de ‘onvolkomenheden’ in Italië dateren van na Houston.


Jurjen de Korte, advocaat van gedupeerden

"Het is duidelijk dat onze cliënten zeer aanzienlijke schade hebben geleden als gevolg van ING’s handelswijze"

Drie keer artikel 12; nummer vier volgt

Er lagen al twee andere artikel 12-verzoeken. De eerste is van de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie van Pieter Lakeman; die wil via de procedure strafvervolging van ING-topman Ralph Hamers afdwingen. Lakeman stelt dat de waarschuwingen van DNB aan de ING op het bureau van Hamers moeten zijn beland: ‘Die zijn niet naar de koffiejuffrouw gegaan. Hamers heeft gewoon niks gedaan om de witwaspraktijken te stoppen.’ Daarom vindt hij dat de ING-baas zich in het openbaar voor een meervoudige strafkamer moet verantwoorden.

De tweede zaak is aangespannen door de advocaten Jurjen de Korte en GeertJan van Oosten. Zij staan Amerikanen bij die gedupeerd zijn door IB-Capital. Dat was een (op papier) Nieuw-Zeelands bedrijf dat in handen was van de Haarlemmer Emad E. Begin 2012 opende E. twee zakelijke rekeningen bij de ING. In korte tijd stroomt zo’n 50 miljoen dollar over de rekeningen. Het geld is afkomstig van 1850 beleggers die denken dat ze in de Forex-handel (foreign exchange) zijn gestapt, maar in werkelijkheid verdween hun inleg in de zakken van Emad E. en zijn kompaan Michael G., zo tekende NRC Handelsbladbegin dit jaar op. In de krant zei advocaat De Korte dat de ING IB Capital niet goed had onderzocht, de transacties slecht monitorde en risico’s verkeerd inschatte: ‘Het is duidelijk dat onze cliënten zeer aanzienlijke schade hebben geleden als gevolg van ING’s handelswijze.’

Veel artikel 12-procedures sneuvelen voortijdig omdat het hof de indieners niet ontvankelijk verklaart. Deze horde is dus genomen

De artikel 12-verzoeken van Lakeman, het duo De Korte en Oostveen en het eerste verzoek van Van Doorn tot verdere vervolging van de vennootschap ING worden maandag 16 december behandeld door het gerechtshof in Den Haag. Vermoedelijk zullen de zaken worden aangehouden tot maart 2020.

Twee maanden geleden wonnen de indieners van deze drie strafklachten de eerste slag, schreef NRC Handelsblad. Ondanks protesten van het OM oordeelde het gerechtshof dat zij wel degelijk ontvankelijk zijn. Veel van deze artikel 12-procedures sneuvelen voortijdig omdat het hof de indieners niet ontvankelijk verklaart. Deze horde is dus genomen.

Opmerkelijk is dat het hof eist dat het OM het volledige Houston-dossier – het strafonderzoek naar de ING – overlegt. De raadsheren zullen dat vervolgens bestuderen en beslissen welke stukken relevant zijn om de eisen tot een nadere vervolging te onderbouwen. Mocht het hof besluiten dat het OM de strafzaak tegen de ING moet voeren en ook (oud)bestuurders voor de rechter moet brengen, dan vervalt de in september 2018 getroffen schikking. Voor ING staat dus veel op het spel.

Voor de behandeling van Van Doorns tweede artikel 12-procedure is nog geen datum bekend. Eerst moet klacht officieel worden ingediend.

Siem Eikelenboom
Was eerder onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en Het Financieele Dagblad, waar hij meewerkte aan de Panama Papers.
Gevolgd door 1546 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren