Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan. De gevolgen van deze crisis zijn nog grotendeels onbekend. Maar de maatregelen die we nu nemen, zullen bepalen hoe de samenleving van de toekomst eruitziet. Daarom volgt de redactie van FTM de ontwikkelingen op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen?

180 Artikelen

Beeld © Gijs Kast

Het ministerie van Volksgezondheid stelt zichzelf boven de wet

Door de coronacrisis werd het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overladen met Wob-verzoeken. Dat rechtvaardigde een andere aanpak, vond minister Hugo de Jonge. In de praktijk komt daar niets van terecht. Sinds maart 2020 zijn er praktisch geen documenten over het coronabeleid meer geopenbaard. Wat is hier aan de hand?

‘Een tijdje terug dacht ik: zou het niet aardig zijn als ik mijn kant van het verhaal over het afgelopen anderhalf jaar eens vertel, of er een boek over schrijf? Want vaak denk ik: jongens, jullie zouden eens moeten weten hoe anders het eigenlijk zit.’ Aan het woord is demissionair minister Hugo de Jonge, in een interview met de Volkskrant, gepubliceerd op 5 augustus 2021. 

De ironie is: tientallen journalisten, waaronder die van Follow the Money, willen héél graag weten hoe het zit. Welke keuzes heeft De Jonges ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gemaakt tijdens de coronacrisis, de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog? Op basis van welke informatie? En hoe werd daarover intern gesproken?

Antwoorden blijven al achttien maanden uit.

Terwijl de vragenstellers van de Volkskrant met de minister praten over het hoe en wat van sinaasappels persen, negeren ze de mammoet in de kamer. Twee weken voor dit interview tekent De Jonge hoger beroep aan tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, die oordeelt dat zijn ministerie zich onrechtmatig gedraagt bij het afhandelen van Wob-verzoeken over covid-19. 

‘Sabotage van de wet,’ noemde hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans dit in diezelfde Volkskrant. ‘Eigenlijk zegt de minister over de uitspraak: dit gaan wij niet doen.’ Volgens Voermans is het typerend voor de ‘weerstandshouding’ die de overheid ten aanzien van de Wob heeft. ‘Maar het is geen service, het is een burgerrecht.’

Dossier

Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert?

Volg dit dossier

Het ministerie is moe

‘Dit is geen houding, het is een noodzakelijke werkwijze,’ verdedigt plaatsvervangend secretaris-generaal Abigail Norville haar ambtenaren. Plaats van handelen: Zoom, 21 juli 2021, de dag waarop de minister de Tweede Kamer informeert dat hij in beroep gaat tegen het besluit van enkele lagere rechters. Doel van de online bijeenkomst: uitleggen waarom VWS zich weigert neer te leggen bij de uitspraak van de rechtbank, die oordeelde dat het departement binnen twee maanden met stukken over de brug moet komen.

Norville zegt zich ‘bewust te zijn van de beeldvorming’, maar verklaart tegenover zo’n twintig journalisten het handelen van VWS. ‘Dit ministerie is hartstikke moe, daar heb ik mij toe te verhouden. We bevinden ons in een uitzonderlijke situatie. Ik heb nog nooit in een context gezeten waar de werkdruk zo hoog is.’ 

Voor die medewerkers heeft ze ook een verantwoordelijkheid, zegt Norville. Ze haalt een anekdote aan: ‘Een collega werd ziek en moest op advies van de bedrijfsarts op 50 procent gaan werken. “Dus dan kan ik nu veertig uur gaan werken,” had hij gezegd. En dat was geen grap.’

Volgens de Wet openbaarheid van bestuur moet de overheid verzoeken individueel afhandelen. Dat gebeurt al sinds maart 2020 niet meer. Bij het uitbreken van de coronacrisis schortte minister De Jonge de Wob drie maanden op: zijn departement had wel andere dingen aan het hoofd dan journalisten van informatie voorzien. ‘Ik ga nu de brandweer niet vragen om achter de computer te kruipen,’ antwoordde hij in april 2020 op Kamervragen hierover. ‘Ik wil dat de brandweer aan het blussen is.’

Ministerie beslist wat en wanneer

Om in De Jonges beeldspraak te blijven: wat gebeurt er als het vuur ‘brand meester’ is en een aanzienlijk deel van de spuitlui weer op de kazerne hangt? Hoe zijn ministerie dat voor zich ziet, licht het op 4 juni 2020 online toe aan het verzamelde journaille. Daar horen journalisten van vrijwel alle grote media voor het eerst over de ‘alternatieve werkwijze’ voor de vele Wob-verzoeken.

VWS heeft tot nu toe amper documenten van ná maart 2020 geopenbaard

Die werkwijze komt op het volgende neer: het ministerie kiest zelf een aantal thema’s, waaruit gefaseerd (maandelijks) stukken worden geopenbaard. Er zijn acht categorieën: ‘overleggen VWS’, ‘overleg overig’, ‘medische hulpmiddelen’, ‘scenario’s en maatregelen’, ‘vaccinaties en medicaties’, ‘digitale middelen’, ‘besmettelijkheid kinderen en testen’, en ‘restcategorie RIVM’.

Wie een wob-verzoek doet over vaccinaties, krijgt dus geen individuele afhandeling meer van zijn verzoek. In plaats daarvan stuurt de minister álle verzoekers die iets willen weten over het thema, eens per maand eenzelfde pakket aan documenten. 

Je kunt de ‘alternatieve werkwijze’ ook als volgt samenvatten: voortaan beslist de minister lekker zelf welke documenten hij wanneer wil openbaren.

En zo slingert het ministerie van VWS sinds de zomer van 2020 per ‘deelbesluit’ informatie de wereld in. Journalisten die een Wob-verzoek hebben gedaan, moeten vervolgens zelf maar uitzoeken of er tussen de stukken iets zit waar ze om gevraagd hebben.

In de praktijk zit die informatie er vrijwel nooit tussen: VWS heeft tot nu toe amper documenten van ná maart 2020 geopenbaard.

Joost Oranje, hoofdredacteur van Nieuwsuur, voelt bij de aankondiging van deze werkwijze meteen argwaan: ‘De facto beperkt de minister hiermee de Wet openbaarheid van bestuur. Als we hieraan beginnen, waar eindigt het dan?’

Bij VWS stapelen de Wob-verzoeken zich op, maar afgehandeld worden ze niet

Zijn journalisten zijn niet aanwezig bij de bijeenkomst, maar schrijven het ministerie een brief, waarin ze duidelijk maken het niet eens te zijn met deze manier van werken. Op 28 en 29 mei 2020 had de redactie drie Wob-verzoeken ingediend, over het OMT, de corona-app en de besmettelijkheid van kinderen. ‘Ik ga ervan uit dat deze Wob-verzoeken binnen de wettelijke termijnen worden behandeld,’ staat in de brief.

Vervolgens: stilte. 

Niemand ontvangt stukken

Ook de Wob-verzoeken van onze collega-onderzoeksjournalist Lucien Hordijk krijgen deze silent treatment. Hordijk werkt freelance voor The Investigative Desk en Follow the Money en schrijft voornamelijk over de farmaceutische industrie. Op 13 augustus 2020 dient hij zijn eerste Wob-verzoek in. Het doel: uitzoeken hoe de ‘Inclusieve Vaccin Alliantie’ tot stand is gekomen.

Via die alliantie wilden Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland er in de eerste maanden van de pandemie ‘alles aan doen’ om voldoende vaccins tegen het coronavirus te bemachtigen, ook al waren die op dat moment nog helemaal niet beschikbaar. VWS nodigde andere landen ook uit om tot het samenwerkingsverband toe te treden. Op precies hetzelfde moment was de Europese Commissie ook een inkoopteam aan het samenstellen, maar dan voor alle Europese lidstaten. 

Opvallend, vond Hordijk. Waarom lopen vier landen de Europese Commissie voor de voeten, terwijl Brussel toch de grootste slagkracht heeft bij het bestellen van de vaccins?

De termijnen op Hordijks initiële Wob-verzoek komen en gaan: het ministerie laat in plichtmatige mailtjes weten dat zijn verzoek onder de ‘aangepaste werkwijze’ valt en later dan gebruikelijk zal worden afgehandeld.

Hordijk accepteert dit niet. ‘Ik wilde graag weten op basis waarvan de minister dit denkt te mogen,’ zegt hij. Maar daar kwam nooit een antwoord op. Na een ingebrekestelling belandt hij in november bij de rechtbank van Amsterdam. Die handelt de zaak zonder zitting af, wat betekent dat beide partijen schriftelijk moeten toelichten waarom er al dan niet zo snel mogelijk documenten moeten worden geopenbaard.

De rechter oordeelt in Hordijks voordeel: binnen twee weken moet VWS met de relevante stukken over de Inclusieve Vaccin Alliantie over de brug komen, op straffe van een dwangsom.

‘De minister nam niet eens de moeite om de rechter om respijt te vragen’

Als de uitspraak bij Hordijk op de deurmat valt, valt hij zowat van zijn stoel: niet alleen heeft VWS de zaak verloren, het ministerie heeft helemaal geen verweerschrift ingediend. Hoogst ongebruikelijk.  ‘Meestal wordt er om maanden uitstel gevraagd, geregeld met succes,’ zegt Hordijk. ‘Dit keer nam de minister niet eens de moeite om de rechter om respijt te vragen.’

Een kwartje viel. ‘Het zal toch niet dat VWS de rechter helemaal niet wilde vertellen waar ze mee bezig zijn?’ Hij zoekt contact met collega’s. Naast Follow the Money blijken onder andere ook NRC en Nieuwsuur met het probleem te kampen: niemand ontvangt stukken. Bij VWS stapelen de Wob-verzoeken zich op, maar afgehandeld worden ze niet.

Rechtbank zegt: nee

In februari 2021 dient Hordijk meer Wob-verzoeken in: over vaccinatiebeleid, testen, en vaccin-inkoop. Dat VWS zich niet aan de uitspraak van een rechter houdt, is geen reden om dan maar te stoppen met wobben, vindt hij. ‘Het deugde toen niet. En nog steeds niet,’ zegt hij. De maanden daarop stapte hij nog vier keer naar de rechter.  

Ook Nieuwsuur tekende beroep aan bij de rechter. ‘Intussen was het een principekwestie,’ legt hoofdredacteur Joost Oranje uit. ‘Dat de minister zelf aan de wet is gaan knutselen, wilde ik door de rechter getoetst hebben.’ Oranje verwachtte dat VWS heel rap een besluit zou nemen om Nieuwsuur in beroep de wind uit de zeilen te nemen. ‘Tot mijn grote verbazing verdedigde VWS deze werkwijze, tot in de Tweede Kamer aan toe.’ Op 28 juni 2021, ruim een jaar na de Wob-verzoeken van Nieuwsuur, buigt de rechtbank Midden-Nederland zich over de hamvraag: mag het ministerie zomaar de wet naar zijn hand zetten?

Nee dus, oordeelt een meervoudige kamer. Weliswaar waren de omstandigheden bijzonder, maar ook weer niet zo speciaal dat het ministerie de wettelijke termijnen van de Wob met een jaar of meer kan overschrijden. Dat het ministerie met de huidige bezetting niet sneller kan beslissen, is geen doorslaggevend argument: dan had VWS maar meer mensen en middelen moeten inzetten. 

Met zijn werkwijze holt de minister de rechtsbescherming van verzoekers uit, zo oordeelt de rechtbank. De verzoeker moet immers elk deelbesluit doorvlooien om te controleren of er iets in staat waar hij om heeft gevraagd. Is de data niet volledig, dan rest slechts één route: bezwaar maken, telkens opnieuw. Nog los van de vraag hoe je vaststelt of een deelbesluit onvolledig is. Dat de rechtsbescherming van verzoekers zo over verschillende procedures uitgesmeerd wordt, vindt de rechtbank ‘onwenselijk’.

‘Als ik hier aan ga voldoen, dan wil iederéén binnen twee maanden stukken krijgen’

Oordeel: binnen twee maanden moet VWS Nieuwsuur de documenten overhandigen waar de redactie ruim een jaar geleden al om gevraagd had.

De reactie van de minister: Gaan we niet doen.

VWS voelt zich een melkkoe

Tijdens het Zoom-videogesprek op 21 juli 2021 geeft het ministerie tekst en uitleg. ‘We gaan niet in beroep om te vertragen,’ bezweert plaatsvervangend secretaris-generaal Abigail Norville, ‘maar omdat we geloven in deze aanpak, al hebben we nog wel punten op i te zetten.’ Een kleine mea culpa volgt: ‘Hoewel ik ook het liefst vrachtwagens vol papier op jullie redacties wil afleveren, hebben we niet de snelheid kunnen maken zoals we die van plan waren.’ 

Het helpt niet als journalisten maar blijven hameren op individuele afhandeling van hun verzoeken, benadrukt Norville. ‘Binnen twee maanden de gevraagde stukken leveren, daartoe zijn we simpelweg niet in staat. Als ik hier aan ga voldoen, dan creëer ik een nieuwe bottleneck, want dan wil iederéén binnen twee maanden stukken krijgen.’

Dat het ministerie deze werkwijze te vuur en te zwaard verdedigt, is ernstig, zegt Oranje: ‘Een tóp-oplossing, vinden ze dit.’ Volgens Oranje zegt het ook iets over de integriteit van de overheid: ‘Iemand binnen VWS heeft dit bedacht. Kennelijk heeft niemand binnen VWS gezegd: ‘Dit moeten we niet willen, want we zijn nu eigenhandig de wet aan het verbouwen’.’

Vooralsnog resteert de redacties slechts één drukmiddel: de dwangsom. Elke dag dat VWS te laat is met stukken aanleveren, moet het departement betalen. Hordijk heeft al 15.000 euro tegoed van het ministerie, en ook Nieuwsuur kreeg een dwangsom toegekend: 250 euro per dag met een maximum van 37.500 euro per ingediend Wob-verzoek.

Ook dat zit Norville niet helemaal lekker, blijkt tijdens de Zoom-meet: ‘Met al die dwangsommen wordt VWS een melkkoe. Als dat is wat jullie willen, ik vind het prima. Maar wat we kunnen doen, houdt een keer op.’

Een idiote redenering, vindt Oranje. ‘Een grote nieuwsorganisatie als de mijne is in staat om hier advocaten op te zetten. Dat is hartstikke duur, en omdat het een bestuursrechtelijke kwestie is, ook noodzakelijk: het is ingewikkelde materie. Maar uiteindelijk zijn we hiertoe genoodzaakt omdat het ministerie zich niet aan de wet houdt. En dan krijgen we voor de voeten geworpen dat we het ministerie als melkkoe gebruiken.’

Bovendien: de begroting van het ministerie van VWS voor 2022 bedraagt ruim 90 miljard euro. Dwangsommen als deze zijn verhoudingsgewijs zo klein, dat ze het departement niet tot een koerswijziging zullen bewegen.

Ministeries worstelen met grote Wob-verzoeken

Het ministerie van VWS is niet het enige departement dat zich buigt over hoe om te gaan met dit soort omvangrijke Wob-verzoeken. In de werkgroep Interdepartementaal Wob-overleg (IWO) komen Wob-functionarissen van verschillende ministeries acht maal per jaar bijeen om actuele Wob-zaken te bespreken, ervaringen uit te wisselen en voorstellen te doen voor nieuwe rijksbrede formats om Wob-verzoeken te behandelen. 

Een van de onderwerpen waar de IWO-leden zich al sinds 2012 mee bezig houden, is hoe om te gaan met ‘omvangrijke Wob-verzoeken’: Wob-verzoeken die meer dan tweeduizend documenten behelzen. Niet alleen Wob-verzoeken in relatie tot covid-19 worden in dit kader besproken, maar bijvoorbeeld ook de Shell Papers. Dit was voor de journalisten van Platform Authentieke Journalistiek aanleiding om een nieuw Wob-verzoek in te dienen naar alle bijlagen die in het kader van de omgang met omvangrijke Wob-verzoeken zijn gedeeld. Deze documenten zijn hier te vinden. 

Op 26 juni 2020 ziet bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de interne notitie Praktische tips afhandeling omvangrijke (gevoelige) Wob-verzoeken het licht: een document vol tips over hoe een ministerie om moet gaan met omvangrijke verzoeken. OCW raadt bijvoorbeeld aan om via een trechtermodel in een vroeg stadium sleutelfiguren te identificeren en keuzes te maken. ‘Durf te selecteren. Begin bijvoorbeeld met de meer formele documenten. [...] Ga vervolgens in gesprek met de journalist om te kijken waar hij nu nog precies e-mails over wenst te ontvangen.’

Het Interdepartementaal Wob-Overleg (IWO) bespreekt deze notitie op 30 juni 2020. VWS laat verstek gaan, maar niet zonder duidelijke instructies achter te laten: ‘Er is een overleg geweest tussen VWS, OCW, EZK/LNV en IenW om praktische ervaringen met ingewikkelde / gevoelige / omvangrijke verzoeken uit te wisselen, zodat VWS nog wat beter structuur kan aanbrengen in het proces. VWS is nu op zoek naar extra mensen met werkervaring met de Wob om hier uitvoering aan te kunnen geven.’

Deze ‘methode-VWS’ zet de verzoeker buitenspel: dat is niet de bedoeling van de Wet openbaarheid van bestuur. Normaliter is de verzoeker, in de meeste gevallen een journalist, betrokken bij de afhandeling van een Wob-verzoek. Zeker als het gaat om omvangrijke of gevoelige Wob-verzoeken – kwalificaties waaraan alle Wob-verzoeken over corona ruimschoots voldoen – is die inbreng noodzakelijk.

Lees verder Inklappen

Robowob

Op 8 september dient het hoger beroep van VWS tegen Nieuwsuur en Hordijk bij de Raad van State. Daar voert de advocaat van VWS dezelfde argumenten aan als tijdens de procedure voor de rechtbank Midden-Nederland. De onderliggende boodschap: u kunt wel allerlei termijnen aan ons opleggen, beste rechters, maar we kunnen er simpelweg niet aan voldoen. Boetes hebben geen zin.

De advocaat van VWS vertelt dat het ministerie werkt aan een inhaalslag. Inmiddels zijn een kleine honderd (!) juristen in dienst van VWS bezig met de corona-Wobs. Deze mensen worden as we speak nog ingewerkt om software te hanteren, die al deze informatie kan ontsluiten. Ook dat is moeilijk-moeilijk, bepleit VWS bij de Raad van State. Want verreweg de meeste informatie bevindt zich in de mailboxen van ambtenaren, die in de eerste maanden van de pandemie nauwelijks toe zijn gekomen aan het schrijven van beleidsnota’s en vanuit hun werkkamers thuis praktisch alles per telefoon of mail afhandelden.

Follow the Money en Platform Authentieke Journalistiek (PAJ) kennen deze software, ZyLAB geheten, goed. In het dossier Shell Papers wist PAJ in samenspraak met de provincie Groningen via ZyLAB de ruim 350.000 documenten in te perken tot een handzamer aantal van 35.000. 

ZyLAB, door GeenStijlRobowob’ genoemd, kan met één druk op de knop documenten anonimiseren. Ook het binnentanken van complete mailboxen om er daarna de relevante documenten uit te filteren, is eenvoudig. Zo ontstaat vrij snel een doorzoekbare database vol e-mails en documenten.  

VWS gebruikt ZyLAB echter als een reservoir voor meer dan 5 miljoen documenten (dixit VWS) zonder de mogelijkheden te benutten die deze software biedt om specifieke verzoeken in te perken. De werklast wordt hierdoor enorm groot. ZyLAB biedt dan wel de mogelijkheid om automatisch persoonsgegevens te lakken, maar om een document te toetsen aan de overige weigergronden van de Wob, zal een ambtenaar toch elk stuk zelf moeten lezen. Niet verwonderlijk dat het departement geen meter opschiet met het afhandelen van de 214 Wob-verzoeken. Op dit moment staat de teller ‘afgehandeld’ op welgeteld negen.

Waar zijn de 5,1 miljard gebleven die het ministerie is ‘kwijt’ geraakt? We weten het niet

Alleen de Raad van State kan hier een einde aan maken. Voor woensdag 13 oktober spreekt deze hoogste bestuursrechter zich uit over ‘de zaak Nieuwsuur/Hordijk versus VWS’. Tot die tijd is het, zoals al achttien maanden lang het geval is, wachten.

Op 22 september 2021, vier jaar na publicatie van zijn boek De Rekening voor Rutte, tweet Nieuwsuur-journalist Bas Haan de conclusie van datzelfde boek: ‘Met het loslaten van de waarheid dreigt niet alleen de dominantie van een schijnwerkelijkheid, tegelijkertijd ontdoet de politiek zichzelf van het enige wapen dat het in handen heeft tegen diegenen die emoties misbruiken om er een nog veel grotere politieke schijnwerkelijkheid mee op te bouwen. Het degraderen van de feiten tot hinderlijke obstakels die je terzijde kunt schuiven in het belang van het eigen gelijk zorgt ervoor, als het maar in genoeg dossiers gebeurt, dat het fundament voor populisme op basis van emoties in plaats van feiten steeds sterker wordt.’ 

Ware woorden, nog altijd, en zeker ook van toepassing op het Wob-gedoe rondom corona. Door te treuzelen met het openbaren van informatie waarop het kabinet beslissingen over corona nam, weten we nog altijd heel veel níet.

Waar zijn de 5,1 miljard gebleven die het ministerie is ‘kwijt’ geraakt? We weten het niet. Wat was er gebeurd als kritische journalisten Testen voor Toegang op de pijnbank hadden kunnen leggen, het gesjoemel met QR-codes en apps, of het gefaalde FieldLabs? We weten het niet. Had Sywert van Lienden 9 miljoen kunnen toucheren als via de Wob al veel eerder kennis was genomen over de onvrede binnen het ministerie van VWS over deze deal?

We weten het niet.

Een ministerie dat zich boven de wet stelt, frustreert het landsbelang, in plaats van het te dienen. 

Beste minister De Jonge, houd u aan de wet. Dan schrijven wij uw boek wel.