Woekerplant

    De financiële sector functioneert als een woekering die voortdurend potentieel nuttig kapitaal, maatschappelijke ambitie en individuele creativiteit aan de niet-financiële economie onttrekt, betoogt columnist Evert Peeters

    Dertig jaar lang hebben liberale democratieën tijd gekocht. En nu die tijd eindelijk is opgeraakt, blijkt de veel geroemde bestuurskracht van Europese elites nauwelijks meer te zijn geweest dan het uitstelgedrag van een stel platbroeken. Dat is wat de Duitse socioloog Wolfgang Streeck betoogt in een ronduit fantastisch boek over het einde van het ‘democratische kapitalisme’.   Streeck laat zien dat lokale elites in heel Europa de financiële sector alleen maar hebben gebruikt om de diepe crisis van het naoorlogse welfare capitalism steeds verder vooruit te schuiven in de tijd, eerst met behulp van galopperende inflatie, vervolgens door oplopende staatschulden en tenslotte met piramides van private schuld. Ze hebben op die manier wél de nationale democratieën uitgehold (door eerst de monetaire en later ook de budgettaire politiek uit te besteden aan een boven-gouvernementele Finanz-Diplomatie). En ze hebben de nationale evenwichten tussen loontrekkenden en kapitaalbezitters fundamenteel gewijzigd (door de eersten te onderwerpen aan een steeds restrictievere arbeidsmarktpolitiek, en voor de laatsten juist een steeds grotere bewegingsvrijheid te organiseren). Maar die elites zijn er niét in geslaagd om de economie opnieuw op een duurzaam groeipad te leiden. Al die tijd zijn Europese economieën niet alleen van buitenaf ‘gedopeerd’ met financiële spitstechnologie - zoals de dominante, slechts half-juiste verklaring van de crisis vandaag luidt - maar ook van binnenuit verstikt. Door een woekerplant van eigen makelij.

    Schadelijke financiële drempelwaarde

    De organische ontwikkeling van die woekerplant wordt inmiddels steeds scherper zichtbaar uit de eindeloze cijferreeksen die instellingen als het IMF, de ECB, de OECD en de verschillende nationale banken elk jaar voor ons produceren. Gelukkig heeft er iemand de bonnetjes bijgehouden van het uit de hand gelopen feest. Maar dan moet er ook nog iemand naar willen kijken! Dat doen bijvoorbeeld de economen Stephen Cechetti en Enisse Kharroubi. In opdracht van de Bank of International Settlements hebben zij afgelopen september een belangwekkende paper gepubliceerd waarin de groei van de financiële sector voor vijftien OECD-landen wordt afgezet tegen de reële productiviteitswinst in de niet-financiële economie
    'Investeringen in risicovolle innovatieve sectoren worden verdrongen door financiële investeringen in de wereld van het gemakkelijke geld'
    En dan blijkt dat er zoiets als een schadelijke financiële drempelwaarde bestaat. Eenmaal boven die drempel levert de groei van de financiële sector geen economische baten meer op, maar begint ze integendeel steeds meer te wegen op de zogenaamde reële economie. En dat gewicht is geen dood gewicht, maar functioneert inderdaad als een woekering die voortdurend potentieel nuttig kapitaal, maatschappelijke ambitie en individuele creativiteit aan de niet-financiële economie onttrekt. Dat probleem speelt volgens Cechetti en Kharroubi juist het sterkst in de kennisintensieve sectoren die voor nieuwe innovatie zouden moeten zorgen. In economen-jargon spelen hier eenvoudige crowding out-effecten. Investeringen in risicovolle innovatieve sectoren worden verdrongen door financiële investeringen in de wereld van het gemakkelijke geld. En zo blijven duurzame transportsystemen, een echte energie-omslag of een inhoudelijke kwaliteitsverbetering van het gemassificeerde onderwijsbestel nog steeds uit, terwijl we ons intussen wel kunnen verheugen in de weelde van leegstaande kantoorpanden, een steeds omvangrijkere consultancy-kermis en een expanderende derivatenmarkt. Daar hadden Richard Florida en de hogepriesters van de creative class duidelijk niet aan gedacht: dat innovatie niet alleen wordt gehinderd door innovatie-aversie, maar ook door misbegrepen, nutteloze innovatie.

    Welke grote veranderingen?

    Edoch. Als tijd kopen in de praktijk gewoon neerkomt op tijd verspillen, waarom hebben we dat dan toch zo enthousiast gedaan? Misschien wordt er wel te weinig onderkend dat de financiële expansie lokale elites ook gewoon heeft toegelaten om verder te gaan met geld verdienen zoals ze dat altijd al deden. In kleine landen als Nederland en België heeft de financialisering zich geënt op zeer oude technieken van ontginning, meerwaardedistributie en sociale pacificatie. En zo konden Nederlanders gewoon doorgaan met teren op de stapelmarkt-functie die het geografische lot ooit aan hun economie had toebedeeld. Alleen kon die stapelmarkt worden verlegd naar de quasi-reële orde van de financiële markten. Om zo eerst een van de grootste Europese vastgoedbellen te blazen en vervolgens ook nog koploper te worden in het internationale schaduwbankieren Alsof er sinds de overslag van slaven, textiel en specerijen in Amsterdam helemaal niets veranderd was. Of kijk naar die handige Belgische burgerij, die de rijkdom van twee eeuwen van industriële expansie in de jaren 1990 eenvoudig in Fortis investeerden. Dat zij vervolgens ernstig omschreef als een belangrijk nieuw ‘industrieel project’. Om vervolgens de ingenieurskunde die zij ooit in het Waalse staal en steenkool en in de Congolese mijnsector had opgebouwd, eenvoudig in te zetten voor de extractie van deposito-rekeningen en de productie van financiële halffabrikaten. Om dat nieuwe gefinancialiseerde verdienmodel vervolgens aan steeds ruimere lagen van de samenleving te verkopen, met behulp van het aloude gepolder van de Nederlandse patriciërs en de vaderlijk verzoenende taal van de Belgische verzuilingspolitiek. Zoals de grote Louis-Ferdinand Céline dat tijdens de vorige grote financiële crisis een keer heeft opgeschreven: ‘Siècle de vitesse! qu'ils disent. Où ça? Grands changements! qu'ils racontent. Comment ça? Rien n'est changé en vérité.’ ('Age of Speed! zeggen ze. Waar? Grote veranderingen! vertellen ze. Hoe dat zo? Niets is echt veranderd.') Met het vernuft van de Nederlanders en de Belgen is voor alle duidelijkheid niets mis. Alleen is het jammer dat het niet al eerder aan het muiten is gegaan. Ook voor individuele burgers raakt de tijd van kopen langzaam op.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Evert Peeters

    Evert Peeters is wetenschapshistoricus. Hij publiceerde eerder over de maatschappelijke inbedding van medische en wetenschapp...

    Volg Evert Peeters
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren