© Roorda Schrijf mee 6

  • Ze is helemaal niet rijker geworden: haar huis is 'geruild' tegen geld
  • Het faciliteren van krediet is een maatschappelijk belang. Daarvoor mag best een incentive zijn, maar die zou in proportie moeten zijn.
  • Of: diegenen die geld lenen zijn zelf degenen die het krediet creëren (op basis van geloofwaardigheid). De banken faciliteren dit vervolgens

Is geld altijd gelijk aan schuld? In deze aflevering van zijn boekproject staat Niko Roorda stil bij de rol van banken in onze economie. Die is immers gigantisch: de overgrote meerderheid van ons geld wordt uit het niets gecreëerd door particuliere bankiers. Hoe zit dat?

‘Eindelijk!’ zullen sommige lezers verzuchten. ‘Eindelijk gaat hij over geld als schuld schrijven.’

Inderdaad, dat ga ik in deze aflevering. Het is me duidelijk geworden dat sommige deelnemers aan het forum de schuld-rol van geld als het allerbelangrijkst beschouwen: er gaan inmiddels, naar ik schat, enkele honderden discussiebijdragen over.

Het is dan ook een uiterst merkwaardig fenomeen: hoe private banken in staat zijn om geld uit te geven dat er eerst nog helemaal niet was. Geld voelt een beetje als ‘stuff’, als een ‘ding’, dat wil zeggen: als een soort materie. Je kunt het omruilen voor stoffelijke dingen, zoals een brood of een auto. Dus natúúrlijk is geld zelf ook een vorm van materie. ‘Dat kan toch niet anders?’, zegt onze intuïtie.

En we verwachten dat er zoiets bestaat als behoud van materie. Niets ontstaat zonder oorzaak. Dus ook geld niet. Toch? Brood maak je van meel. Waar maak je geld van?

Als natuurkundige ben ik gewend aan behoudswetten. De beroemdste is natuurlijk de Wet van Behoud van Energie. Daarnaast zijn er wel meer behoudswetten, zoals het behoud van elektrische lading. Ja, lading kan wegstromen. Maar dat betekent dan dat die lading ergens anders heengaat, en niet in het niets verdwijnt. Om het ingewikkelder te maken: je hebt positieve en negatieve elektrische ladingen, wat zo’n beetje overeenkomt met geldbezit en schuld: wanneer je ze samenvoegt, kunnen ze elkaar opheffen. Maar hoe dan ook: de opgetelde hoeveelheid elektrische lading kan nooit toe- of afnemen. Dat staat de kosmos niet toe.

Hoe kun je dan geld uit het niets maken? Dat voelt als een overtreding van een of andere kosmische wet. Een schending waar je – net als in sommige sprookjes en mythen – ooit een keer voor zult moeten boeten.

Toch is geld geen behouden grootheid. Dat kun je met zeer eenvoudige middelen aantonen. Je doet dat als volgt.

Neem een tientje. Dat kan een briefje van 10 euro zijn. Dollars, ponden, maakt niet uit. 

Neem vervolgens een aansteker (een lucifer is ook goed) en steek het tientje in brand. Pas op dat je je vingers niet brandt, anders blijkt er opeens toch een kosmische wet te zijn die je afstraft voor deze zonde. Leg het brandende briefje tijdig in een asbak of iets dergelijks.

Wacht tot het briefje volledig en onherkenbaar verbrand is.

En kijk: nu is de totale hoeveelheid geld in de wereld onweerlegbaar met tien euro (of dollar of pond) afgenomen. Magisch, niet? Bewijs geleverd: er is geen Wet van Behoud van Geld.

Van de afwezigheid van die wet maken de commerciële banken graag gebruik. Burgers ook trouwens, waaronder ik, je auteur van dit moment, wanneer we behoefte hebben aan een mooie hypotheek om een huis te kopen. Lees in paragraaf 2.5 hoe dat in zijn werk gaat.

Ik heb deze paragraaf, net als de andere, natuurlijk eerst voorgelegd aan een aantal proeflezers. De leken onder hen waren stomverbaasd. Eerst hadden ze moeite om te geloven wat ze lazen. Gaandeweg begrepen ze dat het toch echt waar is.

Omdat het inderdaad om een merkwaardig fenomeen gaat, heb ik het stuk ook voorgelegd aan een paar financiële experts. Zij bevestigden mij dat ik alles correct heb weergegeven. Prettig om te weten. Ik nodig je uit om – als je dit allemaal nog niet wist – verbijsterd te zijn.

5. De wonderbaarlijke vermenigvuldiging van geld

Een van de dingen die de bankiers met ons geld gedaan hebben (en nog steeds doen), is de wonderbaarlijke vermenigvuldiging, die officieel het multipliereffect heet.

Rekenvoorbeeld

Mevrouw Beekman bezit tienduizend dollar in de vorm van goudstukken. Ze begeeft zich naar de Breedbank (de fictieve bank uit een eerder rekenvoorbeeld) en stort het bedrag daar. Zo, lekker veilig. Ze krijgt een ontvangstbewijs mee in de vorm van een tegoedbon: een bankbiljet dus. Dat is het dollarbiljet dat je in figuur 2.8 zag.

De Breedbank houdt dat geld niet allemaal in de kluis. Dat is zonde, zo maak je er geen winst mee! Voor de zekerheid wordt tweeduizend dollar bewaard, 20 procent van de inleg, maar de rest wordt uitgegeven. Aan meneer Hillen, die graag een huis wil kopen. Hij ontvangt achtduizend dollar hypotheek: precies wat hij nog nodig had.

Nu begint mevrouw Beekman haar tienduizend dollar, die ze bezit in de vorm van een bankbiljet, stukje bij beetje uit te geven. Fijn dat er wisselgeld bestaat! Na verloop van tijd is alles in de handen verdwenen van bakkers, slagers, kleer- en schoenmakers, noem maar op. Haar tienduizend dollars vloeien door tal van kassa’s en portemonnees.

Meneer Hillen heeft intussen zijn huis gekocht. Achtduizend dollar is daarvoor uitgegeven. De ontvangers – metselaars, timmerlieden en stukadoors – betalen er de slagers en de bakkers mee.

Maar… wacht even! In totaal gaat er dus nu $10.000 + $8.000 dollar rond. Dat is $18.000; maar het begon met slechts $10.000. Waar komt het meerdere nu vandaan?

Daar blijft het niet bij. Want langzaam maar zeker komen de ontvangers van al die betalingen, de slagers, de bakkers en de kleermakers, naar Breedbank om hun geld veilig te storten. 

(In het land waar dit speelt is maar één bank. Of het zou ook kunnen dat er twee zijn: naast Breedbank ook de Communale. Dan brengen onze slagers en bakkers hun geld misschien niet naar Breedbank maar naar de Communale; maar dan zijn er wel weer anderen, vergelijkbaar met mevrouw Beekman, die hun goudmunten juist stortten bij de Communale, die er een hypotheek mee verstrekte aan de zwager van meneer Hillen, waarna de door Zwager betaalde kruideniers en drogisten hun geld weer bij Breedbank afstorten, enzovoorts. Maakt allemaal niets uit: de banken voeden elkaar over en weer. Dat is zelfs zo wanneer er wel tien of honderd banken zijn. Laten we het dus gemakshalve even bij één bank houden.)

De Breedbank heeft na verloop van tijd weer zo’n achtduizend dollar ontvangen, stukje bij beetje. In ruil daarvoor hebben de slagers en de kruideniers natuurlijk een saldo bij de bank, waarmee ze betalingen kunnen doen. Breedbank verstrekt met behulp van de ontvangen $8000 opnieuw een lening, waarbij de bank voor de veiligheid wederom 20% in kas houdt; de overige $6400 gaat in de nieuwe lening, waarmee een nieuwe klant leuke dingen gaat doen.

Inmiddels is er $10.000 + $8.000 + $6.400 in circulatie. Samen is dat $24.400.

Zo gaat dat spelletje verder, zodat na enkele jaren de geldhoeveelheid die mevrouw Beekman stortte is uitgedijd tot wel $50.000. 

Lees verder Inklappen

Het klinkt misschien wonderlijk, maar het is echt waar: het overgrote deel van het geld dat in omloop is, wordt niet gecreëerd door overheden of door centrale banken, maar door particuliere, commerciële banken . Dat gaat dan niet om gedrukte bankbiljetten of geslagen munten, maar om giraal geld: cijfers op bankrekeningen. Het creëren van chartaal geld is en blijft het voorrecht van overheden of van door overheden gemachtigde centrale banken.

Hoewel al geruime tijd in boeken en vakbladen geschreven werd (bijvoorbeeld al in 1963 door James Tobin) dat private banken het leeuwendeel van het geld scheppen, is dat bij heel weinig mensen bekend, zo constateerde het Sustainable Finance Lab

Op welk moment komt dat nieuwe geld nu precies vanuit het niets in de wereld? Het volgende beeldverhaal laat het zien. Daarin volg je de heer Hillen uit het rekenvoorbeeld, die een huis koopt van mevrouw Smith.

Meneer Hillen is rekeninghouder bij Breedbank, mevrouw Smith bij De Communale. Figuur 2.18 toont je de balansen van de beide banken, die allebei boekhoudkundig keurig in evenwicht zijn, zoals dat hoort: de activa (de bezittingen, dus alles waar de bank recht op heeft) zijn gelijk aan de passiva (de verplichtingen en verantwoordelijkheden).

Aan de passiva-kant:

De deposito’s zijn alle gelden die door of voor de rekeninghouders gestort (‘gedeponeerd’) zijn. De waarden van hun spaar- en betaalrekeningen, dus. De obligaties zijn leningen waarmee de bank zelf geld heeft binnengehaald. Het eigen vermogen van de bank, ooit ingebracht door de oprichters (en dus eigenaren) van de bank en sindsdien verder uitgebreid door de uitgifte van aandelen aan aandeelhouders (die dus nu mede-eigenaren zijn), is per definitie het verschil tussen de activa en de deposito’s & obligaties; vandaar dat de balans vanzelfsprekend in evenwicht is. 

Aan de activa-kant:

De reserves van beide banken zijn (op een kleine kasreserve na) ondergebracht bij de Centrale Bank. In tijden van veel vertrouwen in een gezonde economie zijn de reserves weinig hoger dan het wettelijk verplichte minimum, want die reserves zijn niet of nauwelijks winstgevend. In jaren waarin het vertrouwen laag is houden de banken grotere reserves aan, omdat de risico’s van investeringen dan zwaarder wegen dan de lage opbrengst van reserves bij de Centrale Bank. In de jaren rond 2017 waren die reserves zelfs verliesgevend, althans in de Eurozone, want de banken ontvingen geen rente, maar moesten juist aan de Europese Centrale Bank betalen als ze er hun reserves stalden.

De rest van het vermogen van de bank is uitgegeven in de vorm van leningen, verstrekt aan klanten. Dat zijn onder meer hypotheken, persoonlijke kredieten en leningen ten behoeve van bedrijfsinvesteringen.

Nu vraagt en verkrijgt meneer Hillen een hypotheek bij Breedbank. Zijn bank deponeert het bedrag op Hillens betaalrekening in een nieuw deposito. Dit is het moment waarop nieuw geld gecreëerd wordt, zoals figuur 2.19 laat zien.

De bankbalans blijft netjes in evenwicht, omdat aan de activa-zijde de nieuwe hypotheek wordt bijgeteld.

Meneer Hillen koopt nu het huis van mevrouw Smith. De notaris, daartoe gemachtigd door de heer Hillen, boekt (via haar eigen derdenrekening) geld over van Hillens rekening naar die van Smith. Breedbank, die de betalingsopdracht ontvangt, instrueert de Centrale Bank om het betreffende bedrag over te boeken van de reserves van Breedbank naar die van De Communale. Vanzelfsprekend wordt daarbij geen fysiek geld verplaatst, net zomin als bij de andere stappen in het verhaal: er worden alleen wat getallen in computers aangepast.

Zodra De Communale een bericht daarover ontvangt van de Centrale Bank, schrijft deze bank het bedrag bij op de betaalrekening van mevrouw Smith, die vervolgens een boodschap ontvangt dat ze een leuk bedrag rijker is geworden.

De wettelijk verplichte reserve van Breedbank is nu te laag. Breedbank vult dat aan, bijvoorbeeld door een nieuwe obligatie uit te geven en zo geld vanuit de financiële markt op te halen. 

De Communale verlaagt de onnodig hoge reserve, bijvoorbeeld door een nieuwe lening te verstrekken, zoals in figuur 2.21.

‘Vrijwel al het geld komt tegenwoordig op de wereld door de kredietverlening van private commerciële banken’, aldus Herman Wijffels. Hij voegt daaraan toe: ‘Daarbij optimaliseren de afzonderlijke banken elk hun eigen financiële positie’, hetgeen uiteraard een eufemisme is voor het afdekken van risico’s of het binnenhalen van een prettige winst.

Perversiteit

Geld wordt bijna geheel gecreëerd door commerciële banken. Dus door bedrijven die niet gericht zijn op het maatschappelijk belang maar op het maken van winst in de vorm van zo veel mogelijk geld voor aandeelhouders en bonustrekkers.

Lees verder Inklappen

Als gevolg daarvan is een nieuwe definitie van ‘geld’ nodig.

‘Geld’ is: 

Een onstoffelijke substantie die bankiers naar willekeur uit het niets tevoorschijn kunnen roepen om daarmee anderen in staat te stellen om waardevolle of plezierige goederen of diensten te kopen die ze niet direct kunnen betalen, met als doel dat de bankiers hun financiële positie optimaliseren.

Of, in de woorden van Martijn Jeroen van der Linden :

‘Geld’ is bankschuld

Om te voorkomen dat de banken al te kwetsbaar worden, is er een wettelijke beperking in de mate waarin de banken nieuw geld mogen scheppen. 

In het bovenstaande rekenvoorbeeld bewaarde Breedbank voor de zekerheid 20 procent, een vijfde deel dus, van de inleg van gouden munten door mevrouw Beekman. Die 20 procent is de reserveratio. Haar geld werd uiteindelijk door de banken vervijfvoudigd: deze factor wordt de geldmultiplicator genoemd. Het is geen toeval dat de multiplicator (vijf) het omgekeerde is van de reserveratio (een vijfde). Stel dat de reserve slechts 10 procent is, 1/10 deel dus. In dat geval kan de oorspronkelijke inleg vertienvoudigd worden. Algemeen: bij een wettelijk verplichte reserveratio van 1/n is de geldmultiplicator n, en kan de hoeveelheid geld dus n maal zo groot gemaakt worden. Het multipliereffect is een indrukwekkende hefboom!

Centrale banken bepalen dus niet hoeveel geld er in totaal in omloop is. Ze kunnen het geldvolume wel beïnvloeden, bijvoorbeeld via rentetarieven, maar ze beslissen er niet over. De commerciële banken creëren maar liefst 95 procent van het geld, volgens het Sustainable Finance Lab.

Niet iedereen is daar gelukkig mee. Dat bleek onder meer in 2014, toen een Nederlandse burger de ING Bank voor de rechter daagde op beschuldiging van het uitlenen van geld dat niet bestaat. En nogmaals in 2015, toen het Burgerinitiatief Ons Geld erin slaagde om het principe van de geldschepping op de agenda geplaatst te krijgen van de Tweede Kamer, waarna een ruime Kamermeerderheid stemde voor onderzoek naar de werking van het geldstelsel, uit te voeren door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). 

Tot slot

‘Geld’ is dus bankschuld. Dat was de achtste definitie die ik van geld gaf; eerdere definities stonden in de afleveringen van 16 februari en 2 maart

Het is niet zo dat elke volgende definitie een klein beetje beter is dan de vorige… In tegendeel: elk van de acht definities is een beetje waar. Ik schrijf er op deze manier over, met definitie na definitie, om je te laten zien dat er niet één waarheid is die eens even exact vastlegt wat geld nu eigenlijk is. Geld is een subjectief verschijnsel, ondanks het feit dat je in veel gevallen de omvang van bepaalde geldbedragen nauwkeurig kunt bepalen.

Met de achtste definitie is het verhaal nog lang niet voltooid. In de volgende aflevering, over twee weken, vervolg ik met de wel heel pragmatische definitie die Joseph Stiglitz gaf: Geld is wat geld doet. Ook dat wordt weer een interessante episode, waarbij vanzelfsprekend de vraag centraal staat: En wat doet geld dan wel allemaal?

Dat van dat tientje dat verbrand wordt: het lijkt me prachtig om dat eens in het echt te doen. Niet in mijn eentje in mijn kantoor: daar is niets aan. Maar op het podium van een zaal vol met mensen. Na een passende inleiding, waarin ik zorgvuldig niet aankondig wat ik ga doen. Het schokeffect dat ik daarmee te weeg breng levert het publiek een ervaring op die ze nooit meer zullen vergeten. Geld verbranden? Dat voelt als heiligschennis! Dus als je in staat bent om een zaal met publiek te organiseren, dan kom ik graag op bezoek: laat het me weten. (Het gaat je wel een tientje kosten.)

Afgelopen zondag heb ik een (volgens mij) fraaie presentatie gegeven voor de Denktank van het project waar dit boek deel van uitmaakt: zie de beschrijving van de Beweging. Die presentatie nam dankzij veel boeiende discussies ruim twee uren in beslag, dus als je iets organiseert, ga dan uit van een leuk middag- of avondprogramma. 

Dat brengt me erop dat ik een paar weken geleden een extra tussendoor-aflevering heb geschreven waarin ik de stand van zaken op een rijtje zette. Ik vertelde onder meer over de activiteiten van de Denktank en de steun van een aantal experts. Afgaande op het geringe aantal reacties lijkt het erop dat nogal wat mensen die aflevering niet opgemerkt hebben. Aan het eind daarvan leg ik een aantal vragen aan jullie voor, waarbij ik graag wil weten of je het project wat kunt helpen. Een van de hulpverzoeken gaat over het organiseren van zo’n lezing- en discussiebijeenkomst. Bijvoorbeeld voor een studievereniging of een universitaire opleiding. Of een afdeling van de Rotary of zo.

Er zijn ook andere manieren waarmee je zou kunnen helpen, als je dat wilt. Als je het nog niet gezien hebt, wil je er dan toch eens even naar kijken?

Vanzelfsprekend kun je de literatuur- en internetbronnen die in deze aflevering genoemd worden weer terugvinden in de groeiende literatuurlijst, die je net als de inhoudsopgave kunt downloaden via de website van het project. En op mijn Linkedin-pagina staat ook een bericht over het project. Als je wilt, stuur me een linkvoorstel.

Tot over twee weken.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Niko Roorda

Gevolgd door 399 leden

Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Niko Roorda
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Een duurzame economie

Gevolgd door 615 leden

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

Lees meer

Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

Volg dossier