‘Ze kunnen me elke dag ontslaan’

    Niet alle topmannen zijn graaiers met bonusregelingen. Ben Verwaayen, CEO van Alcatel en VVD-prominent werkt zonder contract en stoort zich aan de hebzucht van zijn generatie. ‘Ik maak me zorgen om onze kleinkinderen.’

    Ontroerende symboliek! De dame bij de entree van het Parijse hoofdkantoor van Alcatel Lucent weet even niet wie de baas is. ‘Ver-wa-ion?’ Ze kijkt in haar computer en beslist: ‘Non.’

    Schitterend, Ben Verwaayen, de Nederlandse baas van de Frans-Amerikaanse telecomgigant Alcatel-Lucent, is met 77.000 collega’s opgenomen in het werknemersregister, maar onvindbaar voor het personeel achter de balie in de chique ontvangsthal aan de Rue La Boétie.

    Even later, in zijn werkkamer, verklaart hij zijn positie, met de hem zo kenmerkende zelfrelativering: ‘Het draait niet om mij. Dat mag je nooit vergeten. Ik kan alleen niet zoveel doen. Als CEO moet je drie zaken goed regelen. Een verhaal op de horizon bieden, de juiste mensen aantrekken en de tone of voice van het bedrijf bewaken. Dat is al moeilijk genoeg. Ik ben geen rockstar. In dit bedrijf hoed ik voor egotripperij. Het is teamsport’, zegt hij.

     

    Dan socratisch: ‘Zeker te weten dat je het niet alleen weet.’ Dan nog nederiger: ‘Ze kunnen me hier elke dag ontslaan. In een nano-seconde. De board heeft een resolutie aangenomen waarbij ik onder voorwaarden ben aangesteld.   Ik heb nooit een contract getekend’, glimlacht hij. ‘Ik krijg salaris and that’s it. Meer is er niet. Geen gouden parachute of afkoop. Niets! Een wilsovereenkomst. Als het de raad van commissarissen behaagt om een bonus uit te keren, dan kan dat, maar ík ga er niet over.’

    Het is the day after night before. Alcatel heeft over 2009 een omzetval van 20 % laten zien en de Nederlandse bestuursvoorzitter kauwt op vrijdagmiddag in zijn kamer op sommige bittere reacties uit de financiële pers die teleurgesteld zijn over achterblijvende winst. ‘Tuurlijk is dat naar, maar het komt goed. Dat heb ik gezegd. Ik weet wat hier moet gebeuren. Drie jaar heb je nodig, je moet je niet wakker liggen van de dagkoersen.’

     

    De bonussen heeft hij op nul laten zetten voor het personeel, inclusief die van le patron zelf natuurlijk. Zo werkt hij, iedereen gelijk, al jaren. Bij British Telecom, waar hij van 2002 tot 2008 de baas was, elimineerde hij een exclusieve lift voor de bestuursvoorzitter om meer contact te krijgen met zijn werknemers. ‘Dat is nuttiger dan het inhuren van een consultant’, spotte hij al eens tegen Business Week.

    Bij Alcatel houdt hij drie corporate jets aan de grond en laat hij het personeel economy class vliegen. ‘Je wint samen, je verliest samen. Dat de bonus voor iedereen nu op nul staat is voor sommige toppers, die wel goed gepresteerd hebben, vervelend, maar ik kan het uitleggen. Ik heb 124 mailtjes gekregen met vragen van medewerkers en die ga ik allemaal beantwoorden.’

    Verwaayen is nog altijd de meest benaderbare topman ter wereld. Stuur hem een digitaal briefje en hij reageert binnen een paar uur. Bij hem geen voorlichters, pr-spindocters of strategieraspoetins . E- mail hem en een paar weken later kun je aanschuiven in zijn sober ingerichte kamer, met een Delfts Blauw plakkaatje, lachende familiekiekjes en de laatste managementliteratuur.  Opvallend: nergens flikkert een flatscreen-tv met soundbyte-informatie. Nergens is er afleiding van de opdringerige buitenwereld.

     

    Premier

     

    Op zijn 57-ste heeft hij de soevereine status van een financieel én geestelijk onafhankelijk mens bereikt. Hij zou een prima premier kunnen zijn. De noodzakelijke dwarsdenker tussen de middelmatige politici waar het volk van walgt.  ‘Hou op’, wuift hij weg.

     

    Verwaayen is een (internationaal) gelauwerde topman en superadviseur van de VVD. Hij schreef mee aan het verkiezingprogramma van 2006. Daarvoor werkte hij in directiefuncties van de PTT, Lucent en British Telecom. Ondanks zijn buitenlandse beslommeringen bemoeit hij zich nog altijd graag met de polderpolitiek. Nu weer vanuit de Lichtstad.

     

    Vraagje! Wanneer stelt de partijfluisteraar van de VVD zich zelf eens kandidaat voor het premierschap nu de PVDA staatsman Cohen naar voren schuift?  ‘Niet’, zegt hij resoluut. Jawel, attaqueren wij. ‘Je kunt zo weinig doen als premier.’ Dan even stil: ‘Je hebt gelijk als je me verwijt dat ik wel aan de zijlijn sta, maar niet meedoe. Ik wil nu vooral draagvlak creëren. ’ Dus, wat gaan we doen monsieur Ver-wa-oin ? ‘Nee, ik heb hier een klus te klaren.’

    Pardon? Een klus te klaren! Verwaayen, die onlangs in Het Financieele Dagblad aangaf niet voor geld of seks, maar nog slechts voor de bevrediging van zijn innerlijke ziel te werken, begint zich te gedragen als een laconieke huurling. ‘Nee, dat is het niet’, verdedigt hij zich. ‘Ik kijk anders tegen zaken aan. Mijn generatie van babyboomers heeft alles verworven. Ik maak me zorgen om mijn kleinkinderen. We hebben zoveel geleend en boven onze stand geleefd. Dat kun je niet straffeloos doen. Ik vrees dat onze kleinkinderen niet genoeg kunnen investeren om het huidige welvaartsniveau te evenaren. Ga er vanuit dat ons nageslacht het minder heeft dan wij. De strijd tussen have en have nots is straks een gevecht tussen generaties. Dat betekent pijn nu.’

    Hij stoort zich aan, zoals hij het noemt ‘de nostalgie van de besluitvorming.’ ‘De gestolde macht van het middenveld dwarsboomt radicale besluiten.’ Hij noemt geen namen, maar je voelt dat hij doelt op de generatie politici die eerst aan hun positie en hun risicomijdende achterban denken en pas dan aan het landsbelang. ‘Het is pleisters plakken. Dat kan ik erg boos over worden. We moeten minder consumeren en meer investeren. In onderwijs en in onderwijs en in onderwijs. We moeten een generatie opbouwen die de schulden kan afbetalen. Nederland moet een kenniscentrum van innovatie en creativiteit worden. Dat is belangrijker dan het beschermen van het hebben van een huis.’

     

    VVD

     

    Oei, zegt deze VVD-prominent nu dat de hypotheekaftrek, ook zo’n heilige koe, eindelijk eens moet worden geofferd voor op het altaar van de vooruitgang? Is dat geen politieke suïcide? ‘We moeten onorthodoxe keuzes durven maken.’ Maar zoiets durft niet één Hollandse politicus hardop uit te spreken? ‘Toch zou het moeten. Veel mensen zeggen: ik begrijp het probleem, maar ik wil het niet veranderen.’ Hij hapert even, bijna geschrokken van zichzelf. ‘Mijn goede vriend Henk Kamp (oud VVD-minister Defensie) wijst me altijd op de groep bange kruideniers die ook een onderdeel vormen van het electoraat. Daar moeten we mee dealen.’

     

    De korte termijn instincten van politici en topmannen, die luisteren naar het volkse geweeklaag, zijn de ziekte van het huidige tijdgewricht, constateert hij. ‘Een politicus is hetzelfde als een kapitalist: nu, nu, nu! Als je niet meteen scoort of levert, word je met bossen brandnetels het bos ingestuurd. Wilders speelt daar op in, maar zijn politiek is defensief. Deur op slot. Gordijnen dicht. Het werkt uiteindelijk contraproductief. Politiek is  geen werk in uitvoering van de volkswil. Democratie is gedelegeerd vertrouwen. We leven niet in Athene waar we het brood en spelen opvoeren om iedereen tevreden te stellen.’

     

    Hij begint zich nu op te winden. ‘Nostalgie is een grote drijfveer. Toen Maxima zei dat er geen Nederlandse identiteit bestond, reageerde voorzitter M. Sonneville van de Oranje-vereniging in De Telegraaf dat ze ‘teveel een wereldburger’ was. Mijn verstand stond even stil. Hoe kun je nu ‘teveel’ een wereldburger zijn…’

     

    Hij snapt het electorale ongenoegen, maar politici moeten het collectieve onvrede durven weerstaan met tegenargumenten.  ‘Voor veel mensen zijn de problemen te groot. De globalisten zijn natuurlijk arrogant, met hun abstracties over de vrije markt. Die kijken alleen naar de winnaars en hebben te weinig oog voor de verliezers. We moeten ons inleven en duurzame alternatieven bieden.’

     

    Begrijp hem goed. De vrije markt heeft veel voorspoed gebracht (‘het kapitalisme heeft honderden miljoenen mensen uit armoede bevrijd’), maar is nu even op acht tellen geslagen. Hij wil de destructieve cirkel van meer, meer, meer doorbreken.  ‘De vraag die we moeten beantwoorden is: hoe herdefiniëren we succes? In januari was hij in het Zwitserse Davos aanwezig bij de jaarlijkse bijeenkomst van de internationale financiële wereldtop, en daar hield hij pleidooi voor ‘cohesive capitalism’.

     

    Verwaayen gelooft niet in het Amerikaanse winner takes all principe en terreur van de winst per aandeel. Hij propageert het ‘multi-stake’ ondernemerschap, een manier van geld verdienen waarbij ook wordt gelet op maatschappelijke gevolgen. ‘Je hebt niet alleen de aandeelhouders die je dient. Ze zijn belangrijk, maar een onderneming opereert ook in een maatschappij. Natuurlijk moet er winst worden gemaakt. Het resultaat móet uitgangspunt zijn, daar mag je me op afrekenen, maar dat is niet langer genoeg. We moeten een stapje meer durven doen’, zegt hij. De liberaal zoekt naar duurzaamheid en groene oplossingen. ‘En dat levert ook nog geld op als je het goed doet’, zegt hij. ‘Geld verdienen en maatschappelijk bewust zijn hoeft geen tegenstelling te zijn.’

     

    Is Verwaayen een aanhanger van groen-rechts, de stroming waar de Britse conservatieven onder leiding van David Cameron nu mee scoren? Hij kijkt nu heel vies. ‘Bah, dat is een term waar ik van gruwel. Groen is wat we met zijn allen moeten doen. Dat is niet politiek. Dat is een collectieve verzekeringspremie voor de toekomst’, zegt hij. ‘Als je een dakterras bouwt, laat je toch ook een hekje plaatsen, omdat je anders bang bent dat de kinderen naar beneden vallen?’

    De Verwaayen-these begint langzaam door te dringen. The Wall Street Journal besteedde al een groot artikel aan zijn samenhangende kapitalisme. Dan met een bekentenis: ‘Ik blijkt het onbewust gejat te hebben van een Koreaanse hoogleraar die het in 1983 al had beschreven. Ik hoorde het toen ik in het in Davos nog eens uitlegde en iemand mij wees op eerdere artikelen.’

     

    Kijk, dat vindt hij nou amusant. Jezelf even kleiner maken. Hij gniffelt: ‘Op een gegeven moment kwam Bill Clinton ook binnen in Davos. Informele setting. Iedereen was aan het praten, maar hij stond daar ineens in de deur opening, wachtend op de entourage.’ Dan met bewondering: ‘Even later geeft hij wel weer een speech over Haïti die helemaal klopt.’

     

    De secretaresse meldt dat hij naar een conference-call moet. Hij staat op, immer vrolijk voorwaarts: ‘Dat was weer leuk. Aan de slag.’ 

     

    Het verhaal staat deze week in weekblad Nieuwe Revu.

     

     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Redactie

    Gevolgd door 271 leden

    Volg Redactie
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren