© Ministerie van Defensie

Zelfbenoemde ‘werkgroep’ binnen de strijdkrachten regelt illegale inbeslagnames

    Gekleed als The Expendables nemen medewerkers van de marechaussee, de politie Haaglanden en de douane op eigen houtje en met veel bombarie militair materieel in beslag. Deze ‘werkgroep’ stuurt nepbrieven van Defensie, geeft zichzelf valselijk uit als opsporingsambtenaar en legt aantoonbaar onjuiste verklaringen af. Ze kunnen jarenlang ongestoord hun gang gaan, ook al krijgen ze veel klachten aan hun broek.

    Iedereen verheugde zich in 2014 op de 70-jarige herdenking van Operation Market Garden: de grootste operatie van de geallieerden op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Om de activiteiten in Gelderland en Brabant in goede banen te leiden, waren er van 14 tot 21 september honderden vrijwilligers in touw. Tienduizenden bezoekers zouden worden getrakteerd op onder meer een colonne van ruim 350 legervoertuigen uit WOII, een landing van Amerikaanse parachutisten in Groesbeek, en een in scène gezette Waaloversteek bij Nijmegen.

    De colonne met legervoertuigen is dagen onderweg. De route loopt vanuit het Limburgse Weert, via het Belgische Lommel en het Brabantse Valkenswaard naar eindpunt Arnhem. Er zijn op uitnodiging van Nederland naast Britse soldaten ook vrijwilligers van de artillerievereniging ‘The Garrison’ aanwezig. Die hebben voor de gelegenheid onder meer een gerestaureerd geschut meegenomen.

    In de Hornekazerne in Weert wordt de avond voor vertrek een huishoudelijke briefing in de filmzaal gegeven. Tijdens de briefing blijkt het zwartkruit van de Britten – nodig om de losse schoten af te vuren, als onderdeel van de activiteiten langs de route – in beslag te zijn genomen door enkele marechaussees die voertuigen hebben doorzocht.

    Omdat de schoten pas de volgende dag in het Belgische Lommel zullen worden gelost, is er nog tijd om ter plekke iets via bevriende Belgen te regelen. Uiteindelijk horen de bezoekers alsnog de schoten zoals die zeventig jaar geleden klonken, toen de eerste Britse tanks over Joe’s bridge naar de Nederlandse grens reden. De Britten zijn desondanks not amused – zoals ook blijkt uit onderstaand filmpje.

    Ooggetuigen beschrijven hoe de colonne wordt gevolgd door een blauwe Audi. Op verschillende momenten tijdens de optocht stapt een ploeg uit de auto en voert controles uit. Daarbij nemen ze ook spullen in beslag, waaronder een half-track. Hoewel de benodigde papieren voor de half-track tijdens de route meermalen aan de stuurse marechaussee worden overlegd, vinden ze alsnog een aanleiding om hem in beslag te nemen.

    De half-track wordt bestuurlijk in beslag genomen

    Volgens militaire regels moet het afweergeschut op een half-track onder constant toezicht staan van een echte militair, zelfs als het duurzaam onbruikbaar (‘onklaar’) is gemaakt. Hoewel de chauffeur van de half-track bevoegd was – en de extra toezichthouder even zijn tanden stond te poetsen in het voertuig ernaast – is men volgens de controleurs in overtreding. De half-track wordt bestuurlijk in beslag genomen en via een dieplader afgevoerd naar de kazerne in Nieuw Milligen. Daar stond hij een nacht lang onbewaakt, terwijl het motief voor inbeslagname juist was dat toezicht ontbrak. De volgende dag werden de wapens gedemonteerd en is het voertuig teruggebracht.

    Verstoring herdenkingsoptocht

    Het optreden van de marechaussee leidde tot een reeks klachten van de deelnemers. De Britten stuurden zelfs een boze brief aan het Kabinet van de Koning (in het bezit van FTM) waarin ze hun onvrede uitten over het optreden. Tevens verzochten ze compensatie voor de geleden schade, onder meer aan een truck, door roekeloze omgang tijdens de inbeslagname.

    De terugkerende klacht: vrijwilligers aan de herdenkingstocht werden hinderlijk lastig gevallen. Het ging steeds om dezelfde personen: een reservist van de marechaussee (Xander L.), bijgestaan door een medewerker van de douane (Rob van L.) en een inspecteur van de politie Haaglanden (Ed B.), vanaf de zijlijn toegejuicht door een marechausseemedewerker (Claude M.). Ze twijfelden aan de papieren betreffende het materieel. Die waren in orde, maar de overijverige marechaussee-reservist Xander L. en douanier Rob van L. dachten daar anders over.

    Niet bevoegd

    Maar waren hun eigen papieren in orde? Op foto’s in bezit van FTM is te zien hoe Xander L. samen met Rob van L. formulieren voor inbeslagname invult op de half-track. Door hun vreemde manier van handelen vroegen omstanders, deels zelf expert op dit vlak, zich af of zij eigenlijk wel bevoegd waren.

    Met machtsvertoon werd beslag gelegd op antieke wapens

    Dat is inderdaad de vraag. FTM is in het bezit van foto’s waarop Xander L., tijdens een historische optocht in Leiden, enkele maanden later, zich uitgeeft als opsporingsambtenaar, terwijl hij dat destijds niet was. Ook hier is hij in het gezelschap van inspecteur van de politie Haaglanden, Ed B., en een collega van de marechaussee, Roland den A.. En ook hier werden met veel machtsvertoon onklaar gemaakte, antieke wapens in beslag genomen tijdens een herdenkingstocht, terwijl alle benodigde papieren in orde waren.

    Xander L. blijkt zich voor wel meer uit te geven. Hoewel hij zich jarenlang presenteerde als reservist van de Koninklijke Marechaussee, was dat mogelijk ten onrechte. Diverse bronnen verklaren onafhankelijk van elkaar dat hij in 2015 niet als zodanig in het systeem stond geregistreerd . Desondanks presenteerde hij zich tijdens open dagen van Defensie afwisselend als cavalerieverkenner, rode baret van de Luchtmobiele Brigade, en eerste luitenant van de luchtmacht met een embleem van Defensie Materieel Organisatie (DMO) op de schouder.

    Ook stuurt hij, ogenschijnlijk op briefpapier van Defensie, in 2009 een uitnodiging aan zijn vriend bij de douane, Rob van L., voor een bijeenkomst. De opmaak van de brief roept vragen op. Zo bestaat de ‘Groep Studie, Evenementen en krijgsmacht ondersteuning’ (sic) helemaal niet en komt de huisstijl van de brief niet overeen met die van Defensie in die periode. Diverse militairen bevestigen desgevraagd dat de brief niet authentiek is.

    De status van douanemedewerker Rob van L. tijdens Market Garden 70 is eveneens onduidelijk. Zijn leidinggevende schrijft in antwoord op vragen van een deelnemer aan de herdenking dat ‘een inhoudelijke afweging en controle van de half track niet toekwam aan’ de betreffende douanemedewerker. Toch staat hij, vergezeld van Xander L., bovenop de half-track formulieren voor inbeslagname in te vullen.

    De heren complimenteren elkaar uitgebreid in mailverkeer

     Ook zegt de douane dat er ‘geen enkele aanwijzing was dat hij in hoedanigheid van douaneambtenaar zijn bevoegdheid heeft toegepast’. Maar deze verklaring staat haaks op foto’s van het evenement, waarop Rob van L., getooid in douane-outfit met douane-embleem om de nek, overleg pleegt met inspecteur van politie Haaglanden Ed B. en reservist Xander L. Als hij daar niet was in zijn ‘bevoegdheid van douaneambtenaar’, wat doet hij daar dan in uniform en waarom mailt compaan op de achtergrond Claude M., pal na Market Garden 70 een bedankje aan de ‘ketenpartners van de politie en douane’?

    Want volgens Claude M. was het optreden van Xander L, Rob van L. en Ed B. een groot succes. De heren complimenteren elkaar uitgebreid in mailverkeer (met elkaars leidinggevenden in cc) en sommen alle in beslag genomen spullen op. Op deze lijst staat ook het zwartkruit van de Britten. En verheugd melden ze het ‘ter nachtelijke uren besturen van een half-track’ niet tot ‘hun dagelijkse werkzaamheden’ behoort. Dat kan goed kloppen: daartoe waren ze niet bekwaam en niet bevoegd.

    Lijst in beslag genomen materieel tijdens Market Garden 70
    • 41 stuks scherp munitie van diverse kalibers
    • 400 gram zwartkruit
    • 1 artilleriegranaat, 5.5 inch
    • 174x No: 91/2 Large Rifle Primers
    • 70x 1,25 Long Pirodex Primers
    • 200x CHEDDITE Shotshell Primers type 209
    • 100x Federal Shotshell Primers
    • 25x 303 LR scherpe munitie

    Het incident met de half-track staat in de eindrapportage omschreven als een ‘overtreding RWMK/OW mbt een militair voertuig, waarop 4x .50 wapens waren aangebracht, en waarbij geen militair of defensiemedewerker met een vergunning aanwezig was’.

    Daarnaast wordt er gesproken over meerdere overtredingen aangezien re-enacters ‘diverse hoeveelheden blanks’, oftewel losse flodders, bij zich droegen.

    Lees verder Inklappen

    Eigen biotoop

    Uit ruim negentig documenten plus gesprekken met ooggetuigen en betrokkenen, blijkt dat het optreden van deze groep minder succesvol was dan zij hun leidinggevenden voorspiegelden. Vuurwapenteams zijn in het leven geroepen om te handhaven op illegaal wapenbezit en illegale wapens. Maar deze ploeg ambtenaren houdt zich helemaal niet bezig met omgebouwde wapens uit Slowakije of Brabantse kelderboxen vol AK’s. Hun controles en inbeslagnames richten zich hoofdzakelijk op onklaar gemaakte, antieke wapens van vrijwilligers tijdens herdenkingsoptochten en op wapens die militairen met toestemming van hun commandant thuis bewaren. Oftewel: zij richten zich met veel machtsvertoon op wapenhouders in de allerlaagste risicocategorie, en slaan hierbij geregeld – en mogelijk moedwillig – de plank mis.

    Ze claimen een ‘netwerk’ van militaire wapenbezitters aan te pakken

    Terwijl de wet duidelijk is over de positie van gewapende militairen, spreken deze ambtenaren van een ‘grijs gebied’. Uit documenten blijkt dat zij een eigen biotoop hebben gecreëerd. Zo verklaren zij tegenover interne onderzoekers van de marechaussee ‘een slapende werkgroep’ te zijn, een ‘steeds verder uitdunnende projectgroep’ die strijdt tegen thuisopslag van wapens door militairen. ‘Wij hebben met ons bureau dingen bloot gelegd’, zo beweert een van hen in een ondertekende verklaring. Welke ‘dingen’ dat precies zijn, wordt niet duidelijk.

    Ook claimen ze een ‘fictief netwerk’ van militaire wapenbezitters aan te pakken die de wet zou misbruiken om ‘ongestoord de hobby te kunnen bedrijven’. De diverse klachtenprocedures die tegen hen lopen, beschouwen ze als bewijs van hun gelijk: ‘Ze willen ons bureau vleugellam maken door mogelijke valse aangiftes te doen.’ Met ‘ze’ doelt de zelfbenoemde ‘werkgroep’ op de wapenhoudende militairen waartegen ze hebben opgetreden.

    Het probleem is: hun optreden blijkt meermaals onterecht. Net als de deelnemers aan Market Garden 70 en aan Military History Day in Leiden, hadden ook de wapenhoudende militairen die het mikpunt van de ‘werkgroep’ werden, hun papieren keurig op orde. Maar steeds wist de groep een aanleiding te vinden om op te treden.

    Persoonlijke fittie

    Ook een schietinstructeur van de landmacht beschuldigen ze in de herfst van 2014 van het illegaal vervoeren van wapens. Op instigatie van de ‘werkgroepleden’ wordt een onderzoek naar hem ingesteld. Dit brengt de instructeur in problemen: zijn wapenverlof loopt bijna af, en zonder verlenging daarvan zijn alle wapens in zijn bezit plotsklaps illegaal. De politie verzekert de instructeur dat het onderzoek in het ‘eindstadium’ zit, en dat ze ‘heus niet een dag na verloop van het wapenverlof een inval doen’.

    De schietinstructeur vertrouwt het niet, en neemt het zekere voor het onzekere. Hij brengt het weekend voordat het verlof afloopt, zijn wapens onder bij een erkende handelaar in Amersfoort.

    Terecht, zo blijkt.

    Achtergrond bij de beschuldiging 'illegaal vervoeren wapens'

    De schietinstructeur wordt op persoonlijke titel door Inlichtingendienst Douane om mee te helpen bij een zogeheten ‘112-dag’ op het politiebureau Pijnacker. Op 24 september 2014 zullen diverse hulpdiensten daar hun voertuigen demonstreren en bezoekers voorlichten over hun werkzaamheden. Het leek de douane interessant om bezoekers de gelijkenissen tussen airsoft wapens en echte wapens te laten zien. Airsoft wapens worden gebruikt in de schietsport (zoals kaartschieten en parcoursschieten) en zijn legaal, maar ook voor agenten is het verschil met echte wapens niet te zien.

    Enkele agenten zijn er niet mee eens dat er wapens worden getoond in het bijzijn van kinderen. Dat zorgt op de dag zelf voor onenigheid tussen de aanwezige agenten van verschillende korpsen, de marechaussee en de douane. De stand wordt afgezet, en de marechausseemedewerker Claude M.geeft via Ed B. van de politie Haaglanden de opdracht een ‘einde aan de situatie’ te maken. Hoewel de instructeur ter plekke zijn uitnodiging en zijn wapenverlof aan de mannen toont, valt er drie weken later een brief op zijn mat.

    Ook al was de instructeur op uitnodiging aanwezig en is hij, mét zijn wapens, die dag thuis opgehaald door de douane, zou hij volgens de brief zijn wapens illegaal naar het politiebureau hebben vervoerd. Zo wordt de instructeur onderwerp van strafrechtelijk onderzoek.

    Lees verder Inklappen

    De maandag nadat hij zijn wapens bij een erkende handelaar heeft ondergebracht, wordt de instructeur gebeld. Hij moet zich melden bij de Koninklijke Marechaussee in Stroe. Daar krijgt hij te horen dat ze een huiszoeking bij hem zullen doen, alles in beslag willen nemen en hij daarna gehoord zal worden als verdachte wegens het houden van illegale wapens.

    Het onderbuikgevoel van de collega’s blijkt terecht

     Uit de ondertekende verklaringen van de aanwezigen blijkt dat er ter plekke twijfel ontstaat over de rechtmatigheid van die beschuldiging. Een marechaussee verklaart later: ‘Vanaf het begin vond ik het een vreemde zaak. De militair was geen verdachte maar we zouden wel huiszoeking gaan doen terwijl er geen last was om een huiszoeking te gaan doen. Er was helemaal niets (…) Ik kreeg het idee dat het een persoonlijke “fittie” betrof.’ Ook de Hulpofficier van Justitie verklaart achteraf ‘direct het gevoel te hebben dat we voor een karretje werden gespannen (…) we hadden het gevoel dat we op glad ijs werden gezet (…) Het voelde niet goed. We hadden het gevoel dat we met een hoop rotzooi te maken konden krijgen als we niet oppasten.’ Tevens geven deze getuigen aan het vreemd te vinden dat Claude M. hun instructies geeft, maar zelf vertrekt voordat de schietinstructeur arriveert.

    Het onderbuikgevoel van de opgetrommelde collega’s blijkt achteraf terecht. Een half jaar later wordt de schietinstructeur door Dienst Justitie en toenmalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Klaas Dijkhoff, in het gelijk gesteld.

    Een ‘lone wolf’ in een ‘fictief netwerk’

    Om hun handelen te rechtvaardigen, claimen de leden van ‘de werkgroep’ later dat zij bij de schietinstructeur uitgingen van een ‘lone wolf’ scenario. Om ‘de ernst van de situatie duidelijk te maken’ refereren ze ten overstaan van leidinggevenden en handhavers veelvuldig aan Tristan van der Vlis, de man die een bloedbad in Alphen aan de Rijn aanrichtte, zo blijkt uit ondertekende verklaringen van betrokkenen.

    Zo verklaart Claude M. aan interne onderzoekers van de marechaussee door de lokale politie getipt te zijn over de schietinstructeur: ‘Ik weet vanuit de politie dat hij aan het vereenzamen was en dat hij mogelijk een gevaar ging vormen van voor de maatschappij.’ De politie zou op haar beurt geattendeerd zijn door de wijkagent. Hoewel de instructeur de desbetreffende wijkagent ook zelf aandraagt als getuige – maar dan om het tegendeel te verklaren – is zij nooit gehoord door de Sectie Interne Onderzoeken van de marechaussee. Oftewel: relevante aanvullende informatie voor het onderzoek wordt genegeerd.

    Door niet door te vragen en aanvullende informatie te negeren, ontkomt de Koninklijke Marechaussee er niet aan zichzelf tegen te spreken. Zo stelt de marechaussee geen rol te hebben gehad bij de huiszoekingen, maar kan zij niet uitsluiten dat de medewerkers ‘mogelijk dit als privépersoon [doen] en niet in uitoefening van functie’. Dit staat haaks op de verklaringen gedaan (nota bene aan de marechaussee zelf) door de leden van ‘de werkgroep’. Zo verklaart Claude M. ‘de Politie en Marechaussee op operationeel gebied aan elkaar geknoopt’ te hebben, en ook de politie te ‘hebben geadviseerd om een goed proces verbaal van bevindingen te maken’.

    Kortom: meerdere militairen, van zowel de landmacht als de marechaussee, hebben aan de interne onderzoekers van de marechaussee verklaard dat persoonlijke meningen bij de ‘werkgroep’ de boventoon voerden. Een integriteitskwestie dus. Zo mag iedere burger en militair ervan uitgaan dat, wanneer zij onderwerp worden van onderzoek, dat gebaseerd is op een redelijke verdenking, en er gehandeld wordt vanuit een helder mandaat en conform de regels. Dit wordt lastig zodra persoonlijke motieven en inschattingen de boventoon voeren bij handhavers.

    Gelijkenissen met andere zaken binnen Defensie

    Het geval van de schietinstructeur staat niet op zichzelf: in minstens twee andere gevallen greep ‘de werkgroep’ op eigen initiatief in bij collega-militairen. Ook in die twee gevallen was dit onterecht.

    Follow the Money heeft inzage gekregen in het volledige dossier van een tweede gedupeerde, een bewapeningstechnicus. De verklaringen aan de klachtencommissie van de marechaussee vertonen grote gelijkenis met de casus van de schietinstructeur.

    (1) Persoonlijke opvatting over wapenbezit aanleiding

    De bewapeningstechnicus trad namens Defensie geregeld op als getuige-deskundige in rechtszaken, iets waar Roland den A. ‘zijn bedenkingen’ bij had. Roland den A. verklaart tevens bedenkingen te hebben over de wapencollectie die de bewapeningstechnicus thuis hield.

    Drie maanden voordat de technicus in 2013 met functioneel leeftijdsontslag (FLO) zou gaan, vindt een huiszoeking bij hem plaats en worden al zijn wapens in beslag genomen. Hij zou ze illegaal in bezit hebben en zal strafrechtelijk worden vervolgd.

    (2) Optreden blijkt onterecht: rechter stelt technicus in het gelijk

    De militaire rechtbank Gelderland stelt de technicus in 2015 in het gelijk: hij had tenslotte toestemming van zijn commandant om wapens thuis te houden. Dit werpt vragen op over in hoeverre de ‘werkgroep’ zelf op de hoogte is van de wapenwet. Ook liet de commandant van de technicus zijn ontlastende verklaring nota bene per koerier tijdens de huiszoeking bezorgen, maar werd de man alsnog beschuldigd van het ontvreemden van rijkseigendom.

    (3) De verhoudingen tussen de politie en marechaussee zijn niet duidelijk: assisteert de marechaussee de politie, of handelde de politie op aanwijzing van de marechaussee?

    Roland den A. verklaart dat hij op de dag van de huiszoeking bij de technicus Ed B. van de politie Haaglanden rondleidde in de wapenkamer van een militair complex te Wassenaar. Toen om assistentie werd gevraagd zijn ze naar het huis van de technicus gegaan. Maar de huiszoeking bij de technicus vond plaats in het Paasweekend: dan zijn dergelijke complexen in de regel gesloten. Daar wordt tijdens de verhoren niet naar gevraagd.

    Daarnaast staat het handelen van Roland den A. haaks op de verklaring dat hem pas op de dag van de huiszoeking om assistentie werd gevraagd, en hij toen in actie kwam. Want een maand eerder gaf Roland den A. een briefing aan de agenten van de politie Haaglanden over militaire wapens (en hoe deze te herkennen), en reserveerde hij alvast een vrachtwagen voor het afvoeren van de wapens. Ook hier wordt tijdens de verhoren niet verder naar gevraagd.

    Follow the Money heeft inzage gekregen in een derde casus die sterk lijkt op de voorgaande. Op verzoek van de betrokkenen wordt deze zaak niet expliciet in dit artikel behandeld.

    Lees verder Inklappen

    Onnodige kosten en procedures

    Het patroon is duidelijk. Er is sprake van amateuristisch gestuntel door een groep eigengereide handhavers die, niet gehinderd door kennis of sociaal gevoel, met veel kabaal ingrijpen. Dat doen zij bij de mensen van wie de burger het minst te vrezen heeft: re-enacters die rondlopen met onklaar gemaakte antieke wapens tijdens militaire herdenkingen en wapenhoudende militairen. Hoewel de zelfbenoemde ‘werkgroep’ met ronkende eindrapportages indruk probeert te maken op hun leidinggevenden, resulteert hun gedrag steevast in een reeks klachten over onrechtmatig, onterecht en onnodig optreden.

    Toch doen zowel Defensie als de Nationale Politie hun best dit grotere plaatje te negeren. Bij Defensie krijgen klagers telkenmale te horen dat ze bij de politie moeten wezen, en vice versa. Klachten worden opgeknipt in kleine stukjes, die vervolgens één voor één ongegrond worden verklaard. Omdat niemand naar de grote lijnen kijkt, wordt geconcludeerd dat er niets aan de hand is, en er niet opgetreden hoeft te worden.

    De fouten in de interne klachtenprocedures zijn eensluidend

    Daarnaast zijn de procedurefouten in de interne klachtenprocedures eensluidend: aangedragen getuigen à décharge worden niet gehoord, tijdens verhoren wordt niet kritisch doorgevraagd, melders van integriteitsschendingen wordt verteld dat het ‘jouw beleving’ is, aanvullende informatie wordt niet meegenomen in het onderzoek, en klachten worden door de interne commissies geherformuleerd tot een vraag die wél makkelijk te beantwoorden valt.

    Ondertussen zijn de ten onrechte in beslag genomen wapens moeilijk terug te krijgen. Van sommige spullen – zoals het zwartkruit van de Britten – is nog steeds niet duidelijk wat ermee is gebeurd: ze zouden zijn vernietigd, maar geen van de betrokkenen kan een vernietigingsbewijs overleggen.

    Voor organisaties die de wet moeten handhaven en onze vrijheid moeten verdedigen, zijn Defensie en politie akelig conflictvermijdend wanneer de handhaving van hun eigen integriteitsregels in het geding is.

    Reacties

    Voor dit verhaal hebben we de Douane, Nationale Politie en Koninklijke Marechaussee om reactie gevraagd. Van de Politie Haaglanden kregen we het volgende antwoord:

    Op 25 september 2014 ontving de politie Eenheid Den Haag een klacht over het optreden van collega B. De klacht ging over het bestuurlijk in bewaring nemen van een militair voertuig met daarop vier  .50  Browning machine Gun [BMG] vuurwapens gemonteerd. De in bewaringstelling is in opdracht en nauw overleg gegaan met de officier van justitie. Collega B was in functie van hulpofficier. De klacht is op geen enkel punt gegrond verklaard.
    Wat betreft de klacht over de 112 veiligheidsdag, deze is behandeld door een andere Eenheid. Wij zijn niet op de hoogte van de uitkomsten van de klachtbehandeling daarom kunnen wij hier niet op reageren.

    De Douane schreef:

    De Douane heeft kennis genomen van het onderhavige artikel. Naar aanleiding van het gebeurde bij Market Garden 2014 heeft ook de Douane destijds een klacht ontvangen. Deze klacht is op de voorgeschreven wijze onderzocht en afgedaan. Daarnaast heeft de Douane, de situatie die aanleiding gaf tot de klacht, intern geëvalueerd en zijn er maatregelen genomen.

    En de Koninklijke Marechaussee:

    De Koninklijke Marechaussee heeft kennis genomen van de inhoud van het artikel, dat overigens voor de KMar geen nieuwe informatie bevat.
    Naar aanleiding van deze zaak zijn er door de KMar de afgelopen periode diverse concrete maatregelen genomen.

    Omdat er op dit moment nog een klachtenprocedure loopt kunnen we inhoudelijk niet op de zaak ingaan.

    De Marechaussee kan hierdoor ook niet inhoudelijk ingaan op waar deze 'concrete maatregelen' precies uit bestaan, en dus ook niet of de mogelijk strafbare feiten aan het OM zijn overlegd voor toetsing. Wel benadrukt de woordvoerder dat het 'niet juist' is dat er alleen sprake zou zijn (geweest) van een klachtenprocedure.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Dieuwertje Kuijpers

    Gevolgd door 682 leden

    Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.

    Volg Dieuwertje Kuijpers
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren