Over de winnaars en verliezers van globalisering. Lees meer

Internationale handels- en investeringsverdragen als TTIP en CETA bevorderen de vrije handel tussen burgers, landen en continenten, leveren nieuwe banen op en geven het bedrijfsleven een impuls. Althans, dat is het idee. In werkelijkheid vinden de onderhandelingen achter gesloten deuren plaats en werken lobbygroepen hard om hun belangen veilig te stellen.

Er bestaan dan ook grote zorgen dat de verdragen niet de belangen van (EU-)burgers dienen, maar vooral die van grote ondernemingen. Wat zijn bijvoorbeeld de gevolgen voor de kwaliteit van ons voedsel? Ons energiebeleid? Gaat de belastingbetaler straks opdraaien voor claims van Amerikaanse multinationals als we chloorkippen en -eieren uit onze schappen weren? Of als we kerncentrales sluiten? Follow the Money zoekt het antwoord op die vragen.

79 artikelen

Zelfkritiek Nederland op investeringsverdragen blijft uit

4 Connecties
0 Bijdragen

Minister Ploumen deelt niet de kritiek op het Nederlandse investeringsbeleid, zo blijkt uit antwoorden op Kamervragen over de Nederlandse investeringsverdragen en de schadeclaims die hieruit voortkomen.

Minister Ploumen heeft weinig op met de kritiek op het Nederlandse investeringsbeleid, blijkt uit antwoorden op Kamervragen van Jasper van Dijk (SP) en Bram van Ojik (GroenLinks). In maart besloot Indonesië het investeringsverdrag met Nederland op te zeggen. ‘Ik wil niet dat multinationals met juridische rugdekking alles kunnen doen wat ze willen in ontwikkelingslanden als Indonesië,’ zei de Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono toen. Het verdrag met Nederland was het eerste dat sneuvelde. Naar aanleiding van de berichtgeving over de opzegging op onder andere Follow the Money volgden Kamervragen. ‘IBO’s geven multinationals niet het recht om ‘alles te kunnen doen wat ze willen in ontwikkelingslanden’, zo schrijft Minister Lilianne Ploumen in reactie op de uitspraak van de Indonesische president.  Uit de antwoorden van Minister Ploumen blijkt dat Indonesië het investeringsverdrag zonder overleg met Nederland heeft opgezegd. Over de reden van de opzegging zwijgt de minister. Vragen naar de motivatie van Indonesië blijven onbeantwoord, net als de vraag of Indonesië tot opzegging heeft besloten uit angst voor verdere schadeclaims. Indonesië is momenteel verwikkeld in een miljardenarbitragezaak aangespannen door Churchill Mining. De Britse mijnbouwer eist 1 tot 2 miljard euro aan compensatie omdat de lokale overheid de vergunningen van het bedrijf heeft ingetrokken. Eerder zag Indonesië zich al genoodzaakt om milieuwetgeving deels terug te draaien en af te zwakken om langlopende en kostbare arbitragezaken te voorkomen.

Nederland claimparadijs

Nederland speelt een belangrijke rol in internationale arbitrage. Zo’n tien procent van alle arbitragezaken wordt vanuit Nederland aangespannen. Het gaat hier echter niet om Nederlandse bedrijven, maar voornamelijk om buitenlandse ondernemingen die middels een brievenbus hier gevestigd zijn. Vragen over het grote aantal schadeclaims dat voortkomt uit Nederlandse brievenbusfirma’s worden niet concreet beantwoord. De Minister geeft slechts aan dat ‘Nederlandse IBO’s beogen legaal in Nederland gevestigde investeerders te beschermen.’ Volgens Ploumen brengen investeringsverdragen bovendien niet de bewegingsruimte van overheden in gevaar. ‘Nederlandse IBO’s en EU-vrijhandelsakkoorden bieden staten beleidsruimte om maatregelen ter bescherming van publieke belangen te nemen.’
Vragen over het grote aantal schadeclaims dat voortkomt uit Nederlandse brievenbusfirma’s worden niet concreet beantwoord
Juist de spanning tussen investeringsbescherming en het publieke belang oogst veel zorgen. Veel verdragen bevatten dusdanige vage en ruime definities van wat een investering is dat er veel ruimte is voor bedrijven om een rechtszaak te beginnen. Dit leidde onder andere tot claims vanwege het uitfaseren van nucleaire energie (Vattenfall vs. Duitsland) en tabaksregulering (Philip Morris vs Uruguay).

Transparantere rechtspraak

Tot voor kort speelden de arbitragezaken zich voornamelijk achter gesloten deuren af. Dit gaat veranderen.  Sinds 1 april 2014 gelden er nieuwe UNCITRAL regels waardoor de arbitrageprocedure transparanter moet worden. Documenten worden toegankelijk, er komen openbare zittingen en externe partijen, bijvoorbeeld milieubewegingen of mensenrechtenorganisaties, mogen bijdrages leveren. Ook zijn er hervormingen van het verdragsstelsel voorgesteld door de VN en de OECD waarin onder andere gepleit wordt voor een permanent gerechtshof, de mogelijkheid tot hoger beroep en alternatieve oplossingen voor conflicten. Deze aanbevelingen zijn volgens de Minister al meegenomen in de onderhandelingen over Europese handelsverdragen en zullen ook betrokken worden in toekomstige Nederlandse verdragen, als de tegenpartij hiermee akkoord gaat. Zelf zal Nederland waarschijnlijk niet uit zichzelf bestaande verdragen openbreken of herzien. Wel kunnen de huidige verdragen eventueel heronderhandeld worden. Volgens Ploumen bieden Nederlandse verdragen deze mogelijkheid en indien het verdragsland dit wil, zal de wenselijkheid hiervan onderzocht worden. Veel kans dat er meer landen het voorbeeld van Indonesië volgen, lijkt er volgens de Minister niet te zijn. Ook worden er nog volop nieuwe investeringsverdragen gesloten. Vorig jaar sloot Nederland nog een verdrag met de Verenigde Arabische Emiraten, recent nog met Zambia. De Minister geeft aan dat er momenteel onderzoek wordt gedaan naar de effecten van de Nederlandse verdragen en de schadeclaims die hieruit voortkomen door UNCTAD en het Centraal Plan Bureau (CPB). De resultaten hiervan worden deze zomer verwacht. Naar aanleiding van deze onderzoeken zal de Minister opnieuw met een reactie komen.