• See no evil, hear no evil & speak no evil.
  • "Achterhalen hoeveel van zulke contracten in omloop zijn, kost enorm veel tijd." En daarom doen we het maar niet...
  • Dit is de klassieke werkwijze van de farmaceutische industrie. Ze "kopen" medici die in hoog aanzien staan en laten hen voor ze werken.
  • Zijnde ca. 0,000000001 % van de met die reclame behaalde winst of omzet?
  • M.a.w. in het volgende overleg wordt het weer een keer genoemd.
  • We gaan ervanuit dat iedere Nederlander de wet kent en schaffen daarom de politie maar af.
  • En ik verkeer in de verondertelling dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op 200km/u ligt. Weet je 't niet of wíl je 't niet weten
  • Dat kan zeker en dat weet ie ook, maar je moet t ook wíllen...
  • Alsof alle technische-, facilitaire- en verpleegkundige medewerkers ook allemaal consultancy contracten hebben?!
  • Zelfregulering werkt per definitie niet omdat eigen belang ALTIJD prevaleert!

Niemand weet hoeveel consultancy-contracten tussen artsen en de medische-hulpmiddelenindustrie er in Nederland zijn afgesloten. Artsen verzuimen hun financiële banden bij hun werkgever en het Transparantieregister Zorg te melden. Bij ziekenhuizen en de stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen ontbreekt elk overzicht, en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd moet zich nog warmlopen op dit onderwerp. Onderzoek van FTM wijst uit dat zelfregulering faalt, en toezicht hard nodig is.

Dit stuk in 1 minuut
  • FTM wist 50 consultancy-contracten tussen artsen bij academische ziekenhuizen en leveranciers van medische hulpmiddelen te verkrijgen. Deze overeenkomsten waren onvindbaar in het Transparantieregister Zorg, een online databank waarin financiële banden van artsen met de industrie voor het publiek inzichtelijk moeten worden gemaakt.

  • Volgens de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH), die op 1 januari 2012 is ingesteld, zijn artsen verplicht hun contracten met de hulpmiddelenindustrie ter goedkeuring voor te leggen aan de raad van bestuur van hun ziekenhuis. Of dat gebeurt, valt niet na te gaan: centraal overzicht binnen de academische centra ontbreekt.

  • De raad van bestuur van een ziekenhuis moet elk consultancy-contract bovendien mede-ondertekenen. Ruim de helft van de vijftig contracten waarover FTM beschikt, is niet geaccordeerd door het ziekenhuis.

  • In 2015 waren alleen cardiologen en orthopeden verplicht hun contracten zelf bij het Transparantieregister Zorg te melden. Vanaf 2017 moeten alle artsen die een overeenkomst hebben met buitenlandse bedrijven of met bedrijven die niet zijn aangesloten bij de GMH, hun contract aanmelden bij het register.

  • Ziekenhuizen moeten erop toezien dat artsen de gedragscode naleven, maar verkeren geregeld in de veronderstelling dat zij daarvoor geen verantwoordelijkheid dragen en dat de meldplicht in het Transparantieregister Zorg bij de industrie ligt.

  • Ook bij de GMH zelf ontbreekt elk overzicht. Voorzitter Hans Simons: ‘Wij weten niet hoeveel consultancy-contracten tussen artsen en producenten van medische hulpmiddelen in omloop zijn. Daar zijn wij ook niet van.’

  • Op 1 januari 2018 is de nieuwe Wet op de medische hulpmiddelen ingevoerd, die de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) de bevoegdheid geeft om bestuurlijke boetes op te leggen in geval van ongewenste beïnvloeding. Maar ook bij de inspectie ontbreekt het overzicht. Bovendien kan de inspectie niet ingrijpen wanneer artsen verzuimen hun contracten te melden.

Lees verder

Topcardioloog Joris de Groot heeft een dubbelrol: hij werkt in het AMC en is consultant voor AtriCure, een Amerikaanse fabrikant van cardiologische implantaten en apparatuur. Hij voert gesponsord onderzoek uit, spreekt op wetenschappelijke bijeenkomsten en geeft trainingen met de producten van AtriCure aan vakgenoten. Met deze werkzaamheden voor AtriCure kan hij blijkens zijn contract met hen jaarlijks maximaal 50.000 euro verdienen. Alle informatie die De Groot via AtriCure opdoet en helpt ontwikkelen, wordt als ‘strikt vertrouwelijk’ beschouwd en is ‘voor het exclusieve voordeel van AtriCure’. Wanneer De Groot deze afspraken schendt en ‘vertrouwelijke informatie’ aan derden bekend maakt – ook indien hij derden informeert over problemen met Atricures producten – kan hem dat een boete van 250.000 euro opleveren. Dit staat in het consultancy-contract tussen De Groot en AtriCure, waarover FTM beschikt.

De Groot is verplicht zijn contract te melden bij het Transparantieregister Zorg, een online databank waarin de financiële banden tussen artsen en industrie voor het publiek toegankelijk worden gemaakt. Deze eis is vastgelegd in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH). Maar het contract van De Groot is niet in het register te vinden – en daarmee handelt hij in strijd met de code.

Op de vraag hoe het komt dat zijn contract niet in het transparantieregister is opgenomen, geeft de cardioloog geen antwoord. Evenmin op de vraag of hij zijn patiënten informeert over zijn nauwe banden met AtriCure. De Groot: ‘Het is niet uw business. Wat ik met mijn patiënten doe, is mijn zaak.’

‘Voor patiënten moet duidelijk zijn dat de contracten er niet toe leiden dat de artsen beslissingen nemen anders dan op grond van hun belang van de patiënt’

De Groot is niet de enige arts die zijn consultancy-contract met de hulpmiddelenindustrie verborgen houdt voor de buitenwereld. FTM wist via een beroep op de Wet openbaarheid bestuur (Wob) 50 consultancy-contracten tussen artsen uit academische ziekenhuizen en producenten van medische hulpmiddelen boven water te halen; geen enkele ervan was in het register te vinden. Na schriftelijke vragen van FTM aan de betrokkenen werden twee contracten alsnog aangemeld; de 48 andere zijn nog altijd onvindbaar.

Johan Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, verbaasde zich al in 2011 over deze gang van zaken: ‘Voor patiënten moet duidelijk zijn dat de contracten er niet toe leiden dat de artsen beslissingen nemen op grond van andere motieven dan het belang van de patiënt. Om dit zeker te stellen moeten we de inhoud van de contracten kennen, en weten welke financiële vergoedingen ertegenover staan.’

Zelfregulering

Juist met dit doel is op 1 januari 2012 de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) door de industrie in het leven geroepen. In een Kamerdebat op 1 februari 2011 beloofde Edith Schippers, indertijd minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, dat deze ‘robuuste’ code voor ‘volledige transparantie’ zou zorgen. Aanleiding voor het debat was de KRO-reportage 730 dagen pijn, waarin Henk Been, voormalig orthopedisch chirurg bij het AMC, als eerste uit de school klapte en meldde dat er tussen de tien en twintig orthopeden rondliepen die een consultancy-contract op zak hadden. ‘Dit is marketing. Een producent in de orthopedische industrie kijkt alleen hoe er meer instrumenten kunnen worden verkocht. Hoe meer, hoe beter.’ Zelf had Been een contract met DePuy, een orthopedische divisie van Johnson & Johnson, dat hij niet aan zijn patiënten kenbaar maakte.

Minister Schippers besloot de verantwoordelijkheid bij de sector neer te leggen; zelfregulering, dus. Wetgeving was volgens haar niet nodig om de beoogde ‘volledige transparantie’ in de sector tot stand te brengen. Behalve artsen en (academische) ziekenhuizen hebben zich tot nu toe 260 producenten van medische hulpmiddelen aan de GHM gecommitteerd, en zichzelf verplicht de gedragsregels na te leven.

In 2015 gold de meldplicht alleen voor cardiologen en orthopeden, maar sinds 2017 moeten alle medisch specialisten die een overeenkomst sluiten met buitenlandse bedrijven, of met bedrijven die zich niet bij de GMH hebben aangesloten, hun contract zelf aanmelden bij het Transparantieregister Zorg. In alle andere gevallen ligt de verantwoordelijkheid voor melding bij de bedrijven. AtriCure is niet aangesloten bij de GMH; daarom had cardioloog De Groot zijn contract zelf bij het register moeten melden.

Artsen niet transparant

Artsen zijn volgens de code verplicht hun consultancy-contracten schriftelijk voor te leggen aan de raad van bestuur van hun ziekenhuis, en die om toestemming te vragen. Maar of ze dat ook doen, is niet na te gaan: uit een rondgang langs de academische centra blijkt elk centraal overzicht te ontbreken. Ook ziekenhuisbesturen hebben een rol: zij moeten alle contracten goedkeuren, ondertekenen, en erop toezien dat ‘hun’ artsen hun contracten zonodig bij het transparantieregister melden.

Uit ons onderzoek blijkt dat lang niet alle artsen hun contracten met de hulpmiddelenindustrie melden. Zeker 15 contracten waarover FTM beschikt, hadden in het register moeten staan. In 7 andere gevallen valt niet te achterhalen wat het vakgebied van de betreffende specialist was, waardoor onduidelijk is of die al in 2015 meldplichtig was, of pas sinds 2017.

Overzicht 50 contracten, uitgesplitst per ziekenhuis: AMC, Erasmus MC, LUMC, UMCU:

Ruim de helft van ‘onze’ 50 contracten is echter niet door het ziekenhuis geaccordeerd: op 29 contracten ontbreekt deze handtekening

Veel artsen hebben kennelijk geen idee dat ze hun contracten bij het Transparantieregister Zorg moeten melden. Neem Robert Klautz, de hartchirurg uit het Leiden UMC die aanvankelijk tegen FTM zei dat het register alleen geldt voor contracten met de farmaceutische industrie. Pas na enig doorvragen sloeg de aarzeling bij hem toe. ‘Eerlijk gezegd weet ik niet zeker of de verplichting ook geldt voor banden met fabrikanten van medische hulpmiddelen.’ Volgens hem heeft registratie overigens weinig nut: ‘Wat zou de patiënt met deze informatie moeten? De producten die wij gebruiken, staan los van de consultancy-contracten,’ meent Klautz.

De andere consultants van wie FTM de contracten in handen heeft, waren niet bereid vragen te beantwoorden.

Ziekenhuizen blind voor eigen taak

Volgens de code moet de raad van bestuur elk consultancy-contract niet alleen goedkeuren, maar ook mede-ondertekenen. Ruim de helft van ‘onze’ 50 contracten is echter niet door het ziekenhuis geaccordeerd: op 29 contracten ontbreekt deze handtekening. Dat suggereert dat de raden van bestuur weinig zicht hebben op de contracten die hun artsen hebben afgesloten. We vroegen alle academische ziekenhuizen naar hun beleid terzake.

Het Radboud UMC meldde dat ‘alle consultancy-overeenkomsten worden afgesloten met het ziekenhuis, door de juristen ondertekend en voorzien van een uniek dossiernummer’. Het ging bij hen om 120 contracten met de hulpmiddelenindustrie, die het ziekenhuis echter weigert vrij te geven.

Het AMC wist niet hoeveel contracten zijn artsen hadden afgesloten, noch welke bedragen ermee waren gemoeid, antwoordde een woordvoerder in november 2017 op vragen van FTM. Wel stelt het AMC eigen voorwaarden aan dergelijke contracten: ‘Artsen mogen tot een maximum van 2200 euro per jaar aan vergoedingen op eigen rekening ontvangen,’ zei de woordvoerder. Maar ook daar is geen overzicht van: ‘Welk bedrag hiermee in totaal is gemoeid, wordt niet bijgehouden.’ Evenmin kon de woordvoerder uitleggen hoe het contract van AMC-arts Joris de Groot, dat hem jaarlijks maximaal 50.000 kan opleveren, zich tot deze regel verhoudt.

‘We weten niet of de consultancy-contracten aan de raad van bestuur gemeld worden,’ zei Carolijn Cockram, jurist bij het Leiden UMC. ‘Het totaal aantal consultancy-contracten tussen artsen van het LUMC en leveranciers van medische hulpmiddelen is op dit moment niet bij ons bekend.’ Robert Klautz, werkzaam bij het LUMC, verklaarde dat zijn contracten met Medtronic door zijn werkgever ondertekend zijn.

Robert Jager, hoofd Juridische Zaken van het UMC Groningen: ‘Ons ziekenhuis heeft ongeveer 13.000 werknemers in dienst. We kunnen geen allesomvattend overzicht maken van alle nevenwerkzaamheden en daarom registreren we de consultancy-contracten niet. We proberen in de geest van de code te handelen. Maar misschien kunnen we hieruit lessen trekken.’

‘Achterhalen hoeveel van zulke contracten in omloop zijn, kost enorm veel tijd’

Een woordvoerder van het UMC Utrecht: ‘Ik constateer dat de consultancy-contracten niet centraal bij ons geregistreerd worden. Ze liggen verspreid over diverse afdelingen. Achterhalen hoeveel van zulke contracten in omloop zijn, kost enorm veel tijd.’ 8 van de 50 contracten die FTM heeft, betreffen artsen uit dit ziekenhuis; geen ervan was bij het register gemeld. De woordvoerder meldde FTM na die boodschap dat het UMC Utrecht heeft ‘geconstateerd dat nog niet alle medisch specialisten werkzaam binnen het ziekenhuis op de hoogte waren van de verplichting zorg te dragen voor een tijdige melding aan het Transparantieregister Zorg.’

De woordvoerder liet verder weten: ‘Wij hebben daar intern extra aandacht voor gevraagd bij onze medisch specialisten en hun management. Ook hebben wij de verplichting ingevoerd dat een arts pas een dergelijk contract mag ondertekenen als hij de goedkeuring heeft ontvangen van onze afdeling Juridische Zaken.’ Inmiddels heeft Dirk Donker, cardioloog bij het UMC Utrecht, zijn contract bij het register gemeld. De overige 7 contracten met UMC-artsen waarover FTM beschikt, zijn ook nu nog niet traceerbaar.

Niet alleen ontbreekt de handtekening van de raad van bestuur vaak, ook andere aspecten van de code worden niet nageleefd, blijkt uit onderzoek van FTM. De ziekenhuizen moeten erop toezien dat hun medewerkers de code naleven. Maar de UMC’s verkeren in de veronderstelling dat de meldplicht niet bij de arts of het ziekenhuis ligt, maar volledig bij de industrie berust; een onjuiste aanname.

Een perswoordvoerder van het AUMC meldde in december 2018 nog aan FTM: ‘De registratieplicht ligt niet bij het ziekenhuis maar bij de bedrijven met wie de consultancy-contracten zijn afgesloten. Wij dragen niet de verantwoordelijkheid voor die registratie in het register en kunnen je verder geen antwoord geven.’ Ook het Leiden UMC, het UMC Utrecht, het Erasmus MC en het Radboud UMC hingen deze opvatting aan.

Hans Simons, voorzitter stichting GMH

"Wij weten niet hoeveel consultancy-contracten tussen artsen en producenten van medische hulpmiddelen in omloop zijn. Daar zijn wij ook niet van."

Toezicht op basis van zelfregulering

Hans Simons, voorzitter van de stichting GMH – de instantie die toezicht houdt op de naleving van de Gedragscode Medische Hulpmiddelen, en die de code verder ontwikkelt – legt de verantwoordelijkheid bij de sector zelf: ‘Het is belangrijk dat artsen en industrie samenwerken. Dit moet wel integer en transparant gebeuren, iets waar de sector zelf al jarenlang toezicht op houdt aan de hand van deze gedragscode.’ Simons benadrukt dat het toezicht op de gedragscode door een ‘onafhankelijke codecommissie’ binnen de GMH wordt uitgeoefend, die ook klachten afhandelt.

Sinds de invoering van de GMH in 2012 heeft deze commissie slechts één klacht behandeld, die uiteindelijk ongegrond is verklaard; het betrof bovendien een procedure waarin bedrijven elkaar beschuldigden van concurrentievervalsing. Klachten over niet-gemelde contracten zijn bij de stichting niet bekend. Simons: ‘Wij gaan uit van zelfregulering en dat betekent in de kern dat elke partij zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen. Tot nu toe leert de praktijk dat die zelfregulering adequaat functioneert.’ Volgens hem is er ‘een robuust stelsel van zelfregulering ontstaan’.

Bij de stichting GMH ontbreekt echter elk overzicht. ‘Wij weten niet hoeveel consultancy-contracten tussen artsen en producenten van medische hulpmiddelen in omloop zijn. Daar zijn wij ook niet van,’ zegt voorzitter Simons stellig. ‘Het is de verantwoordelijkheid van partijen om de code naar letter en geest uit te voeren. Wij als stichting zorgen ervoor dat de spelregels doorontwikkeld worden.’ Hij voegt toe: ‘Het staat duidelijk in de gedragscode vermeld dat ziekenhuizen erop moeten toezien dat hun medewerkers de code naleven. Maar als academische ziekenhuizen anders verklaren, ligt er voor de GMH een nadrukkelijke rol om de komende tijd die academische ziekenhuizen te attenderen op een goede uitvoering van de code.’

Nadat de eerste artikelen van FTM in dit dossier waren verschenen, leek de GMH iets voortvarender te worden. Op 20 december 2018 meldde de stichting op haar website: ‘Het bestuur van Stichting GMH gaat er dan ook nogmaals bij alle betrokken koepelorganisaties op aandringen om de inhoud en naleving van de gedragscode evenals de verplichtingen met betrekking tot het transparant maken van de samenwerkingsrelaties wederom onder de nadrukkelijke aandacht van hun leden te brengen. Daarnaast zal Stichting GMH de berichtgeving door Follow The Money nader onderzoeken en zo nodig aanvullende maatregelen nemen om naleving van de code te bevorderen.’

Transparantieregister is onvolledig

Het Transparantieregister Zorg is in 2012 opgericht en houdt consultancy-contracten bij, in opdracht van onder meer de stichting GMH. Zij zouden een adequaat overzicht van zulke contracten moeten hebben. Aangezien artsen geregeld verzuimen er hun contracten op te geven, kunnen patiënten uiteindelijk nergens nagaan op grond waarvan hun behandelend arts keuzes maakt: is dat zuiver op zorginhoudelijke gronden, of spelen financiële prikkels wellicht mee? ‘Patiënten moeten kunnen achterhalen welk belang een arts heeft,’ zegt letselschade-advocaat John Beer. ‘Dat is nu niet transparant.’

‘bij divisiebesturen en leidinggevenden is opnieuw aangedrongen op ‘maximale compliance met het transparantieregister’

FTM beschikt over 25 consultancy-contracten van artsen uit het AMC (in juni 2018 met het VUmc gefuseerd tot het AUMC). Op één contract na – dat later alsnog is gemeld – zijn die geen van alle in het register te vinden. Die nalatigheid valt onder de verantwoordelijkheid van toenmalig AMC-voorzitter Marcel Levi. De huidige voorzitter van de raad van bestuur van het AUMC, die zulke contracten moet goedkeuren, ondertekenen en erop toezien dat ze worden gemeld, is Hans Romijn. Saillant detail: Romijn is sinds januari 2017 lid van de raad van toezicht van het Transparantieregister en weet dus als geen ander wat het belang daarvan is.

Begin september 2018 betoonde de Tweede Kamer zich verontrust dat er geen wettelijke plicht is om opgave te doen bij het register. De verantwoordelijke minister, Bruno Bruins, schoof die kwestie op de lange baan en verwees naar de evaluatie van het Transparantieregister die in het verschiet ligt: ‘De keuze en noodzaak voor dergelijke ingrijpende wijzigingen, zullen naar mijn mening moeten zijn terug te voeren op de uitkomsten van deze evaluatie. Ik verwacht dat de evaluatie voor het einde van dit jaar van start kan gaan.’

Nergens zulk zwak toezicht op hulpmiddelen als in de EU

Lekkende borstprotheses, hartdefibrillatoren die stroomstoten geven als dat niet nodig is of juist uitvallen, hulpmiddelen die organen perforeren waardoor patiënten zwaar letsel oplopen of zelfs overlijden. Het zijn enkele voorbeelden van falende implantaten die naar voren kwamen uit The Implant Files, het onderzoek van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) waar 250 journalisten aan meewerkten. In de afgelopen tien jaar, constateerden zij, hebben gebrekkige implantaten geleid tot meer dan 1,7 miljoen gevallen van letsel en bijna 83.000 doden. De problemen nemen bovendien toe.

Artsen en fabrikanten rapporteren bijwerkingen vaak niet en als ze het wel doen, is hun informatie niet altijd controleerbaar of onvolledig. Toezicht is er nauwelijks: nergens in de westerse wereld is de regelgeving en het toezicht omtrent veiligheid van medische hulpmiddelen zo zwak als in de EU. Het onderzoek van het ICIJ wees bovendien uit dat dit gebrek aan toezicht voor een belangrijk deel het werk is van de medische-hulpmiddelensector zelf. Een leger lobbyisten in Brussel wist tot tweemaal toe te voorkomen dat de regels werden aangescherpt.

Het gevolg: terwijl een implantaat in de VS uitvoerig getest moet worden alvorens het op de markt mag komen, is het verkrijgen van de benodigde CE-markering in de EU vrij eenvoudig. Dat liet Radar al in 2014 zien met een zelfontworpen ‘bekkenbodemmatje’ – in werkelijkheid een mandarijnennetje – dat zonder problemen geaccepteerd werd door het zogeheten Notified Body. Dat is een particulier keuringsinstituut dat beoordeelt of medische hulpmiddelen voldoen aan de geldende Europese richtlijnen.

Medische hulpmiddelen vormen een omvangrijke sector, waarin wereldwijd jaarlijks bijna 400 miljard dollar omgaat – meer dan in de farmaceutische sector. Naar verwachting zal de hulpmiddelenmarkt in 2022 zijn uitgegroeid tot ruim 480 miljard dollar, zo voorspelt het Amerikaanse onderzoeksbureau Kalorama Information.

Lees verder Inklappen

De Inspectie loopt zich warm

In een Kamerbrief van 19 december 2013 liet toenmalig minister Edith Schippers weten: ‘Hoewel sommige ontwikkelingen wat langer op zich hebben laten wachten dan ik in eerste instantie had voorzien, vind ik dat er sprake is van een positieve ontwikkeling.’ Maar zelfregulering mag ‘niet vrijblijvend’ zijn, meende Schippers alsnog, en in haar brief deed ze een beroep op de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Anders dan zelfregulerende instanties (zoals de stichting GMH en het Transparantieregister Zorg), heeft de Inspectie een wettelijke grondslag. Zij kan zelfstandig controles uitvoeren, onderzoek doen, waarschuwingen uitdelen en eventueel zelfs boetes opleggen. In de farmaceutische sector heeft de IGJ al veelvuldig boetes uitgedeeld; in 2014 in totaal 836.123 euro, vanwege verboden reclame voor geneesmiddelen, het fêteren van artsen en onjuiste informatie over medicijnen verstrekken.

Op 1 januari 2018 werd de wet die gunstbetoon bij medische hulpmiddelen aangepast. De Inspectie houdt sindsdien ook toezicht op de hulpmiddelensector. Momenteel is de Inspectie doende een eerste onderzoek af te ronden naar consultancy-contracten in de hulpmiddelensector, specifiek de cardiologie en orthopedie. In totaal heeft de IGJ veertig overeenkomsten beoordeeld, die rechtstreeks bij de industrie zijn opgevraagd – de Inspectie is, anders dan patiënten, niet afhankelijk van de GMH, het Transparantieregister, of overzichten van de ziekenhuizen.

Reactie Bruno Bruins, minister voor Medische Zorg:

De minister van VWS reageerder op onze eerdere artikelen in dit dossier::

‘De keuze voor welk medisch hulpmiddel bij een bepaalde behandeling of patiënt moet worden gebruikt, moet onafhankelijk tot stand komen op basis van de inhoudelijke zorgbehoefte. Deze keuze mag niet afhangen van financiële belangen van arts, zorgaanbieder of patiënt (anders dan inkoopprijzen uiteraard). Ik vind maximale transparantie over de relaties die er zijn tussen artsen, zorgaanbieders en medische hulpmiddelenbedrijven belangrijk. Als consultancy-contracten niet aangemeld worden aan het Transparantieregister Zorg terwijl dat volgens de regels van de GMH wel zou moeten, ga ik er vanuit dat de Stichting GMH haar achterban aanspoort om deze situatie te verbeteren. Ik zal de Stichting daarop aanspreken. Indien er sprake is van verboden gunstbetoon, dan treedt de IGJ op.’

Lees verder Inklappen
Reactie Hans Romijn, bestuursvoorzitter AUMC:

Frank van den Bosch, directeur Communicatie van het UAMC, reageert namens rvb-voorzitter Hans Romijn:

Bij een vorige gelegenheid heb ik aangegeven dat de heer Romijn volledig de grondslagen onderschrijft van het transparantieregister, zowel als toezichthouder en als bestuurder. Hij heeft zelf geen enkele relatie met deze fabrikanten. Ik gaf toen aan dat wat ons betreft er dan ook geen enkel tegengesteld belang is tussen de functies van toezichthouder bij het Transparantieregister en bestuurder van een UMC.

In een eerdere mail heb ik eveneens aangegeven dat de Raad van Bestuur verlangt van medewerkers dat zij jaarlijks opgeven wat hun nevenactiviteiten zijn; medewerkers dienen bij elk jaargesprek eventuele nevenactiviteiten /neveninkomsten / consultancy-contracten te melden en te bespreken. In dat jaargesprek wordt aangegeven dat medewerkers zich daarbij aan de regels van de cao, de wet en de afspraken moeten houden die binnen NFU-verband zijn gemaakt.

Medewerkers van wie blijkt dat zij zich niet conformeren aan die regels of bij wie de regels (nog) niet duidelijk zijn, zijn of worden daarop aangesproken. Soms door de Raad van Bestuur zelf, soms via hun leidinggevende.

Daarnaast is opnieuw de noodzaak aangegeven bij divisiebesturen en leidinggevenden van maximale compliance met het transparantieregister. Er is nogmaals duidelijk gemaakt dat alle contracten altijd op de juiste manier moeten worden getekend door de tekenbevoegde bestuurders (na inbreng bij de jurist), en dat alle nevenfuncties dienen te worden gemeld, en dat overeenkomsten bij publicaties worden gemeld over de betreffende producten.

In mijn eerdere mail heb ik al aangegeven dat, mochten UMC-medewerkers zich op persoonlijke titel niet aan de regels houden, hetzelfde geldt als voor andere onoorbare of onrechtmatige handelingen: daar is uiteindelijk zowel een HR- als een juridisch kader voor, dat wordt gehanteerd.

Van oneigenlijke beïnvloeding wordt de patiënt niet beter. Dat besef leeft bij Amsterdam UMC (en de andere umc’s) terdege. Het transparant maken van alle relaties tussen individuele zorgverleners en bedrijven is daar een onderdeel van, maar niet de enige manier om een zuiver proces te houden.

Zo heeft de Raad van Bestuur al jaren geleden maatregelen genomen, zodat het onmogelijk is dat individuele zorgverleners hun hulpmiddel van voorkeur bestellen. Voor zowel geneesmiddelen als medische hulpmiddelen geldt dat die uitsluitend worden aangeschaft door de afdeling Inkoop, en dan bij voorkeur via een openbare, Europese, aanbesteding. Zo komen al deze middelen door de voordeur binnen en via een transparant proces, waarbij gestuurd wordt op kwaliteit (uiteraard) en prijs.

Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Ilona Dahl

Gevolgd door 447 leden

Onderzoeksjournalist, in het verleden voor o.a. nrc.next en De Correspondent. Schrijft voor FTM over de Nederlandse zorg.

Volg Ilona Dahl
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Gesponsorde artsen

Gevolgd door 1438 leden

Ilona Dahl wist via een wob-verzoek 50 verborgen consultancy-contracten tussen artsen en producenten van medische hulpmiddele...

Volg dossier