Omgekeerde vlaggen symboliseren het verzet tegen de transitie van de landbouw

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

26 artikelen

Omgekeerde vlaggen symboliseren het verzet tegen de transitie van de landbouw © ANP, Anjo de Haan

Hoe komen we uit de stikstofcrisis? De zeven brandende kwesties in de landbouw

In alle stilte overleggen overheid, boeren, industrie en natuurorganisaties over de toekomst van de landbouw. Follow the Money inventariseert de knelpunten in de belangrijkste polderoperatie van de afgelopen decennia.

Een heter hangijzer dan de stikstofcrisis vind je niet in de polder. Er wordt dus koortsachtig gepraat. Maar niet over de gesprekslocatie, die blijft geheim. 

‘We willen voorkomen dat er ineens trekkers op de stoep staan,’ zegt communicatieadviseur Jan Willem Wits, voorheen woordvoerder van stikstofbemiddelaar Johan Remkes en sinds december door de regering ingehuurd voor ‘het landbouwoverleg’. 

Vertegenwoordigers van de boeren, agro-industrie, supermarkten en banken, van de provincies én het kabinet vergaderen het land uit de crisis – is de bedoeling. Maar waar die partijen eerder uitgebreid de pers te woord stonden, zwijgen ze nu over de voortgang aan hun ‘hoofdtafel, zijtafels en reflectietafel’. 

Het is tijd voor besluiten over misschien wel de grootste naoorlogse verbouwing van Nederland

Het is de polder in optima forma. Na een opwindende zomer met brandende hooibalen, oprukkende trekkers en een massale demonstratie in het Gelderse dorpje Stroe is het nu eindelijk tijd voor besluiten. Die zijn zo langzamerhand bitter noodzakelijk voor wat misschien wel de grootste naoorlogse verbouwing van Nederland moet worden. 

Voor de buitenwacht wordt het de komende maanden dus zoiets als Kremlin-watchen. Volgens woordvoerder Wits heeft onafhankelijk voorzitter Wouter de Jong aan de deelnemers gevraagd ‘niet via de media’ met elkaar te onderhandelen. De gesprekken moeten vertrouwelijk blijven. Wits zegt dat de deelnemers aan de ‘hoofdtafel’ al vier keer bij elkaar zijn gekomen. De komende twee weken zijn de ‘sectortafels’ voor het eerst aan de beurt.

Hoofdrol voor intensieve veehouderij

Dat de natuur er slecht aan toe is, staat vast. Onderzoekers van Wageningen University & Research stelden in 2019 vast dat meer dan de helft van de Nederlandse habitattypen in ‘zeer ongunstige staat van instandhouding verkeren’. Belangrijkste oorzaken: de neerslag van stikstof (depositie) en de onttrekking van grondwater. 

De teruggang van de natuur is volgens wetenschappers ook te wijten aan milieuvervuiling, en de aanleg van infrastructuur, bebouwing en aan de landbouw.

Een van de belangrijkste voorwaarden voor natuurherstel is een drastische reductie van de stikstofuitstoot. Boven Nederland ligt een dikke ‘stikstofdeken’, vooral door toedoen van de landbouw. Ongeveer 65 procent van de stikstof die in de natuur terechtkomt, wordt geproduceerd door de landbouw, specifiek de veehouderij. Ook in de teruglopende waterkwaliteit speelt de intensieve veehouderij een hoofdrol

Nederland moet zich gaan houden aan alle internationale afspraken over het beschermen van de natuur, zoals de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn, zo verordonneerde de Raad van State in 2019.

Er is de onderhandelaars dus alles aan gelegen om een duurzaam verdienmodel te vinden voor zo’n 15.300 melkveehouders, 3.400 varkenshouderijen en ruim 700 pluimveehouders die Nederland rijk is.

In oktober 2022 zette oud-minister Johan Remkes (VVD) de lijnen uit in zijn rapport Wat wel kan’. Hij was door het kabinet aangesteld als bemiddelaar in de impasse die ontstond na de uitspraak van de Raad van State.

Op korte termijn moet de stikstofuitstoot rap afnemen door ‘piekbelasters’ uit te kopen, adviseerde hij. En op lange termijn moet de veehouderij het over een heel andere boeg gooien.

Om dat te bereiken, zei Remkes, moet er een door de sector ‘gedragen landbouwakkoord’ komen, een plan dat steun krijgt van alle belanghebbende partijen. Een opdracht die Piet Adema, de in oktober nieuw aangetreden minister van Landbouw (ChristenUnie), omarmde. 

Het is een kwestie van alle neuzen dezelfde kant op krijgen. Het kabinet trekt voor de hervorming van de landbouw maar liefst 25 miljard euro uit. Maar of dat genoeg is, en of het geld snel genoeg beschikbaar komt, is nog maar de vraag.

Na bijna drie jaar stikstofcrisis zijn hoofd- en bijzaken nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden en staan betrokkenen lijnrecht, soms keihard, tegenover elkaar. De boerenopstand van afgelopen zomer ligt zelfs de gemiddelde stadsbewoner nog akelig vers in het geheugen.

Maar waar ging het eigenlijk precies om? En wat zijn de belangrijkste knelpunten waarvoor de deelnemers aan het landbouwoverleg een oplossing moeten bedenken? Follow the Money zet de belangrijkste op een rij. 

1. Krijgen we minder koeien, varkens en kippen?

Het korte antwoord is: ja, dat kan niet anders. 

Nederland loopt al jarenlang tegen alle denkbare grenzen aan. Te veel mest, waarmee we geen raad weten en te veel stikstofuitstoot waaronder de natuur hevig lijdt, blijkt uit wetenschappelijke onderzoeken. Volgens de laatste tellingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houden onze boeren maar liefst 100 miljoen kippen, 11,4 miljoen varkens, 3,8 miljoen koeien en 850.000 geiten. 

De maatschappelijke discussie over de omvang van de veestapel zette D66-kamerlid Tjeerd de Groot in september 2019 op scherp. In het Algemeen Dagblad lanceerde hij het voorstel om de veestapel te halveren. ‘Van de schadelijke stikstofuitstoot binnen Nederland is ongeveer 70 procent afkomstig van de landbouw en de intensieve veehouderij,’ zei De Groot. ‘Dat is enorm. Terwijl de bijdrage van de intensieve veehouderij aan de economie nog geen 1 procent is. Die verhouding is compleet zoek.’

Zijn uitspraken leidden tot enorme commotie – en doodsbedreigingen aan zijn adres – en al een paar weken later rukten voor de eerste keer trekkers op naar het Malieveld in Den Haag.

De veestapel moet ook krimpen om te voldoen aan de in Parijs gemaakte afspraken over CO₂-uitstoot

Twee jaar na De Groots waarschuwende woorden is snijden in de veestapel geen taboe meer. Het is zelfs onvermijdelijk. 

Als gevolg van het stikstofbeleid van het kabinet wordt de veestapel met ongeveer 30 procent gereduceerd, berekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) al in september 2021. Daar doorheen speelt de klimaatdiscussie. Het Planbureau stelde in 2021 dat het niet ondenkbaar is dat de veestapel zal moeten krimpen om te voldoen aan de in Parijs gemaakte afspraken over CO₂-uitstoot

Ook Remkes stelde dat ‘het logisch is dat de Nederlandse landbouw en daarmee ook de veestapel stapsgewijs in omvang afnemen’. Maar die reductie mag geen streven op zich zijn, vinden hij en minister Adema. 

In december zei Adema in de Tweede Kamer dat hij de landbouw ‘in balans’ wil brengen met de omgeving. ‘Krimp van de veestapel kan daarvan een gevolg zijn, maar nooit het doel op zich. Stap voor stap gaan we daarmee op pad.’

Dus ja, de veestapel wordt kleiner, maar in welk tempo, in welke mate en hoe? Dat zijn de vragen waarop antwoorden moeten komen van de deelnemers aan het landbouwoverleg.

2. Hoeveel boeren gaan stoppen? 

De afgelopen maanden liepen boeren vooral te hoop omdat hun manier van leven van hen zou worden afgenomen. Die angst was enigszins gevoed door het inmiddels beruchte ‘stikstofkaartje’ dat minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof, VVD) in juni publiceerde. Daarop was te zien dat sommige boeren hun uitstoot met 95 procent zouden moeten terugbrengen, waardoor het einde oefening voor hen zou zijn.

Maar ondertussen is duidelijk dat veel boeren sowieso al van plan zijn te stoppen. Pijnlijke beslissingen over onteigeningen zijn misschien te vermijden – mits er snel geld beschikbaar komt om boerenbedrijven uit te kopen of te verplaatsen, of om ze hun veestapel te laten verkleinen. 

In 2021 bleek uit onderzoek van I&O Research, in opdracht van De Volkskrant, dat 40 procent van de boeren daarvoor openstaat. En volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) had meer dan 40 procent van de boeren in 2020 geen opvolger voorhanden (melkveehouders hebben die overigens vaak wél).

Peter Drenth, namens het CDA gedeputeerde bij de provincie Gelderland, zei in juni op het nieuwsplatform NU.nl: ‘We hebben elke week boeren die zeggen: dit is het ideale moment om te stoppen. Ze hebben geen opvolger, of zien geen mogelijkheden zich verder te ontwikkelen. En dan moet ik nee verkopen, omdat de financiën niet beschikbaar zijn.’ Samen met andere gedeputeerden uit andere provincies vroeg Drenth aan minister Van der Wal om snel geld vrij te maken.

‘Woest aantrekkelijk’

Overijssel meldde begin januari 2 miljard euro nodig te hebben voor het inkrimpen van de veestapel in die provincie. Eerder zei gedeputeerde ​​Gert Harm ten Bolscher (SGP) te verwachten dat die krimp grotendeels kan worden bewerkstelligd doordat zo’n 25 à 30 procent van de Overijsselse boeren met pensioen gaat, of geen opvolger heeft. 

Veel boeren zijn dus met de provincies in gesprek over uitkoopregelingen. 

Maar in Den Haag schiet het allemaal niet op. Van de ‘woest aantrekkelijke regeling’ die minister Van der Wal al begin 2022 beloofde lekte in november uit dat boeren 120 procent van de marktwaarde van hun bedrijf in het vooruitzicht wordt gesteld. Hiervoor heeft het kabinet maar liefst 7,5 miljard euro gereserveerd. De regeling zal volgens de minister in april worden opengesteld.

Het kabinet hoopt daarmee een snelle slag te kunnen slaan.

3. Wie zijn de ‘piekbelasters’? En gaan die echt stoppen? 

Natuurlijk verloop onder veehouders is op de langere termijn een oplossing. Maar het staat er op veel plekken zó slecht voor met de natuur, dat Remkes de aanbeveling deed om ‘binnen een jaar’ 500 tot 600 ‘piekbelasters’ uit te kopen. 

Het kabinet maakte in november bekend binnenkort met een overzicht te komen van 2.000 tot 3.000 bedrijven met een grote uitstoot in de buurt van natuurgebieden. Die krijgen een eenmalig aanbod ‘tegen extra aantrekkelijke voorwaarden’ om te stoppen of anders ‘op een andere manier de emissie fors te reduceren’, zei minister Van der Wal in de Kamer. ‘Wij zetten daarbij eerst in op vrijwilligheid’. Hoeveel bedrijven idealiter worden uitgekocht, zei ze niet. 

Dat zijn er waarschijnlijk wel meer dan de ‘500 tot 600’ van Remkes, omdat ná de presentatie van diens rapport de zogeheten ‘bouwvrijstelling’ sneuvelde bij de Raad van State. Daardoor zullen in kwetsbare natuurgebieden nog meer grote uitstoters het veld moeten ruimen.

Varkens-, geiten- en pluimveehouderijen zitten vaak dicht bij kwetsbare natuurgebieden

Dit jaar moet het dus gaan gebeuren: de uitkoop van piekbelasters in de agrarische sector en de grote industrie. Ook fabrieken die veel stikstof uitstoten liggen onder het vergrootglas, al is die sector verantwoordelijk voor slechts 2,1 procent van stikstof die in de natuur terechtkomt. Uiterlijk deze maand komt het kabinet met de criteria die bepalen welke bedrijven moeten stoppen. Zij kunnen een beroep doen op de regeling waarvoor 7,5 miljard euro opzij is gezet. 

Om te bepalen wie exact piekbelaster is, komt het ministerie later waarschijnlijk met een ingewikkelde rekensom waarvan de details er nogal toe doen. Kijk je naar de totale uitstoot? Dan moeten grote fabrieken als Yara in Zeeuws-Vlaanderen (kunstmest) en Rockwool in Roermond (steenwol) het ontgelden. In de landbouw zijn de grote melkveehouders de belangrijkste kandidaten, omdat zij relatief veel ammoniak (NH3, een verbinding van stikstof en waterstof) uitstoten.

In plaats van naar uitstoot kun je ook kijken naar de locatie van een bedrijf, zei ‘stikstofprofessor’ Jan-Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid aan de Universiteit Leiden, in oktober in NRC. Varkens-, geiten- en pluimveehouderijen zitten vaak dicht bij kwetsbare natuurgebieden. Denk maar aan de gigantische concentratie van pluimveehouders in de Gelderse Vallei, vlak naast de Veluwe. 

Tovervloeren

Het is niet zo dat piekbelasters per definitie moeten stoppen met hun bedrijf, herhalen de ministers Van der Wal en Adema keer op keer. Veehouders kunnen omschakelen naar bijvoorbeeld biologische landbouw of ‘extensiveren’, wat betekent dat ze veel minder vee houden op dezelfde hoeveelheid land. Of ze kunnen hun bedrijf verplaatsen naar een deel van het land waar geen natuurgebieden zijn. 

En dan is er ook nog de mogelijkheid om via innovatieve oplossingen een uitweg te vinden. Maar bij de rechter vonden ze tot nu toe weinig genade. Zogenaamde ‘tovervloeren’ en de luchtwassers moeten in stallen de uitstoot van ammoniak tegengaan. Maar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt steeds dat de beloofde stikstofreducties vaker niet dan wel worden gehaald. 

Volgens jurist Valentijn Wösten zijn de afgelopen jaren duizenden vergunningen verleend op basis van ‘overschatte milieutechnieken’. Hij adviseert al vele jaren Mobilisation for the Environment, de milieuclub die zich onder aanvoering van chemicus Johan Vollenbroek inzet tegen biodiversiteitsverlies en klimaatverandering. Wat Wösten betreft, moeten de vergunningen van alle boeren die gebruik hebben gemaakt van tovervloeren en luchtwassers worden herzien. 

4. Wie zijn ‘PAS-melders’ en wat gaat er met hen gebeuren?

PAS-melders zijn zo’n 2.500 boeren die in de loop der tijd tussen de wal en het schip zijn geraakt. Tussen 2015 en 2019 hoefden ze onder het Programma Aanpak Stikstof (PAS) geen vergunning aan te vragen voor uitbreiding van hun bedrijf in een natuurgebied, mits de eventuele extra stikstofuitstoot binnen de perken bleef. Een melding van bedrijfsuitbreiding bij de provincie volstond.

Weinigen hadden er ooit van gehoord, PAS-melders. Totdat de Raad van State in mei 2019 oordeelde dat het Programma Aanpak Stikstof in strijd was met het Europese natuurbeschermingsrecht. Die 2.500 PAS-melders hadden eigenlijk een vergunning moeten aanvragen.

Die uitspraak vormde het begin van de stikstofcrisis. 

Zo’n beetje iedereen – van de BoerBurgerBeweging, de Partij van de Arbeid en GroenLinks tot het kabinet – vindt dat die 2.500 boeren slachtoffer zijn van een onbetrouwbare overheid en recht moet worden gedaan. Vlak na haar aantreden kondigde Van der Wal daarom al een ‘legalisatieprogramma’ aan, al wil de uitvoering daarvan nog niet echt vlotten. 

Een Overijsselse boer moet zijn veestapel met twee derde verkleinen of een flinke dwangsom betalen

Zo moet de stikstofuitstoot elders eerst flink naar beneden voordat de overheid PAS-melders kan legaliseren (zie vraag 6 over stikstofhandel). 

Intussen zijn PAS-melders sinds 2019 illegaal en de rechtbank in Zwolle oordeelde in het voorjaar van 2022 dat de provincie Overijssel daar ook op moet handhaven. Binnenkort volgen mogelijk andere provincies, omdat Mobilisation for the Environment daar soortgelijke procedures heeft lopen.

Dat handhaven houdt in: PAS-melders met meer koeien dan hun vergunning toestaat, moeten de beesten de deur uit doen of andere oplossingen verzinnen om hun stikstofuitstoot drastisch terug te brengen. Op straffe van een flinke douw: een Overijsselse melkveehouder kreeg in november te horen dat hij binnen een half jaar zijn veestapel met twee derde moet verkleinen of een dwangsom van 117.000 euro per kwartaal dient te betalen.

De provincie bedacht een tijdelijke oplossing. Boeren die op land van de provincie hun bedrijf uitoefenen, mogen nu minder mest gebruiken. Daardoor stoten ze minder stikstof uit, waarmee Overijssel de illegale uitstoot van PAS-melders compenseert. Of dit houdbaar is? Milieuclub Mobilisation for the Environment slijpt de messen

Op verzoek van de Tweede Kamer vroeg het kabinet aan de landsadvocaat of bij PAS-melders niet van handhaving kon worden afgezien, maar het kreeg nul op het rekest. De natuur is al zó overbelast dat niet handhaven echt geen optie is en in strijd met internationale afspraken.

Open vragen

Bij het landbouwoverleg staan PAS-melders nu dus bovenaan de agenda. Alles zal erop gericht zijn hen zo snel mogelijk te legaliseren. 

Maar er staan nog wel wat vragen open. Wat moet er bijvoorbeeld gebeuren met PAS-melders die ook piekbelaster zijn? Krijgen die alsnog een vergunning, ook als ze met hun bedrijf willen stoppen? Zo’n vergunning is immers geld waard en kan direct te gelde worden gemaakt (zie vraag 6 over stikstofhandel). 

Dan zijn er nog handige boeren – onder wie boerenbestuurders van sectorkoepel ZuivelNL en LTO – die de grenzen opzochten van wat was toegestaan. ‘Iedere boer kent wel een ander die met een trucje uitbreidde', zei Arjan Tolkamp, veehouder en namens het CDA lid van Provinciale Staten in Gelderland, in Het Financieele Dagblad

MOB-jurist Wösten spreekt over ‘valse’ PAS-melders. Zo zijn er boeren die een eerder gebouwde stal snel dachten te legaliseren met een PAS-melding, zei hij in De Gelderlander. ‘Dat gedrag mag niet worden beloond.’

5. Wat doen de agro-industrie, de supermarkten en de Rabobank? 

Als één partij haar snor heeft gedrukt de afgelopen maanden is het wel de agro-industrie. Dan moet je denken aan zuivelverwerkers, veevoederbedrijven en slachterijen. Er staat veel voor ze op het spel: minder dieren betekent domweg minder kalfjes, minder voer en minder melk. En dus minder omzet en winst. 

Oplossingen droegen ze niet aan, integendeel. Bedrijven als veevoederbedrijf ForFarmers en coöperatie Agrifirm financierden de boerenprotesten. En De Heus, Van Drie Groep en Royal A-ware staken geld in Agrifacts, een lobbyclub die zich presenteert als onafhankelijk journalistiek platform. 

Via de brancheorganisatie van de levensmiddelenindustrie (FNLI) zitten zij aan de ‘hoofdtafel’ van het landbouwoverleg. 

In het coalitieakkoord staat dat van het bedrijfsleven een ‘niet-vrijblijvende bijdrage’ wordt verwacht

De Tweede Kamer is kritisch. Ze nam in juni een motie aan waarin staat dat ‘het agro-industrieel complex achter de boeren het meest heeft geprofiteerd van de intensieve veehouderij’. En dat het kabinet moet onderzoeken hoe die sector een bijdrage kan leveren aan de landbouwtransitie. Kamerlid Joris Thijssen (PvdA) zei later dat die bedrijven ‘schathemeltjerijk’ zijn geworden. Het is volgens hem dan ook niet eerlijk dat alleen boeren en belastingbetalers moeten opdraaien voor de kosten. 

Dan zijn er nog andere ketenpartijen, zoals de Rabobank en de supermarkten. De Rabobank, van origine een coöperatieve boerenbank, financiert 85 procent van de Nederlandse boeren en verdiende miljoenen aan de schaalvergroting in de landbouw. Minister Adema onderzoekt nu of banken als de Rabobank leningen aan boeren (deels) kan kwijtschelden.

Ook de supermarkten kunnen boeren helpen verduurzamen, bijvoorbeeld door meer te betalen voor hun producten. Desondanks zeiden ze afgelopen zomer nog ‘geen partij te zijn in het stikstofconflict’. Na wat gesteggel hebben de supermarkten bij het landbouwoverleg hun eigen vertegenwoordiger gekregen, zo meldde vakblad Boerderij begin januari. 

In het coalitieakkoord staat dat het bedrijfsleven de transitie naar kringlooplandbouw moeten gaan meefinancieren. Van hen wordt een ‘niet-vrijblijvende bijdrage’ verwacht. Adema en Van de Wal noemen dat in een brief aan de Kamer zelfs ‘cruciaal’. 

De komende weken zullen al deze bedrijven moeten laten zien of ze willen meebewegen met de plannen van het kabinet.

6. Komt er een eind aan de handel in stikstofrechten? 

In 2020 waarschuwde MOB-jurist Wösten voor de effecten van de handel in emissierechten voor stikstof. Sinds de uitspraak van de Raad van State kunnen boeren niet meer uitbreiden, maar wie een vergunning overneemt van een ander bedrijf, kan dat wel. Dat wordt ook wel ‘extern salderen’ genoemd. Op Marktplaats-achtige websites als allessoverstikstof.nl of stikstofmarkt.nl zijn uitstootrechten met een druk op de knop te koop. 

Wösten in 2020: ‘Met het toelaten van stikstofemissiehandel wordt een (markt)dynamiek opgeroepen die nauwelijks beheersbaar is.’ Die handel is volgens hem een belangrijke oorzaak van het falende stikstofbeleid. Wösten is voor een totaalverbod van de ‘steeds verder uitdijende zwarte markt’ die het ‘stilzittende’ kabinet al jaren toestaat. 

Nu, twee jaar later, is zijn voorspelling uitgekomen. De emissiehandel is anno 2023 een papieren business, met merkwaardige consequenties. Zo schreef de Volkskrant afgelopen week dat gasbedrijf Vermilion in oktober twee ongebruikte boerderijen kocht om zo alsnog gasboringen te kunnen doen in Drenthe. Netto effect: meer stikstof in de natuur. 

In het eerste kwartaal van 2023 worden de regels voor extern salderen met dit soort ‘slapende vergunningen’ aangepast, schreef Van der Wal in november aan de Kamer.

‘Uitdijende zwarte markt’

Saillant is dat de overheid zelf ook meedoet. Schiphol en Rijkswaterstaat veroorzaakten grote beroering toen zij boerderijen kochten om de opening van vliegveld Lelystad mogelijk te maken en de verbreding van de A27 bij Amelisweerd tot een goed einde te brengen. 

Daarmee doorkruiste de ene VVD’er (minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat) de andere, minister Van der Wal. De provincie Flevoland probeerde de uitkoop van boeren af te stemmen met Schiphol en heeft zich daarbij mogelijk schuldig gemaakt aan een poging tot het vormen van een inkoopkartel, schreef de NOS.

De belangen van Van der Wal – eerst natuurherstel en daarna PAS-melders legaliseren – staan lijnrecht tegenover die van haar collega Harbers. Die wil prioriteit voor Lelystad Airport en de snelweg. 

Van der Wal en Adema zullen in het landbouwoverleg de boerensector ervan moeten overtuigen dat PAS-melders écht op nummer 1 komen te staan.

7. Eindigt het landbouwoverleg dit voorjaar in een akkoord?

Het kabinet hoopt eruit te komen met de partijen die nu aan tafel zitten. Maar, waarschuwde Remkes: als dat niet lukt, dan moet het kabinet een eigen plan indienen. Er moet snelheid gemaakt worden. 

Als stok achter de deur werken hun ambtenaren aan wat in Haags jargon ‘een verplichtend instrumentarium’ heet: dan trekt het kabinet het initiatief, ‘met pijn in het hart,’ naar zich toe met bindende maatregelen. Mocht het nodig zijn, dan is dat instrumentarium er al voor de zomer, zei Van der Wal in de Tweede Kamer. 

Voorlopig is nog niets uitgelekt van de gesprekken in het landbouwoverleg, al is het nog maar de vraag of dat zo blijft. 

Als voorschot op de uitkomsten, vroeg Overijssel publiekelijk 5 miljard euro voor een ‘gedegen’ uitvoering van de provinciale plannen voor de herinrichting van het landelijk gebied. Dat is meer dan 20 procent van het bedrag dat het kabinet hiervoor in totaal opzij heeft gezet. 

Boerenorganisatie LTO Nederland zei woensdag dat het ‘nu nog volstrekt onduidelijk’ is of er afspraken te maken zijn. ‘Maar helder mag zijn dat LTO alleen een akkoord zal sluiten als dat gedragen wordt door onze leden.’

Eén ding lijkt zeker: in Den Haag zullen ze opgelucht zijn dat de trekkers niet de snelweg op gaan. Voorlopig althans niet. 

In een gefilmde kerstboodschap maande Farmers Defence Force-voorman Mark van den Oever zijn achterban zich de komende tijd koest te houden. FDF moet de energie ‘niet van tevoren te verspillen’. Bij de provinciale statenverkiezingen in maart moeten wij onze slag slaan, zei Van den Oever tegen de camera: ‘Dan moeten we van ons laten horen.’ 

Woensdag publiceert Follow the Money een artikel over de dilemma’s van boeren bij een Natura 2000-gebied.