Ziekenhuisdirecteur: manager of overheidsdienaar?

2 Connecties

Onderwerpen

Beloning

Werkvelden

Zorg

De Tweede Kamer wil dat zorgbestuurders niet meer dan de Balkenendenorm gaan verdienen. Bestuurdersvereniging NVZD is het er niet mee eens en grijpt naar mensenrechten

Volgens de nieuwe Wet Normering Topinkomens (WNT) mogen topfunctionarissen in de eerste categorie niet meer dan 130 procent van het brutosalaris van een minister (de Balkenendenorm, ofwel 193 duizend euro) verdienen. Onder categorie 1 vallen momenteel het onderwijs, de publieke omroep en woningbouwcorporaties. De Tweede Kamer heeft op 6 december een amendement toegevoegd waarbij wordt vastgesteld dat de zorg ook in het eerste beloningsregime komt.

Het is nu de beurt aan de Eerste Kamer om dit amendement, dat is ingediend door de PvdA en de PVV, goed te keuren. Pierre Heijnen, Tweede Kamerlid van de PvdA die zich met de zaak bezighoudt, denkt dat dit wel goed komt. “De Tweede Kamer heeft vrijwel unaniem dit voorstel gesteund, dus de kans dat de Eerste Kamer het niet goedkeurt is 0,0001 procent”, zegt hij tegen FTM.  

De code
Bestuurdersvereniging NVZD vindt het voorstel onzin. “In 2009 hebben wij op aanvraag van de politiek de Beloningscode voor Bestuurders in de Zorg ingevoerd. Dit is een evenwichtig loongebouw”, zegt Ruud Lapré, de voorzitter van de NVZD. De code schrijft voor dat bestuurders in de zorg in ‘uitzonderlijke gevallen’ nog eens 30 procent boven de Balkenendenorm mogen verdienen. Het salaris van een bestuurder kan dan dus uitkomen op 260 duizend euro. Volgens Lapré zet de Tweede kamer de zorg nu onterecht eerste categorie. “De Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorginstellingen (NVTZ) staat ons hierin bij.”

Momenteel is het zo dat zorginstellingen worden gefinancierd door de staat. Om de kosten van de gezondheidszorg te drukken, dwingt de overheid ziekenhuizen er toe om winst tot een prioriteit te stellen. Zo moeten bepaalde productiecijfers worden gehaald waardoor het besturen van een ziekenhuis erg overeenkomt met het managen van een bedrijf. Lapré: “Zorginstellingen komen steeds vaker in concurrerende situaties terecht. Daarnaast: als je verantwoordelijk bent voor een miljoenenomzet en 5000 man personeel, mag je best wat meer verdienen.”

Buiten proportie
Volgens de NVZD-voorzitter wordt er bovendien ingegrepen op een goede situatie. In een verklaring van de NVZD staat dan ook dat een verdere juridische aanscherping van de BBZ “geen wezenlijke verdere bijdrage” levert aan het algemeen belang, waardoor dit “in strijd met het proportionaliteitsvereiste van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees verdrag van de Rechten van de Mens.” Lapré voorspelt dat als de wet wordt ingevoerd er een “hoop onrust zal ontstaan.” Ook denkt hij dat bestuurders naar de rechter zullen stappen.

Pierre Heijnen vindt dat zorgbestuurders te hoog in de boom zitten. “Men is er nog niet van doordrongen dat het gewoon soberder moet. Vanaf de jaren 90 zijn salarissen in de publieke sector steeds meer richting die van de commerciële markt gegroeid. Dat kan niet meer. Overal moet worden bezuinigd. Als je in de zorg werkt wil je patiënten beter maken. Is je doel om geld te verdienen, dan ga je maar in de private sector aan de slag.” Daarbij meent de PvdA’er dat de NVZD ten onrechte doet alsof de zorg al een private sector is. “Het wordt betaald van publiek geld.”

Lopende contracten
Uit onderzoek van Abvakabo FNV blijkt dat bij dertien van de veertien onderzochte zorginstellingen het basissalaris van de bestuurder hoger is dan het maximum uit de BBZ. Dat komt omdat de code uit 2009 alleen kan gelden voor nieuwe contracten. Uit onderzoek van de NVZD blijkt dat van alle nieuwe zorgbestuurders in 2010 geen 2 procent meer dan het maximum verdiende plus toeslag.

Alle zorgbestuurders - die hun loonafspraken voor 2009 hebben gemaakt – konden dus het salaris van boven de ministernorm houden. Daar kan de WNT, als die door de Senaat komt, ook niets aan veranderen. Want dat zou inbreuk maken op het Recht op eigendom, artikel 10 van het EVRM, die luidt: ‘Eenieder heeft het recht de goederen die hij rechtmatig heeft verkregen, in eigendom te bezitten, te gebruiken, erover te beschikken en te vermaken. Aan niemand mag zijn eigendom worden ontnomen.’

Om die reden is door de Tweede Kamer besloten om de wet gefaseerd in te voeren. “We kunnen niet op lopende contracten ingrijpen”, zegt Heijnen. Pas na vier jaar vanaf het ingaan van de wet kunnen deze lopende contracten worden ingeperkt. Uiteindelijk wordt in een termijn van drie jaar geleidelijk aan afgebouwd. Heijnen: “In totaal duurt de overgangstermijn dan 7 jaar.” Na 1 april zal de Eerste Kamer officieel uitspreken of de wet ingevoerd gaat worden.

Ruben Munsterman
Ruben Munsterman heeft als fanatiek aanhanger van de zesjescultuur tijdens zijn studie journalistiek meer The Wall Street Jou...
Gevolgd door 11 leden