Zijn de banken te groot?

'Nederlandse banken te groot? Welnee!' zegt Robin Fransman, adjunct-directeur bij Holland Financial Centre.

In de uitzending van Tegenlicht over ‘het brein van de bankier’ hoorde ik Joris Luyendijk zeggen dat de bankensector veel te groot was omdat deze ‘Vier tot vijf keer de omvang van het nationaal inkomen’ had. Dat is een bewering die je vaker hoort, bijvoorbeeld van een aantal leden van het Sustainable Finance Lab. En de conclusie die daaraan verbonden wordt is dat banken in omvang moeten halveren. De vraag is of de vergelijking van balanstotaal ten opzichte van BNP wel zinvol is om de optimale grootte van banken te bepalen en dan komt uiteraard ook de vraag aan de orde, zijn de banken inderdaad te groot?

 

Stel je even voor dat er een norm was, zeg drie keer het nationale inkomen, en dat banken op een dag inderdaad zo groot zijn. Wat zeg je dan tegen een klant als die spaargeld wil storten, of een winkelier die de dagomzet wil afgeven, of een consument die een huis wil kopen? Sorry, vandaag gesloten? Komt u morgen maar terug dan zijn we misschien weer open? Ik geef toe, een reductie naar het absurde, maar het geeft aan dat dit soort indicatoren weliswaar een aardig beeld geven van de relatieve omvang en ook goed zijn voor catchy one-liners, maar minder geschikt zijn voor het vellen van een oordeel of het maken van beleid. Dat geldt voor meer indicatoren die een nominale schuld afzetten tegen de omvang van het Bruto Nationaal Product in één specifiek jaar, zoals de staatsschuld. Een prachtig artikel daarover vind je hier. Zie hieronder een grafiek van de relatieve omvang van de banken ten opzichte van het BBP.
 
Bron: “What is the Appropriate Size of the Banking System?”, Dirk Schoenmaker, Dewi Werkhoven, October 2012, DSF Policy Paper, No. 28
 
De probleemlanden Ierland, Portugal, Spanje en Griekenland staan van bijna helemaal links tot bijna rechts. En ook de triple A landen Luxemburg, Ierland, Nederland, Oostenrijk, Finland, VK staan verspreid. Weinig samenhang dus tussen economische problemen en de omvang van de bankbalansen.
De omvang van de banken is vooral gerelateerd aan de omvang van het internationale bedrijfsleven. Kijk wat er gebeurt als je de bankbalansen afzet tegen het balanstotaal van het in dat land aanwezige internationale bedrijfsleven, dan zie je wel correlatie:
 
 
Bron: “What is the Appropriate Size of the Banking System?”, Dirk Schoenmaker, Dewi Werkhoven, October 2012, DSF Policy Paper, No. 28
 
Wat Nederlandse banken dus doen is het internationale bedrijfsleven ondersteunen, en daar hebben we in Nederland, gelukkig, veel van. Wel zit Nederland aan de bovenkant van de trendlijn en dat komt door de hoge hypotheken. In hypotheken zijn we wereldkampioen:
 
Hypotheekschuld t.o.v. BNP. Bron: European Mortgage Federation
 
Maar ook deze statistiek zegt op zichzelf nog niet zo veel. Ten eerste gaat het om bruto schuld, alles wat Nederlanders hebben opgebouwd in spaar- en beleggingsverzekeringen om de hypotheek af te lossen wordt er niet in meegenomen, en dat is inmiddels een fors bedrag, bijna 50 miljard. Ten tweede wordt het niet gerelateerd aan het aantal woningen dat bij huishoudens in eigendom is. Nederland heeft zo een 50% meer woningen in privaat eigendom dan in Duitsland, waar huren de norm is. Als je daarvoor corrigeert is Duitsland geen middenmoter meer, maar ook een koploper. Italië daarentegen heeft meer eigen woningen dan Nederland en minder hypotheken. Dat is nog eens een rijk land!
 
Omvang van schulden, en zeker de omvang van bruto schulden, is dan ook op zichzelf geen goede indicator van risico. Op macro niveau is daarbij belangrijk of er ook besparingen tegenover staan en ook wie de schulden verstrekt. Als dat partijen zijn die in hetzelfde land wonen dan zijn de risico’s aanmerkelijk lager. Van schuld maken wordt je dan als economie niet armer. De rente blijft dan in dezelfde economie. Als er geen buitenland zou bestaan dan zijn de schuldgroei of afname en de bijbehorende vermogens altijd in evenwicht, de omvang van schuld is dan minder belangrijk, want de rente komt terecht in dezelfde economie en kan dan worden ingezet voor consumptie of nieuwe investeringen in het land zelf. Leen je geld van het buitenland, dan verdwijnt ook de rente naar het buitenland.  Zeker als het gaat om buitenlandse schulden die worden aangegaan voor niet productieve assets (zoals woningen) loop je het gevaar om als samenleving steeds ‘armer’ te worden.
 
Als je per se één indicator wil gebruiken, dan  is de totale schuld, of andersom geredeneerd, het totale vermogen van een samenleving als geheel het beste instrument. Dat wordt gemeten middels de zogenaamde ‘Net International Investment Position’ (NIIP). Daarin worden alle schulden en eigendommen van een land (exclusief woningen), dus van de overheid, burgers, bedrijven en financiële instellingen bij elkaar opgeteld en afgetrokken ten opzichte van het buitenland. De NIIP van de verschillende landen ziet er als volgt uit:
 

Land

NIIP/BNP

Credit Rating

ZW

136%

AAA

BE

69%

AA

JAP

56%

AA-

GER

37%

AAA

NL

29%

AAA

AUT

0%

AA+

FR

-11%

AA+

UK

-13%

AAA

USA

-17%

AA+

IT

-24%

BBB+

SP

-87%

BBB-

GRE

-92%

B

IRE

-98%

BBB+

POR

-108%

BB

Bron: IMF, National statistics Bureau’s en central banks, cijfers voor 2009/2010, eind 2012 staat voor Nederland de NIIP/BNP op 52%. Nederland heeft op dit moment ten opzichte van het buitenland zo een 300 miljard meer aan bezittingen dan aan schulden.
 
Zoals je ziet is Nederland een heel rijk land, we hebben veel schulden, maar nog veel meer eigendommen. En daar is de waarde van woningen nog niet bij opgeteld. Zoals je ziet is de NIIP ook van grote invloed op de credit rating van een land. Credit ratings kijken uiteraard ook naar de toekomst en dan moet je er ook andere indicatoren bij betrekken, maar dat is een onderwerp voor een andere column.
 
Enerzijds hebben we dus grote banken vanwege het internationale bedrijfsleven en anderzijds door de hoge hypotheken. Die hoge hypotheken zijn uiteraard fiscaal gedreven. Niet, of pas aan het einde, aflossen is nou eenmaal gunstiger in ons stelsel. Althans tot nu. Met de nieuwe regels voor aflossen en de beperking van de hypotheekrenteaftrek wordt dat anders.
Toch moeten we de hoge private schulden ook niet wegpoetsen, er zit wel degelijk een risico in. De balans van alle huishoudens bij elkaar ziet er zo uit:
 

Bezittingen

Schulden

Waarde Eigen Woning

1000

Hypotheken

647

Pensioen

1035

Overig

27

Verzekeringen

160

Vermogen van Huishoudens

1986

Aandelen en andere effecten

90

 

 

Spaar deposito's

60

 

 

Spaarrekeningen

315

 

 

 

 

 

 

Totaal

2660

 

2660

 

 

 

 

Bron: DNB, cijfers voor 3de kwartaal 2012
 
We zijn dus steenrijk, het gemiddelde vermogen van een Nederlands huishouden bedraagt 280.000 euro. En dat is nog een onderschatting, juwelen, kunst, auto’s en de eigen onderneming is er nog niet in meegeteld. Maar Nederlandse huishoudens zijn wel heel solvabel, ze zijn ook nauwelijks liquide. Van alle bezittingen die Nederlandse huishoudens hebben is zo een 15% echt liquide. De rest zit vast in de eigen woning, of vast bij het pensioenfonds, de bank of de verzekeraar. En die liquiditeit en het vermogen zijn niet evenwichtig verdeeld, maar is vooral bij de groep van 40 jaar en ouder te vinden. Logisch, want zij hebben langer de tijd gehad om vermogen en spaargelden op te bouwen. Het is de groep jonge huizenkopers tot 40 jaar voor wie de combinatie van een hoge hypotheek, dalende woningprijzen en minder koopkracht door loonmatiging, lastenverzwaringen en oplopende werkloosheid een echt risico is. Daarmee zijn de hoge private schulden ook een risico voor de banken, voor de woningmarkt en uiteindelijk voor Nederland als geheel. Verplicht aflossen is dan ook zo een gek idee nog niet. Al is de oplossing die de overheid heeft gekozen verre van optimaal. Naast hypotheken zijn er ook risico’s in commercieel onroerend goed en in MKB leningen. Bij elkaar gaat het dan om een paar procent van de bankbalansen waar de risico’s geconcentreerd zijn. 
 
Kijken naar één indicator om risico’s in te schatten is een slecht idee. Risico’s zitten niet in gemiddeldes of in eenvoudige bruto ratio’s van omvang. Voor de crisis, in 2007, waren de gemiddeldes in orde dacht men, de risico’s zaten, zoals altijd, in de staart. Risico’s zitten in de marges, in de uiteinden waar negatieve omstandigheden onvoorzien bij elkaar samenkomen. We moeten het dan ook niet over de omvang van banken hebben, dat is zinloos. Belangrijk zijn de specifieke risico’s. Belangrijk is ook meer eigen vermogen bij banken, om onvoorziene gebeurtenissen beter op te kunnen vangen. En de oplossing van het 'too big to fail' dilemma. Op beide terreinen is goede voortgang geboekt en er komt nog meer aan. 
 
Mensen die roepen dat de banken moeten halveren mogen zeggen welke hypotheken en welke bedrijfskredieten moeten worden opgezegd. Je zal maar zo'n brief krijgen van de bank. Een recept voor een extreme krimp van de economie en torenhoge werkloosheid.
 
De kredietverlening aan bedrijven staken en de hypotheekomvang verkleinen is geen oplossing. Sterker nog, de totale hypotheeksom zal in Nederland waarschijnlijk nog omhoog moeten. Dat kan wellicht alleen voorkomen worden door de hypotheekrenteaftrek geheel af te schaffen. Waarom dat zo is, komt aan bod in deel 2 van deze column. Over twee weken, op deze plek.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Robin Fransman

De dwarse denker Robin Fransman was jarenlang adjunct-directeur bij Holland Financial Centre (HFC). Daarvoor werkte hij onder...