Dennis van Zuijlekom, Soft Melting Clock
© https://www.flickr.com/photos/dvanzuijlekom/9334044074

Zijn wij onze data?

  • Kluizen hebben al eeuwen de neiging om opengebroken te worden. Er zijn nog steeds Aage M's.

Hans Schnitzler haakt aan bij de column van Jan Kuitenbrouwer, die Tim Berners-Lees plannen voor een betere privacybescherming beschreef. 'Hoog tijd,' zegt Schnitzler, want 'het gevecht om onze gegevens is uiteindelijk een machtsstrijd met als inzet wie de controle weet te bemachtigen over de informatiestromen en daarmee over de inrichting van de samenleving als geheel’.

2019 zou wel eens het jaar kunnen worden waarin de strijd om onze data een beslissende fase ingaat. De slag om onze gegevens heeft het karakter van een meerfrontenoorlog aangenomen. Privacy- en mededingingswaakhonden binnen en buiten Europa doen verwoede pogingen om de rooftochten van de dataplunderaars tegen te gaan. Zo heeft Frankrijk onlangs Google een boete opgelegd wegens het overtreden van de Europese privacywet (AVG), die vorig jaar van kracht is geworden. In Duitsland is nieuwe regelgeving in voorbereiding die de dataverzamelwoede van Facebook verder moet beteugelen, terwijl in de Verenigde Staten belangengroepen hun krachten bundelen om Zuckerbergs mondiale smoelenboek op te breken.  

Het valt natuurlijk te bezien hoe effectief al deze maatregelen zijn, maar dat het tij aan het keren is, is onmiskenbaar. Jarenlang mochten de Silicon Valley-cowboys hun wetteloze gang gaan, nu is er eindelijk een breed gedragen handelingsbereidheid om het verloren gegane gebied te heroveren.

Ook binnen de gelederen van tech-titanen zelf klinkt de roep om actie steeds luider. Zo pleitte Apple-baas Tim Cook twee weken geleden voor het aanleggen van een register van datahandelaren. Transparantie is hier het codewoord: alleen dan kan de consument zien wie er met welke gegevens aan de haal gaat, zodat hij daar, indien gewenst, een stokje voor kan steken. Misschien wel het meest veelbelovende initiatief ter beheersing van de onverzadigbare datahonger van tech-monopolisten komt van de geestelijk vader van het wereldwijde web: Tim Berners-Lee. Die wil, zoals Jan Kuitenbrouwer op dit platform al schreef, een soort digitale kluis bouwen die onze gegevens uit handen moet houden van al te gulzige datagraaiers.  

Het gevecht om onze gegevens is uiteindelijk een machtsstrijd met als inzet wie de controle weet te bemachtigen over de informatiestromen en daarmee over de inrichting van de samenleving als geheel. Er staat dus veel, heel veel op het spel, en hoewel de uitkomst nog allerminst vaststaat, is het bemoedigend dat de strijd nu in alle hevigheid en op meerdere fronten is losgebarsten.

Metaforen typeren een wereldbeeld

Tegelijkertijd dreigt er bij al dit rumoer een fundamenteler vraag onder te sneeuwen, te weten: zijn wij wel te reduceren tot onze data? (Spoiler alert: nee, dat zijn we niet.)

Om te begrijpen hoe belangrijk deze vraag is, biedt de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan uitkomst. Met zijn beroemde oneliner ‘First we shape our tools, thereafter our tools shape us,’ vestigde hij onze aandacht op het verschijnsel dat nieuwe technologieën, eenmaal ingebed in het sociale weefsel, van beslissende invloed zijn op het menselijk denken en bewustzijn. Zo maakt het voor onze ervaring van ruimte en tijd nogal wat uit of we ons met paard en wagen voortbewegen of met een hogesnelheidstrein.

Slimme huizen, slimme steden, het internet der dingen: onze publieke en private ruimtes raken gedataficeerd en gealgoritmiseerd

Het inzicht dat technologieën ons zelf- en wereldbeeld bepalen, is cruciaal om te begrijpen wat de dataficering van de werkelijkheid betekent. Zeker wanneer je een en ander in historisch perspectief plaatst, wordt een interessant patroon zichtbaar. Ga maar na: dat de Grieken en Romeinen met hun imposante waterwerken de essentie van de mens in termen van lichaamssappen begrepen, is geen toeval. En dat men ten tijde van de Renaissance, toen klok- en uurwerken algemeen ingang vonden, de mens begon te zien als een verfijnd mechanisme, hoeft ook niet te verbazen. Vandaag de dag zijn het evenwel data en algoritmen die de klok slaan en dus zie je dat we de mens gaan beschouwen als een informatie-genererende machine.

Voor dit specifieke mens- en wereldbeeld bestaat een woord: dataïsme, een term waarvan de betekenis samengevat kan worden met de populaire Quantified Self-slagzin: ‘Zelfkennis door getallen’.       

De enigszins retorische vraag die hier gesteld moet worden: is het wel waar? Nee, dat is het niet. Al was maar omdat getalletjes en patronen niets zeggen over ons levensverhaal. De mens is een narratief wezen, zingeving heeft alles te maken met het verhaal dat we over onszelf, over elkaar en over de wereld vertellen. Het ‘meten is weten’-fetisjisme van het dataïsme is daarvoor ziende blind. Wie we zijn, wat de betekenis is van de gebeurtenissen in ons leven, daarop geven data en algoritmen geen antwoord.

Ondertussen zijn de dataïsten wel een wereld aan het optuigen die volledig gebaseerd is op hun geloofsovertuigingen. Slimme huizen, slimme steden, het internet der dingen: onze publieke en private ruimtes raken langzaamaan gedataficeerd en gealgoritmiseerd. Steeds meer beslissingen worden genomen op grond van de ‘betekenis’ die data en algoritmen genereren. Of u een verzekering kunt afsluiten, uitgenodigd wordt voor een sollicitatiegesprek, als risicofactor wordt aangemerkt door de autoriteiten: het staat allemaal in de digitale sterren geschreven. Maar of het waar is, of het klopt, en of het recht doet aan de menselijke waardigheid, daar zwijgen de grootdatabezitters wijselijk over.

Naast de strijd tegen de schaamteloze exploitatie van persoonsgebonden data, is er daarom een fundamentele bezinning nodig op de vraag in hoeverre de mens te reduceren valt tot zijn data. Die vraag komt in wezen hierop neer: wat betekent het om mens te zijn?

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Hans Schnitzler

Gevolgd door 289 leden

Filosoof, publicist, auteur van Het digitale proletariaat (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.

Volg Hans Schnitzler
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren