Ananas uit Ghana is 'dubbel lekker', zegt Albert Heijn.
© Olivier van Beemen

Op zoek naar Kwabena, de Ghanese ananasboer van Albert Heijn

Volgens Albert Heijn krijg je een ‘lekker gevoel’ van per vliegtuig ingevoerd fruit, in hapklare stukken in een plastic verpakking. Met de aankoop draag je bij aan betere leefomstandigheden voor de lokale gemeenschap in bijvoorbeeld Ghana. Is dat zo? En hoe zit het met de duurzaamheid van voorgesneden vruchten in bakjes plastic?

Dit stuk in 1 minuut
  • Albert Heijn claimt kopers van stukjes verse ananas uit Ghana een ‘dubbel lekker’ gevoel te geven; door de smaak én door de bijdrage aan de lokale ontwikkeling. 
  • Het hulpfonds van Albert Heijn – de AH-foundation – investeert in lokale ontwikkelingsprojecten in de regio’s waar de keten zijn groenten en fruit vandaan haalt. Follow the Money bezocht in Ghana enkele van die projecten. 
  • De leverancier van verse stukjes Ghanese vruchten is de Britse multinational Blue Skies, die daar een fabriek heeft met ten minste duizend medewerkers. Volgens audits biedt Blue Skies goede werkomstandigheden aan de mensen die het fruit pellen, snijden en verpakken. Oud-werknemers schetsen een minder rooskleurig beeld van de manier waarop ze werden behandeld.
  • Fruitbedrijf Blue Skies kreeg van Nederland bijna zeven ton subsidie voor de bouw van een nieuwe ijs- en sapfabriek en geniet in Ghana substantiële belastingvoordelen. Blue Skies’ aandeelhouder 8 Miles, een investeringsfonds van zanger Bob Geldof, profiteert daarvan mee. 
  • Albert Heijn zegt ‘de meeste duurzame supermarkt’ van Nederland te zijn. Adviesorganisatie Milieu Centraal kwalificeert ingevlogen vers fruit als de meest schadelijke categorie: ‘Niet kopen’.
Lees verder

Op de groente- en fruitafdeling van menig filiaal van Albert Heijn hing nog niet zo lang geleden een affiche met een foto van ananasboer ‘Kwabena uit Ghana’ en de slogan: ‘Dubbel lekker.’ Want: ‘Ons fruit smaakt niet alleen hartstikke lekker, het geeft je ook een lekker gevoel. Dat komt doordat onze telers samen met de AH Foundation bijdragen aan betere leefomstandigheden voor de lokale gemeenschap.’ De boodschap is duidelijk: wie een plastic bakje vers fruit koopt, draagt een steentje bij aan een betere wereld. 

De AH Foundation is een hulpfonds dat klaslokalen, waterpompen en andere publieke voorzieningen bouwt in de Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen waar Albert Heijn groente, fruit en bloemen vandaan haalt. In 2019 bedroeg de begroting van het fonds 2,6 miljoen euro, waarvan de supermarktketen 1,8 miljoen betaalde en zijn leveranciers de rest. Moederbedrijf Ahold Delhaize had in 2019 een omzet van 66 miljard euro.

Draagt het AH-concern inderdaad bij aan de ontwikkeling van de regio’s waar het fruit vandaan haalt? En – niet onbelangrijk voor het ‘lekkere gevoel’ van de bewuste consument – hoe zit het met de duurzaamheid van de bakjes met gesneden vruchten? De supermarktketen laat zich erop voorstaan de meest duurzame van Nederland te zijn. Follow the Money gaat in Ghana op zoek naar de belofte van de Hollandse grootgrutter en naar diens postermodel Kwabena, de ananasboer.

 

Ghana, in West-Afrika, is een belangrijke leverancier van ananas, kokos, mango, papaja en citrusvruchten. Albert Heijn koopt er zijn fruit van de firma Blue Skies, een Britse multinational, in 1997 opgericht door Anthony Pile. Hij beschouwde het als zijn missie om een ‘winstgevende onderneming’ te bouwen waarin ‘mensen elkaar respecteren en het milieu beschermen’. Pile werkte daarvoor bij een ander Brits fruitbedrijf, Orchard House Foods, waar hij het idee opvatte vruchten in stukjes naar Europa te importeren. Maar daar sprak de directie van blue sky thinking – vrij vertaald: droom maar lekker verder – en Pile begon voor zichzelf.

Blue Skies werd een commercieel succesverhaal. Het bedrijf heeft vestigingen in zes landen en boekte in 2018 een jaaromzet van 108 miljoen pond (123 miljoen euro) en een winst van ruim 3 miljoen pond (3,7 miljoen euro). Ook Blue Skies heeft een hulpfonds – de Blue Skies Foundation – voor het verbeteren van de levensomstandigheden in de streken waar het actief is, en het bedrijf staat goed bekend in de ontwikkelingssector. Door vruchten ter plekke te laten pellen, snijden en verpakken creëert het werkgelegenheid en toegevoegde waarde voor de lokale economieën: stukjes vers fruit zijn immers aanzienlijk duurder dan hele vruchten. In Ghana heeft Blue Skies ruim duizend mensen in dienst – op vaste en tijdelijke contracten – en maakt het gebruik van honderden oproepkrachten.

Zo stimuleert ook de Ghanese belastingbetaler het succes van het Britse fruitbedrijf Blue Skies

De fabriek en het Ghanese hoofdkantoor zijn gevestigd in het stadje Nsawam, dertig kilometer ten noorden van de hoofdstad Accra. De regering heeft er een Speciale Economische Zone gecreëerd, waardoor Blue Skies de eerste tien jaar van de meeste belastingen was vrijgesteld, en sindsdien profiteert van aanzienlijke korting: een vennootschapsbelasting van 15 procent in plaats van het standaardtarief van 25. Zo stimuleert ook de Ghanese belastingbetaler het succes van het Britse fruitbedrijf Blue Skies.

De meerderheid van het kapitaal (50,1 procent) is in handen van de familie Pile – Anthony’s zoon Hugh is sinds de jaarwisseling topman van het bedrijf. De grootste externe aandeelhouder (19,5 procent) is het Afrikaanse investeringsfonds 8 Miles van de Ierse zanger en zelfverklaard filantroop Bob Geldof. Uit gelekte documenten, de zogenoemde Mauritius Leaks, blijkt dat 8 Miles voor de looptijd van het fonds een rendementsdoelstelling heeft van 20 procent en beschikt over een dochterfirma in belastingparadijs Mauritius. Geldofs fonds zegt dat verantwoord ondernemerschap en zorg voor mens en natuur essentiële overwegingen zijn om te investeren in Afrikaanse bedrijven. In de praktijk lopen de gastlanden door deze fiscale constructie belangrijke inkomsten mis. Een journalist die Geldof kritische vragen stelde over belastingontwijking, kreeg de tegenvraag hoeveel irrigatiekanalen zíj met haar salaris had gefinancierd.

Op naar Accra, een snel uitdijende metropool met ruim vier miljoen inwoners, enkele graden boven de evenaar, waar de zoektocht voorspoedig begint. Tijdens een taxirit op de eerste dag blijkt chauffeur Oduro Bright iemand te kennen die voor Blue Skies heeft gewerkt. Ze heet Sarah Nortey en in haar dorp wonen ananasboeren van wie het fruit uiteindelijk in Nederland belandt.

De rit naar het dorp, Fotobi, voert door een glooiend, vruchtbaar landschap. De boeren verbouwen er verschillende gewassen: ananas, papaja, bananen, yamswortels, rode peper, mais en tomaten. Deels voor eigen gebruik, deels voor de markt.

Na een hartelijke ontvangst tussen de waslijnen op de binnenplaats van Sarah Nortey, maakt buurman Daniel Djan zijn opwachting. Hij is ananasboer en herkent de teler van de AH-poster meteen. ‘Dat is Attakra,’ zegt hij resoluut. ‘Die woont in Pokrom, een paar dorpen verderop.’

Op weg daar naartoe bezoekt Follow the Money enkele projecten die volgens Albert Heijn betere leefomstandigheden moeten creëren. Op een interactieve kaart is precies te zien waar die projecten te vinden zijn. AH en Blue Skies zijn van tevoren niet ingelicht over onze komst – om voorbereidingen en sturing te voorkomen.

De ontwikkelingsprojecten – de afgelopen tien jaar zijn er in vier landen ruim honderd uitgevoerd – zijn een samenwerking van de hulpfondsen van Albert Heijn, Blue Skies en de Britse supermarktketen Waitrose, die de kosten onderling verdelen. Vorig jaar werd in Ghana 173.000 euro aan de projecten uitgegeven, waarvan de AH Foundation 58.000 euro op zich nam – de weekomzet van een kleinere supermarkt in Nederland.

In de dorpen van de ananasboeren doen de samenwerkende fondsen een beroep op lokale vertegenwoordigers, die bij de bevolking peilen aan welke voorzieningen er behoefte is. Dit gebeurt in samenwerking met de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO, die de AH Foundation adviseert over de relevantie en haalbaarheid van projecten en het budget beheert.

In Fotobi is in 2010 een gebouw neergezet met drie klaslokalen en een docentenkamer. Verf bladdert af, schoolborden zijn kapot of afwezig, en op het moment van ons bezoek zijn twee van de drie lokalen niet in gebruik. Op de muur schreef iemand: ‘Geen steekpenningen ontvangen?!!’

In het nabijgelegen Obodan ziet de mede door de AH Foundation betaalde school er beter uit. ‘Dit is de modelschool, met meestal 40 à 50 kinderen in een klas,’ zegt Ibrahim Mohammed, een van de onderwijzers die onder een boom zitten te lunchen. ‘Blue Skies komt hier regelmatig met delegaties uit Europa.’ Op de website van het investeringsfonds van Bob Geldof prijkt een foto van de school.

Weer een dorp verderop, in Amanfrom, staat volgens Blue Skies een openbaar wc-gebouw, waarvan de tweeduizend buurtbewoners dankbaar gebruik maken. In werkelijkheid is het gebouwtje afgebroken en heeft de overheid betere sanitaire voorzieningen neergezet.

‘Dit is de modelschool, Blue Skies komt hier regelmatig met delegaties uit Europa’

In Pokrom, het dorp waar de ananasboer zou moeten wonen, staat wel zo’n wc-blok. Er komt een indringende stank uit. Tien van de twaalf wc’s zijn afgesloten. Benjamin Anabila, werkzaam voor een lokale ontwikkelingsorganisatie, bekijkt het gebouwtje misprijzend. ‘Een sterk verouderd type. De collectieve wc’s die de overheid tegenwoordig bouwt, zijn moderner en hygiënischer.’

Bij marktstalletjes langs de hoofdweg in Pokrom herkent niemand de foto van Kwabena of Attakra. ‘Ga naar de boerderij net buiten het dorp. Als hij hier in de buurt woont, moeten ze hem daar kennen.’

Die boerderij is het megabedrijf Golden Riverside. Manager en ananasboer John Akafia beheert er een stuk land van bijna 250 hectare dat zich uitstrekt tot de heuvelruggen aan de overzijde van het dal. Op de akker voor hem staat een tractor. Zeven veldwerkers plukken verse ananassen voor Blue Skies. Ze verdienen volgens Akafia per maand ongeveer 80 euro, wat neerkomt op ruim anderhalf keer het wettelijk minimumloon. Dat klinkt niet slecht, maar in ontwikkelingslanden is het minimumloon vaak niet genoeg voor levensonderhoud. De OESO spoort multinationals aan een ‘fatsoenlijk loon’ (living wage) te betalen, dat wél voldoende is voor de eerste levensbehoeften. Volgens de gespecialiseerde organisatie Global Living Wage Coalition, met daarin onder meer Fairtrade International, zou het loon in dit gebied in Ghana ruimschoots hoger moeten liggen: 209 euro voor een eenpersoonshuishouden en 316 euro voor een gezin.

Manager John Akafia is tevreden over de samenwerking met Blue Skies, die in 1999 begon. ‘Ze hebben voor Golden Riverside een grotere markt gecreëerd. En de productie is omhooggegaan dankzij kunstmest en de technieken die we geleerd hebben.’

En Kwabena? Nee, helaas, die (her)kent hij niet.

De zoektocht blijft niet onopgemerkt. Diezelfde middag neemt Alistair Djimatey contact op. Hij is de Ghanese manager van het hulpfonds van Blue Skies én pr-manager van het bedrijf. Hij toont zich bereid tot een interview en een rondleiding in de fabriek. 

In de tussentijd onderzoeken we hoe Blue Skies de eigen medewerkers behandelt. Draagt het personeelsbeleid bij aan het goede gevoel dat consumenten van een bakje ananas moeten krijgen? Toen het Haarlems Dagblad in 2015 door Albert Heijn werd uitgenodigd om in de fabriek in Nsawam te komen kijken, sprak oprichter Anthony Pile in oneliners als ‘We hebben het hier over mensen, niet over arbeiders. Iedereen is belangrijk.’ De krant noteerde: ‘Of je nu met [Pile] op een van de fruitplantages staat of in het kantoor; telkens merk je hoe dankbaar de mensen zijn die voorheen geen cent te makken hadden maar nu wel een stabiel inkomen genieten.’ Een chef zei: ‘We werken hard maar met veel plezier.’

Buiten de fabriek klinken ook andere verhalen. Follow the Money interviewt in Ghana tien oud-werknemers van Blue Skies, die vrijuit over hun ervaringen kunnen spreken. Zonder uitzondering zijn ze kritisch. Een stabiel inkomen? Ze verdienen in de fabriek weliswaar ruim twee keer het minimumloon, meer dus dan op het land, maar dat is nog steeds ontoereikend voor de eerste levensbehoeften. Bovendien hebben veruit de meeste medewerkers geen vast inkomen, maar een tijdelijk contract of ze werken op oproepbasis. Na zes maanden moeten ze vaak plaatsmaken voor anderen.

Makkelijk vervangbaar 

Firestone Banini was zestien jaar lang in dienst bij Blue Skies en vertrok in 2018 als hoofd van de technische afdeling. Hij vond dat zijn loyaliteit en inzet niet op waarde werden geschat. De relatie tussen de directie en het personeel is slecht,’ zegt hij. ‘Er heerst een angstcultuur met veel geschreeuw en intimidatie, maar niemand durft dat aan te kaarten. Dat zit niet in onze cultuur. Op school leer je te gehoorzamen, niet om zelfstandig na te denken. Werknemers krijgen vaak te horen hoe makkelijk vervangbaar ze zijn. Ze zijn als de dood hun baan te verliezen.’ Andere oud-medewerkers beamen dit, maar durven het niet met naam en toenaam te zeggen. 

Ook met de vakbondsvrijheid zijn er problemen, vertellen oud-werknemers. Blue Skies voert de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden van het personeel met de Blue Skies Staff Association (BSSA), die in 2008 werd opgericht als een soort welzijnscommissie. Het management weigerde te onderhandelen met de oorspronkelijke, onafhankelijke vakbond, de Food and Allied Workers’ Union (FAWU). Uit een dagvaarding uit 2008, in het bezit van Follow the Money, blijkt dat Blue Skies die bond niet serieus nam en zich eraan stoorde dat leden hun collega’s opriepen zich ook bij de FAWU aan te sluiten. De drie werknemers die zich het sterkst voor de bond inspanden, werden ontslagen.

Abraham Koomson, secretaris-generaal van de vakbondskoepel Ghana Federation of Labour, is nog altijd verbolgen over de gang van zaken. Zijn vakorganisatie is met 48.000 leden de tweede van het land en aangesloten bij het Internationaal Vakverbond. ‘We hebben veel tijd en geld geïnvesteerd om bij Blue Skies een onafhankelijke vakbond, de FAWU, aan tafel te krijgen,’ zegt hij. ‘Vergeefs.’

Koomson: ‘Een echte vakbond wordt daar nog steeds gemist. We krijgen veel klachten van het personeel: over lange werktijden, gezondheidsproblemen als gevolg van de kou in de fabriek, ziektekosten die niet altijd vergoed worden. Ze moeten doen alsof ze tevreden zijn omdat ze überhaupt een baan hebben.’

Abraham Koomson, secretaris-generaal Ghana Federation of Labour

"We hebben veel tijd en geld geïnvesteerd om bij Blue Skies een onafhankelijke bond aan tafel te krijgen; vergeefs"

Een vrouw die drie jaar lang in de koelruimte fruit pelde, zegt: ‘De chefs schreeuwen tegen je en je hebt toestemming nodig om naar de wc te gaan. Je moet soms lang wachten en hebt dan maximaal twee minuten. Dat houden ze op een klokje bij.’ Hoewel ze al twee jaar weg is, wil ze niet bij naam worden genoemd. ‘Ik kreeg telkens een contract voor zes maanden en vervolgens was ik zes maanden werkloos omdat ze me anders in vaste dienst moesten nemen.’ Een oud-collega van haar, die in dezelfde periode eveneens op contractbasis in de fabriek werkte, staat op een ontmoeting in een auto omdat ze niet met een journalist gezien wil worden. ‘Het is ijskoud in de fabriek ondanks de warme kleren,’ zegt ze. ‘Veel werknemers worden daar ziek van.’ Volgens drie lokale artsen bij wie Follow the Money navraag doet, verhoogt het werken in de koelruimte inderdaad de kans op diverse aandoeningen en infecties.

Blue Skies en Albert Heijn zijn niet onder de indruk van de klachten van oud-werknemers. Ze wijzen op een zogenoemde SMETA-audit, die het bedrijf succesvol heeft doorstaan. In dit onderzoek naar de werkomstandigheden zouden problemen als gezondheidsklachten en slechte behandeling op de werkvloer naar boven moeten komen, maar er is volgens Pile geen enkele misstand ontdekt. Follow the Money krijgt geen inzage in het auditrapport. ‘Dit is een document met concurrentiegevoelige informatie, dat we niet in goed vertrouwen kunnen delen.’ 

Betrouwbaarheid van ethische audits

Topman Hugh Pile zegt dat de SMETA-audit bewijst dat de werkomstandigheden goed zijn. ‘Keer op keer blijkt dat Blue Skies Ghana de hoogst mogelijke normen hanteert.’ Uit het rapport van vorig jaar – volgens Pile gebaseerd op interviews met 62 medewerkers – kwamen, eveneens volgens de topman, 43 ‘goede voorbeelden’ naar voren en geen enkele wanprestatie. 

Ook voldoet de fabriek volgens de directie aan de normen van Fairtrade en zijn in het verleden meermaals andere audits succesvol doorstaan. ‘Het is moeilijk voor te stellen dat die er allemaal herhaaldelijk naast zitten,’ schrijft Pile. In deze audits krijgt Follow the Money evenmin inzage, ook niet na ons voorstel concurrentiegevoelige informatie op voorhand onleesbaar te maken. 

Volgens Maria Hengeveld, die promoveert aan de University of Cambridge en onderzoek deed naar ethische keurmerken, is het helemaal niet ondenkbaar dat ze er allemaal naast zitten. ‘Dergelijke audits functioneren systematisch hetzelfde: het is een sterk concurrerende sector, gedreven door winst en omgeven door geheimzinnigheid.’

Hengeveld: ‘De SMETA-audit staat bekend als een van de zwakste. Ook bij hoger aangeschreven methoden is het voor bedrijven met grote tekortkomingen alsnog vaak eenvoudig een audit succesvol te doorstaan, maar bij SMETA vindt geen enkele externe controle plaats. In principe kunnen de auditors noteren wat ze willen. Een prikkel om actief op zoek te gaan naar misstanden ontbreekt. Het is gebruikelijk dat de directie van een bedrijf werknemers voorbereidt op de audit en onder druk zet om wenselijke antwoorden te geven.’

Interne bronnen bevestigen dat dergelijke praktijken ook plaatsvinden bij Blue Skies. Een huidige teamleider laat weten dat het doorgaans niet de externe auditors zijn die de personeelsleden uitkiezen voor interviews, maar de directie. Kritische geesten worden daarbij systematisch overgeslagen. De audits worden bovendien van tevoren aangekondigd en het personeel krijgt na afloop geen inzage in het rapport. Twee oud-medewerkers bevestigen deze gang van zaken. 

Topman Hugh Pile blijft erbij dat de audits onaangekondigd zijn en dat de inspecteurs hun eigen keuzen maken.

Lees verder Inklappen

Albert Heijn twijfelt niet aan Blue Skies: ‘We werken al twintig jaar naar volle tevredenheid samen en bezoeken deze leverancier regelmatig. Blue Skies onderscheidt zich door zorg voor haar medewerkers en betrokkenheid bij lokale gemeenschappen.’

In een telefonisch interview beroept Henri Zondag, directeur van de AH Foundation, zich bovendien op de samenwerking met ontwikkelingsorganisatie ICCO. ‘Daar hebben ze veel ervaring op het gebied van mensenrechten en duurzame ontwikkeling. Zij kijken of wij met de juiste leveranciers werken. Ik weet dat ICCO-mensen niet over één nacht ijs gaan. Ze willen tot in detail in de keuken kijken, in alle processen.’

Bij verificatie blijkt deze uitspraak niet te kloppen. ICCO houdt zich voor Albert Heijn in Ghana uitsluitend bezig met ontwikkelingsprojecten als de schoolgebouwen, niet met werkomstandigheden bij leveranciers.

Sugarloaf

Intussen is er nieuws. Attakra is alsnog opgespoord in het dorp Pokrom. Toch loopt de ontmoeting uit op een teleurstelling: hij is wel ananasboer, maar niet Kwabena van de AH-poster en geen leverancier van Blue Skies.

De zoektocht neemt diezelfde dag een verrassende wending, want volgens een lokale vertegenwoordiger van de Blue Skies Foundation, Moses Gamati, komt Kwabena helemaal niet uit deze streek maar woont hij op ruim drie uur rijden in de regio Central, niet ver van de Atlantische kust ten westen van Accra. Het bewijs: de ananas die hij op de poster toont, is geen smooth cayenne of MD2, de varianten die ze hier rond Nsawam verbouwen, maar een sugarloaf, die daar groeit.

Alistair Djimatey, de pr-man van Blue Skies, is bereid te helpen Kwabena te vinden. Voorafgaand aan onze afspraak in een hippe sapbar naast de fabriek in Nsawam bezoeken we in de omgeving nog twee projecten van de AH Foundation. Bij de brandweer is door het hulpfonds een nieuwe watervoorziening gebouwd, om de (lekkende) brandweerauto te vullen. En ook hier kreeg een school enkele nieuwe lokalen, die desondanks uitpuilen van de leerlingen. ‘We streven naar maximaal veertig per klas, het zijn er meestal zeventig,’ zegt assistent-schoolhoofd Godwin Yevu.

In westerse hoofdsteden – en ook bij steeds meer Afrikaanse regeringen – is het vertrouwen in dergelijke goedbedoelde hulpprojecten de afgelopen twee decennia sterk afgenomen. De bouw van schooltjes, basale gezondheidsvoorzieningen en waterputten, vaak met korte levensduur, heeft in een halve eeuw weinig blijvende impact gehad. De president van Ghana, Nana Akufo-Addo, wil zijn land zo snel mogelijk van het hulpinfuus afhalen, net als zijn collega Paul Kagame in Rwanda. Alleen dan kan echte ontwikkeling plaatsvinden, menen ze.

Waarom dan toch nog steeds dit soort projecten? AH Foundation-directeur Zondag: ‘Om zakelijke redenen. We vroegen ons twaalf jaar geleden af: Hoe kunnen we onze langetermijnrelatie met leveranciers in Afrika intensiveren, zodat wij elke dag producten van topkwaliteit in het schap krijgen? Het idee is dat wij een steentje bijdragen, hoe bescheiden ook, aan het ietwat verbeteren van leefomstandigheden van hun personeel en de lokale gemeenschappen. Maar we hebben absoluut niet de ambitie of de intentie om de wereld te verbeteren of om alles in Ghana helemaal goed te doen. We denken wel dat we daar vooruitgang brengen als we projecten ondersteunen die dagelijkse zorgen verlichten, en als we lokalen bouwen waardoor het aantal leerlingen per klas van honderd naar zestig of veertig gaat. Dat hopen we.’

Ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van de Blue Skies Foundation kreeg onderzoekster Linda Kleemann van het Kiel Institute for the World Economy in Duitsland opdracht ‘de impact van de Foundation te laten zien door het perspectief van mensen die er de laatste tien jaar van hebben geprofiteerd.’ Het rapport oogt als een reclamefolder en komt superlatieven tekort om de successen te beschrijven. ‘Het fonds is geen pr-instrument. In de kern draait het er bij dit fonds om mensen persoonlijk te raken, het gaat om de bezieling levens te veranderen en te ontwikkelen,’ schrijft Kleemann. ‘Met deze unieke benadering kan het een rolmodel zijn voor alle andere fondsen op de hele wereld!’

Bonuskorting

Tijd voor de rondleiding door pr-manager Alistair Djimatey. In de koelruimte van de Blue Skies-fabriek zijn tientallen werknemers actief, vooral vrouwen, die in rode uniformen fruit pellen, snijden en wegen. Vanachter ramen kijken de chefs toe. Op de plastic bakjes staan al de prijs in euro’s én de bonuskorting.

Buiten wordt juist een vrachtwagen vol ananassen uitgeladen. Ernaast staan vrachtcontainers van KLM, zo vormgegeven zodat ze in het laadruim van het vliegtuig passen, onder de passagiers. Vannacht nog zullen de doosjes vers fruit naar Schiphol vliegen – voor Albert Heijn, en voor supermarkten in onder meer België, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië.

Milieu Centraal rangschikt ingevlogen vers fruit in plastic bakjes in de categorie die het schadelijkst is voor het milieu

De stukjes ananas, mango, papaja en kokosnoot moeten onderweg voortdurend in koelruimtes worden bewaard, tussen 0 en 5 graden, met hoge CO2-uitstoot als gevolg. Milieu Centraal, een onafhankelijke organisatie die consumenten adviseert over duurzaamheid van producten, rangschikt ingevlogen vers fruit in plastic bakjes in de categorie die het schadelijkst is voor het milieu. ‘Vermijden,’ luidt het advies. Ananas die integraal per boot naar Europa gaat, is volgens Milieu Centraal aanzienlijk beter voor de planeet: ‘Goede keuze.’ 

De uitstoot voor fruit dat per vliegtuig naar Nederland komt, is volgens de organisatie minstens vier keer hoger dan per boot. Voor klanten is het sowieso vaak gissen, want op de plastic verpakkingen staat niet vermeld hoe de vruchten in Nederland zijn gekomen en waar ze zijn versneden.

‘Meest duurzame supermarkt’

Op stickers in de supermarkt en op de eigen website claimt Albert Heijn de ‘meest duurzame supermarkt’ van Nederland te zijn, en dat al voor de vierde keer op rij. De keten beroept zich op een rangschikking van de Sustainable Brand Index die echter niets zegt over de daadwerkelijke duurzaamheid van een bedrijf, maar louter de perceptie van klanten meet. Zo staat het merk Heineken (met groene flesjes) op plaats 77 van duurzame merken en Amstel (ook een merk van Heineken) op plaats 128. Consumenten zien het merk Heineken blijkbaar als duurzamer dan Amstel, maar dat zegt niets over de duurzaamheid van moederbedrijf Heineken. 

Voor klanten van Albert Heijn draagt een campagne als die van ‘Kwabena uit Ghana’ ongetwijfeld bij aan het duurzame imago van de supermarkt. 

Lees verder Inklappen

Djimatey vervolgt de rondleiding. De volgende bezienswaardigheid is de nieuwste aanwinst op het terrein, een ijs- en sapfabriek die in 2015 opende. Die fabriek is voor de helft gefinancierd met Nederlands ontwikkelingsgeld, dankzij een subsidie van bijna zeven ton van het ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2017 kwam minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) een kijkje nemen. 

Anders dan de bakjes fruit, uitsluitend bestemd voor export, zijn het ijs en de sapjes voor de lokale markt. Het zijn dure producten, eigenlijk alleen betaalbaar voor de lokale elite en expats. Dat klinkt opmerkelijk: Nederlands ontwikkelingsgeld, niet voor armoedebestrijding of lokale bedrijven in Ghana, maar voor een fabriek van een succesvolle Britse multinational die producten maakt voor de welvarende bovenklasse. Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken legt uit dat het ministerie meebetaalde om werkgelegenheid te scheppen en kennis over te dragen: ‘Er zijn 54 extra banen gecreëerd. Het project paste goed in het beleid in Ghana, gericht op modernisering van de landbouwsector en ondersteuning van boeren om hogere kwaliteit producten tegen hogere prijzen te produceren. Het ging om een innovatief en daarmee ook risicovol project.’

Stuiterend op reggaebeats

En Kwabena? Djimatey geeft bij het afscheid diens contactgegevens. Hij woont inderdaad in de regio Central, in het dorp Ekumfi Nanabin. Na een rit over grotendeels onverharde wegen, stuiterend op de reggaebeats van legende Alpha Blondy uit buurland Ivoorkust, bereiken we tegen het eind van de middag het dorp. Daar komt de ananasboer van de AH-poster stralend op ons af gelopen. Er is geen twijfel mogelijk – dit is de man die klanten in de Nederlandse supermarkt voorziet van ‘dubbel lekker’ fruit.

Hij moet wel iets rechtzetten. Zijn naam is niet Kwabena, maar Okwesi Johnston. Zijn middelste naam is Kobena, een andere spelwijze van Kwabena, maar niemand noemt hem zo. ‘Ik heb Blue Skies lang geleden al laten weten dat ik Okwesi heet, maar ze hebben het nooit veranderd,’ zegt hij. 

Na een kort bezoek aan het dorp spoeden we ons naar zijn akker om voor zonsondergang een nieuwe foto te maken van hem en zijn sugerloafs. Hij vertelt dat hij 25 jaar boer is, nadat hij het in zijn jonge jaren een tijdje probeerde als timmerman in de grote stad. Hij geeft de voorkeur aan een rustiger leven op het land. Met een kapmes snijdt hij een ananas open en laat ons proeven van de rijpe, zoete vrucht. 

Maar: ‘De zaken gaan niet zo goed. Jullie moeten in Nederland meer ananas eten.’ De kleinschalige boer zag de verkoop aan Blue Skies de afgelopen jaren sterk afnemen. 

‘Helemaal happy’

Hoe hij erover denkt dat zijn beeltenis klanten van een Nederlandse supermarkt een lekker gevoel moet geven? Volgens Henri Zondag van de AH Foundation is Okwesi daarvan op de hoogte en zou hij er ‘helemaal happy’ mee zijn. De supermarktketen kreeg volgens Zondag toestemming van Blue Skies om de foto te gebruiken. 

De ananasboer zelf ziet dat anders: ‘Die foto is al zo’n vijftien jaar geleden genomen. Ze hebben me nooit verteld dat die voor marketing gebruikt kon worden en ik heb er geen geld voor gekregen.’

En de verbeterde leefomstandigheden voor de gemeenschap? Okwesi heeft er niet veel van gemerkt. Volgens Blue Skies heeft de bouw van een nieuwe waterpomp geleid tot de beschikbaarheid van drinkwater van hogere kwaliteit voor 60 procent van de bevolking, maar de boer spreekt dat tegen: ‘Ze hebben hier een waterpomp aangelegd die nooit is gebruikt, en een oude pomp gerepareerd. Het water is te zout om te drinken, maar sommige dorpelingen gebruiken het voor bouwwerkzaamheden. De meeste mensen hebben inmiddels leidingwater. Kom, dan laat ik de pomp zien.’

Hier zou het verhaal eindigen, ware het niet dat de zoektocht naar ‘Kwabena’ eerder dit jaar ter sprake kwam in het radioprogramma Argos. Na het horen van die uitzending benaderde jurist Bert-Jan van Manen (Van Manen Law) de ananasboer met het aanbod om voor hem pro bono een vergoeding te eisen van Albert Heijn. Okwesi stemde daarmee in.

Van Manen: ‘Albert Heijn heeft hem als boegbeeld gebruikt van een duurzaamheidscampagne, zonder dat hij dat wist, en heeft daarvan geprofiteerd. Het is vreemd dat hij als geportretteerde niet vergoed is.’

De jurist heeft namens Okwesi een claim ingediend. Albert Heijn zegt toestemming te hebben voor gebruik van de foto en probeerde Van Manen door te verwijzen naar Blue Skies in Ghana. Inmiddels zijn de supermarktketen en de jurist over een oplossing in gesprek.

 

De namen van de anonieme bronnen zijn bekend bij de redactie. De reis- en verblijfskosten voor dit artikel zijn vergoed met een beurs van Free Press Unlimited.

 

Reactie Albert Heijn

Albert Heijn neemt afstand van dit artikel, dat volgens de supermarktketen op belangrijke punten ‘ongefundeerd, incorrect en eenzijdig’ is. Een woordvoerder schrijft: ‘Wij herkennen ons niet in het verhaal en het geschetste beeld. Wij vinden de wijze waarop het artikel tot stand is gekomen niet zorgvuldig.’

‘Op geen enkele wijze herkennen we het beeld dat wordt geschetst van onze leverancier. We werken al twintig jaar naar volle tevredenheid samen, bezoeken Blue Skies regelmatig en voeren onafhankelijke audits uit. Het bedrijf onderscheidt zich door zorg voor haar medewerkers, respect voor het milieu en betrokkenheid bij lokale gemeenschappen. Ook het laatste onafhankelijke onderzoeksrapport uit 2019 laat geen onregelmatigheden zien.

Hoewel de uitvoering van projecten door de Albert Heijn Foundation in Ghana ontegenzeggelijk uitdagingen kent, weten we uit onze systematische en regelmatige evaluaties en bezoeken ter plaatse dat het overgrote deel van de ruim honderd projecten die de samenwerkende stichtingen de afgelopen twaalf jaar hebben opgezet, succesvol is en voorziet in een behoefte bij de medewerkers van onze leverancier in Ghana en hun lokale gemeenschappen.’

Lees verder Inklappen
Reactie Blue Skies

Hugh Pile, bestuursvoorzitter van Blue Skies: ‘Wij zijn een zeer transparante en eerlijke organisatie en hebben veelvuldig onderzoek laten doen naar de manier waarop we te werk gaan en naar onze impact. Onderzoekers hebben de vrijheid ons te bezoeken en ons personeel te spreken zonder onze tussenkomst. Wij staan dit toe omdat we vertrouwen op onze zakelijke integriteit. We accepteren eerlijke kritiek en luisteren altijd naar aanbevelingen voor verbetering. 

Onze mensen zijn het hart en de ziel van Blue Skies. Wij hebben een cultuur gebaseerd op de principes van eerlijkheid en vertrouwen. We werken openlijk samen, delen ideeën in vrijheid en respecteren elkaar ongeacht sekse, leeftijd, kleur, geloof en positie. Dat is het echte Blue Skies. Het is een bedrijf waarvoor onze mensen vol passie hebben gewerkt sinds 23 jaar, met als doel de gemeenschappen om ons heen vooruit te helpen.’

Lees verder Inklappen
Olivier van Beemen
Olivier van Beemen was correspondent in Frankrijk en deed de afgelopen jaren onderzoek naar Heineken in Afrika.
Gevolgd door 387 leden