Zo'n Maagdenhuis bezetting kost wel wat, maar levert evenveel op

Niet alleen zijn er onjuistheden gedebiteerd over de kosten van de Maagdenhuisbezetting, men heeft bovendien verzuimd de baten te benoemen. En die zijn aanzienlijk, berekent columnist David Hollanders. Hij telt er minstens drie.

De discussie over de kosten van de hertoe-eigening van het Maagdenhuis leek verstomd nadat NRC-next, Folia en At5 aantoonden wat vermoed kon worden: de stelling van de UvA dat de kosten 500.000 euro bedragen, is onjuist. Onder andere werden interne facturen meegeteld. Linda Duits stelde: 'Eerder laat de vijf ton zien hoe duur de onderdelen van de UvA zijn'.

Discussie gereanimeerd

En toen verstomde de discussie. Het was voor de UvA niet opportuun om terug te komen op al dan niet bewust overschatte kosten, terwijl De Nieuwe Universiteit en ReThink zich richten op meer structurele zaken. De Tweede Kamerfracties van CDA, VVD, SGP en PVV hebben de discussie evenwel gereanimeerd door het kabinet op te roepen de kosten te verhalen op de hertoe-eigenaars. Nu is er al gewezen op de juridische onhaalbaarheid van deze oproep – en het was van stonde af helder dat het niet gaat gebeuren. Het doel lijkt dan ook niet te zijn om het voorstel werkelijk ten uitvoer te leggen, maar om de Maagdenhuisbeweging in een ongunstig daglicht te stellen. Hoe dat ook zij, economisch is het relevanter om de discussie op een andere manier te verbreden. Er dient niet alleen naar de kosten gekeken te worden, ook de baten dienen in ogenschouw te worden genomen. Een kosten-batenanalyse (KBA) is daartoe geschikt, gelijk het CPB die menigmaal toepast. Wat zo'n KBA tot uitkomst zou hebben, valt uiteraard niet op voorhand uit te maken, maar drie relevante baten daarbij zijn de volgende.

Drie baten

Ten eerste heeft de UvA een derivaten positie van 255 miljoen euro. Dit betreft deels speculatieve want naakte derivaten. Voor alle derivaten geldt dat afsluit-, beheer- en beëindigingkosten hoog zijn. Verder kan de UvA mogelijk verplicht worden tot bijstortingen, wat tot een liquiditeitsprobleem - en dus bezuinigingen op onderwijs en onderzoek - kan leiden. (Met de kennis van nu is voorts duidelijk dat de derivaten zelf bij de huidige lage rente waardeloos zijn, maar bij afsluiting kon men dat niet weten.)
Indien de Maagdenhuisbezetting leidt tot beter financieel beleid dan is dat een bate
Het financiële beheer van de UvA is onder de maat. Indien de Maagdenhuisbezetting leidt tot beter financieel beleid dan is dat een bate. Als de winst van beter beleid minstens gelijk is aan 0.2 procent van de derivatenportefeuille dan is de (let wel: overschatte) kostenraming gedekt. Beter financieel beleid is overigens niet hetzelfde als duurder beleid. Integendeel, de problemen zijn begonnen toen de UvA  dure zo genoemde 'financieel experts' aannam. Ten tweede stelde minister Bussemaker dat de disciplinering – zij noemt het 'sturing van buiten' - te groot is in het onderwijs. Dit denkbeeld was niet in haar opgekomen, had althans haar mond niet verlaten, zonder de Maagdenhuisbeweging. Als de verspilling –die de minister nu dus zelf signaleert- gereduceerd wordt, dan is dat een bate. De totale uitgaven aan Wetenschappelijk onderwijs zijn 4 miljard euro jaarlijks.
Als de verspilling, die de minister nu dus zelf signaleert, gereduceerd wordt, dan is dat een bate
Als er jaarlijkse 1 promille bespaard kan worden, dan levert dat jaarlijks 4 miljoen op. Als de discontovoet gelijk wordt verondersteld aan de rente op Nederlandse staatsobligaties (2 procent), dan heeft de beweging 204 miljoen (in huidige euro’s) opgeleverd. Als er jaarlijks minder bespaard wordt (1 procent van 1 promille bijvoorbeeld) en de discontovoet hoger is (bijvoorbeeld 8 procent), dan is de (let wel: overschatte) kostenraming reeds gedekt. En dan is er nog vanuit gegaan dat het hoger, middelbaar en voortgezet onderwijs niet verbetert. Ten derde zijn er niet-financiële (maar wel reële) baten. Een rapport van SEO economisch onderzoek stelt te dien aanzien: 'Daarnaast is ook het een en ander bekend over de niet-financiële baten, zoals gezondheid, criminaliteit, civic participation, e.d.'. De Maagdenhuis-beweging valt onder 'civic participation' dunkt mij. Verder ben ik zo vrij onder 'e.d.' zaken te verstaan als intellectuele Bildung, politieke discussie en betrokken burgerschap. Uiteraard zijn dit tentatieve calculaties die ik graag geef voor betere. Echter, een deugdelijke economische analyse kan niet aan de baten voorbij gaan. Dat de vier genoemde Kamerfracties dat toch doen, zegt iets over hun economische competentie – of over hun integriteit.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

David Hollanders

Docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Volg David Hollanders
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren