• Artikel 5 Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen. Daarmee is elke burger een lobbyist

Lobbyisten zijn onder de Haagse kaasstolp zo vanzelfsprekend dat ze een vast onderdeel zijn geworden van het parlementaire proces. Over hun rol is nauwelijks discussie. Hoe kijken lobbyisten zelf naar hun aandeel in onze democratie? En wat vinden ze van de roep om regulering?

Niek Jan van Kesteren werd aan het eind van het afgelopen jaar net niet verkozen tot de meest invloedrijkste Nederlander. Alleen Hans Wijers moest hij voor zich dulden in de lijst van De Volkskrant. Voor een grote onbekende buiten het Binnenhof blijft het een knappe prestatie. Van Kesteren dankt zijn uitverkiezing bovendien niet aan zijn publieke functie als senator voor het CDA. Volgens de krant is hij vooral invloedrijk vanwege zijn lobbywerk voor de machtigste belangenorganisatie van Nederland, de werkgeversorganisatie VNO-NCW. De dubbele pet van Van Kesteren leverde een eigenaardige situatie op rond de hervorming van het belastingstelsel, een dossier dat het kabinet flink wat hoofdpijn bezorgde. Begin vorig jaar dreigde er een politieke impasse rond dit thema en niets wees erop dat CDA-leider Buma het kabinet ging steunen. Als directeur van VNO-NCW zei Van Kesteren toen: ‘Niemand heeft nu belang bij een crisis…Dus wij doen een beroep op het CDA om het gesprek met het kabinet over een nieuw belastingstelsel aan te gaan en tot zaken te komen’. Hij was toen al als senator voor het CDA verkozen en daarmee deed hij feitelijk een beroep op zichzelf.
Bij CDA’er Van Kesteren was de boodschap van lobbyist Van Kesteren blijkbaar goed aangekomen
Enkele maanden later gaf Buma aan dat het belastingplan ‘de goede kant opging’. Dat het CDA het kabinet aan een meerderheid hielp in de Senaat was uitzonderlijk. Een meerderheid die bovendien geen gegeven was, in de Tweede Kamer had het kabinet namelijk onvoldoende steun vergaard bij de oppositiepartijen. In de Senaat moest dus nog stevig onderhandeld worden. De uiteindelijke aanpassingen vormden ook voor de CDA-senatoren geen obstakels, ze waren geen politieke crisis waard. Bij CDA’er Van Kesteren was de boodschap van lobbyist Van Kesteren blijkbaar goed aangekomen.

Overal en nergens

De invloedrijkste lobbyist kan in Nederland tegelijkertijd volksvertegenwoordiger zijn. Dat er geen haan naar kraait laat zien hoe vanzelfsprekend het is dat particuliere belangen doordringen tot het centrum van de politiek. De honderden lobbyisten die in Den Haag hun activiteiten ontplooien lijken, kortom, niet meer weg te denken uit het hart van onze democratie. Lijken, want dat wegdenken gebeurt in werkelijkheid continu. Terwijl het in verhitte debatten of theoretische verhandelingen over democratische vernieuwing gaat over kiessystemen en de mate van burgerinspraak, blijft de beïnvloeding van volksvertegenwoordigers onbesproken. In de praktijk maken lobbyisten deel uit van de dagelijkse politieke beslommeringen, maar ontbreekt het aan een constructief debat over wat hun rol zou moeten zijn.

Democratie kan niet zonder lobbyist

Wat zou er gebeuren als de lobbyist in de praktijk net zo afwezig is als in de theorie? Niet alleen lobbyisten stellen dat democratie niet zonder hen kan. Ook beleidsmakers doen dat, zoals Kamerleden Bouwmeester en Oosenburg in hun initiatiefnota over lobby. De informatie die ze aandragen maakt hen eenvoudigweg onmisbaar. ‘Je kan niet 150 Kamerleden opsluiten en denken dat ze de wereld kennen’, vertelt Henk van Ginkel, lobbyist voor de Nederlandse bloemenveilingen. ‘Om de best mogelijke wetten te maken is het nodig om overal informatie vandaan te halen, zeker met een regering die de hemel op aarde wil maken.’ Het belang van lobby is dat het de maatschappij dichter bij de politiek brengt, aldus verschillende lobbyisten. Wouter Thalen, manager public affairs van Pensioenfonds Zorg en Welzijn, is daar een van: ‘De politiek staat niet altijd met de voeten in de klei, maar wetgeving moet wel aansluiten op de praktijk. Vaak draait een gesprek met een politicus dan ook om de vraag welk doel hij of zij wil bereiken. Het is dan aan mij om uit te leggen of een maatregel dat ook daadwerkelijk bereikt.’ Lobbyisten brengen hun bijdrage dan ook graag in verband met de kwaliteit van wet -en regelgeving. ‘De lobby heeft niet goed gewerkt als de politiek met een gedrocht van een wet komt. De eerste die met nieuwe regels in aanraking komt is mijn achterban en voor hen zijn dan de problemen. Om dat weer onder de aandacht van de politiek te brengen is een nieuwe lobby nodig’, aldus Van Ginkel.
'De lobby heeft niet goed gewerkt als de politiek met een gedrocht van een wet komt'
Niet gehoord worden in de politiek is voor organisaties dan ook een voorname reden om een lobbyist aan te nemen of in te huren. Edward Figee, voormalig lobbyist voor de regio Oost-Nederland en Twente in het bijzonder, weet nog goed waarom zijn opdrachtgever hem benaderde: Noord-Nederland zat al heel lang in Den Haag en had langzaam een voorsprong op andere regio’s. Voor Brabant en Limburg gold later hetzelfde. Het Noorden en Zuiden werden altijd al beschouwd als de periferie, dus daar ging het geld naartoe. Van het Oosten werd gedacht “die redden zich wel”, maar de regio viste daarom geregeld achter het net’. Ook Van Ginkel dankt zijn functie aan een probleem waarmee zijn werkgever werd geconfronteerd. Een plotselinge stijging van de btw op bloemen deed de branchevereniging beseffen dat permanente aanwezigheid in de politiek noodzakelijks was.

FTM3web Edward Figee is voormalig lobbyist voor de regio Oost-Nederland (Foto: Lise Straatsma)

Zonder lobbyisten zou wetgeving niet goed werken en problemen niet worden opgelost. Toch geven ze ook toe dat hun informatie gekleurd is en altijd een bepaald doel dient. Zijn Kamerleden dan zelf niet in staat om onafhankelijke informatie te vergaren en problemen te herkennen? Daarvoor ontbreekt het hun vaak aan tijd en middelen en lobbyisten weten dat. Heb je als Kamerlid een vraag, dan is er altijd wel een lobbyist die relevante informatie kort en bondig weet te formuleren en die ook nog overeenkomt met de partijstandpunten. Het Kamerlid kan dat vervolgens direct gebruiken in een debat en hoeft niet zelf honderden rapporten door te spitten.

Lobby is geen eenrichtingsverkeer

Zonder pasklare informatie of kennis over de uitwerking van een maatregel zijn Kamerleden verloren. Voor beide zijn ze gedeeltelijk afhankelijk van wat belangenbehartigers aanreiken. Critici van de huidige staat van lobbyen, zoals PvdA-Kamerlid Lea Bouwmeester die werkt aan een wetsvoorstel voor transparanter lobbyen, geven ook aan dat ze de aangedragen informatie nodig hebben in hun werk. Lobbyisten worden dan ook niet als hinderlijk ervaren door beleidsmakers. In hun zoektocht naar informatie kloppen parlementariërs en ambtenaren zelf ook aan bij belangenbehartigers. ‘Iedereen die functioneel iets van mij wil beschouw ik al lobbyist. Die mensen heb ik ook nodig want ik vervul mijn rol als volksvertegenwoordiger als ik hen spreek,' aldus Bouwmeester. Michiel Karskens, lobbyist van de Consumentenbond merkt dat Kamerleden behoefte hebben aan informatie van de bond. ‘De meest gestelde vraag die ik krijg van Kamerleden is “waar zijn jullie?”.' Die vraag is volgens hem ook het gevolg van de ongelijke verhouding van lobbyisten tussen bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. ‘Laten we zeggen dat 85 procent werkt voor bedrijven en zo’n 10 procent voor (semi-)overheden. En dan heb je nog een heel klein groepje van lobbyisten die voor maatschappelijke organisaties werken.’ Het is een verhouding die hij in zijn werk dagelijks ondervindt. ‘Uiteindelijk staat aan elke markt een consument. Aan de aanbodzijde staan al die bedrijven, veelal multinationals en die zijn bovendien ook vaak georganiseerd in brancheorganisaties met weer hun eigen lobbyisten. Wanneer zich iets voordoet wat voor een bepaalde sector enorm belangrijk is, worden er ook nog wel een paar blikken ingehuurde lobbyisten opengetrokken. Daartegenover ben ik voor de Consumentenbond in m’n eentje en moet mijn aandacht ook nog eens verdelen over al die verschillende terreinen.’

Lobbywetgeving? Laat maar komen, maar veel helpen zal het niet

Terwijl lobbyisten als oliemannetjes het parlementaire proces draaiende houden, ontbreekt het aan enige wetgeving die hen reguleert. Bouwmeester wil daar verandering in brengen en werkt aan een wetsvoorstel. Lobbyisten staan open voor de wettelijke controle, maar vragen zich openlijk af of het veel zal helpen. Ze zeggen niks tegen een wet te hebben, maar stellen ook dat beïnvloeding moeilijk te vangen is in registers en regels. Bovendien, wie kwaad in de zin heeft kan dat ook met wetgeving nog doen.

Michiel Karskens behartigt de belangen van de Consumentenbond (Foto: Lise Straatsma)

Met dat kwaad valt het trouwens heel erg mee op het Binnenhof, vinden de lobbyisten. De meesten relativeren het gevaar voor schandalen in de Haagse politiek. Den Haag zou maar klein zijn, waardoor het zelfreinigende vermogen van de beroepsgroep groot is. Bovendien houdt de beroepsvereniging voor lobbyisten, de BVPA, een oogje in het zeil. Maar komt gebrek aan schandalen juist niet door de afwezigheid van controle? Jacques Bettelheim van public-affairs firma Fleishman Hillard: ‘Lobbyen lijkt spannend, maar wat veel mensen niet zien is dat lobbyen eigenlijk heel saai is. Het debacle rondom een uitzending van het tv-programma Rambam, waarin een Kamerlid een onzinvoorstel overneemt van een lobbyist, is redelijk shocking om op tv te zien. Misschien was het 20 jaar geleden normaal, maar de ‘ik regel wel iets voor je-cultuur’ is nu echt verleden tijd.’
Lobbyist Consumentenbond: ‘Er is een scheve verhouding tussen publieke en private belangen'
Michiel Karskens staat positief tegenover de invoering van transparantiewetgeving, maar heeft ook zijn bedenkingen. Het voorgestelde plan lost het echte probleem volgens hem niet op. ‘Er is een scheve verhouding tussen publieke en private belangen. Ik, als vertegenwoordiger van de Consumentenbond, heb veel minder middelen tot mijn beschikking dan een lobbyist bij een groot bedrijf. Dat probleem blijft, ook na invoering van het voorstel van Bouwmeester.’ Toch kan de wetgeving geen kwaad. ‘Dit is de eerste stap. Stel: een lobbyparagraaf laat zien dat er alleen gesproken wordt met bedrijven en het publieke belang wordt genegeerd. Dat laat zien dat ook op een ministerie onafhankelijkheid niet vanzelfsprekend is.’
Over de auteur

Anne ter Rele en Pieter van der Lugt

Anne ter Rele en Pieter van der Lugt zijn jonge, aanstormende journalisten die de ambitie hebben om gevreesde muckrakers te w...

Lees meer

Volg deze auteur
Dit artikel zit in het dossier

De #Lobbycratie

Gevolgd door 243 leden

Leven we in een lobbycratie of is lobbyen een wezenlijk element van een gezonde democratie? Zeker is dat de lobbywereld wordt...

Lees meer

Volg dossier

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid