Zorgmiljoenen verdampen in zinloze praatjes

    De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeerde onlangs dat de zorg in veel verpleeginstellingen tekortschiet. De nieuwe groep ouderen vraagt om complexere zorg, terwijl het personeel daarvoor onvoldoende is opgeleid. Na jaren van bezuinigingen is er nu eindelijk extra geld voor na- en bijscholing. Maar hoe wordt dat geld precies besteed?

    De schrik zat er drie weken geleden goed in bij de verpleeghuizen. Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Martin van Rijn publiceerde op 5 juli een lijst van onder toezicht gestelde verzorginstellingen. Het parlement eiste openbaarmaking van het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ). Daarin staan 150 instellingen vermeld vanwege ondermaatse prestaties. Over elf van deze verpleeghuizen maakte het IGZ zich zeer grote zorgen.

    Boos en verbolgen reageerden de betrokken verpleeghuizen. ‘Een klap in het gezicht van de medewerkers,’ stelde de gisteren opgestapte Ids Thepass van zorgorganisatie Laurens tegenover vakblad Zorgvisie. Volgens de bestuurder en veel van zijn collega’s was de lijst achterhaald. Ook Actiz reageerde ontzet en noemde de publicatie ‘onverantwoord’. De IGZ zou de lijst hebben opgesteld op basis van verouderde informatie, meende de belangenvereniging voor zorgondernemers. Verpleeginstellingen die hun zaken na 15 maart op orde hadden gebracht, werden nu alsnog gestraft; hun reputatie was te grabbel gegooid. Bovendien betekende een ondertoezichtstelling niet per se dat de zorg ondermaats was. De IGZ toetste onder meer op veiligheid; staan medicijnen wel goed achter slot en grendel? Geen zaken om hals over kop vader of moeder naar een ander verpleeghuis te verhuizen — een indruk die de lijst wel zou wekken volgens bezorgde bestuurders.

    Onvoldoende opgeleid

    Alleen ouderen met een zware zorgbehoefte komen nog in aanmerking voor een plek in het verzorgingstehuis

    De kritiek op de lijst was breed en soms fel. Over de juistheid van Van Rijns actie valt te twisten, maar niet over het feit dat er in de ouderenzorg veel valt te verbeteren. De kwaliteit van de verpleging staat onder druk en door het kabinet is die druk nog eens verhoogd. Langer thuisblijven en zoveel mogelijk op eigen benen staan, luidt het devies sinds het aantreden van dit kabinet. Het gevolg is dat verpleeghuizen niet meer worden bevolkt door keuvelende grootmoeders en biljartende opa’s. Alleen ouderen met een zware zorgvraag komen nog in aanmerking voor een plek in zo'n tehuis.

    In analyses en commentaren wordt veelvuldig opgemerkt dat het verplegend personeel deze verandering niet heeft kunnen bijbenen. Het nieuwe beleid stelt andere eisen aan de medewerkers. Hoe liefdevol en gedreven zij zich ook inzetten, ze zijn onvoldoende opgeleid om de zware zorgbehoefte van alle bewoners het hoofd te bieden. De IGZ stelde deze knelpunten in 2014 ook al vast: ‘Er wordt hard gewerkt in de ouderenzorg en medewerkers zijn zeer gemotiveerd. Het verbeteren van de kwaliteit van de ouderenzorg gaat echter langzaam. Bij meer dan de helft van de verpleeg- en verzorgingshuizen passen de kennis, vaardigheden en beschikbaarheid van medewerkers niet bij de zorgbehoefte van de cliënten. Dat verschil wordt bovendien steeds groter doordat de zorgvraag complexer wordt.’

    Miljoenen extra voor scholing

    Het ministerie en andere organisaties zagen na het eerste rapport steeds meer in dat de kwaliteit van de verpleegzorg na jaren van gestage uitholling in gevaar komt. Het Zorginstituut Nederland stelde een rapport op na gesprekken met 43 organisaties, waarop Van Rijn met een plan van aanpak kwam. Samen met de Taskforce Kwaliteit Verpleeghuiszorg — waaraan negen organisaties deelnemen — startte VWS met het programma 'Waardigheid en Trots' om de kwaliteit te verhogen.

    Na al het overleggen en 'taskforcen' kwam de staatssecretaris enkele maanden later met een extra zak geld over de brug: voor 2016 stelde hij 140 miljoen euro beschikbaar voor kwaliteitsverbetering. Het extra geld komt voor het leeuwendeel ten goede aan opleiding en bijscholing van verplegend personeel, zo liet Van Rijn weten. Daarnaast werd een bezuiniging van 45 miljoen euro in de langdurige zorg teruggedraaid.

    "Nadat de verpleegzorg jarenlang is uitgekleed, dringt inmiddels het besef door dat het anders moet"

    De vele miljoenen kwamen te laat om nog een positieve draai te geven aan het eindrapport van de IGZ deze maand. Een snelle correctie zou waarschijnlijk ook niet beklijven. De Inspectie concludeerde namelijk dat het verpleeghuizen niet lukte om de aangebrachte verbeteringen vast te houden. Verbeteringen die in een tussenrapport werden geconstateerd, waren bij het eindrapport goeddeels alweer verdwenen.

    Het extra geld dreigde bovendien weinig zoden aan de dijk te zetten. Een bezuiniging van een half miljard op de verpleeg- en gehandicaptenzorg hing als het zwaard van Damocles boven 'Waardigheid en Trots'. In een brandbrief stelde brancheorganisatie Actiz dat de bezuiniging ‘fataal’ zou uitpakken voor de zorgkwaliteit. Uiteindelijk werd de bezuiniging pas vorige maand teruggedraaid tijdens de begrotingsonderhandelingen tussen de ministeries van Financiën en VWS.

    Nadat de verpleegzorg jarenlang is uitgekleed, dringt inmiddels het besef door dat het anders moet. Nu er geld beschikbaar is, is het de vraag of dat wel allemaal bij de mensen op de werkvloer terecht komt. In de tijd dat de problemen in verpleeghuizen zich na een lang sluimerend proces steeds meer manifesteerden, hielden namelijk vooral bestuurders en onderzoekers zich bezig met het geld dat er was.

    Brainstormen op Terschelling

    In 2012 gaf minister Edith Schippers aan het College van Zorgverzekeringen — inmiddels omgedoopt tot Zorginstituut Nederland — de opdracht voor een onderzoek naar een ‘toekomstgerichte beroepenstructuur’ voor de zorg. Een commissie onder leiding van Marian Kaljouw, de huidige voorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit, zou advies uitbrengen aan de minister over zorgberoepen en -opleidingen in de toekomst. Kaljouw was hiervoor een bijzonder geschikte kandidaat. Als voormalig voorzitter van de beroepsorganisatie voor verplegend personeel V&VN  had zij namelijk veel ervaring en kennis van de materie.

    Voor het opstellen van een 36-pagina tellend advies had de commissie drie jaar nodig

    Desondanks had de commissie drie jaar nodig voor het opstellen van een 36-pagina tellend advies. In die tijd werden vier quickscans uitgevoerd, vier lokale broedplaatsen opgestart, 62 focusgroepen gevormd waarin met 647 experts werd gesproken en er werden 547 experts bij een Nationale DenkTank ondervraagd. Daarnaast organiseerde de commissie elf landelijke en vier lokale denktanks, evenals een driedaagse denksessie voor twaalf personen op Terschelling.

    Er waren een zevenkoppig expertteam Technologie en zes innovatieve projecten. Negen functioneringsprofielen werden in beeld gebracht door een extern bureau, er meerdere studies zagen het licht. Bovendien huurde de commissie tweemaal de Jaarbeurs in Utrecht af voor een groot congres. Natuurlijk gaat het overzicht al snel verloren met al die initiatieven. Dat moeten de leden van de adviescommissie ook hebben gedacht toen ze het Verwey-Jonker Instituut inhuurden voor de algehele procesbewaking.

    Door co-creatie de burger centraal stellen

    En wat leverde al het gedenk, gebroed en gefocus uiteindelijk op? Een rapport dat nog niet de omvang heeft van een gemiddelde bachelorscriptie, vol met clichés over hoe zorgberoepen er in 2030 uit moeten zien. Al ontbreken originele observaties niet: ‘We leven in een snel veranderende en complexer wordende samenleving,' weet de commissie de lezer te melden. Om aan de veranderende zorgvraag te kunnen voldoen, adviseert de commissie een ‘continuüm van bekwaamheden’ voor zorgpersoneel. Van macht naar kracht, van aanbod naar vraag en van verticaal naar horizontaal; de zorg van de toekomst komt tot stand door co-creatie en zorgverleners werken ‘interprofessioneel samen in multidisciplinair samengestelde teams.’

    Op het congres waar het rapport werd gepresenteerd, gaf Marian Kaljouw voor de eigen camera aan wat het volgens haar heeft opgeleverd: ‘Het allerbelangrijkste wat we hebben bereikt, is dat nu eindelijk de burger echt centraal staat. En dat we gaan doen wat nodig is en dat we stoppen met wat niet meer nodig is.’ 


    Marian Kaljouw, voorzitter adviescommissie

    "Het belangrijkste resultaat is dat nu eindelijk de burger echt centraal staat. En dat we gaan doen wat nodig isĀ en dat we stoppen met wat niet meer nodig is"

    Wie of wat tot nu toe centraal stond, maakte Kaljouw niet duidelijk. Op het podium en in het advies zelf sloeg de commissievoorzitter een wat bescheidener toon aan. Het rapport is volgens de commissie vooral ‘een uitnodiging voor maatschappelijke discussie'. Een opmerkelijke opdracht, gezien het feit dat er al oeverloos is gepraat met talloze partijen.

    Niettemin benadrukte Kaljouw vol bezieling hoe verstrekkend het rapport is: ‘Dames en heren, dit is geen transitie. Dit is een transformatie.’ Een transformatie die echter wel allang in gang is gezet, zoals meerdere sprekers op het congres constateren. Ook voor opleiders staan er weinig nieuwe dingen in: ‘Wij proberen onze studenten op te leiden eigenlijk met alle punten die in het rapport naar voren kwamen,’ zegt een docent in de video van Zorginstituut Nederland. Drie jaar onderzoek en tal van initiatieven lijken dan wat veel voor zaken die al bekend zijn.

    Drie jaar onderzoek en tal van initiatieven lijken wat veel voor zaken die al bekend zijn

    Uit navraag bij Zorginstituut Nederland blijkt dat er jaarlijks een miljoen is vrijgemaakt voor het advies en alle initiatieven ten behoeve ervan. Dat budget werd tussen 2013 en 2015 niet geheel uitgeput: 2,64 miljoen euro kostte het programma. 378.000 euro ging op aan externe loonkosten, voornamelijk ten bate van de projectleiders van de vier broedplaatsen. In totaal kwamen de personeelskosten uit op 1.156.000 euro. Ook aan bureaukosten werd ruim 1 miljoen uitgegeven, de helft daarvan in 2013. Dit is voornamelijk besteed aan onderzoeken van kennisorganisatie TNO en het Verwey-Jonker Instituut die de focusgroepen en de procesevaluatie uitvoerde. In dat licht waren de kosten voor de commissie zelf bescheiden: 102.000 euro.

    ‘Aanjager’ Terpstra

    Het opstellen van een toekomstvisie voor zorgberoepen is niet het enige initiatief vanuit het Rijk op het gebied van opleidingen. Voordat staatssecretaris Van Rijn de extra 140 miljoen euro aankondigde, riep het kabinet al het Zorgpact in het leven: een samenwerking tussen VWS en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dit moet coöperatie stimuleren tussen zorg- en onderwijsinstellingen en lokale overheden. Het Zorgpact wil ‘vanuit de regionale dynamiek goede voorbeelden en de regionale agenda’s van samenwerking laten zien’. Dilemma’s die daarbij naar voren komen wil het 'agenderen op de juiste bestuurlijke tafels’. Voor het Zorgpact is dit jaar 800.000 euro gereserveerd, zo laat het ministerie van VWS weten.

    'Rasbestuurder' Doekle Terpstra werd tot aanjager benoemd door de ministers Schippers en Bussemaker en staatssecretaris Van Rijn. Een rol die hem blijkbaar ligt, want Terpstra is eveneens aanjager van het Techniekpact. ‘Logoloos leren samenwerken is het nieuwe paradigma.’ ‘Het unique selling point van Nederland is dat we elkaar opzoeken over domeingrenzen heen.’ ‘Regionale campussen zijn de fysieke plekken van de triple helix geworden.’ Het zijn zomaar een aantal inzichten die aanjager Terpstra voor 137 euro per uur (exclusief btw) andere bestuurders weet bij te brengen. Voor ongeveer een kwart fte houdt hij er ruim 6.000 euro per maand aan over.


    Aanjager Doekle Terpstra

    "Het unique selling point van Nederland is dat we elkaar opzoeken over domeingrenzen heen"

    Circus Advies en Vergaderen

    Het aanjagen houdt daarmee nog niet op. 'Waardigheid en trots' heeft een heel team ‘vooruitdenkers’ dat de naam Gideonsbende heeft meegekregen. Van Rijns programma om de kwaliteit in de verpleegzorg te verbeteren kent naast de vooruitdenkers ook nog een kopgroep van instellingen die hun goede praktijken moeten delen met hun collega’s — wie zich afvraagt of ook het Zorgpact een kopgroep kent: ja, die is er.

    Alle initiatieven lijken vooral bestuurders bezig te houden

    Tal van projecten zijn dus gestart om de zorgkwaliteit te verbeteren. 'Waardigheid en Trots' bevat een vernieuwingsprogramma waarin instellingen worden ‘uitgedaagd om de best mogelijke kwaliteit van zorg te leveren en als voorbeeld te dienen voor de rest van de sector’. Of de de resultaten van dergelijke kortlopende projecten ook na afloop behouden blijven is zeer de vraag. Zoals de IGZ al in het eindrapport constateerde, blijkt het voor instellingen moeilijk om verbeteringen vast te houden.

    Zo lijken alle initiatieven vooral bestuurders bezig te houden en sorteren ze maar moeilijk zichtbaar effect op de werkvloer. Nu er geld beschikbaar is om verplegend personeel beter op te leiden, dreigt een circus te ontstaan aan declarabele vergaderuren, broedplaatsen en heel veel aanjagen. Op dit punt kan één advies van Kaljouw ter harte worden genomen: ‘We gaan doen wat nodig is en stoppen met wat niet meer nodig is.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Pieter van der Lugt

    Gevolgd door 238 leden

    Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...

    Volg Pieter van der Lugt
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren