Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening, en wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan. De gevolgen van deze crisis zijn nog grotendeels onbekend. Maar de maatregelen die we nu nemen, zullen bepalen hoe de samenleving van de toekomst eruitziet. Daarom volgt de redactie van FTM de ontwikkelingen op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen?

167 Artikelen

Beeld © Rosa Snijders

Willekeur bij uitkering zorgbonus pakt duur en pijnlijk uit

De zorgbonus was bedoeld als een extraatje van duizend euro, voor zorgmedewerkers die een ‘uitzonderlijke prestatie’ hadden geleverd in de strijd tegen corona. Nu blijkt dat het budget flink wordt overschreden en dat een deel van het geld terecht is gekomen bij medewerkers die er volgens de richtlijnen geen recht op hadden. Wat ging er mis?

Dit stuk in 1 minuut
  • De zorgbonus is een extraatje voor medewerkers in de zorg die een ‘uitzonderlijke prestatie’ hebben geleverd bij de bestrijding van Covid-19.
  • Het idee voor de bonus werd geïntroduceerd door Tweede Kamerlid Femke van Kooten-Arissen en kreeg unaniem steun in de Kamer. 
  • Bij het uitwerken van de plannen ontstaat gedoe. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wil dat zorginstellingen controleren wie in aanmerking komt voor de bonus. Volgens zorginstellingen en vakbonden kan dat niet: ze hebben niet de administratieve capaciteit om dit voor iedere werknemer na te pluizen.
  • Toch legt VWS de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij de zorginstellingen. Het gevolg: niet alleen zorgmedewerkers die direct of indirect hebben bijgedragen aan de strijd tegen Covid-19 hebben de bonus ontvangen, maar ook medewerkers die werk verrichten dat niet corona-gerelateerd was. Sommigen kregen de bonus voor slechts enkele uren werk. 
  • De zorgbonus valt uiteindelijk 800 miljoen euro duurder uit dan geraamd.
Lees verder

In maart 2020 wordt de verpleegafdeling D2 Oost van het UMC Utrecht, normaal gesproken bedoeld voor patiënten met maag-, darm- en leverziekten, een corona-afdeling. De eerste golf zwelt aan; het ziekenhuis kan de bedden goed gebruiken.

Het verplegend personeel op de afdeling springt bij in de coronazorg. Hun katoenen witte jassen worden vervangen voor steriele plastic schorten, gezichten verdwijnen achter mondkapjes. De studenten geneeskunde die normaliter kleine, ondersteunende taken verrichten als eten rondbrengen en nachtkastjes bijvullen, hoeven niet meer te komen. Hun werkzaamheden komen te vervallen.

Eind december krijgen deze studenten 1000 euro ‘zorgbonus’ op hun rekening gestort. Een bedankje van de overheid, voor hun hulp bij de bestrijding van Covid-19. Dit terwijl sommigen van hen in totaal minder dan tien uur op de afdeling hebben gewerkt – en hun werk überhaupt niet coronagerelateerd was.

Ze zijn niet de enigen, zo blijkt uit onderzoek van Follow the Money. Voor dit onderzoek verzamelden we casussen uit het hele land, en uit allerlei takken van de zorg. Het beeld dat ontstaat: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) maakt politieke sier met de zorgbonus, maar schuift de afhandeling daarvan af op zorginstellingen. Die willen én kunnen geen onderscheid maken.

Het gevolg: de zorgbonus valt flink duurder uit dan verwacht, en de toekenning gebeurt soms haast willekeurig. Want waar de geneeskundestudenten van het UMC Utrecht wél duizend euro krijgen gestort, valt een groot deel van de medewerkers van de GGD-teststraten weer buiten de boot.

Dossier

Dossier: Coronacrisis

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen zijn ongekend; de uitwerking ervan nog grotendeels onbekend. Welke oplossingen dienen welke belangen?

Volg dit dossier

Zorgmedewerkers in de frontlinie

Wanneer de coronapandemie begin 2020 in alle hevigheid losbarst, gaan beelden van uitgeputte zorgmedewerkers de wereld over. Een donkerblauwe zweem onder de vermoeide ogen, diepe rode groeven over de neus en wangen van de beschermende mondkapjes. Van top tot teen zijn ze ingepakt in wit, groen en blauw plastic. Politici spreken van onze zorgmedewerkers ‘aan het front’ en ‘in de frontlinie’. 

Op 17 maart 2020 om acht uur ‘s avonds klapt Nederland drie minuten lang massaal voor de zorg: een daverend applaus als dank voor het harde werk. Kamerlid Femke van Kooten-Arissen ziet een kans. De dag erna dient ze een motie in voor een ‘zorgbonus’. ‘Buitengewone prestaties die zorgverleners leveren zouden, behalve een welgemeend applaus, ook een financiële blijk van waardering mogen opleveren’, zo staat te lezen in het voorstel.

Alle fracties stemmen in – een zeldzaamheid – en het kabinet gaat direct aan de slag. Na maanden gesteggel tussen kabinet en zorginstellingen over de hoogte en toekenning wordt op 25 juni een plan gepresenteerd: duizend euro voor zorgmedewerkers die een ‘uitzonderlijke prestatie’ hebben geleverd in de bestrijding van Covid-19. Het bedrag wordt belastingvrij uitgekeerd; ook de premies komen voor rekening van de staat.

Maar zorginstellingen zijn ontevreden. Ze hadden liever gezien dat de zorgbonus aan iedereen werd uitgekeerd en dienen, ondanks de richtlijnen van VWS, toch een ‘ruimhartige aanvraag’ in Door deze ruime toekenning komt de zorgbonus echter niet alleen terecht bij zorgmedewerkers die een ‘uitzonderlijke prestatie’ hebben geleverd, maar ook bij mensen die er volgens de richtlijnen helemaal geen recht op hebben.

Wat zegt de regeling?

In een Kamerbrief van 25 juni 2020 presenteert het kabinet haar plan voor de zorgbonus: een netto bedrag van 1000 euro voor werknemers die ‘zich hebben ingezet voor patiënten en cliënten en direct of indirect de effecten van corona hebben ondervonden’. 

In de subsidieregeling van 11 september 2020 wordt de bonus verder uitgewerkt. In de Staatscourant staat onder meer te lezen dat het moet gaan om een ‘uitzonderlijke prestatie’. Verder mag de begunstigde niet meer dan 73.000 euro bruto verdienen op jaarbasis of, in het geval van ‘derden’, niet meer verdienen dan het toegestane uurtarief.

Daarnaast komt VWS nog met een ‘handreiking ’: een begeleidend document specifiek gericht op het ondersteunen van zorginstellingen bij de subsidieregeling. Ook hierin wordt benadrukt dat het om een ‘uitzonderlijke prestatie’ moet gaan en dat de beoordeling daarvan ligt bij de zorginstelling. De criteria die het ministerie geeft zijn: ‘ingezet voor patiënten en cliënten met COVID-19’ en/of ‘bijgedragen aan de strijd tegen COVID-19’. Bij de handreiking hoort verder een overzicht van de beroepen die per definitie in aanmerking komen voor de bonus, en de beroepen uit de categorie ‘nee, tenzij’.

Lees verder Inklappen

‘We hebben vooral gerummikubt’

Bij de gevallen die FTM spreekt, gaat het vaak om geneeskundestudenten die, nu studie en coschap stil zijn komen te liggen, wat losse klusjes in het ziekenhuis aannemen om de tijd te doden. Werk achter de balie bijvoorbeeld, of administratieve taken.

‘Ik heb tijdens de eerste golf niet eens gewerkt,’ zegt een geneeskundestudent in het UMC Groningen. ‘Pas in augustus, tussen de eerste en tweede golf in, werd ik ingezet in een belteam. We moesten patiënten bellen en vragen of ze wilden videobellen met de arts. Maar er was weinig werk. We hebben vooral veel gerummikubt.’ 

Ook allerlei studenten die tussen maart en september 2020 in de zorg hebben gewerkt via Werkwinkel, het flexbureau van het UMC Utrecht, krijgen de zorgbonus. Dat hun gewerkte uren minimaal waren en niets te maken hadden met coronazorg, maakte daarbij niet uit.

De verhalen beperken zich evenwel niet tot geneeskundestudenten in academische ziekenhuizen. Een fysiotherapeute bij een Gelders verpleeghuis bijvoorbeeld, wier werk in de eerste golf stil kwam te liggen, maar die gewoon werd doorbetaald. Uit een Kamerbrief over de bonusregeling blijkt nadrukkelijk dat haar groep niet in aanmerking komt voor een zorgbonus, maar ze ontving hem toch.

Een andere ontvanger van de zorgbonus: een maatschappelijk werker in Zeeland die misschien wat moest schuiven in haar werkzaamheden, maar lacht om het idee dat het zou gaan om een uitzonderlijke inspanning ‘Bij alle bedrijven zijn er toch dingen net even iets anders gegaan in coronatijd?’, zegt ze laconiek. En een Utrechtse student die in de corona-luwe zomer zo’n twee keer per week hielp met bloedprikken in het Diakonessenhuis, of een Zeeuwse student die een paar losse shifts heeft gewerkt in een verpleeghuis. Allemaal kregen ze de zorgbonus van duizend euro.

Dan zijn er nog andere willekeurigheden. Zo sprak Follow the Money met twee Amsterdamse vrienden die een maand lang koffie rondbrachten in een Haarlems verzorgingstehuis: de één kreeg wel duizend euro, de ander niet. Een Utrechtse geneeskundestudent kreeg de bonus twee keer bijgeschreven. En radiologisch laboranten die dagelijks CT-scans maken van Covid-patienten hebben volgens de richtlijnen van VWS geen recht op het bedrag, maar door de ruimhartige aanvraag van bijvoorbeeld het UMC Utrecht krijgen in dat ziekenhuis zelfs parttime baliemedewerkers op de afdeling radiologie een bonus uitgekeerd.

De 800 miljoen extra lijkt Kamerleden niet te deren

Dat brengt ons bij de (kleine) categorie gevallen die de bonus niet krijgen. Vooral de GGD’en houden zich over het algemeen streng aan de regels: tussen 1 maart en 1 september moet iemand minimaal drie maanden in dienst zijn geweest om in aanmerking te komen. Omdat het testen pas in de zomer flink werd opgeschaald, vallen teststraatmedewerkers daardoor deels buiten de boot: een groot deel van hen komt niet aan de grens van drie maanden.

Begrijpelijk, zegt één medewerker van een teststraat. ‘Zonder corona had mijn baan niet eens bestaan, dus van een uitzonderlijke prestatie is geen sprake.’ Maar een ander baalt: ‘Van de tweeënhalve maand die ik heb gewerkt, was een groot deel fulltime, van top tot teen in beschermende kleding, en tijdens de hittegolf. Je loopt toch risico. Het is zuur om te zien dat collega’s die drie maanden ingeschreven stonden maar minder uren hebben gemaakt wél de bonus krijgen, en ik niet.’

‘Iets duurder, geloof ik’

Haast laconiek meldt minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) in het debat van 16 december 2020 de overschrijding van bijna een miljard. Een week daarvoor verscheen de Najaarsnota, waarover hij nu vragen moet beantwoorden. Hij staat achter de microfoon en heeft haast. De tijd dringt, het debat moet door. In een antwoord over de salarissen in de zorg komt hij nog even terug op de flink duurder uitgevallen zorgbonus, bijna tussen neus en lippen door: ‘Daar [de zorgbonus, red.] is een heel fors bedrag voor uitgetrokken van 1,4 miljard. Dat is overigens nog weer met 800 miljoen overschreden, geloof ik.’ 

De overschrijding raakt in het debat verder ondergesneeuwd. De 800 miljoen extra lijkt Kamerleden niet te deren.

Ergens is dat niet vreemd: menig Kamerlid pleit voor een verhoging van de salarissen in de zorg. Ziekenhuizen en verpleeghuizen staan onder druk, medewerkers werken het vuur uit de sloffen. Er is nog weinig duidelijkheid over de vaccins, de besmettingen stijgen, de kritiek op het coronabeleid neemt toe. Het verdiende extraatje voor zorgpersoneel is een welkom, positief signaal – en een goed excuus om de discussie over verhoging van de salarissen in de zorg nog even uit te stellen. 

Ook de oppositie is van mening dat de zorgbonus zo breed mogelijk moet worden uitgekeerd. De forse overschrijding van het budget wordt dus met fluwelen handschoentjes aangepakt. Sterker nog, de meeste kritiek richt zich op het feit dat VWS niet alle zorgmedewerkers een bonus heeft gegeven, en de voorwaarden voor een bonus in het volgende jaar wil aanscherpen.


Minister Hugo de Jonge (VWS)

"Het geld was bedoeld als blijk van waardering voor mensen die bijzondere inzet hebben gepleegd, niet als generiek inkomensinstrument"

‘Het is een puinhoop geworden’, stelt Maarten Hijink (SP) in een debat over de begroting van VWS. ‘Er wordt nu 800 miljoen extra voor vrijgemaakt, en dat laat eigenlijk zien wat een kapitale inschattingsfout dit kabinet op dit punt heeft gemaakt. Was het niet veel beter geweest als het kabinet meteen vanaf het begin had gezegd: wij geven die bonus dit jaar en volgend jaar gewoon aan iedereen die werkzaam is in de zorg, punt?’ 

Alleen Joost Sneller (D66) benoemt tijdens de bespreking van de Najaarsnota dat de overschrijding van 800 miljoen ‘niet de schoonheidsprijs verdient’. Maar Henk Nijboer (PvdA) verandert onmiddelijk de richting van het debat. In plaats van een kritische noot bij de rechtmatigheid van de toegekende bonussen, wil Nijboer dat de bonus volgend jaar wederom 1000 euro wordt — voor iedereen. Het kabinet moet volgens hem maar eens afstappen van die ‘knieperige lijn’.

Niet de bedoeling

Of het geld door de ruimhartige aanvragen ook daadwerkelijk terecht komt bij zorgmedewerkers die er recht op hebben, daar is in de debatten geen aandacht voor. Maar dat de brede aanvraag niet was wat het kabinet voor ogen had, blijkt uit de reactie van minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hugo de Jonge (CDA). ‘Dat was niet de bedoeling’, schrijft de Jonge in zijn Kamerbrief van 9 december 2020. Het geld was bedoeld als ‘blijk van waardering voor mensen die bijzondere inzet hebben gepleegd voor COVID-19 patiënten dan wel in de strijd tegen COVID-19’, niet ‘als generiek inkomensinstrument voor iedereen werkzaam in de zorg’. De minister gaat ‘samen met de sector overleggen over hoe we dit budgettair gaan oplossen’.

Toch had het ministerie de ruime aanvraag en de overschrijding van 800 miljoen kunnen én moeten verwachten. Sinds het aannemen van de motie voor de zorgbonus steggelt het ministerie van VWS met zorginstellingen over de reikwijdte van de bonus. De zorginstellingen vinden dat iedereen in de zorg ‘ruimhartig’ recht heeft op een bonus, VWS hanteert juist een selecte lijst beroepen die aanspraak kunnen maken op het bedrag.

In een tweewekelijks overleg tussen de zorgsector en VWS over de veiligheid (en later ook de waardering) van zorgpersoneel wordt de zorgbonus en het belang van ruimhartige toekenning regelmatig aangekaart. Vakbonden en werkgeversorganisaties benadrukken in die overleggen dat een ruime toekenning nodig is om problemen te voorkomen: ‘De sfeer is toch al heel moeilijk. Mensen lopen al maandenlang op hun tandvlees. Als er dan mensen binnen een team de bonus wel krijgen en anderen niet, dan is dat niet goed voor de teamgeest,’ zegt Andre van der Vlugt, woordvoerder van CNV.

Coronabestrijding is teamwork, zo luidt de redenering, daar moet niet aan getornd worden

Zorginstellingen houden vol niet te kunnen en willen controleren wie er recht heeft op het bedrag. Iedereen heeft zich ingespannen voor de strijd tegen corona, stellen ze. ‘Trainers, opleiders of facilitaire diensten, dat hoort er allemaal bij,’ zegt Ad Melkert, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, begin september in het NPO1-programma Spraakmakers

Bovendien hebben zorginstellingen niet de capaciteit en tijd om uit te zoeken wie welk uurtje heeft gewerkt. Het zou een immense klus zijn voor de toch al overbelaste HR-afdelingen, die voortdurend druk zijn met het schuiven van diensten en personeel, nu een deel van de werknemers uitvalt door besmettingen. In de overleggen benadrukken de zorginstellingen dat VWS die administratieve rompslomp simpelweg niet van ze kán vragen. 

Gekibbel over verantwoordelijkheid

Toch is dat precies wat VWS uiteindelijk doet. De richtlijn bevat, afgezien van de inkomenseis, open normen die door de zorginstellingen moeten worden ingekleurd. Met name de categorie ‘nee, tenzij…’ maakt het voor zorginstellingen vaag om te bepalen wie wel en niet aan de criteria voldoet. 

En dus maken ze massaal gebruik van de uitzonderingsgrond. Op vragen van FTM over de rechtmatigheid daarvan reageren ze eensgezind: coronabestrijding is teamwork, zo luidt de redenering, daar moet niet aan getornd worden. En voor iedere werknemer uitzoeken welke taken diegene precies heeft verricht is ondoenlijk, als die nauwkeurige registratie überhaupt al bestaat.

De Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) zegt uitvoerig te hebben overlegd met VWS, maar toch te vinden dat de handreiking tot onduidelijkheid leidt. De UMC’s hebben daarom gekozen voor een ruimhartige aanvraag. Deze aanvraag wijkt dus af van de subsidieregeling, maar doet volgens de Federatie ‘recht aan de teaminzet die door de UMC’s is geleverd’.

‘De uitzonderlijke prestatie is een teamprestatie,’ zegt Edith Meijwaard van de NFU. ‘De covid-zorg is door alle medewerkers in het ziekenhuisdeel verricht. Als werkgever kun je daar geen onderscheid in maken.’

In tegenstelling tot de NOW-regeling, is er bij de zorgbonus geen transparantie over de bedragen die zijn toegekend

Het ministerie van VWS benadrukt op zijn beurt nogmaals dat het de verantwoordelijkheid van zorginstellingen is om vast te stellen wie een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd. ‘Bij het indienen van de subsidieaanvraag verklaart de zorgaanbieder dat dit het geval is,’ laat een woordvoerder desgevraagd weten. ‘Of de zorgprofessional een uitzonderlijke prestatie heeft verricht, wordt niet door DUS-I getoetst: deze beoordeling behoort tot de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder.’

Het ministerie wijst er daarnaast op dat in de voorlichting wordt benadrukt ‘dat het niet in de rede ligt om een bonus toe te kennen aan een zorgprofessional die slechts enkele dagen voor een zorgaanbieder heeft gewerkt’. 

Op de vragen van FTM of er sprake is van misbruik van de regeling, gaat het ministerie niet in. Ook op de vraag of het ministerie de overschrijding had kunnen verwachten komt geen antwoord. VWS laat enkel weten dat de raming ‘was gebaseerd op het feit dat de druk op personeel tijdens de eerste golf niet zorgbreed en niet in alle instellingen gold, aangezien er ook zorg werd afgeschaald. Daarnaast is het uitgangspunt van de regeling geweest dat werkgevers alleen degenen zou opgeven waarop de regeling was gericht’. Op eventuele ‘budgettaire oplossingen’ of terugbetalingen gaat het ministerie niet in. 

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de NOW-regeling, is er geen transparantie over de bedragen die voor de zorgbonus zijn toegekend. Het is daardoor niet inzichtelijk of zorginstellingen geld hebben gekregen, en hoeveel — of voor welke beroepsgroepen ze de bonus hebben aangevraagd.

Volgens de vakbonden hebben de opmerkingen van ministers De Jonge en Van Ark over ‘budgettaire oplossingen’ onrust veroorzaakt bij zorginstellingen: ‘We krijgen nu signalen dat werkgevers het subsidiebedrag al wel hebben ontvangen van VWS, maar dat werknemers eerst een contract moeten ondertekenen waarin ze verklaren de bonus terug te betalen wanneer achteraf blijkt dat ze er geen recht op hadden,’ zegt een woordvoerder van FNV Zorg & Welzijn. ‘Met name in verpleeghuizen, de thuiszorg en kraamzorg zien we dat de werkgever het geld al wel heeft, maar zich wil indekken voor eventuele gevolgen achteraf.’ Ook dat is volgens de vakbonden in strijd met de regeling. 

Voor 2021 staat er wederom een zorgbonus op de planning, ditmaal van 500 euro. In totaal is daar 720 miljoen euro voor begroot; het ministerie lijkt een overschrijding van het budget dit keer écht te willen voorkomen. Of dat gaat lukken, is de vraag. Oppositie, maar ook sommige zorginstellingen, hebben al gezegd opnieuw te willen pleiten voor ruimhartige toekenning.