Wybren van Haga, november 2020
© Peter Hilz / Hollandse Hoogte

Verdienen de zorgcowboys minder, of verstoppen ze hun winst beter?

Hoe verging het de zorgcowboys uit het onderzoek van Follow the Money en KRO-NCRV’s Pointer in 2019? Zij maakten in 2017 nog winsten, maar hoe zien de cijfers eruit van het jaar waarin zij onder het vergrootglas kwamen te liggen? Dat hebben we uitgerekend: door de bank genomen daalde hun winst fors, terwijl hun omzet juist groeide. We kwamen ook Kamerlid Van Haga (FvD) tegen, die naast huisjesmelker ook een carrière als zorgcowboy achter de rug blijkt te hebben.

Follow the Money en KRO-NCRV’s Pointer analyseerden voor het derde jaar op rij de financiële gegevens die zorginstellingen bij het ministerie van Volksgezondheid hebben aangeleverd, ditmaal de cijfers over 2019. Opnieuw werd er flink winst gemaakt door de bedrijven die we eerder als ‘zorgcowboys’ hebben bestempeld: zij keerden daarvan gezamenlijk 25,1 miljoen euro uit aan hun aandeelhouders.

Het eerste gezamenlijke onderzoek naar hoge winsten bij zorgorganisaties leverde een lijst op van 174 bedrijven die meer dan 10 procent winst maakten. Over 97 daarvan bleven ook na uitgebreide analyse van de cijfers veel vragen bestaan; dat waren de Zorgcowboys. Het onderzoek trok veel aandacht, niet in de laatste plaats van beleidsmakers, zorgverzekeraars en zorginkopers bij gemeenten. In sommige gevallen leidde dat zelfs tot directe terugvorderingen – zoals bij thuiszorgbedrijf Naborgh, dat zorggeld moest terugbetalen waarvan bleek dat het onrechtmatig gedeclareerd was. Inmiddels is Naborgh failliet.

Hoe is het de andere 96 zorgbedrijven sindsdien vergaan? Had alle aandacht invloed op hun bedrijfsvoering, of op de resultaten die zij bij het CIBG bekendmaken? Na bestudering van de cijfers over 2019 van de zorgcowboys uit de eerste lichting, blijkt dat ze gezamenlijk tientallen miljoenen euro’s meer omzet hadden, maar bijna allemaal een flink lagere winst rapporteerden. 

Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Maastricht, keek op verzoek van Pointer en FTM naar de cijfers. ‘Het meest opmerkelijke is dat deze bedrijven, die in 2017 zulke hoge winsten maakten, erin slagen hun omzet zo sterk te laten toenemen,’ zegt Groot. Daardoor neemt de winst verhoudingsgewijs af. En voor verzekeraars en gemeenten kan een hoge winstmarge reden zijn om kritisch naar een bedrijf te kijken: winst is immers geld dat niet voor de dienstverlening wordt gebruikt. Groot: ‘Dit duidt er toch wel dat de controle op deze instellingen eerder tekort schoot.’

Winstuitkering van 2 miljoen niet opgegeven

2019 was voor honderden bedrijven een zeer winstgevend jaar, zo blijkt. De gegevens over dat jaar van alle zorgorganisaties, 2434 in totaal, zijn in een dataset gepubliceerd. Onder die bedrijven bevonden zich 2003 bv’s, stichtingen en ‘overige’ rechtsvormen als nv’s en coöperaties; 297 daarvan maakten in 2019 meer dan 10 procent winst. Vooral de bv’s deden het goed, met 223 bedrijven die boven die grens uitkwamen. 

Opmerkelijk genoeg ontbraken veel bedrijven die over 2017 hoge winsten hadden gemaakt: de eerste lichting zorgcowboys. We keken aan de hand van de cijfers over het boekjaar 2019 opnieuw naar deze bedrijven.

"PGZ werd met een dividenduitkering van 2 miljoen euro in 2019 meteen de nieuwe lijstaanvoerder van de zorgcowboys"

Van de 97 zorgcowboys uit 2017 waren van slechts 81 de cijfers over 2019 beschikbaar. De redenen dat de overige 16 geen cijfers hebben aangeleverd, lopen uiteen. Eén bedrijf lijkt niet meer actief te zijn en gaf geen omzet op, alleen nog kosten. Twee bedrijven zijn na een fusie van de lijst verdwenen: Coach-ster en Nova uit Nederweert gingen op in een ander bedrijf van dezelfde eigenaar: Zorgverlening PGZ bv.

PGZ werd met een dividenduitkering van 2 miljoen euro in 2019 meteen de nieuwe lijstaanvoerder van de zorgcowboys. Maar deze winstuitkering was niet als zodanig opgegeven bij het CIBG. PGZ bleek een versimpelde versie van haar jaarrekening naar het ministerie te hebben gestuurd. In de jaarrekening die bij het handelsregister werd opgegeven, stond de dividenduitkering wel genoemd. Follow the Money vroeg PGZ deze gang van zaken toe te lichten, maar kreeg geen antwoord. 

Van de overige ‘missende’ bedrijven was er een opgeheven. Vijf bedrijven gingen failliet, waaronder meerdere na fraudeonderzoek en staking van betaling door gemeenten en verzekeraars. De overige bedrijven bestaan nog wel maar gaven geen jaarcijfers door aan het CIBG en deponeerden geen jaarrekening bij het handelsregister.

43 miljoen meer omzet, ruim 25 miljoen minder winst

De 81 bedrijven waarvan zowel de cijfers over 2017 als die over 2019 beschikbaar zijn, behaalden in totaal meer omzet, maar minder winst. In 2017 waren deze 81 bedrijven goed voor 198.980.144 euro omzet; daarvan bleef 38.870.222 euro (of 19,5 procent) over als winst. In 2019 was hun gezamenlijke omzet 241.809.425 euro, waarvan nu 13.553.538 euro (of 5,6 procent) winst overbleef. Samen boekten ze dus bijna 43 miljoen meer omzet, en maakten ze 25 miljoen minder winst.

Bij de 55 bedrijven uit de eerste lichting zorgcowboys waar de omzet steeg, ging die fors omhoog – gemiddeld bijna een miljoen per bedrijf

Niet alle 81 bedrijven uit de eerste lichting zorgcowboys zagen hun omzet stijgen; bij 26 daalde die juist. Kijken we alleen naar de 55 omzetstijgers, dan blijkt hun gezamenlijke omzetstijging 52.520.077 euro te bedragen – gemiddeld bijna een miljoen per bedrijf. Dat komt neer op ruim 26 procent stijging ten opzichte van hun omzet in 2017. 

Hoogleraar Wim Groot vindt die omzetstijging opmerkelijk. ‘Hoewel er vragen over ze zijn, aangezien ze in 2017 een groot deel van hun inkomsten niet aan zorg hebben besteed, maar aan het uitkeren van winst, slagen zij er toch in (betere) contracten met zorgverzekeraars en gemeenten af te sluiten en/of meer patiënten/cliënten te trekken. De hoge winstmarges schrikken kennelijk niet af en leiden er niet toe dat verzekeraars en gemeenten contracten verbreken, of hun verzekerden en burgers erop wijzen dat er vragen zijn over de besteding van middelen bij die instellingen. Dit duidt toch wel op het tekortschieten van de controle op deze instellingen.’

Huisjesmelker en zorgcowboy

Kennemerzorg uit Haarlem, dat verpleging en verzorging aan huis levert, hoort bij de 26 omzetdalers. ‘Zorg waarbij zelfmanagement en positieve gezondheid voorop staat,’ aldus de website van het bedrijf. 

Kennemerzorg blijkt eigendom te zijn van niemand minder dan Kamerlid Wybren van Haga, die in 2019 afscheid moest nemen van de VVD, na een integriteitsonderzoek en aanhoudende ophef over zijn zakelijke belangen. Van Haga kwam in opspraak na publicaties van Het Parool over zijn vastgoedbedrijven. De krant ontdekte in 2018 dat hij die bedrijven – ondanks zijn belofte aan de VVD om zijn zaken op afstand te zetten – nog steeds bestuurde en de winst ervan opstreek. Een reportage van Hart van Nederland over een verbouwing zonder vergunning werd de nekslag voor het Kamerlid. Hij ging verder als zelfstandig parlementariër en sloot zich later aan bij het Forum voor Democratie. Van Haga bracht de aandelen van zijn bv Van Haga Invest onder in een stichting administratiekantoor (STAK), maar behield de winst uit zijn bv’s.

Ook Kennemerzorg maakt deel uit van het imperium van het Kamerlid: Van Haga Invest heeft een meerderheidsbelang van 65 procent in het zorgbedrijf. In 2017 was het Kamerlid nog bestuurder van het bedrijf. In dat jaar maakte Kennemerzorg 27,5 procent winst op een omzet van ruim 1 miljoen euro. Het bedrijf keerde tot en met 2017 ook meerdere malen winst uit. In 2019 liep de omzet van Kennemerzorg met bijna 30 procent terug tot 721 duizend euro, en was er een verlies van 10,9 procent. In 2018 boekte Kennemerzorg al minder winst, maar dat lag destijds niet aan de omzet, maar aan de personeelskosten. Volgens de jaarrekening nam het gemiddeld aantal personeelsleden met ruim 4 fte toe, waardoor de lonen en salarissen met meer dan 2 ton stegen. Daarnaast steeg de post ‘personeel derden’ met ruim 125 duizend euro.

In 2019 daalden de personeelskosten en de post ‘personeel derden’ juist weer met enige tonnen, maar dat kon een verlies niet voorkomen. Wat is het verhaal achter de gestegen – en weer gedaalde – personeelskosten, en waarom verloor Kennemerzorg zoveel omzet?

Dossier: Zorgcowboys

In dit dossier gaan we op jacht naar zogenoemde zorgcowboys: gehaaide ondernemers, listige consultants en graaiende managers die zichzelf verrijken door misbruik van de wet- en regelgeving. Ze maken onze zorg veel duurder dan nodig is.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

De directrice van het bedrijf heeft in eerste instantie moeite om antwoord te geven: ‘Ik ben pas sinds maart 2020 bestuurder, ik werkte sinds 2019 als verpleegkundige bij Kennemerzorg.’ Het ging in die tijd niet best met het bedrijf, zegt ze. ‘Veel cliënten en werknemers stapten op, ik wilde zelf ook vertrekken, maar toen de vorige directrice ermee ophield hebben ze mij voor deze functie benaderd.’ 

We benaderen Wybren van Haga, die zich naar eigen zeggen sinds 2017 niet meer bezighoudt met het bedrijf, maar niettemin nauw betrokken blijkt. Hij heeft inmiddels al contact gehad met de directrice: ‘Bel even als je vanmiddag nog geen antwoord hebt gehad, dan zorg ik ervoor dat dat alsnog gebeurt.’

De directrice van Kennemerzorg mailt de antwoorden. Ze wijt de omzetdaling van ruim 30 procent in 2019 aan het wegvallen van twee cliënten die 24-uurszorg ontvingen en ‘een fors hoger ziekteverzuim’. Dat is vreemd: blijkens de cijfers die Kennemerzorg daarover zelf heeft aangeleverd, is het ziekteverzuim er sowieso laag, maar daalde het dat jaar juist verder: van 3 procent in 2018 naar 1,22 procent in 2019. We vroegen een verklaring hiervoor. ‘Kennelijk hebben we ons vergist wat betreft het ziekteverzuim in die periode,’ luidt het antwoord.

‘Misschien is er iets misgegaan bij het uploaden’

De ruim 125 duizend euro die in 2018 als ‘personeel derden’ geboekt staat, zijn volgens de directrice betaald aan zelfstandige zorgverleners die ziekte en vakanties voor het vaste personeel opvingen. In de cijfers die Kennemerzorg daarover opgaf aan het CIBG wordt echter geen melding gemaakt van de inhuur van zzp’ers. Kennemerzorg kan het op korte termijn niet verklaren: ‘Misschien is er iets misgegaan bij het uploaden. Dat zullen we moeten nakijken.’ 

Dat de winst in 2017 zo hoog was, verklaart Kennemerzorg uit de lage overhead: ‘omdat ook de kantoorkrachten veel ingezet werden wegens schaarste in de zorg’. Dat die winst vervolgens verdween, komt volgens het bedrijf – behalve door het verlies van cliënten, het verzuim en de inhuur van zzp’ers – ook door een toename van ‘verplichte bureaucratie in de zorg’ en het feit dat medewerkers niet meer aan hun minimaal aantal uren kwamen.

Nog steeds boven de 10 procent winst

Van de zorgcowboys uit 2017 die jaarcijfers over 2019 hebben ingeleverd, zit ongeveer een kwart (19 van de 81) ook in dat jaar weer boven de winstdrempel van 10 procent. Wel rapporteerden ze over het algemeen flink minder winst dan in 2017. Zo daalde de winst van het extreem lucratieve Almelose thuiszorgbedrijf Anahid, waarover FTM in het verleden meermaals publiceerde , van 66 procent in 2017 naar 22,5 procent in 2019.

Eigenares Nver Dermovsesian verklaarde eerder tegenover FTM dat ‘hard werken’ de bron van dit uitzonderlijke succes was. In 2019 is de omzet van Anahid met ongeveer twee ton gedaald ten opzichte van twee jaar daarvoor, naar iets minder dan 1,2 miljoen euro. Dat verklaart al een deel van de winstdaling. Daarnaast steeg de rekening voor juridische kosten met bijna een ton: begrijpelijk, want zelfs bij het gesprek dat Follow the Money met Anahid had, was advocaat Eddy Kolkman prominent aanwezig. De voornaamste kostengroei bij Anahid zit in de personeelskosten, die met ruim 2,5 ton stegen. Niet dat er veel extra personeel is aangenomen; volgens de cijfers die het bedrijf aanleverde, werkte Anahid in 2019 met 18 fte, terwijl dat in 2017 17,5 fte was

Van de 81 bedrijven waren er tot slot slechts 5 die hun winstpercentage niet zagen dalen, maar juist stijgen. Alle vijf hadden ze bovendien een flinke omzetstijging ten opzichte van 2017:

  • Bijzonder Zorgenkind BV: van 22,4 naar 28,2 procent winst. Omzetstijging: meer dan verdubbeld, van 232.332 euro in 2017 naar 570.844 euro in 2019.
  • Felay Thuiszorg BV: van 26,9 procent naar 28,2 procent winst. Omzetstijging: 150 procent, van 253.131 euro in 2017 naar 376.069 euro in 2019.
  • Mapta psychiatrie: van 22,5 procent naar 44,2 procent winst. Omzetstijging: van 196.910 euro naar 361.596 euro.
  • Polder Résidence: van 17,2 naar 18,3 procent winst. Omzetstijging: verdubbeld, van 1.831.551 euro naar 3.639.119 euro.
  • Rosorum Zorgexploitatie: van 13,1 naar 13,2 procent winst. Omzetstijging: van 732.304 euro naar 1.081.601 euro.

Betere zorg, of handiger in wegsluizen?

Hoe moeten we de ontwikkeling bij de 81 zorgcowboys van de eerste lichting duiden? ‘Gemiddeld genomen is de winstmarge nog altijd betrekkelijk hoog,’ zegt hoogleraar Wim Groot. ‘Gemiddeld is de winstmarge in de zorg 1 tot 2 procent van de omzet. Hier is dat meer dan 5 procent.’

‘Wat opvalt is dat de omzet gemiddeld toeneemt, maar de winst gemiddeld daalt. Dat betekent dat de kosten relatief harder zijn gestegen dan de omzet. Dit kan kan zijn doordat ze meer zorgpersoneel in dienst hebben genomen en meer en betere zorg leveren.’


Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie

"Er zijn veel mogelijkheden om geld weg te sluizen. Bij de instellingen die verlies maken zou dit ook het geval kunnen zijn"

Maar er zijn ook minder nobele verklaringen mogelijk voor de plotselinge val in winstgevendheid, zegt Groot. ‘Het kan ook dat ze handiger zijn geworden in het wegsluizen van geld door kosten op te voeren. Denk bijvoorbeeld aan het wegsluizen van geld door je echtgenoot op papier als mede-directeur aan te stellen en die een salaris te geven, of je zoon/dochter een rekening te laten sturen voor ict-adviezen. Er zijn veel mogelijkheden om geld weg te sluizen. Bij de instellingen die verlies maken zou dit ook het geval kunnen zijn.’

Zou de aandacht voor zorgcowboys in de media en bij inkopers reden kunnen zijn voor zorgbedrijven (en met name voor deze bedrijven, die immers al eerder in de spotlights stonden) om minder winst te maken, of minder winst in de jaarrekeningen te laten verschijnen? 

‘Dat zou kunnen,’ zegt Groot, ‘Bedrijven kunnen vrezen voor extra aandacht van de Nza en de IGJ; ze kunnen vrezen dat de negatieve aandacht ertoe leidt dat verzekeraars en gemeenten hun contracten opzeggen en dat patiënten/cliënten de instelling gaan mijden. Dan kan het slimmer zijn winsten te verstoppen en die via het opvoeren van kosten weg te sluizen.’

Verder onderzoek

Er kunnen ook solide verklaringen zijn voor de toename van kosten. Zo wijst hoogleraar accountancy Jeroen Suijs van de Erasmus Universiteit erop dat de cao-afspraken die in 2019 zijn gemaakt voor de sector Verpleging Verzorging en Thuiszorg (VVT) hebben geleid tot een eenmalige uitkering voor bepaalde zorgmedewerkers. ‘Dat kan een mogelijke verklaring zijn,’ zegt Suijs.

Wim Groot benadrukt dat er meer onderzoek nodig is voor harde conclusies. ‘Gaan de personeelskosten omhoog omdat er meer zorgmedewerkers zijn aangenomen of doordat de echtgenoot mede-directeur wordt en een hoog salaris krijgt? Gaan de uitgaven omhoog omdat de directeur op kosten van de zaak een dure lease-auto krijgt? Of hebben deze instellingen allemaal lering getrokken uit de eerdere publicaties en zijn ze meer en betere zorg gaan leveren? Je zou elke instelling afzonderlijk moeten analyseren om te zien wat er precies gebeurt.’