© JanJaap Rypkema

FTM Lokaal

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe. Lees meer

De afgelopen jaren zijn steeds meer taken en verantwoordelijkheden van de centrale naar lokale overheid geschoven. Idee was om het bestuur op die manier dichter bij de burger te brengen. Lokale bestuurders beheren nu grote sommen geld en hebben veel meer macht over hun burgers dan voorheen. Dat is niet alleen een verlokking voor henzelf, maar ook voor dubieuze ondernemers die iets van hen gedaan willen hebben. Soms zijn ze zelfs een regelrechte prooi voor criminelen.  

Terwijl de macht lokaal toenam, is de controle erop verzwakt. In de lokale journalistiek heeft een enorme kaalslag plaatsgehad. Kranten en lokale tijdschriften sneuvelden, complete stadsredacties zijn vervangen door een enkele onderbetaalde feelancer. Sjoemelende wethouders, corrupte ambtenaren en machtswellustige raadsleden kunnen hun gang gaan. Steeds meer publieke voorzieningen worden vermarkt. Zakenlieden maken daar op hun beurt weer handig gebruik van. De lusten zijn voor de markt, de lasten worden gesocialiseerd. 

Overdreven? Nee. Driekwart van alle integriteitskwesties speelt zich op lokaal niveau af. Er is bijna niemand meer die de lokale macht controleert. Te weinig vreemde ogen die dwingen. 

Follow the Money gaat daar verandering in brengen. Met FTM Lokaal gaan we geldsporen volgen, belangen in kaart brengen en misstanden blootleggen. We gaan foute burgemeesters en wethouders hinderlijk voor de voeten lopen. Ook bij jou om de hoek.

53 Artikelen

Tientallen zoutgaten met kans op kraters in Twente: ze vullen duurt meer dan honderd jaar

6 Connecties

Onderwerpen

Zoutwinning Noordoostpitch nouryon sinkholes

Organisaties

Akzonobel

Locaties

Hengelo
19 Reacties

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

In de honderd jaar dat Nouryon en voorgangers in Twente zout uit de bodem halen, is er een gatenkaas van jewelste ontstaan. Tientallen zoutcavernes zijn mogelijk zo instabiel dat ze kunnen instorten. Hoewel Nouryon onder verscherpt toezicht staat, vult het deze cavernes tergend langzaam.

Dit stuk in 1 minuut

Waar gaat dit over?

  • Onder Twente winnen Nouryon en voorgangers al sinds 1918 zout. Die praktijk laat gaten achter in de bodem: 270 zoutcavernes in totaal, ieder met een gemiddelde grootte van het voetbalstadion van FC Twente. 

  • 41 zoutcavernes zijn ‘potentieel instabiel’ wat betekent dat deze cavernes op een gegeven moment kunnen instorten, met grote kraters in bewoond gebied tot gevolg. Alle hens aan dek, zou je denken, maar nee: pas als het zoutbedrijf kan verdienen aan het vullen van deze potentiële sinkholes, krijgt het daar haast mee.

Waarom moet ik dit lezen?

  • Follow the Money heeft achterhaald dat AkzoNobel/Nouryon al vanaf de jaren ’60 bezig is met het vullen van oude cavernes.

  • Kunnen de oude zoutgaten niet sneller gevuld? Uit het onderzoek van Follow the Money blijkt dat er te weinig vulstof op voorraad is om meer dan vier oude putten tegelijk te vullen.

  • Doet de toezichthouder zijn werk niet? Al vanaf 2016 staat AkzoNobel (nu Nouryon) onder verscherpt toezicht van het Staatstoezicht op de Mijnen. Akzo vult namelijk niet alleen de zoutcavernes niet, ook het repareren van hun lekkende (olie-)leidingen gaat veel te langzaam. Dat verzuurt de verhouding tussen toezichthouder en zoutwinner.   

Hoe heeft Follow the Money dit onderzocht?

  • Voor dit artikel is nauw samengewerkt met RTV Oost, in het kader van een bredere samenwerking tussen Follow the Money en de regionale publieke omroepen van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Het onderwerp dat bij de pitch die FTM heeft georganiseerd de meeste stemmen kreeg, was de vraag naar de belangen van de winning van zout bij de Gronings-Drentse grens. Samen met de regionale omroepen besloot FTM het onderwerp ‘zoutwinning’ wat breder op te pakken. RTV Oost maakte deze reportage over de zoutcavernes onder Twente.

  • Er is uitgebreid gesproken met mensen uit de buurt, zoutwinner, toezichthouder en gedupeerden, om een zo volledig mogelijk beeld te schetsen.

  • Follow the Money is op locatie geweest om beter inzicht te krijgen in de lokale problematiek.

Lees verder

Hengelo, 18 januari 1991. Anneke Vening wil graag een kop koffie zetten. Het is ongeveer vijf uur, buiten schemert het al. Wanneer ze de kraan opendraait, komt daar geen water uit. Dat is gek, denkt ze, misschien iets mis met de waterleiding. Even later gaat haar man buiten de krant halen. Daar wordt de oorzaak van het afgesloten water snel duidelijk. Midden op de weg ziet hij een gapend gat. Dat heeft zijn twee mooie Amerikaanse eiken, die even daarvoor nog in volle glorie langs de weg prijkten, volledig opgeslokt. Ook de watertank is weg en het asfalt is opengescheurd. ‘Alleen de topjes van de bomen waren nog te zien’, zegt Alie van der Veer, Annekes buurvrouw, die het destijds ook heeft gezien. ‘Vlak daarvoor reed er nog een auto overheen.’

Anneke Vening.

Ook Anneke herinnert het zich als de dag van gisteren. De eerste nachten mocht ze voor haar eigen veiligheid niet meer op de bovenverdieping van haar huis slapen. Zij sliep in het bed beneden, haar man op de bank. ‘Ik zie het hem nog zo zeggen,’ zegt Anneke met een weemoedige blik in haar ogen. ‘Laat ik maar niet met mijn hoofd naar het gat toe liggen. Als ik erin schuif, dan liever met mijn voeten naar voren.’

Het gat bij de Vening-boerderij was een sinkhole, ontstaan doordat een oude zoutholte in elkaar zakte. Al sinds 1918 maken zoutwinningsbedrijven zulke holtes in de Twentse bodem. Ze pompen zoet water de bodem in, waardoor een deel van de zoutlaag oplost. Dat laat een gat achter: een zoutcaverne.  

In Twente fabriceerden zoutwinners Nouryon en voorgangers meer dan 270 van die cavernes, op een diepte van 400 à 500 meter. De ene wat groter, de andere wat kleiner, maar doorgaans zijn ze enkele tientallen meters hoog en hebben een doorsnede van ongeveer 120 meter. Zowat de grootte van het voetbalstadion van FC Twente. 

Zo werd AkzoNobel Nouryon

AkzoNobel verkocht het onderdeel Specialty Chemicals, waarin de zoutwinnende en -producerende tak was ondergebracht, in oktober 2018 voor 10,1 miljard euro aan de Amerikaanse investeringsgroep The Carlyle Group en het Singaporese staatsfonds GIC. Het onderdeel werd omgedoopt in Nouryon. 

De Amerikanen namen 87 procent van dat bedrag voor hun rekening. Na aftrek van schulden, Britse pensioenverplichtingen en fiscale lasten bleef 7,5 miljard euro over. De bulk daarvan ging naar de aandeelhouders van AkzoNobel en werd gefinancierd met een schuld van 6,5 miljard euro, die op de balans van Nouryon verscheen.   

Volgens het Financieele Dagblad staat The Carlyle Group bekend als een agressieve private equity investeerder. Dat Carlyle als voorwaarde voor financiering stelde dat het delen van Nouryon kon verkopen, om de opbrengst als dividend aan zichzelf uit te keren zonder de schuld af te lossen, voedt dat imago. Helemaal nu de topman van Carlyle onlangs zinspeelde op een splitsing en beursgang van Nouryon, iets wat op zijn vroegst pas over een jaar of drie zou gebeuren. Bestuurder van FNV Procesindustrie, Erik de Vries, noemt deze signalen zorgwekkend: ‘Daarmee zijn de randvoorwaarden van een sprinkhanenscenario gecreëerd.’ Over de financiële situatie van Nouryon is weinig bekend, het bedrijf heeft nog geen jaarverslag gepubliceerd. Verschillende betrokkenen zeggen zich zorgen te maken dat, mocht het in de toekomst tot schadeclaims komen, de rechtsopvolger van AkzoNobel niet in staat zal zijn om die te betalen. 

Lees verder Inklappen

Groter en dieper dan in 1991

Inmiddels zijn twintig cavernes volgestort met kalk en gips, zo zegt Nouryon zelf. 41 zoutholtes zijn nog ‘potentieel instabiel’. Oftewel: ze kunnen instorten. Sterker nog, schrijft Nouryons voorloper AkzoNobel in 2015: ‘Veel van deze potentiële sinkholes zullen groter en dieper zijn dan die in 1991.’ 

Hoe gevaarlijk zijn die instabiele cavernes eigenlijk? Al deze holtes ontstonden tussen 1933 en 1963, toen de cavernes nog op een andere manier werden gebouwd. Veel te groot, en met te weinig zout op het dak als versterking. Een aantal cavernes liggen nu in de buurt van wegen, gasleidingen en elektriciteitsmasten. ‘Van de 62 potentieel instabiele cavernes zijn er 22 echt gevaarlijk vanwege bouwwerken (o.a. Twence, maar ook hoogspanningsmasten en de Rijksweg A35) die erop liggen; 22 andere zijn tamelijk ongevaarlijk. De resterende achttien hebben wel een groot risico in te storten, maar de impact zal vrij klein zijn omdat er bijvoorbeeld alleen maar een weiland boven ligt.’

Tobias Pinkse, tot mei 2016 manager mijnbouw van AkzoNobel, legt op 16 december 2014 in onderstaand audiofragment tegen RTV Oost-journalist Simon Dirk Terpstra uit wat er allemaal bovenop die cavernes gebouwd is.

Anno 2019 zegt Nouryon dat die getallen anders liggen. Het bedrijf gaat uit van 41 potentieel instabiele cavernes, waarvan er zeventien prioriteit hebben. Het risico dat de resterende 24 cavernes instorten, is niet groot, benadrukt Nouryon: ‘In 2013 is nogmaals een uitgebreide risicobeoordeling gemaakt, die is gevalideerd door externe partijen als Deltares. De uitkomst daarvan is juist dat deze geen groot risico hebben om in te storten. Het gaat bijvoorbeeld om cavernes waarvan het dak vrij dik is, maar net niet voldoet aan de moderne standaard.’ Ook ligt er inmiddels een micro-seismisch meetnerwerk, zegt Nouryon, waarmee het alle cavernes continu in de gaten houdt. ‘Alle cavernes zijn op dit moment stabiel.’ 

We hadden helemaal niet verwacht dat dit zou gebeuren

Nochtans weet de zoutwinner al sinds 1960 wat de risico’s zijn van de zoutwinning. Vanaf dat moment vult het bedrijf al oude cavernes met kalkslurry, een restmateriaal dat vrijkomt bij het zoutwinnen zelf. 

Waarom is de caverne voor de deur van de Venings niet vroegtijdig gevuld? Die holte bij de Venings werd destijds wel degelijk al gemonitord. Zo zei locatiedirecteur Cuijpers van Akzo in een aflevering uit 1991 van Van Gewest tot Gewest: ‘Wij houden heel goed in de gaten hoe die boringen zich bewegen ten opzichte van het maaiveld, en we hadden helemaal niet verwacht dat dit zou gebeuren.’

‘Zoiets kan nu niet meer,’ zegt Nouryon-directeur mijnbouw Yvar van den Winkel. ‘Dat is voortschrijdend inzicht. We meten nu iedere trilling. Als er een stukje uit het dak valt, kunnen we dat zien. En dan hebben we nog vijftien tot twintig jaar om het op te lossen.’

Wiebe Vening in 1991 bij de verwoeste weg vlakbij zijn boerderij. Een sinkhole had ook twee Amerikaanse eiken verzwolgen.

Afval is de enige optie

In 2013 bedacht AkzoNobel samen met afvalverwerker Twence en de overheid hét plan om de cavernes te stabiliseren. Er moést snel afval, meer specifiek vliegas, in de bodem, dat was de enige optie om het probleem van de instabiele cavernes snel op te lossen.

Alfons Uijtewaal van de onafhankelijke stichting ‘Huize Aarde’ kan wel raden waar de urgentie vandaan kwam. Hij houdt zich als bioloog bezig met kwesties rondom duurzaamheid, en volgt al jaren nauwlettend de kwestie van de zoutcavernes. ‘De bedrijfsbelangen waren groot. Met het vullen van de eerste drie cavernes kon afvalverwerker Twence al ongeveer 25 miljoen euro aan opslagkosten en 5 miljoen euro aan vervoerskosten uitsparen, en het zou AkzoNobel zo’n 66 miljoen euro opleveren. Een win-win.’

Stortten twee cavernes tegelijk in, dan had het bedrijf onvoldoende vulmateriaal

Maar het maatschappelijk draagvlak – steeds belangrijker in de mijnbouwwereld – voor die methode ontbrak. Een petitie van de SP, de Partij voor de Dieren en GroenLinks is het begin van het einde voor de plannen voor de cavernes. De actievoerders vreesden grote risico's voor milieu en volksgezondheid op de lange termijn, en droegen tijdens het flyeren witte pakken en gasmaskers om hun boodschap kracht bij te zetten.

Verder vullen met kalkslurry dan maar. Nouryon heeft echter geen grote voorraad van die slurry en het vullen gaat ontzettend langzaam, omdat er onvoldoende vulmateriaal voorradig is. Het zal daarom nog tot 120 jaar duren eer alle 41 potentieel instabiele cavernes gevuld zijn. 

Dat gaat volgens een prioriteitenschema. Tot anderhalf jaar geleden kon Nouryon ten hoogste één caverne tegelijk vullen met slurry. Stortten twee cavernes tegelijk in, dan beschikte het bedrijf niet over voldoende vulmateriaal. 

In onderstaand audiofragment beaamt manager mijnbouw Tobias Pinkse dat op 16 december 2014 tegen RTV Oost-journalist Simon Dirk Terpstra.

Inmiddels kunnen er als het écht nodig is tot vier cavernes tegelijkertijd worden gevuld, zegt mijnbouwdirecteur Yvar van den Winkel van Nouryon. Ook dit noemt hij ‘voortschrijdend inzicht’. ‘Door het wegvallen van de vliegasoptie, maar dan ben ik aan het speculeren, hebben we meer gestudeerd.’

Het is niet zo dat Nouryon plotseling veel meer vulmateriaal beschikbaar heeft. Het bedrijf heeft per caverne simpelweg minder nodig. ‘Het is alsof je een drie keer te dikke balk in je huis hebt, omdat je denkt: dan is het stabiel. Maar later ontdek je dat het ook met een minder dikke balk zou kunnen,’ aldus Van den Winkel.

De vullen-met-slurry-optie houdt eveneens in dat Nouryon nog zeker honderdtwintig jaar zout moet winnen. Anders produceert het geen vulstof meer. 

Twente is sterk verweven met zoutindustrie

Hoe belangrijk is de zoutwinning eigenlijk voor de streek? In het zoutmuseum van Delden - onder andere gesponsord door AkzoNobel - licht de enthousiaste gids een tipje van de sluier op. Siety Mallekoote legt uit dat in Twente ieder jaar gemiddeld 2,5 miljoen ton zout uit de grond wordt gehaald. Dat is een gigantische hoeveelheid. Ter illustratie: wanneer het zout in noodgevallen per vrachtwagen vervoerd moet worden (normaal gezien per schip of trein), vertrekt er wel één vrachtwagen vol zout per minuut. 

Van al dat Twentse zout gaat meer dan 80 procent naar de chemische industrie. Een kleine tien procent is bestemd voor consumptie en het overige zout wordt gebruikt om ‘s winters op de wegen te strooien. Bij chemische industrie kan je denken aan de productie van schoonmaakmiddelen, maar ook bijvoorbeeld medicijnen en pvc.

De allereerste zoutfabriek werd in 1918 in Boekelo gebouwd, net na de Eerste Wereldoorlog. ‘In Nederland wisten we al sinds 1887 dat er zoutlagen waren’, aldus Mallekoote, ‘maar met dat zout werd niets gedaan. Tijdens de Eerste Wereldoorlog beseften we hoe afhankelijk waren van Duitsland, vanwaar op dat moment al het zout voor Nederland werd geïmporteerd’.

Om te illustreren hoe mensen toen met Akzo in aanraking kwamen, geeft Mallekoote aan: ‘Ik woonde toen in een vrij korte straat, de personeelschef van Akzo woonde naast mij en even verderop nog iemand die daar werkte. Dat was in meerdere buurten zo.’

Nog steeds is Nouryon sterk verweven met de omgeving, blijkt uit een rondvraag bij omwonenden. Verschillende mensen uit de omgeving willen niets over het bedrijf kwijt. Ze hebben bijvoorbeeld nog een stukje land dat ze van Nouryon willen gebruiken, of krijgen een compensatie voor een zouthuisje op hun weiland. Ze houden het bedrijf naar eigen zeggen liever te vriend.

Lees verder Inklappen

Een typisch Twents zouthuisje.

Drie jaar verscherpt toezicht

Toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt nauwlettend een oogje in het zeil bij de zoutwinning door Nouryon. Het vertrouwen in de zoutwinner is ver te zoeken. Sinds september 2016 staat het bedrijf (toen nog AkzoNobel) onder verscherpt toezicht, ‘omdat zowel bij boorputten als bij transportleidingen lekkages van diesel, pekel en brak water waren vastgesteld.’ 

Dat verscherpt toezicht is nog altijd niet opgeheven, omdat het bedrijf na nader onderzoek van SodM ook geen prioriteit leek te geven aan het op een goede manier verlaten van oude zoutputten, én de problemen niet op een goede manier of te laat communiceerde. ‘Je verwacht van zo’n bedrijf dat het proactief is,’ zegt Wouter van der Zee, hoofd Ondergrond van het SodM. ‘Maar toen bleek dat investeringen die nodig zijn voor het abandonneren van cavernes vooruit geschoven worden. Dat past niet bij een bedrijf dat veiligheid voorop heeft staan. Er moet echt nog wat veranderen voor het verscherpt toezicht wordt opgeheven. We zien wel dat het iets verbetert, maar we moeten echt het comfort hebben dat dat zich zonder het verscherpt toezicht doorzet.’

De kwesties in de mijnbouw zijn voor de omwonenden te belangrijk om te blijven hangen in geruzie

Voor een onvolledig chemisch veiligheidsrapport voor het gebruik van diesel kreeg het bedrijf ook nog een last onder dwangsom opgelegd, net als zoutwinners Nedmag en Frisia. Tot dit is opgelost, mag het bedrijf geen nieuwe putten meer slaan waarbij diesel gebruikt wordt als hulpstof. Dat geldt niet alleen in Twente, ook in Heiligerlee heeft SodM de minister geadviseerd Akzo geen nieuwe putten te laten slaan. Dat mag pas weer wanneer er een plan klaarligt om ongebruikte cavernes veilig te verlaten.

Door al deze maatregelen is er volgens ingewijden wrevel ontstaan tussen de toezichthouder en de zoutwinner. D66-raadslid Vic van Dijk uit Enschede: ‘Die twee maken constant ruzie met elkaar, dan denk ik: kom op jongens, wordt eens volwassen. De kwesties in de mijnbouw zijn voor de omwonenden te belangrijk om te blijven hangen in geruzie van de grote partijen. Die moeten samen vooruit, op een professionele manier.’

Ruzie? Daarvan is volgens Yvar van den Winkel van Nouryon geen sprake. Maar ‘als je onder toezicht staat en je krijgt kritiek, dan ben je een groot mens wanneer je daar blij mee bent. Ruzie is dat zeker niet, eerder een verschil van mening.’ 

Hij heeft echter wel begrip voor de keuze van SodM om het verscherpt toezicht op Nouryon nog niet op te heffen. ‘Ik ben het met ze eens, we zijn nog niet klaar. We moeten nog de puntjes op de i zetten, dat is heel belangrijk.’ Het toezicht is volgens hem minder intensief dan in de beginfase. ‘Toen belden ze iedere week en kwamen ze op locatie. Nu is dat misschien een keer per maand en zijn ze niet meer op locatie.’

De leidingen lekken bij Akzo/Nouryon

Toen het Enschedese raadslid Vic van Dijk (D66) twee jaar geleden hoorde dat zowat het hele leidingennetwerk van AkzoNobel zo lek was als een mandje, was hij meteen bezorgd. Zou ook de oude leiding bij hem in de buurt gaan lekken? Van een werknemer bij Akzo had hij vernomen dat ook daar zwakke plekken in zaten. 

‘Het bedrijf beloofde: voor 1 januari 2018 hebben we alles vervangen,’ zegt Van Dijk. ‘Een deadline die het zelf mocht stellen. Maar in dat hele jaar lag ons weiland geen enkele keer open om een leiding te vervangen.’

Enkele maanden na de deadline kreeg Van Dijk een opmerkelijke e-mail van een wethouder uit zijn gemeente. ‘Op dinsdagmiddag 6 februari heeft AkzoNobel een lekkage gemeld. Het gaat om een lekkage van brak water aan de Burgemeester Stroinkstraat, nabij boring 429.’ Dat was de leiding vlakbij zijn woning.

‘Ik heb toen moord en brand geschreeuwd,’ zegt het gemeenteraadslid. ‘Lekker is dat, dacht ik, de enige belofte die je doet, daar hou je je niet aan.’ Overigens heeft Nouryon in mei 2018 het werk aan de leidingen voltooid.

Hij was vooral verbaasd dat Akzo willens en wetens het risico had genomen om die fragiele leiding nog te gebruiken, en in het verleden geen degelijk preventief onderhoud had gepleegd om dit te voorkomen. Hij las in een reactie van AkzoNobel op vragen (waaronder enkele van hemzelf) van de gemeenteraad: ‘Tot 2014 was er sprake van correctief onderhoud in het horizontaal leidingennetwerk.’ 

Lees verder Inklappen

Een net bedrijf

Op dit moment moet Nouryon een groot deel van de zoutputten nog vullen, de saneringen van de gelekte olie uitvoeren en de abandonneringsplannen op orde krijgen. 

Wel jammer van de ellende die ze telkens veroorzaakt hebben

Nadat de grond onder haar boerderij wegzakte, moesten mevrouw Vening en haar man verhuizen. Nu woont ze in een mooi appartement op ongeveer 4 kilometer van haar oude huis. Ze heeft het altijd jammer gevonden dat ze niet op haar oude stek kon blijven. Desondanks vindt ze dat Akzo alles netjes heeft afgehandeld en voelt ze geen wrok jegens het zoutbedrijf. 

Ook Annekes buurvrouwen zeggen dat ze ‘altijd netjes gecompenseerd worden door Akzo’, als dat bedrijf ergens een stukje van hun land wil gebruiken. Ook horen ze langs alle kanten dat de zoutwinner een goede werkgever is.

Buurvrouwen Alie van der Veer en Marja Minderman.

Maar, nuanceert Marja Minderman, ‘het is wel jammer van de ellende die ze telkens veroorzaakt hebben’. Daarbij vinden de twee vrouwen dat de buurt bijna niet geïnformeerd wordt wanneer er een probleem optreedt. ‘Ze hebben hier ooit een meetpunt geïnstalleerd,’ zegt Alie, ‘maar ook daar hoor je niks meer van.’

Het befaamde ‘gat van Hengelo’ is inmiddels niet veel meer dan een lichte glooiing in de weg. Opgevuld met zout en kalkslurry. Een aantal jaren te laat.

Binnenkort op Follow the Money meer over dieselopslag in de zoutcavernes onder Twente: in tijden van nood moet een land immers een brandstofvoorraad hebben. Het probleem met deze voorraad is dat de regio het gevoel heeft wel de lasten te dragen, maar dat de lusten buiten Twente terechtkomen.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Mira Sys

Gevolgd door 348 leden

Redacteur grondzaken

Volg Mira Sys
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

FTM Lokaal

Gevolgd door 1041 leden

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

Volg dossier