Zout dat gewonnen is in het Friese Barradeel komt via buizen aan in een opslagloods van Frisia Zout in Harlingen. Deze loods vol strooizout ligt normaliter tot de nok toe vol.
© ANP Koen Suyk

  • Die kerk stond er al sinds 1500, in 1904 verbouwd en in 1931 gerestaureerd.

Ook jouw gemeente krijgt steeds meer taken en dus meer macht. Daarom gaat FTM lokaal.

Na de sneeuwval eerder deze week wordt weer druk met zout gestrooid op de wegen. Dat zout wordt deels uit de diepe bodem van Friesland gehaald. Met vergaande gevolgen: de bodem zakt. Omwonenden zijn ongerust, want voorspellingen over de effecten van mijnbouw waren al vaker verkeerd. Follow the Money zocht de Friese zoutwinning tot op de bodem uit.

De bochtige asfaltweg naar het zoutwinningsbedrijf Frisia Zout is bezaaid met het ‘witte goud’. Dichter bij de fabriek worden ook de bergen zout die er verwerkt worden zichtbaar. Op de parkeerplaats hangt een scherpe dieselgeur.  

Durk van Tuinen wijst het raam van zijn kantoor uit, in de richting van de Waddenzee. ‘Daar ongeveer gaan we zout winnen.’ De Frisia-directeur pakt er een kaart bij, kijkt even goed en toont vervolgens de exacte locatie. Vanaf 2020 pompt zijn bedrijf daar vanaf een diepte van ongeveer 2200 meter via een schuine pijpleiding zout omhoog, vertelt hij. Op iets meer dan drie kilometer buiten de havenmond en de historische binnenstad van Harlingen.

Over dat laatste maken verschillende mensen in de omgeving zich zorgen. ‘Ongeoorloofd,’ vindt Rinze Post (78), inwoner van Wijnaldum, een dorp nabij Harlingen. ‘Als het 2 kilometer verder van de kust was geweest, had ik er geen probleem mee gehad, maar dit is echt een slecht idee. In het verleden hebben we gezien dat de bodem ook daalde buiten het prognosegebied. Harlingen ligt daar nu net buiten. Het zou heel goed kunnen dat de stad schade ondervindt.’

Als gemeenteraadslid voor de lokale partij Harlinger Belang stemde Rinze Post in 1995 juist vóór zoutwinning door Frisia Zout. ‘Dat deed ik op basis van rapporten, waarin stond dat zoutwinning geen schade zou veroorzaken. Daarbij was het goed voor de werkgelegenheid en de lokale economie,’ vertelt hij.

Gratis geld uit de grond

Zoutwinning uit de bodem is een lucratieve industrie. De grondstof is zo gemakkelijk te winnen tegen een zo geringe investering, dat het verbazingwekkend is dat zich niet meer dan de drie huidige spelers op de Nederlandse markt aandienen. Het enige dat de zoutwinner hoeft te doen, is een pijp in de grond steken en heet water injecteren, waar de grondstof in oplost. Dat zout water pompt het bedrijf vervolgens omhoog en klaar is kees. De staat krijgt een klein bedrag, de rest is feitelijk gratis geld uit de grond. Tenminste, als het bedrijf alleen kijkt naar de winst van zoutextractie en geen rekening houdt met schade aan milieu en bebouwing.

De caverne die ontstaat bij zoutwinning is bij Frisia gemiddeld 250 meter doorsnee en 500 meter hoog, dat is 16.400.000 kubieke meter, het volume van 6500 olympische zwembaden. Dat gat in de grond moet Frisia op druk houden met pekel, anders stort de boel in door zoutkruip. Om instorten verder te voorkomen, injecteert het bedrijf tijdens het oppompen van zout water ook diesel. Die vormt een isolerende laag tussen de gecreëerde caverne en de rest van het gesteente.

Lees verder Inklappen

Voor de lokale economie was de komst van Frisia inderdaad meer dan welkom. In 2011 was Frisia Zout goed voor de helft van alle havenactiviteiten in de industriehaven van Harlingen.  Het bedrijf verschafte 80 directe en ongeveer 160 indirecte banen in een regio met relatief veel werkloosheid.

De economische waarde betwist Rinze Post niet, maar over de onschadelijkheid van zoutwinning denkt hij, en velen met hem, nu heel anders. In 2012 ontstonden er flinke scheuren in zijn huis in Wijnaldum. Ook bij andere gebouwen in het dorp, waaronder de kerk, verschenen scheuren in de muren. Voor Post en andere omwonenden was de oorzaak duidelijk: zoutwinning en de daaropvolgende bodemdaling.

Post stelde Frisia begin 2014 aansprakelijk voor de schade aan zijn woning, maar het bedrijf wees de aansprakelijkheid van de hand. Vervolgens wendde hij zich tot de Technische commissie bodembeweging (Tcbb). In 2015 en 2016 oordeelde de Tcbb dat de verzakkingen niet aan zoutwinning waren te wijten. Omdat Post niet tevreden was met haar oordeel, schreef de Tcbb hem uiteindelijk in oktober 2018: ‘Volgens de Tcbb zijn andere oorzaken voor deze schades aannemelijker, te weten zettingsverschillen als gevolg van een onvoldoende fundering van de woningen op een weinig draagkrachtige ondergrond, mogelijk in combinatie met verhinderde krimp door vocht- en/of temperatuurfluctuaties. Met andere woorden: ook indien geen sprake was geweest van bodemdaling als gevolg van de zoutwinning zouden deze schades aan de woningen en de kerk waarschijnlijk zijn opgetreden.’ Maar dat vindt Post wat al te gemakkelijk. 'Beter hadden ze op voorhand goed gemeten in plaats van achteraf te beredeneren.'

Op eigen kosten repareerde Post de scheuren in zijn huis voor 35.000 euro. Sindsdien strijdt hij voor een snelle en transparante schadeafwikkeling voor anderen. Hij hoopt te voorkomen dat zij, net als hij ooit, van het kastje naar de muur gestuurd worden. Daarbij probeert hij niet zozeer grieven als wel feiten te verzamelen. Want, zo heeft hij geleerd, ‘grieven falen’. Inmiddels is dat zijn slagzin.

Schade door wat?

In de omgeving van Harlingen wordt naast zout ook gas gewonnen. Deze gestapelde mijnbouw maakt het lastig om aan te tonen dat een van deze afzonderlijke praktijken schade veroorzaakt. GroenLinks pleit er daarom voor de gestapelde mijnbouw overal af te schaffen. ‘Er is voortdurend gesteggel over wat precies het gevolg is van welke bodemactiviteit,’ zegt Tweede Kamerlid Tom van der Lee. ‘Zeker in gestapelde gebieden is het moeilijk om dat specifiek toe te wijzen. Dat leidt dan weer tot allerlei issues over verantwoordelijkheid en schade verhalen. Dat is geen houdbare situatie.’

De schade van de gaswinning onderscheiden van die van de zoutwinning, had nochtans makkelijker gekund, zeggen experts. Geoloog en hydroloog Peter van der Gaag (onafhankelijk adviseur van particulieren, boeren en bedrijven als Frisia) pleitte in 1996 al voor een systeem van tiltmeters dat in Friesland de exacte bodemdaling als gevolg van zoutwinning kon meten. Die tiltmeters zouden fijnmaziger meten dan de waterpassen die er tot nu toe gebruikt werden: ze zouden de schade door zout- en gaswinning van elkaar kunnen scheiden. Zoutbedrijf Frima (voorloper van Frisia) en de provincie stonden achter de aanvraag van deze tiltmeters.

Het ministerie van Economische Zaken niet, zo staat beschreven in enkele krantenartikelen uit 1996. ‘De inspecteur-generaal ziet geen heil in tiltmeters, omdat die alleen goed bruikbaar zijn als de bodemveranderingen dicht onder het maaiveld plaatsvinden,’ schrijft de Leeuwarder Courant op 28 februari 1996. De meters kwamen er niet. ‘Ik begrijp nog steeds niet waarom,’ aldus Van der Gaag. ‘Niemand begrijpt het.’ Bij navraag bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, kan de woordvoerder ook geen duidelijkheid verschaffen: ‘Waarom het ministerie van EZ in 1996 geen voorstander was van tiltmeters, is mij onbekend. Het is ook niet eenvoudig te achterhalen.’ Het hoofd Ondergrond van het Staatstoezicht op de Mijnen, Wouter van der Zee, geeft aan dat die beslissing in de geest van de tijd geplaatst moet worden. ‘We kijken heel anders tegen de mijnbouw aan dan in de jaren ‘90. Toen werd geaccepteerd dat mensen het minder precies gemeten hoefden te hebben.’ Tiltmeters zijn volgens hem ook pas een oplossing als ze ondersteund worden door andere goede meetsystemen, en niet als ze op zichzelf staan.

Lees verder Inklappen

Boerenprotest

Al bij aanvang van zoutwinning in Friesland waren er berichten over bodemdaling: Nedmag in het Groningse Veendam reserveerde in dat jaar tien miljoen gulden om eventuele schade als gevolg van bodemdaling door zoutwinning nabij het dorp Tripscompagnie te betalen.

In Friesland kreeg in 1996 Frima, de voorloper van Frisia, een subsidie van 12,5 miljoen gulden (ongeveer 5,7 miljoen euro) om zout te winnen. Het kleine bedrijfje bleek niet bestand tegen giganten als AkzoNobel: het ging in 2000 failliet. De Duitse zoutgigant Kali und Salz nam de boel over en herdoopte de Friese tak in Frisia Zout.

Wat we weten over zoutwinning
  • Zoutwinning zorgt altijd voor bodemdaling. ‘Soms leidt dit tot schade aan gebouwen, infrastructuur, de natuur of de inrichting of gebruiksmogelijkheden van het land,’ schrijft Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in haar rapport Staat van de sector zoutuit mei 2018. Het rapport beschrijft ook de onzekerheid van bodemdaling nadat de zoutwinning is gestopt. Ook daarna kan de bodem nog enkele tot duizenden jaren door blijven zakken. ‘Er is zeer beperkt empirisch onderzoek beschikbaar over de snelheid van de processen die een rol spelen na afsluiten van een caverne. Dit geeft een onzekerheid bij de inschatting van dit risico.’ In het rapport constateert het SodM regelmatig dat er te weinig aandacht is voor preventieve onderhoudsmaatregelen. Ook is er te weinig aandacht voor de lange(re) termijn.
  • In tegenstelling tot gaswinning is zoutwinning volgens verschillende experts niet erg aardbevingsgevoelig. ‘De kans dat zoutwinning een aardbeving veroorzaakt, is heel klein’, zegt Wouter van der Zee, hoofd Ondergrond van Staatstoezicht op de Mijnen. ‘Tot november 2017 hebben wij in Nederland nooit een aardbeving in de buurt van zoutwinning geregistreerd.’ Toch is het niet uit te sluiten dat ook zoutwinning op sommige plaatsen (lichte) bevingen veroorzaakt. In 2017 vonden er ten oosten van Groningen bij Winschoten vier lichte bevingen plaats. Drie daarvan waren niet voelbaar, de zwaarste wel (met een sterkte van 1,3 op de schaal van Richter). Na analyse bleek dat de gaswinning niet de oorzaak was, maar eventueel wel de zoutcaverne bij Heiligerlee, gezien het epicentrum van de bevingen dichtbij de caverne lag.  

  • Zoutwinning verzilt de ondergrond. In het rapport Transparantie effecten Zoutwinning Fryslan uit 2006 schat onderzoeksbureau Alterra dat verzilting met 15 tot 30 procent toeneemt door zoutwinning.

  • Er is weinig transparantie rondom zoutwinning. Data van meetpunten zijn moeilijk te begrijpen, tenzij een expert de gegevens duidt. Ook aan de communicatie van zoutwinningsbedrijven schort het. In haar zoutwinningsrapport geeft Staatstoezicht op de Mijnen aan de zoutwinners het advies om zo transparant mogelijk te zijn, gezien het gevoelige klimaat rond mijnbouw.

Lees verder Inklappen

Uit de eerste onderzoeken bleek in 1997 al dat de bodem veel sneller daalde dan verwacht. In een jaar tijd was de daling op het diepste punt - de Riedpolder bij Sexbierum - drie centimeter. ‘Onverwacht groot,’ zei het Staatstoezicht op de Mijnen toentertijd. Volgens de prognoses had de daling na een goed jaar 1,7 centimeter moeten bedragen.

Met het dalen van de bodem rezen de eerste protesten tegen zoutwinning. De actiegroep ‘Laat het zout maar zitten’ werd opgericht, met veel boeren in de gelederen. Zij ondervonden enorme schade, omdat zoutwinning verzilting van hun grond veroorzaakte.

Ook de afwatering raakte verstoord door bodemdaling, waardoor de boeren hun land niet meer droog kregen. De hevige regenval van 2004 en 2012 verpestte daardoor hun gewassen. ‘We hadden toen clusterbuien van 100 millimeter en meer,’ zegt boer Wiebe Goodijk uit Sexbierum. ‘In 2004 hadden we voor 128.000 euro schade, omdat gewassen gestikt en verrot raakten. In 2012 is de schade niet getaxeerd, maar die kwam in de buurt.’ Voordien was er af en toe schade. ‘Maar,’ zegt Goodijk, ‘in de vijftig jaar dat mijn vader boer is geweest, hebben we nooit zoveel schade gehad.’

Het water stond zo hoog in onze weilanden, dat we er met een motorbootje overheen konden varen

Ook melkveehouder Feike Bakker ervoer wateroverlast door de bodemdaling, waardoor het gras op zijn landerijen in Sexbierum ging rotten. ‘Mijn land lag vlakbij de plek waar zout werd gewonnen. Bij de start van de zoutwinning had ik nooit verwacht dat de bodem zou zakken, daar had ik geen benul van, maar dat ging plots heel snel. Ons land lag zo ongeveer op het laagste punt van de omgeving. Onze weilanden waren het afvoerputje. Door hevige regenval stond het water na enkele dagen zelfs zo hoog, dat we er met een motorbootje overheen konden varen.’

Misschien eenmalige vergoeding

Intussen is een project in het leven geroepen om de schade van gas- en zoutwinning tegen te gaan: ‘Gebiedsontwikkeling Franekeradeel-Harlingen’. De afwatering wordt verbeterd, bruggen verhoogd, gemalen worden vervangen en gerenoveerd. Bij dit project zijn onder andere de gemeenten Harlingen en Franekeradeel, de provincie Friesland, Frisia en gaswinner Vermillion betrokken. De boeren in de omgeving krijgen in de toekomst misschien een eenmalige vergoeding voor de schade aan hun gewassen, betaald door Frisia. Symptoombestrijding, want de oorzaken van onomkeerbare bodemdaling pakt het project niet aan.

De vergoeding zoals voorgesteld is volgens Goodijk lang niet hoog genoeg. ‘Die is in klassen ingedeeld. Zit je op de kwetsbaarste grond, dan krijg je één keer in de tien jaar uitgekeerd. Dat loopt omlaag naar eens per 25 jaar en naar een keer in de vijftig jaar. De vergoeding voor de kwetsbaarste grond zit tussen de 10.000 en 12.000 euro per hectare. Bij de laatste categorie staat er tussen de 2.000 en 4.000 euro tegenover. Eenmalig. Nu hebben we in acht jaar echter al twee keer schade gehad. We hadden in het verleden genoeg buffer om dit op te vangen. Nu komt elke nieuwe schade uit onze eigen zak.’

Achteraf gezien maakten we geen schijn van kans. Dat zout moest gewonnen worden

De zoutwinning zorgde bij sommige boeren voor ingrijpender veranderingen. Frisia legde in 2004 grote pijpleidingen aan, dwars door hun land. Landeigenaren die niet wilden meewerken, kregen van de minister van Verkeer en Waterstaat een gedoogplicht opgelegd. Maar dat pikten de boeren niet. Samen met actiegroep Laat het zout maar zitten gingen ze in beroep. Met succes, de rechter maakte de gedoogplicht ongedaan. Toch ging Frisia door met graven.

‘Achteraf gezien maakten we geen schijn van kans,’ zegt melkveehouder Feike Bakker, ook lid van de actiegroep. Door zijn land zou een pijpleiding gelegd worden. Met de leiding zelf had Bakker geen problemen, maar wel met wat het betekende: zoutwinning. ‘Het ging om zo’n 1200 hectare goede grond, maar dat zout moest gewonnen worden. Die pijpen moesten van A naar B, en liefst zo recht mogelijk.’

Door een Koninklijk Besluit in 2004, op vraag van de minister van Verkeer en Waterstaat, werd de uitspraak van de rechter ongedaan gemaakt, ‘in het kader van het algemeen belang’. Frisia mocht de leidingen leggen. Een van de argumenten die werd aangevoerd, was het belang van Frisia voor de haven van Harlingen. De boeren die op voorhand wel instemden met leidingen door hun land kregen daar een royale vergoeding voor. ‘Dat ging om basisvergoedingen van 50.000 tot 100.000 euro, en dan nog een bepaald bedrag per hoeveelheid zout die door de leidingen ging,’ zegt Feike Bakker, die de vergoeding ook kreeg aangeboden. Hoe aanlokkelijk ook, hij accepteerde het geld niet. ‘Dan kun je natuurlijk niet meer procederen.’ Zijn collega Goodijk koos wel voor een vergoeding, al zegt hij dat die een stuk lager is dan de vergoeding die Bakker kreeg aangeboden. 

Bakker en zijn buren hadden uiteindelijk geluk. Ze werden in 2007 uitgekocht door de provincie, die hun land voor glastuinbouw en later waterhuishouding wilde gebruiken. Bakker kreeg hiervoor ongeveer 58.000 euro per hectare, meer dan wat het land waard was, omdat die glastuinbouw ook weer geld zou opbrengen. Hij was blij om zijn zakkende land achter te kunnen laten en kocht ergens anders in Friesland een mooie nieuwe boerderij.

Caverne stort in

De afgelopen jaren kwamen in het hele land meerdere incidenten in de zoutwinning aan het licht. Zo werd bij AkzoNobel (nu Nouryon) in 2015 een diesellekkage van 11.000 liter ontdekt bij een boorput in Enschede, liet datzelfde bedrijf in 2014 weten dat het zijn lege cavernes met afval moest vullen om instorting te voorkomen, en lekten bij NedMag in april dit jaar pekelwater en dieselolie weg. Ook bij Frisia ging het mis: daar stortte twee jaar geleden een van de cavernes in ten gevolge van experimentele zoutwinning.

Binnen de provincie Friesland en de Friese gemeenten slonk de steun voor zoutwinning.  Maar Frisia had een vergunningsaanvraag klaarliggen, die toenmalig minister van Economische Zaken Maxime Verhagen vrijwel zeker zou goedkeuren op basis van de Mijnbouwwet. Frisia-directeur Durk van Tuinen: ‘Helaas kwam er met verloop van tijd steeds meer weerstand op de winning van zout onder land. Daarom hebben we een transitiedeal gemaakt.’ Het bedrijf liet ook een milieueffectrapportage doen, waaruit bleek dat zoutwinning op zee minder schade zou veroorzaken dan op land.

De vergunningsaanvraag trok Frisia niet zomaar terug. Enkel als de betrokken overheden de transitie naar zoutwinning onder de Waddenzee mogelijk zouden maken (de zogenoemde ‘transitiedeal’), zo valt te lezen in onderstaande brief van directeur Durk van Tuinen.

Van Tuinen kreeg zijn zin. De gebiedsovereenkomst werd getekend en de Frisia-directeur trok zoals beloofd de vergunningsaanvraag voor op land in. Frisia gaat de zee op.

Hoe steekt zoutwinning in Harlingen in elkaar?

In Harlingen wordt sinds 1995 zout gewonnen. Eerst door zoutbedrijf Frima, toen dat failliet ging nam Frisia Zout, inmiddels onderdeel van de European Salt Company (esco), het over. Esco heeft op dit moment ongeveer een vijfde van de wereldmarkt in handen.

Frisia wint zout door middel van oplosmijnbouw. Het zout bevindt zich in ondergrondse lagen in de nabije omgeving van Harlingen op circa 2,5 tot 3 kilometer diepte. Door water van 40 graden in die lagen te injecteren lost het zout op. Zo ontstaan ondergrondse holtes (cavernes) waar oorspronkelijk het zout zat, gevuld met zout water (pekel) dat door de druk van het geïnjecteerde water en de gesteentedruk omhoog wordt gestuwd. Het gewonnen zoute water wordt vervolgens via pijpleidingen getransporteerd naar de zoutverwerkingslocatie in Harlingen. Daar ondergaat het zoute water een zuiveringsproces waarna het water verdampt en het zout overblijft. Van het geproduceerde zout is circa 80 procent bestemd voor de chemische industrie. Dit wordt per schip getransporteerd. De overige 20 procent wordt in de voedings- en veevoerindustrie gebruikt. Daarnaast worden nog speciale producten geproduceerd zoals zouttabletten voor de waterontharding en likstenen voor vee. [Bron: startnotitie Frisia]

Lees verder Inklappen

Zout winnen op zee

Dat Frisia in 2020 vlakbij de kust van Harlingen zout wil winnen, zorgt opnieuw voor opschudding. Inwoners van het pittoreske stadje zijn bang voor schade aan hun panden, iets waar Rinze Post zich als één van de eersten druk over maakte. Uiteindelijk richtte een groep huiseigenaren, erfgoedorganisaties en beheerders van kerken daarom de stichting Behoud Historisch Harlingen (SBHH) op. Deze stichting wil van Harlingen een pilot maken op het gebied van zoutwinning, om te laten zien dat het wél kan: een goede samenwerking tussen overheid, particulieren en mijnbouw. Bij Economische Zaken en Klimaat juichen ze het initiatief toe: ‘Het past in een breder zoekproces naar een constructieve interactie met omwonenden van een mijnbouwactiviteit en de betrokken decentrale overheden.’ Het ministerie ziet in de pilot een mogelijke blauwdruk voor andere plekken in Nederland.

De stichting Behoud Historisch Harlingen heeft als voornaamste doel zoutwinning schadeloos te laten verlopen. Ze heeft ervoor gezorgd dat er deze keer tiltmeters komen in Harlingen stad, om zo de bodemdaling nauwgezet in de gaten te houden. De tiltmeters nemen de onrust over de zoutwinning niet weg. De zorgen reiken tot in de Tweede Kamer, zo wordt duidelijk in een algemeen overleg over mijnbouw op 11 oktober 2018 tussen de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat en minister Eric Wiebes. Verschillende Kamerleden vrezen voor de risico’s. Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) is er daar een van: ‘In 2015 al stelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat onzekerheden onlosmakelijk verbonden zijn met activiteiten in de diepe ondergrond. Mijnbouw is dus nooit gegarandeerd veilig.’ Vanwege die risico’s is zijn partij net als de SP, de PvdA en GroenLinks tegen de geplande zoutwinning onder de Waddenzee, verklaart hij. ‘Risico’s worden categorisch onderschat, er is schade aan woningen en bedrijven ontkennen alle betrokkenheid. We zagen het bij de gaswinning en we zien het nu ook bij de zoutwinning.’

Dat de inschatting van bodemdaling wel eens fout gaat, beaamt Adriaan Houtenbos. Hij werkte jarenlang voor de NAM, als hoofd van een afdeling die verantwoordelijk was voor het controleren van de bodemdalingsvoorspellingen van het bedrijf. ‘Die klopten nooit,’ zegt hij. ‘Echt letterlijk nooit. Telkens wachtten onverwachte zaken. Met alle hens aan dek probeerde men daar een verklaring voor te vinden, maar dat is niet zomaar mogelijk. Het is geen kwestie van even een blik wetenschappers opentrekken en het raakt opgelost. Ik heb nog nooit gezien, bij al die incidenten, dat het komt tot een fatsoenlijke probleemanalyse. Noch dat die gepubliceerd wordt, zodat het algemene kennis wordt.’

Al doende leert men, zegt de Frisia-directeur

Ook bij de zoutwinning in Wijnaldum en omstreken is de bodem sneller gedaald dan was ingeschat. Per 1 juli 2013 zou de bodem volgens een brief van toenmalig minister Verhagen 15 centimeter lager liggen. In 2005 lag het diepste punt al op 32 centimeter. ‘In onze eerste concessies zijn we veel sneller op de limiet terechtgekomen,’ beaamt Frisia-directeur Durk van Tuinen. Oorspronkelijk werd gedacht aan drie zoutcavernes. Uiteindelijk zijn er maar twee aangelegd, omdat de wisselwerking tussen de eerste twee cavernes veel groter was dan verwacht.

Van Tuinen: ‘Wat er gebeurde, is dat onze eerste twee zoutcavernes elkaar op het diepste punt gingen overlappen.’ Nog een derde caverne ernaast had meer bodemdaling dan 35 centimeter (de maximaal toegestane bodemdaling) veroorzaakt. Het bedrijf produceerde dan ook nooit de beoogde 18 miljoen ton steenzout die het wilde produceren - slechts ongeveer de helft daarvan. In haar nieuwe concessie Barradeel 2, zijn de cavernes daarom verder van elkaar weg aangelegd, 2,5 tot 3 km bij elkaar vandaan. ‘Zo is het leven,’ zegt Van Tuinen, ‘al doende leert men.’ 

Hand aan de kraan

Om te voorkomen dat er iets ernstig mis gaat, hanteert minister Wiebes het ‘hand-aan-de-kraan-principe’. Bij signalen van problemen of een te snelle daling, wordt de winning afgebouwd om uiteindelijk te stoppen. Maar volgens verschillende experts is dat wat te kort door de bocht. ‘Dat hand-aan-de-kraan-principe klopt helemaal niet, dat zien we nu al jaren,’ zegt oud-NAM-werknemer en bodemdalingsexpert Adriaan Houtenbos. ‘Niet voor de gaswinning, niet voor de zoutwinning. Als er een lek is in het cavernedak, een caverne instort of een leiding lekt, is dat niet meer te recupereren en gaat de daling soms veel sneller dan gepland. Die daling kan dan nog jaren doorgaan, zonder dat iemand er nog iets aan kan doen.’

Ingewikkelde boormethode

Uit onderzoek van TNO-NITG blijkt dat ook de lagen waar Frisia doorheen gaat boren onder de Waddenzee, de zogenaamde perszouten van de Zechstein-zoutgroep, een uitdaging vormen bij het boren. Gedurende de laatste veertig jaar hebben deze zouten geleid tot vertragingen bij booroperaties, aangepaste casing-schema’s en het verlies van vele boorputten. TNO-NITG omschrijft ze als ‘een duur probleem’. Het betreft hier rechte pijpen, gezet met beproefde boortechnieken, nog niet de moeilijkere S-vormige pijpen die Frisia gaat gebruiken.

Lees verder Inklappen


Frisia heeft ongeveer 16 tot 17 miljoen euro toegezegd voor het gebiedsproject ‘Gebiedsontwikkeling Franekeradeel-Harlingen’. ‘De voornaamste aanleiding om voor dit gebied een plan te maken is het gegeven dat er in de afgelopen jaren problemen zijn ontstaan in de waterhuishouding. Dat komt omdat de bodem daalt als gevolg van jarenlange gas- en zoutwinningen in dit gebied’, staat in het Ontwerp Inrichtingsplan uit 2010.

Wat gezakt is, kan niet meer omhoog

Het project moet de gevolgen van de bodemdaling dus tegengaan. Maar niet alles kan verholpen worden. ‘Wat gezakt is, kan niet meer omhoog. De verzilting neemt steeds verder toe, dat is onomkeerbaar,’ zegt melkveehouder Feike Bakker. ‘Tegenwoordig wordt daarom af en toe aan de akkerbouwers geopperd om zeekraal te telen. Dat brengt helemaal niet zoveel op als andere gewassen. Dat is toch gek, dat iemand iets uit de grond haalt, en dat jij je dan maar moet aanpassen. Die grond is ook best wel duur, zonde van hele goede jonge zeeklei.’ Ook het Staatstoezicht op de Mijnen schreef vorig jaar nog in haar rapport dat ‘verzilting van landbouwgrond een reëel probleem is in de regio en wordt versterkt door de dalende bodem’.

De problemen mogen dan veroorzaakt zijn door marktpartijen die met subsidie zijn begonnen, toch is het de belastingbetaler die meebetaalt aan het gebiedsproject. ‘Dat geld wordt ook gebruikt om een plus voor het gebied te genereren,’ geeft provincie Friesland als verklaring. ‘Zo realiseert bijvoorbeeld Wetterskip een deel van haar beleid voor natuurvriendelijke oevers en voor extra waterberging om de gevolgen van klimaatverandering te compenseren.’ De provincie draagt bijna 11 miljoen bij, het waterschap ruim 9 miljoen. De rest wordt betaald door gaswinner Vermilion, de gemeenten Franeker en Harlingen en de landbouwgemeenschap. In totaal kost het project bijna 48 miljoen. Bovenop het bedrag voor het gebiedsproject betaalt Frisia nog twee miljoen als zogenoemde ‘maatschappelijke plus’. Daarmee wordt bijvoorbeeld de leefbaarheid van het gebied bevorderd. ‘Dit als goodwill voor het op termijn mogen winnen van zout onder de Waddenzee’, staat in de Perspectiefnota van de gemeente Harlingen uit 2013.  

‘Frisia betaalt de provincie, de gemeente en waterschappen voor de schade, maar de gewone burger staat in zijn hemd. Die kan niet op tegen dat soort grote marktpartijen,’ zegt Rinze Post. Burgers vertrouwen ook niet meer op het oordeel van de aangestelde onafhankelijke experts, zoals die van de Tcbb. Ook Post niet. Zelfs al zijn de scheuren in zijn huis niet het gevolg zijn van de zoutwinning, hij zal dat niet zomaar van ze aannemen.

Bijna iedereen die iets van mijnbouw weet, werkt of heeft gewerkt bij de NAM, BP of Shell

De reden voor dat wantrouwen, is het feit dat echt onafhankelijke experts schaars zijn geworden in de mijnbouwwereld. ‘Er moet een onafhankelijk onderzoek komen naar de relatie tussen delfstofwinning en schade,’ zegt oud-NAM-werknemer Adriaan Houtenbos. ‘Het probleem zit hem erin aan te tonen waar de scheuren vandaan komen. Zelfs dan ben je er nog niet. Bij Tcbb zitten mensen die bijna allemaal uit de mijnbouwindustrie komen, of gewerkt hebben voor instituties waarvan de onderzoeksportefeuille gevuld wordt door de mijnbouwmaatschappijen. Bijna iedereen die iets van mijnbouw weet, werkt of heeft gewerkt bij de NAM, BP, Shell en dat soort bedrijven.’

Ook GroenLinks-Kamerlid Tom van der Lee herkent dit probleem. ‘Het is een hooggespecialiseerde sector. Iedereen die daarin actief is heeft daar weer banden met bedrijven die actief zijn. Dat is op zich logisch, maar niet afdoende voor adequaat toezicht. Er is al vaker gebleken dat risico’s groter zijn dan wetenschappelijk lange tijd is voorspeld. Dan moet een overheid het handhavings- en toezichtbeleid versterken, en ook onafhankelijker doorgaan.’

Post is moe

Rinze Post is nu 78 en heeft aangekondigd te zullen stoppen. Zo kan hij meer tijd met zijn kinderen en kleinkinderen doorbrengen. Bovendien, zo zegt hij: ‘Ik word moe van de manier waarop de overheid omgaat met burgers. Maar ik blijf staan voor gerechtigheid bij schade en ik zet me maximaal in voor het herstel van het getroffen gebied. Dat is mijn doel, daar ga ik voor.’ Hij bereidt een claim voor provincie Friesland en gemeente Harlingen voor, onder andere voor de vele uren die hij aan de zoutwinningsproblematiek heeft besteed. Stoppen wilde hij al in 2017, maar er was niemand die het stokje overnam. En dus ging Post weer aan de slag. Maar nu is het echt klaar. Zegt hij.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Auteur Sam Gerrits schreef aan het artikel mee.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Mira Sys

Gevolgd door 134 leden

Redacteur grondzaken

Volg Mira Sys
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

FTM Lokaal

Gevolgd door 721 leden

Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

Volg dossier