© JanJaap Rypkema

Zoutwinning: de winst vloeit naar het buitenland, maar de provincies blijven met de brokken zitten

    Ook jouw gemeente krijgt steeds meer taken en dus meer macht. Daarom gaat FTM lokaal.

    Nederland is in Europa de op een na grootste producent van zout. De zoutwinning heeft lange tijd in de schaduw gestaan van de gaswinning. Net als bij het gas, zijn de schadelijke gevolgen lang gebagatelliseerd. Daar komt langzaam verandering in. Maar een ‘afbouwplan’ ontbreekt nog.

    Over dit onderzoek

    Waar gaat dit over?

    • Na Duitsland is Nederland de grootste zoutproducent van Europa. Het grootste deel van dat zout komt uit de bodem in Twente en Noordoost-Groningen, met kleinere zoutwinningsgebieden in het westen van Friesland.
    • Maar zoutwinning is niet zonder gevaren. Het gewonnen zout laat cavernes achter, sommigen zo groot als een voetbalstadion. Wanneer die instorten, verzakt de bodem en kunnen enorme sinkholes ontstaan.

    Waarom moet ik dit lezen?

    • Zoutwinning is lang het ondergeschoven kindje geweest van de gaswinning. De negatieve gevolgen zijn daarom lang gebagatelliseerd of goedgepraat onder het mom van werkgelegenheid.
    • De meeste mijnbouwbedrijven die het zout winnen, zijn inmiddels in buitenlandse handen. Daardoor vloeit de winst grotendeels weg over de grens, terwijl de kosten van de schade op de schouders van de Nederlandse belastingbetaler terechtkomen.

    Hoe heeft FTM dit onderzocht?

    • Dit artikel maakt deel uit van het gezamenlijke onderzoek naar de gevolgen van zoutwinning in Noord-en Oost-Nederland door FTM en de publieke regionale omroepen Omrop Fryslân, RTV Noord, RTV Drenthe en RTV Oost.
    • Het onderwerp is mede bepaald door het publiek van FTM en de omroepen in de pitch-wedstrijd #noordoostpitch. De regionale omroepen van Noord- en Oost-Nederland besteden deze week extra aandacht aan de zoutwinning in hun provincie.
    Lees verder

    Op het eerste gezicht lijkt zout in niets op aardgas. Neem alleen al de opbrengsten: waar de staatskas sinds 1965 bijna 417 miljard euro aan aardgasbaten heeft geïnd, zijn de opbrengsten van de concessies voor zoutwinning verwaarloosbaar. In het Jaarverslag Delfstoffen en aardwarmte wordt veel over zout gezegd, maar niets over de zoutbaten voor de Staat der Nederlanden. Die zijn er dan ook niet.

    In dat opzicht is zout het lelijke eendje van de Nederlandse bodemschatten. Toch is zout na aardgas de belangrijkste delfstof die in Nederland wordt gewonnen. Nederland telt 16 winningsvergunningen voor zout; de locaties bevinden zich allemaal in het noorden en oosten van Nederland. In 2018 werd er 6,7 miljoen ton zout gewonnen. Nederland is daarmee na Duitsland de tweede producent van zout in Europa. Wereldwijd staat ons land op de negende plaats. 

    De zoutwinning heeft altijd in de schaduw van het gas gestaan, zeker waar het gaat om de aandacht voor de risico’s. Die aandacht is er lokaal wel, maar het onderwerp staat niet scherp op de radar van de nationale politiek. De risico’s en de maatschappelijke kosten zijn altijd – al dan niet bewust – weggewuifd.

    Net als bij de gaswinning. ‘In beide gevallen worden de risico’s gebagatelliseerd, met als gezamenlijk motief economisch gewin. Het lijkt verdacht veel op elkaar,’ zegt Adriaan Houtenbos, oud NAM-medewerker en sinds 2000 onafhankelijk specialist op het gebied van bodemdaling. Houtenbos heeft jarenlang tevergeefs gewaarschuwd voor de bodemdaling als gevolg van gaswinning in Noord-Nederland. Volgens hem is er sprake van een onderschatting van toekomstige bodemdaling die het gevolg is van ‘een fundamentele fout in de modellen en niet van een toevallige speling van de natuur’.

    Hoewel niet onomstreden, wordt Houtenbos tegenwoordig wél serieus genomen. Hij werd als deskundige uitgenodigd bij het allereerste rondetafelgesprek over zoutwinning van de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat, in september 2018. In zijn position paper stelde Houtenbos dat ook bij de zoutwinning ‘in tegenstelling tot de gangbare mening in de sector, aardbevingen ontstaan. Aardbevingen door zoutwinning leveren dezelfde schade op als die door gaswinning.’ Houtenbos zegt dat bij alle incidenten die er de afgelopen jaren plaats hebben gehad geen een ‘vóór aanvang van de winning als reële mogelijkheid werd onderkend’.

    Met andere woorden: we denken wel dat de risico’s laag zijn, maar in werkelijkheid hebben we er vooral niet zo’n goed beeld van. Houtenbos is van mening dat de overheid bij de beoordeling van de risico’s te veel uitgaat van de theoretische modellen die de mijnbouwer heeft verstrekt. En die zijn volgens hem nooit accuraat geweest.

    ‘Veel van deze potentiële sinkholes zullen groter en dieper zijn dan die in 1991’

    Terwijl de zeespiegel de komende decennia almaar verder stijgt, daalt de bodem in het noorden van het land als gevolg van gas- en zoutwinning gestaag. Volgens experts zoals Houtenbos verloopt bodemdaling door gas- en zoutwinning op zich heel geleidelijk, maar veelal sneller en langer na-ijlend dan mijnbouwbedrijven vooraf aangeven. Bodemdaling door zoutwinning kan door technische problemen plotseling oncontroleerbaar versnellen.  

    Toch staat de winning van zout zelf (nog) niet ter discussie. Hoe is dat te verklaren? Waarom nemen we de maatschappelijke schade kennelijk voor lief? En wie hebben er eigenlijk baat bij de zoutwinning? 

    Economische pilaar 

    Zout is door de eeuwen heen van groot economisch belang geweest, ook voor Nederland. Sommige historici vergelijken de betekenis van zout zelfs met die van olie. Dat mag in de hedendaagse tijd ietwat overdreven lijken, maar voor kunstmatige koeling zijn intrede deed was zout het belangrijkste ingrediënt om voedsel tegen bederf te beschermen. En ook tegenwoordig is zout een belangrijke grondstof voor de chemische industrie.

    Vanaf de middeleeuwen betrok Nederland zijn zout vooral uit Frankrijk en Portugal. Daar werd het gewonnen in zogeheten zoutpannen: een kunstmatig bekken waar zeewater in de hitte verdampt en zout in kristalvorm overblijft. Dat zuidelijke zout speelde een sleutelrol in de zogeheten moedernegotie, de handel met de landen rond de Oostzee. Zout en wijn waren de voornaamste producten die Nederlandse handelaren richting de noordelijke wereld verscheepten.

    In de loop van de 19e eeuw kan zout dankzij nieuwe mijn- en boortechnieken steeds beter uit diepe aardlagen worden gewonnen. Nederland blijft op dat vlak achter: pas in 1918 verstrekt het Rijk de eerste concessie, in het Twentse Boekelo. De uitbater, Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie, is een van de ondernemingen van waaruit na een lange reeks fusies en overnames, het Nederlandse Akzo is ontstaan. In 1994 fuseerde dat met het Zweedse Nobel Industries tot AkzoNobel en werd het een echte multinational. 

    De zoutwinning in Twente (en later ook Groningen) heeft een aanzienlijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de chemische industrie. Dat was overwegend een Nederlandse aangelegenheid. Duizenden Nederlanders dankten hun baan eraan of profiteerden van het dividend dat Akzo aan hun pensioenfonds uitkeerde. Het gold als een chique bedrijf: het bestuur, met voorzitters als Aarnout Loudon en Kees van Lede, stond erom bekend dat het directe persoonlijke banden had met het Koninklijk Huis. 

    Eind vorig jaar kwam er aan dat Nederlandse karakter een einde. AkzoNobel verkocht zijn Special Chemicals-tak (waar de zoutactiviteiten zijn ondergebracht) aan het Singaporese staatsfonds GIC en The Carlyle Group, een Amerikaanse investeringsmaatschappij. Het verzelfstandigde deel werd omgedoopt in Nouryon (zie kader). 

    Twente en Noordoost-Groningen: zout in handen Amerikaanse ‘sprinkhanen‘

    Azko Special Chemicals, in 2018 goed voor 83,8 procent van de Nederlandse zoutproductie, is sinds een jaar in handen van de Amerikaanse investeringsmaatschappij The Carlyle Group. Die nam eind vorig jaar die de divisie over van AkzoNobel en zo ontstond Nouryon. Het bedrijf is officieel een coöperatie: Nouryon Cooperatief U.A.. Die rechtsvorm heeft enkele fiscale voordelen en de rapportageverplichtingen zijn aanzienlijk lichter. 

    De divisie had in 2018 een omzet van 5,1 miljard euro. De overnamesom bedroeg 10 miljard euro; daarvan ging 7,5 miljard naar de aandeelhouders van AkzoNobel. De overname werd deels gefinancierd met een schuld van 6,5 miljard euro, die nu op de balans van Nouryon staat.  

    Nouryon is actief in verschillende gebieden van de chemische industrie, waaronder de zoutwinning, productie en verwerking. De omzet van de zoutketen bedroeg in 2017 1,2 miljard euro, maar dat is niet alleen Nederland. In Nederland telt het bedrijf ongeveer 1.400 directe arbeidsplaatsen, waarvan 350 in de zoutwinning. In Twente werken ongeveer 400 werknemers en in Groningen zitten ongeveer 1.000 werknemers op Chemie Park Delfzijl. Verder is Nouryon naar eigen zeggen goed voor nog 6.400 indirecte arbeidsplaatsen in Nederland. 

    Jaarlijks wint de zouttak van Nouryon hier rond de 5 miljoen ton zout. Dat is het zogenoemde ‘zuivere zout’, en bestaat voor 99,9 procent uit natriumchloride. Van al het zout van Nouryon wordt 85 procent gebruikt voor de chemische industrie in Nederland (Rotterdam) en in Duitsland. Ook worden er likstenen voor veehouderijen van gemaakt.

    De helft van al het consumptiezout van Nederland is afkomstig uit Twente: het zout dat  Nouryon wint in Groningen wordt vooral gebruikt voor de chemische industrie in Delfzijl, Rotterdam, Duitsland en Scandinavië.

    The Carlyle Group (sinds 2012 beursgenoteerd) is een van de grootste investeringsgroepen ter wereld. Het heeft naar eigen zeggen een vermogen van 223 miljard dollar onder beheer. Een van de bestuurders is de Nederlandse Ruulke Bagijn, voormalig chief investment officer van pensioenfonds PGGM. The Carlyle Group heeft in Nederland belangen in uitgever Nielsen en Petroplus en is eigenaar van private-equitybedrijf Alpinvest. 

    Lees verder Inklappen

    Als gevolg van die verkoop ligt het beslissingscentrum over de zoutwinning niet echt meer in Nederland. Het Twentse zout is wat dat betreft geen uitzondering: alle bedrijven die in ons land zout winnen zijn van origine Nederlands, maar hebben nu een buitenlandse aandeelhouder.

    Twente was lange tijd de enige plek in Nederland waar zout werd gewonnen. In de jaren 70 volgde Groningen. Naast Akzo richtte ook Shell-dochter Billiton zich op het zout dat daar diep in de bodem zit, tussen of net boven de lagen waar het aardgas uit werd gewonnen. Praktisch voor niets verwierf Billiton een concessie voor de winning van onder meer het ’unieke’ magnesiumzout in de bodem onder de omgeving van Veendam.

    In 1994 verkocht Shell Billiton; de zoutactiviteiten werden uiteindelijk verzelfstandigd en voortgezet door het bedrijf Nedmag. Ook dat is niet echt Nederlands: het is voor de helft in handen van het Belgische chemiebedrijf Lhoist. De andere helft is van de regionale investeringsmaatschappij NOM.  

    In Friesland kreeg de Harlinger Zoutfabriek Frima na jaren van voorbereiding in 1994 de vergunning om zout te winnen bij de Friese havenstad. Maar hoewel het gewonnen zout steevast werd aangeprezen als uitzonderlijk zuiver, bleef succes uit. Akzo zou de nieuwe concurrent dwars hebben gezeten, en in 2000 werd faillissement aangevraagd. Frima werd door de Volkskrant zelfs omschreven als ‘een van de grotere fiasco’s van de moderne Nederlandse industrie’. De fabriek vergde destijds een investering van 250 miljoen gulden, waarvan 12,5 miljoen gulden overheidssubsidie. Uiteindelijk werd het voor 70 miljoen gulden verkocht aan het Duitse K+S en omgedoopt tot Frisia Zout (zie kader).

    Net als bij de gaswinning wegen economische belangen in de zoutwinning zwaarder dan het algemeen maatschappelijk belang, constateert Houtenbos. Pogingen om feiten boven tafel te krijgen worden ‘in de praktijk ernstig belemmerd door een gekunsteld beroep op bedrijfsvertrouwelijkheid/concurrentiegevoeligheid. Zo stuitte de vrijgave van de meest saillante details van recente incidenten in de voorbereiding van dit rondetafelgesprek op bezwaren van mijnbouwers.’ 

    Incident naar incident

    En incidenten, die waren er de afgelopen decennia zeker. Wat heet: meerdere daarvan kunnen direct worden toegeschreven aan de winning van zout. Het beruchtste geval dateert uit 1991: toen stortte in Twente een zoutcaverne in, met een diepe kuil in de grond als gevolg. Er zijn op dit moment nog 41 andere cavernes in Nederland die volgens eigenaar Nouryon (voorheen AkzoNobel) potentieel instabiel zijn: ‘Veel van deze potentiële sinkholes zullen groter en dieper zijn dan die in 1991,’ waarschuwde AkzoNobel in 2015. 

    Na verschillende incidenten, waarbij sprake was van lekkages, staat Nouryon sinds 2016 onder verscherpt toezicht van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Desondanks gaat de productie door, zo bevestigde minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) op 3 oktober in een Kamerbrief. Aanleiding daarvoor was dat SodM deze zomer in een brief aan Nouryon had vastgesteld dat er nog steeds tekortkomingen in de veiligheidscultuur zijn. Het verscherpte toezicht blijft voorlopig gehandhaafd. 

    Ook in Friesland zijn er incidenten geweest. Boeren in de omgeving van Harlingen kampten met wateroverlast op hun land nadat de bodem veel sneller bleek te zijn gedaald dan verwacht. Volgend jaar verplaatst het bedrijf de zoutwinning geheel naar zee, drie kilometer voor de kust van Harlingen. Daarvoor heeft het Rijk een nieuwe winningsvergunning afgegeven. 

    En dan Groningen. In 2017 werd een aantal lichte aardbevingen ten oosten van Winschoten aanvankelijk aan de gaswinning toegeschreven, maar deze bleken bij nader onderzoek veroorzaakt door zoutwinning. De winning van magnesiumzout door Nedmag in Oost-Groningen en het grensgebied met Drenthe heeft geleid tot verzakkingen en schade aan huizen; in het voorjaar van 2018 moest Nedmag op last van het SodM de winning stilleggen. In één van de cavernes was een scheur in het dak ontstaan waarbij een groot volume aan pekelwater en diesel was weggelekt. Volgens SodM is het directe gevolg daarvan dat de bodem versneld daalt, hetgeen weer leidt tot schade aan huizen.  

    Waarom nemen we de maatschappelijke schade van zoutwinninng voor lief?

    Allemaal zijn het ‘incidenten’ — de gevolgen van zoutwinning ogen op het eerste gezicht niet spectaculair. Er zijn geen grote aardbevingen, geen half ingestorte boerderijen, gapende gaten of naar diesel stinkend grondwater. Toch zijn ze wel degelijk ernstig, en draaien we met zijn allen op voor de kosten.

    Bij zoutwinning ontstaat de meeste schade door de bodemdaling, en daarbij gaat het niet alleen om verzakte huizen, zoals dat van Jakoba Gräper in Borgercompagnie.  Als de bodem daalt, stijgt het relatieve grondwaterpeil. Daardoor kan de grond te nat worden voor de landbouw; die vernatting moet weer worden drooggepompt door het waterschap. Maar dat leidt weer tot verdere krimp van de onderliggende veenlagen. Dat is niet terug te draaien. In de kustgebieden leidt dit steeds lagere grondwaterpeil tot verzilting.

    Harlingen: van fiasco naar winstmachine

    De provincie Friesland is goed voor 10,9 procent van de Nederlandse zoutproductie. Uitbater Frisia Zout B.V. is sinds 2000 onderdeel van Esco (voor European Salt Company), een dochter van moederbedrijf K+S. Die laatste is wereldwijd de grootste aanbieder van natriumchloride.

    In het jaarverslag van 2017 toont Frisia Zout zich buitengewoon tevreden: ‘Het unieke is dat de zoutmarkt in 2017 gekanteld is. Door de hoge vraag naar zout en het nog niet op de markt komen van een concurrent is de vraag naar zout groter dan de productiecapaciteit. Bestaande en nieuwe klanten willen langlopende contracten met Frisia Zout sluiten en zijn bereid hogere prijzen te betalen.’

    Dat vertaalde zich in een uitstekend resultaat: op een omzet van 76,6 miljoen euro werd een winst geboekt van 7,9 miljoen euro na belastingen, die werd toegevoegd aan de algemene reserves. De Duitse aandeelhouders kregen 5 miljoen euro dividend op hun rekening gestort. In het jaarverslag wordt het financiële resultaat over 2017 omschreven als ‘het beste resultaat sinds de start van Frisia Zout in 2000.’

    In 2018 telde Frisia 105 vaste werknemers en steeg de omzet verder, naar 79,5 miljoen euro. De kosten voor grond- en hulpstoffen stegen echter ook, waardoor er vorig jaar onder de streep aanzienlijk minder overbleef: 329 duizend euro na belastingen. De aandeelhouders kregen de winst van 7,9 miljoen van het jaar ervoor in 2018 uitgekeerd als dividend.

    Uit de cijfers blijkt dat Frisia Zout een voorziening had genomen voor de kosten van de verwachte bodemdaling in het gebied Barradeel bij Harlingen: in 2017 bedroeg die 20.125.870 euro, maar in 2018 halveerde die bijna naar 11,8 miljoen euro. Het jaarverslag: ‘Deze voorzieningen zijn bestemd voor uitgaven welke noodzakelijkerwijs gedaan dienen te worden om de ongestoorde voortgang van de bedrijfsprocessen te bewerkstelligen, op termijn de zoutwinningscavernes met de bovengrondse locaties op te ruimen en daarnaast ter voldoening van financiële verplichtingen voortvloeiende uit vergunningen welke verbonden zijn aan de delfstofwinning.’

    Met andere woorden: het gereserveerde geld is niet zozeer bedoeld om de aangerichte maatschappelijke schade te herstellen, als wel om de kosten voor het bedrijf zelf op te vangen. De kosten van de gevolgen van de bodemdaling worden voor het grootste deel afgewenteld op de gemeenschap, zo valt te lezen in het jaarverslag. ‘Tussen Frisia Zout, Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân, Gemeente Franekeradeel en gemeente Harlingen is een contract gesloten om gezamenlijk maatregelen te treffen met als doel de gevolgen van de bodemdaling op te lossen. De voorziening bodemdaling betreft de opbouw voor het aandeel van Frisia Zout in de betreffende maatregelen.’ 

    Omrop Frsylân heeft deze week elke dag een item over de zoutwinning, waarin verschillende aspecten zullen worden belicht. Daaruit blijkt onder meer dat de provincie Friesland in wezen een mijnbouwprovincie is. 

    Lees verder Inklappen

    Toegevoegde waarde onbekend

    De zoutwinning in Nederland heeft plaats in regio’s waar het economisch niet echt bruist. Om die reden werd ze door lokale politici omarmd als brenger van werkgelegenheid: een argument waar de bestuurders van de mijnbouwbedrijven steevast mee schermen zodra er kritiek klinkt over de nadelige gevolgen van hun werk. Ook al gaat het per bedrijf om niet veel meer dan honderd tot tweehonderd directe arbeidsplaatsen, voor streken waar verder niet veel werk is te vinden zijn die meer dan welkom. Het verklaart wellicht waarom de schade aan huizen en de omgeving zo vaak voor lief wordt genomen.

    Ook in die zin doet de manier waarop nu naar zoutwinning wordt gekeken denken aan het debat dat jaren geleden over de gaswinning werd gevoerd. Maar kon je daarvan nog zeggen dat dankzij de aardgasbaten de hele Nederlandse bevolking profiteert, bij de zoutwinning is dat niet het geval. De bedrijven zijn, op de helft van Nedmag na, in handen van buitenlandse aandeelhouders en de concessies leveren niet direct geld op. De enige manier waarop de Nederlandse staat eraan verdient is indirect, via vennootschapsbelasting die fluctueert met winst die wordt gemaakt en de loonbelasting van de werknemers. Het zoutdividend gaat voor het grootste deel de grens over.

    Veendam: Nedmag is Belgische en noordelijke cash cow

    Anders dan de andere, wint de kleinste van de zoutmijnbouwbedrijven in Nederland niet natriumzout (NaCl), maar vooral magnesiumzout (MgCl2)  Met 356 duizend ton is het goed voor 5,3 procent van de Nederlandse zoutproductie. Het bedrijf is actief rond Veendam, op de grens van Groningen en Drenthe, en er werken circa 150 mensen. Aandeelhouders zijn het Belgische Lhoist en de NOM.

    De afwikkeling van de schade als gevolg van de bodemdaling en de bijzondere relatie die Nedmag onderhoudt met zijn aandeelhouder NOM, de investeringsmaatschappij van Noord-Nederland, waren het onderwerp van de winnende pitch die FTM dit voorjaar samen met Omrop Fryslân, RTV Noord, RTV Drenthe en RTV Oost hield. 

    Lees in deze bijzonder reconstructie hoe Nedmag ontstond en waarom het bedrijf indirect zoveel betekent voor de provincie Groningen. Auteur Birte Schohaus: ‘In dit artikel heb ik de verhouding tussen Nedmag en de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij onderzocht. Die zijn innig verstrengeld geraakt: de NOM bezit 50 procent van de aandelen, maar ontvangt driekwart van al haar inkomsten uit dividend van Nedmag. Dat is lastig als je achterban steeds meer kritiek op de zoutwinning heeft. Nog lastiger: het Rijk en de noordelijke provincies – de de vergunningen verstrekken – zijn op hun beurt aandeelhouder van de NOM.’ 

    Lees verder Inklappen

    Over wat nu echt de toegevoegde waarde van zoutwinning is voor Nederland, zijn opmerkelijk weinig gegevens beschikbaar. Uit het rapport Verkenning welvaartseffecten STRONG van onderzoeksbureau CE Delft uit 2016 blijkt dat dit een bewuste keuze is van het ministerie van EZK: ‘In Nederland zijn slechts drie bedrijven actief in de zoutwinning. Daarom zijn er geen exacte cijfers rond kosten en opbrengsten bekend,’ luidt de constatering. In een voetnoot wordt die als volgt verder toegelicht: ‘Vanwege het beperkte aantal zoutproducenten in Nederland is geen duidelijk beeld van de investeringskosten, exploitatiekosten en opbrengsten te krijgen. Uit concurrentieoverwegingen en vanwege het mededingingsrecht worden deze gegevens niet verstrekt.’ 

    Dat wil niet zeggen dat de Nederlandse economie als geheel geen baat heeft bij de zoutwinning. Als grondstof is zout van groot belang voor de chemische industrie, waar het wordt verwerkt tot grondstoffen voor onder meer kunststof en glas. Het zout dat door Frisia wordt gewonnen rond Harlingen, zo stel directeur Durk van Tuinen, is zo zuiver ‘dat het weinig behandeling nodig heeft en zo richting de chemische industrie kan. Het voldoet aan de strengere doelstellingen op het gebied aan duurzaamheid.’ Onderaan de streep is Nederlands zout daarmee volgens hem duurzamer dan de import van zout uit bijvoorbeeld India. 

    De vraag blijft dan in hoeverre de maatschappelijke baten opwegen tegen de maatschappelijke lasten. Zoals gezegd zijn die laatste bij de zoutwinning altijd met een beroep op de werkgelegenheid voor lief genomen. Ook als de baten vooral in private, buitenlandse zakken belanden.

    ‘Als wij het gevoel hadden dat zoutwinning echt niet veilig kon, dan zouden we bij elk advies schrijven: doe het niet’

    De versnelde afbouw van de gaswinning in Groningen nadat duidelijk werd dat de nadelige gevolgen stelselmatig zijn onderschat, heeft echter ook de aandacht voor de gevolgen van zoutwinning aangewakkerd. Toezichthouder SodM had zijn handen vol aan de gas-problematiek, maar is de laatste jaren op het gebied van zout een stuk actiever geworden.

    ‘We traden regelmatig op, maar we reageerden in het verleden vaak reactief,’ licht Hoofd Ondergrond Wouter van der Zee van SodM toe. ‘De maatschappelijke aandacht voor de mijnbouw nam toe, dus ook voor de zoutwinning. Daar kwam bij dat het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar de gaswinning in Groningen ertoe leidde dat wij meer mensen kregen. Met als gevolg dat we ook naar de zoutwinning als geheel zijn gaan kijken.’

    Dat leidt in mei 2018 tot publicatie van het rapport De staat van de sector zout. Daarin doet SodM aanbevelingen aan de zoutbedrijven en het ministerie van EZK. Na al die jaren is het voor het eerst dat zoutwinning door een overheidsinstantie onder de loep wordt genomen. Toeval of niet, die aandacht valt min of meer samen met de eerder genoemde incidenten, waarbij SodM reageert met strengere eisen en verscherpt toezicht (zoals bij Nouryon). Maar van het terugschroeven van de totale zoutproductie – zoals bij het gas – is vooralsnog geen sprake. Daar is volgens Van der Zee van SodM op dit moment ook geen aanleiding toe: ‘Als je cavernes in de juiste vorm en op de juiste plek maakt, dan is er geen reden om daar categorisch nee tegen te zeggen. Mijnbouw is altijd omgeven door onzekerheden.  Als wij het gevoel hadden dat zoutwinning echt niet veilig kon, dan zouden we de minister bij elk advies schrijven: doe het niet, want het kan niet veilig.’ 

    Wacht de zoutwinning uiteindelijk eenzelfde lot als de gaswinning in Groningen? Met veel discussie, ellende en uiteindelijk – na veel strijd – alsnog versnelde afbouw?

    Staatstoezicht op de Mijnen verwacht van niet. ‘Het is een andere discussie,’ zegt Van der Zee. ‘De omvang is anders. Zoutwinning wordt wel regionaal gevoeld, maar is landelijk minder een item. Ook omdat we te maken hebben met de leveringszekerheid van Gronings gas en daar zit een hele politieke dimensie aan. Die is bij zout een stuk minder.’

    Wel vindt Van der Zee dat er uit ‘Groningen’ lessen moeten worden getrokken. ‘Wij roepen bij elk dossier, dus ook de zoutwinning, tegen het ministerie en andere stakeholders: wees transparant en neem mensen er in mee. Wij sturen hard op die openheid, ook in de richting van de zoutbedrijven. Dat is de lijn en de les die je leert van Groningen.’ 

    Specialist bodemdaling Adriaan Houtenbos gelooft daar helemaal niets van. ‘Nog steeds gebeuren er dingen die niet waren voorzien. De onzekerheden rond de zoutwinning worden nog keer op keer onder tafel geschoven. Exact zoals bij het gas is gebeurd en nog steeds gebeurt. Dat lesje is echt niet geleerd.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 678 leden

    Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Over de auteur

    Goos de Boer

    Coördinator samenwerking onderzoeksjournalistiek tussen de regionale omroepen in NO-Nederland.

    Volg Goos de Boer
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    FTM Lokaal

    Gevolgd door 1000 leden

    Van Noord-Oost Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en van Den Helder tot Maastricht: deze waakhond komt naar je toe.

    Volg dossier