In dit dossier onderzoeken we hoe vervuilende stoffen in de bodem terechtkomen, wie hier verantwoordelijk voor is en wie voor de kosten van sanering opdraait. Lees meer

Asbest, niet-biologisch afbreekbare PFAS, giftige metalen en andere schadelijke stoffen hopen zich op in onze grond en ons drinkwater. Voor veel gemeentes is verontreinigde grond een dure erfenis uit het verleden. Maar voor anderen kleeft aan diezelfde grond soms een lucratief verdienmodel.

In dit dossier onderzoeken wij hoe vervuilende stoffen in de bodem terechtkomen, wie hier verantwoordelijk voor is en wie voor de kosten van sanering opdraait.

38 artikelen

© Jos Schreiner

Provincie Zuid-Holland verkocht sterk verontreinigd natuurgebied in Haringvliet aan Natuurmonumenten

De provincie Zuid-Holland heeft bij de verkoop van natuurgebied Spuimonding-West aan Natuurmonumenten in 2018 niet gemeld dat de grond ernstig vervuild is. De verontreiniging was al jaren bekend bij de provincie en vormt mogelijk een ernstig gevaar voor natuur en volksgezondheid. Rijkswaterstaat, de TU Delft, het RIVM en een adviesbureau riepen al jaren geleden dat de grond mogelijk zwaar verontreinigd is, maar de provincie liet nooit goed uitzoeken of de grond gesaneerd moet worden.

0:00
Dit stuk in 1 minuut
  • De aanleg van de Haringvlietdam in 1971 moest een nieuwe watersnoodramp voorkomen. Maar door deze dam werd het Haringvliet ook het ‘afvoerputje van Europa’: vervuild slib dat door de Maas en Rijn werd meegevoerd hoopte zich op in het gebied.
  • Als Zuid-Holland in 2007 van Spuimonding-West (gelegen bij het Haringvliet) een natuurgebied wil maken, schrikt men terug voor de saneringskosten en wordt besloten niet te saneren.
  • In 2015 laat de provincie na enkele incidenten opnieuw een onderzoek doen naar de bodemgesteldheid. De conclusie: er moet ‘met spoed’ gesaneerd worden vanwege ‘onaanvaardbare risico's voor ecologie’
  • In plaats van te saneren, wordt in 2016 op verzoek van de provincie de status van het gebied met een ministeriële regeling veranderd van ‘landbodem’ in ‘waterbodem’. Hierdoor gelden er plotseling veel soepelere verontreinigingsnormen.
  • Begin 2018 wordt Spuimonding-West verkocht aan Natuurmonumenten zonder expliciet melding te maken van de vervuiling. Volgens milieurechtadvocaat Janina Hamann heeft de provincie de natuurbeschermingsorganisatie hiermee om de tuin geleid.
  • De vraag is echter of het in het belang van Natuurmonumenten is om daar werk van te maken. De sanering van Spuimonding-West zou een precedent scheppen voor vele andere gebieden in haar beheer.
Lees verder

In natuurgebied Spuimonding-West, bij Hellevoetsluis hangen lepelaars met platte snavels en kieviten met hun kenmerkende zwarte pluimen wat rond bij grote moerasachtige plassen. Een kiekendief scheert over, op zoek naar klein prooi: een muis of misschien een ganzenkuiken. 

Het is niet te zien, maar de bodem waarin vogels wroeten en muizen hun holen graven is mogelijk ernstig verontreinigd. Dat verbaast vogelaar Peter Vermaas niets. Voor Natuurmonumenten gaat Vermaas, lid van Natuurvereniging Hollandse Delta, elke tien dagen het natuurgebied in om vogels te tellen. 

Tussen het ‘vogelen’ door – om de haverklap stopt hij met praten en richt zijn telescoop of verrekijker op een voorbijschietende vogel – wijst hij op een grijszwart brok steen dat naast het pad ligt. Iets verderop steekt een oude drainagepijp uit de dijk. ‘Die komt nog uit de tijd dat hier een boer zat,’ zegt Vermaas.

Maar buiten het zicht van vogel en vogelaar, zit een groter probleem. In en rondom het Haringvliet bevindt zich zo’n 50 miljoen kubieke meter verontreinigde grond: genoeg om 26 keer De Kuip mee te vullen. De grond is vervuild met zware metalen als cadmium, zink en lood.

Die vervuiling kan via het vlees en de melk van koeien die in het natuurgebied grazen ook bij mensen terechtkomen en vormt zo mogelijk een groot risico voor dieren, planten en de volksgezondheid. Mogelijk een groot risico, omdat de provincie meerdere adviezen om het gebied nader te onderzoeken in de wind sloeg. 

Al sinds de jaren tachtig zijn er zorgen over de grond onder natuurgebieden rondom het Haringvliet, zoals Spuimonding-West. Maar tot op de dag van vandaag heeft de provincie die vervuiling nooit volledig in kaart laten brengen. Niet voordat het gebied werd aangelegd en ook niet toen het later, in 2018, werd verkocht aan Natuurmonumenten. 

In plaats daarvan ‘shopte’ de provincie ten behoeve van de verkoop selectief in milieurapporten en gaf de verantwoordelijke gedeputeerde onjuiste antwoorden op vragen van GroenLinks over het gebied. 

Het Haringvliet, afvoerputje van Europa

Op 15 november 1971 reden toenmalig koningin Juliana en minister Willem Drees jr. van Verkeer en Waterstaat in een rood busje van Hellevoetsluis, aan de noordkant van het Haringvliet, naar de zojuist voltooide Haringvlietdam, de ‘hoofdkraan’ van de Maas en de Rijn. De watersnoodramp van 1953 lag nog vers in het geheugen en de Haringvlietdam – een belangrijk onderdeel van de Deltawerken – moest een herhaling daarvan voorkomen. De gigantische sluizen in de dam controleren sindsdien de waterstand van de twee rivieren.

 

Opening van de Haringvlietdam (1971) Bron: Beeld & Geluid

Dat bleef niet zonder gevolgen voor de natuur: alle rotzooi die stroomopwaarts van de Maas en de Rijn in de rivier werd gedumpt, hoopte zich op in een soort afvoerputje: het Haringvliet. Vandaag de dag is de bodem rond het Haringvliet dan ook flink verontreinigd.

Dit is niet bepaald nieuws. De lijst met rapporten die waarschuwen voor de verontreiniging in het Haringvliet (en dus ook bij Spuimonding-West) is lang. Al eind jaren tachtig wezen de TU Delft en het RIVM erop dat de ‘50 miljoen kubieke meter sterk verontreinigd sediment’ die in het Haringvliet terechtkwam, een bedreiging vormt voor de natuur. Enkele jaren later zei Rijkswaterstaat dat er een saneringsonderzoek moest worden uitgevoerd vanwege ‘actuele risico’s’ voor het ecosysteem. Een aanbeveling die het instituut in 2001 en 2003 nog maar eens herhaalde. 

Deltanatuur

In het jaar 2000 wordt het Haringvliet een beschermd Natura 2000-natuurgebied, vanwege de aanwezigheid van onder andere lepelaars, visdieven en kleine zilverreigers. Vanaf dat jaar beginnen de provincies Zuid-Holland en Brabant, in samenwerking met natuurorganisaties, waterschappen en Rijkswaterstaat, met een groot project om het gebied uit te breiden met bijna 2000 hectare: het Programma Deltanatuur. 

Het project omvat 23 deelgebieden in voornamelijk het Haringvliet en de Biesbosch, maar ook bij het Spui, de Oude Maas en de Oude Merwede. Er wordt 151 miljoen euro voor uitgetrokken en in 2017 wordt de aanleg van de laatste twee natuurgebieden voltooid.

Die nieuwe natuur was hard nodig. Binnen de Verenigde Naties is namelijk afgesproken dat elk land voor minstens 17 procent uit natuur moet bestaan en dat haalde Nederland niet.

Eén van de 23 deelgebieden is Spuimonding-West: het hoekje op Voorne-Putten waar de kleine rivier het Spui uitmondt in het Haringvliet. In 2007 laat de provincie ingenieursbedrijf Grontmij (tegenwoordig: Sweco) een ontwerpplan opstellen voor dat natuurgebied.

Ook in het rapport dat Grontmij opstelt is te lezen dat er in de jaren zestig tot jaren tachtig veel verontreinigd slib met de rivieren mee is gevoerd. Met als gevolg: ‘Langs het Haringvliet en het Hollandsch Diep zijn talloze buitendijkse gebieden waarin de toplaag sterk verontreinigd is’, vooral met zink en arseen. Het bureau gaat er in een ‘worst-case scenario’ ‘vooralsnog’ vanuit dat dit ook het geval is voor Spuimonding-West. Dan zal de grond gedeeltelijk afgegraven moeten worden en bedekt worden met een halve meter schone grond. Maar eerst moet er een bodemonderzoek worden uitgevoerd en een saneringsplan opgesteld worden.

Geschrokken

Toen moet de provincie zijn geschrokken. De kosten voor het saneren worden geraamd op 351.000 euro, op een totaal kostenplaatje van 3.150.000 euro. 

Volgens milieurechtadvocaat Janina Hamann is drieënhalve ton ‘een best stevig bedrag’, ook voor een provincie. Bovendien, zegt Hamann: als de provincie de grond bij de Spuimonding zou hebben laten saneren, had dat wellicht ook een precedent geschapen voor die andere buitendijkse gebieden in het Haringvliet en de Biesbosch. Het Plan Deltanatuur – totale kosten 151 miljoen euro – besloeg 23 gebieden, waarvan Spuimonding-West er maar één was. ‘Als je die 351.000 euro vermenigvuldigt met 23, dan is dat een flinke kostenpost.’ Het verbaast Hamann dan ook niet dat de provincie schrok van de kostenraming van Grontmij. 

Een jaar later brengt Grontmij een ecologische beoordeling uit over het gebied. Vreemd genoeg rept het ingenieursbureau daarin opeens met geen woord meer over verontreiniging of sanering. 

‘Ons vooronderzoek is niet goed uitgevoerd, we hadden dat vervuilde slib gewoon moeten vinden’

Maarten Mouissie, de auteur van de ecologische beoordeling namens Grontmij, zegt tegen Follow the Money dat een bodemonderzoek officieel geen onderdeel is van een milieubeoordeling. Zo’n beoordeling draait om de effecten op planten en dieren. ‘Al was het met de kennis van nu handig geweest als we in de ecologische beoordeling ook naar de bodemverontreiniging hadden gekeken.’

In 2012 laat de provincie – met het oog op de aanleg van het natuurgebied – een verkennend bodemonderzoek doen door onderzoeksbureau ATKB. Er wordt wat asbest en vervuild puin gevonden, maar uitgebreide bodemmetingen worden niet verricht. Daar was namelijk te weinig budget voor, zegt een bodemexpert van ATKB in een gesprek met een stagiair die intern aan de bel trok. De bodemexpert trekt het boetekleed aan: ‘Ons vooronderzoek is niet goed uitgevoerd, we hadden dat vervuilde slib gewoon moeten vinden.’

De asbest moet worden opgeruimd en de provincie gaat van start met de aanleg van het natuurgebied, zónder de verontreiniging dieper in de grond op te ruimen. Zo bespaart de provincie flink op de projectkosten.

Verontreiniging komt weer bovendrijven

Maar het verhaal rondom Spuimonding-West houdt niet op in 2012. Nadat de graafmachines zijn verdwenen, de beekjes en paden aangelegd en bordjes neergezet, wordt het natuurgebied in 2014 feestelijk geopend door de verantwoordelijke gedeputeerde. Er worden vogelaarexcursies gehouden en pannenkoeken gebakken. Maar algauw komt de verontreiniging – figuurlijk – weer bovendrijven. 

Het vogelrijke gebied is direct na de opening erg populair onder lokale natuurliefhebbers. Als in 2015 een aantal van hen in Facebookgroep ‘Nissewaard Leeft!’ foto’s van vervuild puin deelt en er kort na elkaar twee dode reetjes worden gevonden, laat de provincie onderzoeksbureau ATKB wéér een onderzoek doen. De conclusie liegt er niet om: de locatie moet ‘met spoed’ gesaneerd worden vanwege ‘onaanvaardbare risico's voor ecologie.’ 

Zou een bodemsanering in 2007 nog 351.000 euro gekost hebben, nu het hele natuurgebied af is, inclusief bijzondere diersoorten, zou dat waarschijnlijk veel meer zijn. 

Maar er is een uitweg. Op verzoek van de provincie Zuid-Holland, besluit de toenmalige minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haegen (VVD) in een ministeriële regeling over Spuimonding-West: ‘Het gebied loopt na de dijkdoorsteek dagelijks onder invloed van het getij onder water.’ Hoewel het gebied nog als ‘landbodem’ in de boeken stond, komt dat niet overeen met de ‘feitelijke situatie’ en wordt het gebied voortaan gecategoriseerd als waterbodem. Met deze ministeriële regeling is het gebied Spuimonding-West van land veranderd in water. Het is dan 2 juni 2016, een half jaar na het alarmerende rapport van ATKB.

Hoewel er feitelijk niets verandert, gelden er plotseling veel soepelere verontreinigingsnormen

Dat komt de provincie niet slecht uit. Verontreinigde grond onder water wordt in Nederland namelijk soepeler beoordeeld dan grond op land. Ergens is dat ook niet gek: als er vieze grond onder het IJsselmeer ligt, dan zijn er weinig grazende koeien die dat binnen krijgen. En vieze materialen spoelen ook sneller weg als die in een rivier liggen. 

Hoewel er feitelijk niets aan de Spuimonding-West verandert, gelden er door de ministeriële regeling dus plotseling veel soepelere verontreinigingsnormen voor het gebied.

Over de vraag of deze wijziging terecht is valt te twisten. Uiterwaarden zijn een grijs gebied, zegt Frank Otten, bodemexpert bij Waternet. ‘Pas als zo’n uiterwaarde “met regelmaat” onderloopt, moet je hem volgens de waterbodemnormen toetsen. Maar wat is regelmatig? Een keer per maand? Eens per jaar? Elke tien jaar? Het is goed dat er zo’n grijs gebied is, dan kan er per situatie een afweging worden gemaakt. Maar daarmee krijg je ook het risico dat er misbruik van gemaakt wordt.’

Vanwege die nieuwe status laat de provincie onderzoeksbureau ATKB opdracht nóg een onderzoek uitvoeren: een ‘waterbodemonderzoek’. En dat moet snel. In een gesprek met ATKB van juli 2016 – een maand na het de ministeriële regeling! – zegt een ambtenaar dat de provincie ‘zo snel mogelijk’ een waterbodemonderzoek wil laten doen om het gebied te kunnen verkopen. De meest voor de hand liggende koper is Natuurmonumenten. Die organisatie is al verantwoordelijk voor het tijdelijke beheer en is al eigenaar van andere natuurgebieden in de omgeving.

Door en door vervuild

Dat de bodem bij Spuimonding-West verontreinigd is, is helaas niet zo bijzonder. In heel Nederland zijn gebieden waar de bodem is vervuild. Volgens het Compendium voor de Leefomgeving waren er in Nederland in 2014 zo’n 250.000 plekken met mogelijk ernstige bodemverontreiniging. 1518 van deze locaties zouden met spoed gesaneerd moeten worden. Dat is een kostbare operatie. Alleen het saneren van die 1518 spoedlocaties zou al 1,52 miljard euro kosten.

Vandaar dat de Nederlandse overheid al vanaf de jaren negentig pragmatisch saneert: afhankelijk van de bestemming van de grond, gelden er andere eisen aan de kwaliteit van de bodem. 

Van alle locaties die in 2014 werden aangemerkt als spoedlocatie, waren er in 2021 nog 822 over. In Zuid-Holland – waar Spuimonding-West onder valt – is het aantal spoedlocaties tussen 2014 en 2021 flink teruggebracht van 142 naar 44.

Lees verder Inklappen

Geen belemmering

Amper twee maanden later is het waterbodemonderzoek van ATKB al voltooid. De conclusie staat haaks op het landbodemonderzoek dat datzelfde onderzoeksbureau nog maar een jaar eerder deed: de ‘milieuhygiënische kwaliteit’ van de bodem in Spuimonding-West ‘vormt geen belemmering voor het huidige gebruik als natuurgebied’, schrijft ATKB, en aanvullend onderzoek wordt ‘niet noodzakelijk’ geacht. 

Bij de aanbesteding, eind 2017, verstrekte de provincie alleen het waterbodemonderzoek van ATKB. Rapporten van Grontmij, Rijkswaterstaat, de TU Delft, het RIVM of het eerdere landbodemonderzoek van ATKB werden niet overhandigd. 

In 2018 maakt Natuurmonumenten bekend de ‘trotse eigenaar van Spuimonding-West’ te zijn geworden. In de koopakte verklaart de provincie – puur op basis van het waterbodemonderzoek van ATKB – het volgende: 

‘Aan Verkoper is niet bekend dat de bodem van het Verkochte verder nog enige verontreiniging bevat die ten nadele strekt van het huidige gebruik door Koper of die heeft geleid of zou kunnen leiden tot een verplichting tot sanering of schoning van de grond van het Verkochte, dan wel tot het nemen van andere maatregelen.’

Natuurgebieden worden vaak voor weinig geld verkocht – ze brengen immers weinig op – en dat geldt ook voor Spuimonding-West. Natuurmonumenten betaalde slechts 175.250 euro. Maar zij zitten nu wel met een verontreinigd natuurgebied opgescheept.

Kort door de bocht

Anneklaar Wijnants, provinciaal ambassadeur van Natuurmonumenten noemt de gang van zaken rond Spuimonding-West ‘niet netjes’. ‘Al gaan wij er niet vanuit dat de provincie moedwillig zaken heeft achtergehouden’, zegt Wijnants tegen Follow the Money. ‘Het is niet zo dat die verontreiniging in het Haringvliet niet bekend was. Daar verander je ook niets aan, alleen tegen gigantische saneringskosten.’

Maar Hamann vindt dat de provincie echt verkeerd gehandeld heeft. ’Er zijn stukken waaruit blijkt dat er best forse verontreiniging is. Maar die stukken zijn vervolgens niet gedeeld met mogelijke kopers. Je moet open zijn over dit soort dingen.’ Volgens Hamann zou Natuurmonumenten goede kans maken als zij een zaak aanspannen tegen de provincie. ‘Maar het is de vraag of Natuurmonumenten dat snel zal doen doen.’

Provinciale Staten verkeerd geïnformeerd

Niet alleen Natuurmonumenten werd verkeerd geïnformeerd. In 2019 stelde de provinciale Statenfractie van GroenLinks vragen over Spuimonding-West waarop de antwoorden meerdere feitelijke onjuistheden bevatten.

Zo schreef gedeputeerde Han Weber (natuur, D66) dat de ‘historische waterbodemverontreinigingen geleidelijk aan worden afgedekt met steeds schoner sediment’ terwijl Rijkswaterstaat in 2003 schreef dat dit in het Haringvliet ‘niet of nauwelijks’ gebeurde. Ook zou saneren geen effect hebben en zou rekening zijn gehouden met ‘eventueel aanwezige bodemverontreiningen’. Ook dat klopt niet: in 2007 schreef ingenieursbedrijf Grontmij dat er mogelijk gesaneerd moest worden. Daar is ‘geen gevolg’ aan gegeven, aldus Grontmij.

Lees verder Inklappen

Bij Spuimonding-West lijkt de provincie selectief te hebben geshopt in een stapel met onderzoeksrapporten. Hamann: ‘Het is wel gek dat er een onderzoek van ATKB ligt waaruit blijkt dat het ernstig verontreinigd is en dat de reactie van de provincie is: nóg een onderzoek doen. Het zou erop kunnen duiden dat de onderzoeksresultaten hen niet bevielen.’

Follow the Money schreef al eerder over hoe onderzoeken van adviesbureaus er in de praktijk vaak toe dienen om projecteren te legitimeren, terwijl er inhoudelijk vaak veel op het onderzoek valt af te dingen.

Wat deze zaak nog wranger maakt, is dat er flink wat kanttekeningen te plaatsen zijn bij het waterbodemonderzoek van ATKB dat de provincie wél overhandigde aan Natuurmonumenten. De conclusie van dat onderzoek (‘de milieuhygiënische kwaliteit vormt geen belemmering voor het huidige gebruik als natuurgebied’) valt niet te trekken op basis van het gedane onderzoek. Dat zeggen Frank Otten van Waternet en Leonard Osté, waterbodemexpert bij Deltares, die het waterbodemonderzoek van ATKB voor Follow the Money beoordeelden.

In het uiterwaardegebied van Spuimonding-West zijn weliswaar plasjes, greppels, slootjes en een kanaal maar het grootste gedeelte van het gebied is echt vaste grond, waar je niet eens laarzen voor nodig hebt. 

Dat het gebied elke dag onder water loopt, zoals in de ministeriële regeling van juni 2016 staat, klopt dan ook niet. En ook ATKB heeft er geen rekening mee gehouden dat uiterwaarden zoals Spuimonding-West bij een ecologische beoordeling gewoon als landbodem moeten worden gezien, vertelt Osté. 

Er zwemmen geen vissen, maar er grazen wél koeien. Zeker nu, in een jaar met veel droogte, is er nauwelijks water in het gebied. 

En daar hebben de onderzoekers van ATKB geen rekening mee gehouden. ‘ATKB heeft de waterbodem onderzocht en (correct) getoetst of de grond elders hergebruikt mag worden,’ zegt Osté. ‘Maar dat is iets anders dan het bepalen van de risico’s. Er is geen risicobeoordeling uitgevoerd. De conclusie dat die risico’s er niet zijn, is dus erg kort door de bocht.’

 

In 2015 laat de Provincie Zuid-Holland adviesbureau ATKB een landbodemonderzoek doen naar de verontreiniging. Wat blijkt: de normen worden op een aantal plekken overschreden. De locatie moet ‘met spoed’ gesaneerd worden vanwege ‘onaanvaardbare risico’s voor ecologie.’

Dan, in 2016 verandert de status van het gebied. Het is geen landbodem, maar een waterbodem. En daar gelden andere normen voor. Weer doet ATKB onderzoek, maar beoordeelt het gebied nu volgens de waterbodemnormen. Met één pennenstreek is de verontreiniging plots acceptabel geworden.

Wie betaalt?

Na vragen van GroenLinks erkende de provincie in 2021 schoorvoetend dat het ‘natuurlijk lastig’ is om te bepalen of Spuimonding-West een water- of landbodem heeft. Onder andere naar aanleiding van die vragen, liet de provincie in 2021 eerst een intern onderzoek doen en vervolgens een extern onderzoek door ecologisch adviesbureau Ecofide. Dat bureau concludeerde begin 2022 dat grote delen van Spuimonding-West toch echt beter kunnen worden beoordeeld volgens de regels die voor landbodems gelden. 

Op basis van die regels is er in ‘de landelijke delen’ van het gebied sprake van ‘matige tot sterke ecologische risico’s’ door doorvergiftiging van cadmium in de voedselketen, concludeert Ecofide. Mogelijk zijn er zelfs risico’s voor de voedselveiligheid, aangezien grazende koeien ook het giftige cadmium binnenkrijgen. Om in kaart te brengen of deze risico’s er daadwerkelijk zijn, raadt Ecofide aan verder onderzoek te laten doen. 

Hoeveel zin heeft saneren?

Het is overigens maar zeer de vraag hoeveel zin saneren heeft. Wijnants van Natuurmonumenten zegt daarover: ‘Dat verontreinigde slib tref je overal in het rivierengebied aan, dat is een breed maatschappelijk probleem.’

In opdracht van Rijkswaterstaat werd eerder dit jaar onderzoek gedaan naar hoeveel zin waterbodemsanering in de rivierendelta – waaronder het Haringvliet – heeft. Daaruit bleek dat ‘grootschalige ingrepen ter verbetering van de waterkwaliteit fysiek en economisch’ onmogelijk zijn. 

Daarom moet vooral nieuwe vervuiling stroomopwaarts van de Rijn en Maas – in Brabant, Limburg, Duitsland en België – worden voorkomen. Hoewel in het oostelijke deel van het Haringvliet oude verontreinigingen bloot kunnen komen door erosie, is het ook daar maar de vraag of saneren zin heeft.

Lees verder Inklappen

Mocht dat aanvullend onderzoek aanwijzen dat de risico’s inderdaad te groot zijn voor voedselveiligheid en de natuur, is het de vraag wie opdraait voor de sanering. Natuurmonumenten vindt het ‘logisch’ dat de provincie de kosten voor haar rekening neemt. Een woordvoerder van de provincie laat daarentegen weten dat ‘de eigenaar’ verantwoordelijk is. 

De kosten zouden waarschijnlijk aanzienlijk hoger zijn dan in 2007, zegt Hamann. ‘Onder andere door hogere materiaalkosten en schaars personeel. En aangezien er nu allerlei beschermde diersoorten zitten, wordt het ook technisch lastiger. Je kan niet zomaar van alles afgraven.’

Zoals het voor de provincie in 2007 al lastig was de verontreiniging van Spuimonding-West te erkennen, zo geldt dat nu ook voor Natuurmonumenten. Hamann: ‘Al die andere gebieden zou Natuurmonumenten dan óók moeten saneren, maar dan voor eigen rekening. Het is maar de vraag of zij dat kunnen betalen.’ Oftewel: Natuurmonumenten heeft er geen belang bij om al te kritisch te zijn. 

De lepelaars, kieviten, kiekendieven en noordse woelmuizen moeten het voorlopig nog even doen met hun verontreinigde natuurgebied. En of het in hun belang is om Spuimonding-West nu, vijftien jaar later, alsnog te saneren, is maar zeer de vraag.

Wederhoor Provincie Zuid-Holland

In het kader van wederhoor benaderde Follow the Money zowel de provincie Zuid-Holland, als Martijn van Lochem: auteur namens het ATKB, dat in opdracht van de provincie het waterbodemonderzoek heeft uitgevoerd. Van Lochem deelde mee: ‘Wij communiceren niet met derden over uitgevoerde werkzaamheden. U kunt het beste contact opnemen met onze opdrachtgever, de provincie Zuid-Holland.’

We stelden de volgende vragen aan de provincie Zuid-Holland:

Waarom is er niet gesaneerd na het Inrichtingsplan van Grontmij? 

‘In december 2009 is de waterwet van kracht geworden. Vanaf toen viel alles binnen de winterdijken onder de waterwet. Er was geen aanleiding om te saneren.’

Ziet u aanleiding om alsnog te saneren?

‘Om over te gaan op een ingrijpende maatregel als saneren, moet er een duidelijke relatie zijn tussen (water)bodemverontreiniging, ecologische effecten en de gevolgen voor natuurdoelen. Er was en is vooralsnog geen aanleiding om te saneren als we kijken naar de manier waarop de natuur zich ontwikkelt, zowel in dit specifieke gebied als ook in de regio.

In het rapport Bodemverontreiniging Spuimond West – Een beoordeling volgens de Waterwet (2022) staat daarom ook dat er als eerste onderzocht moet worden welke doelen momenteel niet worden gehaald en of dit kan worden toegeschreven aan (water)bodemverontreiniging. Een gebied kan bijvoorbeeld zijn verdroogd, waardoor bepaalde doelen niet gehaald worden. Vervolgens moet helder zijn hoe een eventuele sanering bij kan dragen aan het bereiken van die doelen.

Momenteel wordt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een onderzoek afgerond naar de mate waarin bodemverontreinigingen, zoals dioxine, PFAS, cadmium en andere zware metalen, hoger in de voedselketen terecht komt. Het betreft hier een onderzoek bij hogere verontreinigingen dan bij Haringvliet en gaat over of deze verontreinigingen in vlees van grazend vee in de uiterwaarden terecht komt.’

Waarom is alleen het ATKB-rapport uit 2016 overhandigd aan mogelijke kopers?

‘Bij verkoop van provinciale eigendommen wordt het meest recente onderzoek in de koopovereenkomst opgenomen. Zoals gebruikelijk wordt in dergelijke onderzoeken verwezen naar eerder onderzoek. In dit geval verwijst het ATKB-rapport 2017 naar 12 voorafgaande onderzoeken en wordt de relevante informatie uit deze onderzoeken beschreven. Er is geen aanleiding geweest om te veronderstellen hiermee belangrijke rapporten gemist zouden zijn. 

Bij de nota van inlichtingen zijn alle geïnteresseerde kopers in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen. Er zijn geen verzoeken binnengekomen voor aanvullende rapporten.’

Wie is verantwoordelijk voor het saneren van Spuimonding-West en andere natuurgebieden in het Haringvliet en de Biesbosch, mocht alsnog blijken dat dit nodig is?

‘In de akte van levering is opgenomen dat Natuurmonumenten de huidige bodem- en grondwatersituatie van het verkochte uitdrukkelijk aanvaardt. De hoofdregel is dat de eigenaar aansprakelijk is. Afgelopen decennia is veel onderzoek gedaan in de hele delta. Per gebied wordt bekeken wat de aanpak is en of er maatregelen nodig zijn.’

Lees verder Inklappen

In een eerdere versie van dit artikel stond dat een bodemonderzoek in 2008 'niet verplicht' was in het kader van een milieubeoordeling. Dit is aangepast. Een bodemonderzoek was in die tijd 'officieel geen onderdeel' van een milieubeoordeling.