ZZP’er versterken maar niet betuttelen

    Marcel Canoy en Robin Fransman vragen zich af waar het evenwicht tussen volledig flexibele arbeidsmarkten en meer rigide arbeidsverhoudingen ligt. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we niet een negatieve spiraal komen waarbij een groeiend aantal zelfstandigen in een race to the bottom terecht komen?

    Zelfstandigen hebben in Nederland een groot deel van de kosten van de crisis opgevangen. Sinds 2008 zijn hun inkomens met ruim 30 procent gedaald door een combinatie van minder uren en dalende tarieven. Het voordeel van het groeiende aantal ZZP’ers en kleine zelfstandigen is dat het grotere bedrijfsleven in staat is om de marges op peil te houden in verslechterende marktomstandigheden en zich aan te passen aan nieuwe realiteiten. Daar staan nadelen tegenover. Productiviteitsverhogende investeringen in arbeidsbesparende innovatie zijn minder aantrekkelijk, evenals investeringen in opleidingen van personeel. De algehele relatie tussen werkgever en werknemer is minder relationeel. Daarnaast kan de snelle inkomens- en tariefdaling van zelfstandigen voor vraaguitval en deflatoire druk zorgen, met als gevolg dalende of stagnerende verkopen bij een hoge marge. De economie als geheel wordt dan volatieler dan nodig. De huidige toestand van de economie vertoont overeenkomsten met die van de laat 19de en begin 20ste eeuw, ook een periode met deflatie, een exclusieve focus op export, en goedkope en flexibele arbeid.

    Ongelijk speelveld

    De essentie van het probleem ligt in het ongelijke speelveld dat ontstaat wanneer een bedrijf moet kiezen tussen het aannemen van iemand in loondienst of het inhuren van een ZZP-er. In het eerste geval ligt het risico en de kosten voor arbeidsongeschiktheid, ziekte en pensioen voor een belangrijk deel bij de werkgever, in het tweede geval bij de ZZP’er. Daarnaast kent de zelfstandige belastingvoordelen van duizenden euro’s per jaar, die vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, middels lagere tarieven, aan de opdrachtgever wordt doorgegeven. De snel gedaalde uurtarieven van ZZP’ers zet werkgevers die minder gebruik maken van deze flexibele schil op achterstand ten opzichte van hun concurrenten. Er is voor hen geen andere keuze dan om hetzelfde te doen. Ik bracht die dynamiek hier al eens eerder aan de orde. De groei van het aantal ZZP’ers krijgt daarmee een autonoom, zelfversterkend karakter: zowel de ZZP-er als de werkgever worden richting ZZP gezogen.
    Zowel de ZZP-er als de werkgever worden richting ZZP gezogen
    Theoretisch maakt het niet uit waar de risico’s en kosten liggen. Als ZZP-ers individueel dezelfde regelingen inkopen als de werkgever, zijn de arbeidskosten de facto gelijk en is het speelveld eveneens gelijk. De werkelijkheid is anders. In de praktijk wordt de ZZP-er verleid of gedwongen karige arrangementen te nemen waardoor de ZZP-er goedkoper wordt. De belastingvoordelen doen daar nog een schepje bovenop. Goed voor winst en flexibiliteit van de individuele opdrachtgever maar minder aantrekkelijk voor de maatschappij als geheel. In een situatie met hoge werkloosheid is er voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt weinig keuze. Voor jou tien anderen.

    Sociale dumping

    Neem de situatie van Truus (50), die jarenlang bij een grote thuishulporganisatie werkte maar na een reorganisatie werd ontslagen. Ze wordt nu opnieuw ingehuurd als ZZP-er tegen lagere tarieven en met negatieve sociale consequenties voor Truus als het tegenzit. Als Truus fatsoenlijke regelingen voor zichzelf inkoopt en in haar tarief verwerkt, is er wel een Ria die met iets minder genoegen neemt en Truus de markt uitprijst. Een race to the bottom is het gevolg. Ook voor Joop (55) die een klusbedrijfje heeft en vrachtwagenchauffeur Sjaak (39) die nauwelijks genoeg verdienen om van rond te komen, geldt iets dergelijks. Poolse en Ierse klusbedrijven en Oost-Europese transporteurs zorgen voor sociale dumping waardoor Joop en Sjaak lagere tarieven dan vroeger kunnen rekenen. Er is niets tegen internationale concurrentie, maar dan wel op basis van een gelijk speelveld.
    Er is niets tegen internationale concurrentie, maar dan wel op basis van een gelijk speelveld
    Nog een ander probleem komt freelance vertaler Geert (40) tegen. Hij is afhankelijk van een online platform voor opdrachten, maar de voorwaarden zijn niet gunstig. Je kunt als vertaler moeilijk zonder het platform maar de concurrentie tussen platforms is beperkt waardoor tarieven laag zijn en vooral het platform profiteert. Er moeten spelregels komen voor dit soort platforms om een gelijk speelveld te behouden en monopolievorming te voorkomen of van checks en balances te voorzien. De voorbeelden hebben gemeen dat de onderkant van de ZZP-markt een zwakke onderhandelingspositie heeft en het speelveld tussen vast en flexibel fundamenteel ongelijk is. Dit geldt niet voor Eline (37), de hoogopgeleide goedverdienende softwareontwikkelaar, die met haar kennis en ervaring eerder teveel dan te weinig werk heeft. Zij heeft geen betutteling in de vorm van gedwongen regelingen nodig, maar zij heeft ook geen fiscale bevoordeling nodig.

    Stille armoede

    De vraag is hoe we als samenleving moeten omgaan met de groei van de ZZP’ers en de heterogeniteit. Het leidt geen twijfel dat de bovenkant van de ZZP markt geen overheidsingrijpen behoeft. De kennis en kunde van de ZZP’er daar zorgt voor een hoge graad van onderhandelingsmacht en daarmee voor symmetrie in de verhoudingen tussen opdrachtgever en ZZP’er. De overheid hoeft daar alleen het gelijke speelveld te herstellen door de fiscale bevoordeling te staken. Dat geldt niet voor de onderkant van de markt. Daar ontbreekt het individuele ZZP’ers aan onderhandelingsmacht en soms ook aan een vangnet anders dan de bijstand. Daar tref je stille armoede, verborgen werkloosheid en uitbuiting door tarieven aan die ver onder het minimumloon liggen. Naast Truus, Joop, Sjaak en Geert zijn daar de pakketbezorgers, de freelance journalisten, de schoonmakers en vele andere groepen.
    We hoeven niet te kiezen voor werknemers in loondienst of ZZP-ers
    We hoeven niet te kiezen voor werknemers in loondienst of ZZP-ers. De crux is dat we het speelveld moeten egaliseren. Dat kan op een drastische manier, zoals recent bepleit door zowel denktank de Baliegroep als werkgeversvereniging AWVN, door iedereen te verplichten aan een minimumstelsel van collectieve regelingen mee te doen die hetzelfde zijn voor ZZP-ers en voor werknemers in loondienst. Een andere evenzo drastische variant is om de vaste contracten verder af te breken totdat men dezelfde status bereikt als ZZP-ers. De vraag is of dit de juiste route is. De voordelen van een vast contract zijn dat zowel werkgever en werknemer een prikkel hebben in de relatie te investeren, leidend tot vertrouwen, loyaliteit en scholing. Dat betekent niet dat een vast contract een gouden kooi moet zijn. Het negatieve imago van een vast contract is afkomstig van tijden waarin ontslagbescherming en andere zekerheden zulke proporties aannamen dat ze de facto een blokkade vormden om mensen aan te nemen. Dat beeld is relevant in landen als Italië of Frankrijk maar doet geen recht aan de huidige arbeidsmarkt in Nederland. Wellicht is een minimumvariant van een collectief systeem, waarbij nog wel veel keuzevrijheid overgelaten wordt, onontkoombaar. Maar de flexibiliteit die ZZP’ers bieden is een groot goed en die baby wil je niet met het collectieve badwater weggooien.

    Geen paternalisme

    Daarnaast zitten ZZP’ers met een sterke positie niet te wachten op paternalisme. Het alternatief is om minimumtarieven te stellen in sectoren die veel werken met ZZP-ers met een zwakke onderhandelingsmacht, om te verhinderen dat er sociale dumping plaatsvindt. Dat was uiteindelijk ook de logica van CAO-lonen: het zorgen dat arbeidsvoorwaarden redelijk zijn door onderhandelingen collectief te voeren. Herstel van het gelijke speelveld en een vorm van collectiviteitsvorming, deels verplicht en deels op vrijwillige basis, gefaciliteerd door overheid en fiscus, vooral aan de onderkant van de ZZP-markt, is onvermijdelijk om een race to the bottom te voorkomen. De politiek schiet in de verkeerde reflexen bij het ZZP-probleem. Niet het terugdringen van ZZP-ers of het (verder) ontmantelen van het vaste contract bieden soelaas maar het egaliseren van het speelveld en het verbeteren van onderhandelingpositie van ZZP-ers aan de onderkant van de markt. Op die manier behouden we de voordelen van zowel ZZP-ers als vaste arbeidsverhoudingen.   Dit artikel is een co-productie van Robin Fransman en Marcel Canoy, hoofdeconoom bij onderzoeks- en adviesbureau Ecorys.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Robin Fransman

    De dwarse denker Robin Fransman was jarenlang adjunct-directeur bij Holland Financial Centre (HFC). Daarvoor werkte hij onder...

    Volg Robin Fransman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren