China Science Investigation

  • Correctiv
  • Deutschlandfunk
  • DW
  • De Tijd
  • El Confidencial
  • irpimedia
  • Neue Zürcher Zeitung
  • Politiken
  • RTL Nieuws
  • Süddeutsche Zeitung
  • Follow the Money

China Science Investigation:
de methodologie

Follow the Money zocht in de wetenschappelijke database The Lens naar academische papers en congresbijdragen waarbij minstens één wetenschapper van een Europese universiteit samenwerkte met een Chinese collega. We zochten tussen januari 2000 tot en met februari 2022. Dat leverde 353.546 papers op.

[The Lens, gestart in 2000, wordt bijgehouden door een Australische non-profitorganisatie. The Lens wordt allerwege geroemd om zijn volledigheid en bevat meer artikelen dan zijn twee grootste commerciële concurrenten samen (te weten: Web of Science en Scopus.]

De journalisten van de China Science Investigation gebruikten de dataset die dat opleverde om in eigen land na te gaan welke onderzoeken op welke gevoelige gebieden er met welke Chinese universiteiten zijn gedaan. Alle studies die we aanhalen, hebben we voorgelegd aan meerdere experts.

Om te achterhalen welke Chinese instellingen voor dit doel van belang zijn, gebruikten we de China Defense Universities Tracker van het Australian Strategic Policy Institute (ASPI) en de The People’s Liberation Army’s 37 Academic Institutions van het China Aerospace Studies Institute (CASI). Het CASI is onderdeel van het Amerikaanse Air Institute; het Amerikaanse leger steunt erop voor informatie over ontwikkelingen in Chinese militaire lucht- en ruimtevaart. Het CASI publiceerde deze analyse van het Chinese leger in april 2020.

De ASPI Tracker is in 2019 is ontwikkeld door onafhankelijk China-onderzoeker Alex Joske. Hij maakte die om universiteiten, overheden en het bedrijfsleven in staat te stellen due diligence uit te voeren bij hun contacten met Chinese instituties. De tracker hebben we voorgelegd aan diverse experts op de gebieden sinologie, veiligheid en defensie. Hij wordt veel gebruikt bij onderzoek naar Chinese universiteiten, en de bevindingen worden onder meer ondersteund door onderzoeken van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) en het Leiden Asia Centre.

Het ASPI is een onafhankelijke denktank die voornamelijk wordt gefinancierd door het Australische ministerie van Defensie, agentschappen van de Australische overheid en buitenlandse overheden, zoals Nederland, Canada, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De laatste update van de tracker was in mei 2021. Waar mogelijk hebben we de namen van defensie-instituten vergeleken met namen uit andere rapporten en bronnen.

De ASPI Tracker maakt onderscheid tussen verschillende soorten universiteiten. Allereerst zijn er militaire universiteiten, zoals de National University of Defense Technology (NUDT). Veel Europese academische instituten werken samen met deze militaire universiteit, veelal inzake onderwerpen die op China’s wensenlijst staan.

Onze zoektocht naar samenwerkingen met Chinese legerinstituten resulteerde in 288 studies die in de periode van 1 januari 2015 tot 1 februari 2022 zijn gedaan door minstens één Nederlandse academicus, en een Chinese wetenschapper die verbonden is aan het leger. Studies op medisch vlak met militaire ziekenhuizen hebben we buiten beschouwing gelaten. Om te controleren of de zo gevonden studies een militaire toepassing kunnen hebben, zijn ze voorgelegd aan minstens een deskundige op het betreffende terrein. In alle genoemde studies zijn zowel de betrokken auteurs als de betrokken universiteiten om wederhoor gevraagd.

De Seven Sons

Voorts zijn er de zogeheten Seven Sons: Chinese universiteiten die – anders dan de civiele universiteiten – niet onder het ministerie van Onderwijs vallen, maar onder dat van Industrie en Informatietechnologie. Dat is de instantie die de Chinese defensie-industrie overziet. Deze zeven ‘zonen’ noemen zich deel van het defensiesysteem, en ruwweg de helft van hun onderzoeksbudget gaat naar defensie-onderzoek. Deze universiteiten doen natuurlijk ook onderzoek in archeologie of taalkunde; daarom keken wij alleen naar de studies op militair gevoelige gebieden.

Tot slot zijn er civiele universiteiten, die onder het Chinese ministerie van Onderwijs vallen. Ook zij kunnen banden hebben met het Chinese leger en/of met de defensie-industrie. De ASPI Tracker schaalt deze universiteiten in op grond van openbare informatie. Ook de medium en low risk-universiteiten in de tracker hebben een geschiedenis van defensie- en legeronderzoek; wij selecteerden alleen de universiteiten die volgens de tracker high risk en very high risk zijn.

Van al deze universiteiten vonden we 434 onderzoeken in samenwerking met Nederlandse universiteiten op gebieden die voor het Chinese leger ‘interessant’ zijn. Over deze civiele universiteiten publiceren we later meer.

 

 

Team