Volledige reacties van betrokkenen op ‘‘Groene’ restwarmte datacenters is vooral kille PR’

Google Inc.:

‘We zoeken altijd naar duurzamere oplossingen. We hebben gedetailleerde studies uitgevoerd om de haalbaarheid te beoordelen van hoe restwarmte nuttig kan worden gebruikt om een circulair energiesysteem te creëren dat onze datacenters gebruikt als een duurzame warmtebron voor huizen, gebouwen en faciliteiten.

We maken nu al gebruik van restwarmte waar we kunnen en zetten ons in voor de mogelijkheden van hergebruik van restwarmte voor elke nieuwe datacenter locatie in Nederland.

Momenteel hergebruiken we de restwarmte die door onze servers wordt gegenereerd al om faciliteiten op onze locaties, zoals onze kantoorruimtes, te verwarmen, waardoor het niet nodig is om extra mechanische systemen te installeren voor onze gebouwen en kantoorruimtes. En we onderzoeken ook andere mogelijkheden in beide regio's waar onze datacenters zijn voor hergebruik van restwarmte.

Hoewel de afgelegen ligging van ons datacenter in de Eemshaven in het verleden inderdaad een knelpunt was, zijn de warmtenetten de afgelopen jaren ook sterk geëvolueerd waardoor hergebruik van restwarmte uit datacentra beter haalbaar is geworden. We werken nu actief samen met partners in de regio om te kijken naar haalbare oplossingen voor hergebruik van restwarmte van onze Eemshaven locatie waar lokale industrieën en lokale gemeenschappen van kunnen profiteren, bijvoorbeeld voor het warmtenet in Groningen. En voor Middenmeer onderzoeken we momenteel ook de voordelen en mogelijkheden van hergebruik van restwarmte.’

Microsoft:

‘Wij hebben tot nu toe geen rendabele en duurzame manier gevonden voor hergebruik van restwarmte. Maar als onderdeel van onze duurzaamheidsdoelstellingen blijven we investeren in de ontwikkeling van technologieën die de impact van onze datacenters op het milieu minimaliseren, waaronder onderzoek naar “Two-phase, liquid immersion cooling”. Maar het oplossen van duurzaamheidsvraagstukken op dit niveau vereist samenwerking en het delen van kennis, en daarom werken we actief samen met innovatieve partijen in de energiesector om samen oplossingen te vinden.

Het beeld dat recentelijk geschetst is over vermeend excessief gebruik van drinkwater voor koeling van datacenters, willen we graag nuanceren via een blog van vorige week van de hand van Rob Elsinga, National Technology Officer bij Microsoft.’

Groningen Seaports:

De toenmalige gemeente Eemsmond, de provincie Groningen en Groningen Seaports lieten in 2008, vanwege de enorme economische ontwikkeling in de Eemshaven, een verkennende studie maken over mogelijke toekomstige uitbreidingsgebieden rondom de Eemshaven. Het klopt dat er mogelijk een uitwisseling zou kunnen ontstaan met restwarmte en C02, zoals ook de afbeelding in het rapport uit 2010 laat zien. Gezien de gevraagde hoeveelheden, zouden deze met name door de energiecentrales moeten worden geleverd.

In 2010 werd daarbij ook gedacht aan warmte-uitwisseling tussen de datacentra en een glastuinbouwgebied ten westen van het plangebied. In de mer waar in het artikel naar gerefereerd wordt, valt eveneens te lezen: “Vanwege technische innovaties in de glastuinbouw is het gebruik van restwarmte niet langer bedrijfseconomisch interessant. De eerder opgenomen reservering voor het glastuinbouwgebied ten zuiden van de Eemshaven is om die reden ook vervallen in de laatste omgevingsvisie en – verordening.” Daar hebben Groningen Seaports en Google part noch deel aan. Na jaren van onderzoek en acquisitie blijkt dat de businesscase voor glastuinbouw in de Eemshaven, ondanks de potentie van restwarmte en CO2-afvang, niet rendabel te maken is en daardoor nooit kan concurreren met andere regio’s in Nederland, zoals het Westland en Zeeland.

Het klopt eveneens dat wij als doel stellen dat in 2030 de helft van de toepasbare restwarmte moet worden hergebruikt. Het gebied van Groningen Seaports beslaat echter meer dan alleen het Eemshavengebied. Er wordt wel degelijk hergebruik van restwarmte gerealiseerd, in meerdere fases, en gebeurt vandaag de dag nog steeds. Een voorbeeld daarvan is de stoomleiding van Groningen Seaports op het chemiepark in Delfzijl. Deze leiding levert stoom aan bedrijven op het chemiepark die hier in hun productieproces behoefte aan hebben. Hierdoor besparen bedrijven op het Chemie Park Delfzijl jaarlijks 100.000 ton CO2-uitstoot.

Belangrijk om te weten is dat Groningen Seaports niet degene is die harde eisen kan stellen. Dat kan het bevoegd gezag wél. Dus de zin ‘Groningen Seaports is als uiteindelijke uitgever van de grond degene die harde duurzaamheidseisen kan stellen’ is onjuist.

Tot slot zijn we momenteel, samen met onze partners provincie Groningen, Gasunie, gemeente Het Hogeland en WarmteStad, aan het onderzoeken hoe we de zogeheten lage temperatuur-restwarmte in kunnen zetten voor het warmtenet in de stad Groningen. In de provincie wordt momenteel onderzocht of een warmte-transportleiding tussen de Eemhaven en de stad Groningen haalbaar is. Dit is echter een groot project en heeft een lange doorlooptijd. Het is een terechte constatering dat er moeilijkheden bestaan voor het nuttig gebruik van lage temperatuur restwarmte zonder afnemer in de directe omgeving. Maar juist voor lage temperaturen is de noodzakelijke transportleiding veel eenvoudiger en goedkoper te realiseren. Een koppeling naar de stad Groningen, gelegen op ruim 20 kilometer afstand, kan daardoor mogelijk een interessante optie zijn.

Provincie Groningen:

De provincie werkt aan het sluiten van de grondstoffen-keten en warmte-keten in de industrie door acquisitie te plegen, projecten op te zetten en subsidies te geven die dat stimuleren. We zetten ons dus nog steeds in voor de duurzaamheidsdriehoek. Als provincie kunnen we dit echter niet afdwingen en/of harde voorwaarden aan verbinden. Wij kunnen een optimaal vestigingsklimaat creëren (duurzame energie, ruimte etc) maar het blijft aan de bedrijven om iets op te starten, zoals kassen of algenteelt. Dit maakt ook dat Google zich kan vestigen, zonder te voldoen aan het uitwisselen van energiestromen. Het blijft ons doel om, samen met Google en andere initiatieven, toe te werken naar een volledige circulaire waardeketen.

Dutch Data Center Association:

Datacenter restwarmte werkt 

Hergebruik van datacenter restwarmte is zeker complex en altijd maatwerk. Zeker in een land dat is gebouwd op gasconsumptie en het beleidskader hierop heeft ingericht. Dat levert het praktische probleem op dat er weinig (lage temperatuur) warmtenetten zijn en dat deze ook niet snel gerealiseerd kunnen worden. Dat vereist naast veel tijd en geld, ook een aanpassing van beleidsregels en uitgegeven concessies. Door de lage gasprijs is het niet aantrekkelijk om over te stappen op andere bronnen waarvoor bovendien geen infrastructuur aanwezig is. Dit terwijl het aanleggen van nieuwe (generatie 5) warmtenetten technisch gezien wel mogelijk is. Deze zijn geschikt voor lagere temperaturen, wat transport over langere afstanden steeds makkelijker maakt.

Willen we de energietransitie realiseren, dan zal dit ook betekenen dat we bepaalde wetgevingen, systemen en infrastructuren moeten aanpassen. Gelukkig is er op dat vlak zeker beweging: mede dankzij onze inzet wordt datacenter restwarmte als industriële restwarmte gezien (zie de BENG normering). Ook is er met onze steun in september 2020 nog een motie van Sienot aangenomen rondom de ontwikkeling van een Routekaart Datawarmte. Dit zijn positieve stappen, maar er is nog veel te doen om de implementatie van deze projecten echt toegankelijk te maken, gezien de nieuwe Warmtewet, Energiewet en SDE++ regeling nog steeds niet de energietransitie voorop stellen.  

Dit alles kost veel tijd, moeite en energie maar is de enige manier voorwaarts.

Gerealiseerde projecten

Daarom zetten we als Nederlandse datacenter industrie flink in op restwarmte en in heel Nederland zijn inmiddels projecten gaande verspreid over heel Nederland. Naast het kantorencomplex in Heerlen zijn er gelukkig meer voorbeelden: momenteel profiteren zo’n 1.300 appartementen op Science Park Amsterdam, zo’n 40 kantoren op de High Tech Campus in Eindhoven, een conferentiecentrum in Ede, en een zwembad, kwekerij en school in Aalsmeer van de warmte. Ook zijn er een aantal nieuwe, grote projecten: in Groningen is dit voorjaar het startschot gegeven om op termijn 10.000 woningen te verwarmen met datacenter warmte via de warmtecentrale op de Zernike campus. En ook in Amsterdam, bijv. in de Houthavens, bevinden zich een aantal veelbelovende projecten in een laatste fase. Ook in het buitenland, zeker in Scandinavië, zijn er veel succesvolle projecten waarbij zeker wordt aangetoond dat datacenter restwarmte kan werken.

Lage temperatuur

In het artikel wordt meermaals verwezen naar datacenter restwarmte als ‘laagwaardig’, dat enkel kan worden ingezet voor nieuwbouwwijken. Opwaardering via de huidige warmtepompen is (nog) niet duurzaam, maar dat maakt het niet per definitie minder interessant. Het blijft interessant om naar lage temperatuur bronnen te kijken, omdat hierdoor waterpompen altijd efficiënter zullen werken dan middels gebruik van de koude buitenlucht.

Het samenwerkingsverband MRA Warmte Koude, waar de DDA actief in was, maakt duidelijk onderscheid dat elke wijk en locatie een andere aanpak behoeft. Het past juist in de visie die we beogen voor de toekomst, namelijk dat alle huizen uiteindelijk goed geïsoleerd worden. Bovendien gaan er de komende jaren nog enorme slagen gemaakt worden in de innovaties van warmtepompen. Ook hier geldt dat we te maken hebben met een een puzzel die we in de loop van de jaren verder zullen moeten invullen.

Geothermie

In het artikel wordt restwarmte vergeleken met aardwarmte uit geothermie. Gek genoeg worden de nadelen van restwarmte uitgebreid belicht, terwijl de risico's, beperkingen en kosten van onbenoemd blijven. Restwarmte is, op locaties waar dat beschikbaar is, een veiligere en goedkopere optie dan geothermie. We zullen echter beide systemen nodig hebben om de energietransitie te realiseren.

PUE

Kleine toevoeging ten aanzien van de PUE: in het (nieuwe) datacenter beleid in Amsterdam en Haarlemmermeer -dat hoogstwaarschijnlijk MRA breed wordt overgenomen - is reeds vele jaren al vastgesteld op maximaal 1.2 voor nieuwe datacenters en 1.3 voor bestaande datacenters. Daarmee heeft Nederland de meest efficiënte datacenters in Europa. 

Luchtkoeling

De bewering in het artikel dat luchtkoeling het moeilijker zou maken om restwarmte uit te koppelen, is onjuist. Moderne datacenters koelen inderdaad zoveel mogelijk via vrije luchtkoeling. Dit is in de meeste gevallen indirect: via een vloeistofsysteem wordt de warmte vanuit de computerzalen gekoeld door middel van warmtewisselaars met de buitenlucht. Dit maakt het niet moeilijker maar juist makkelijk om de restwarmte ‘uit te koppelen’ en het een warmtenet in te sturen. 

Wat betreft koelingsmethoden zijn er altijd steeds verbeteringen door te voeren. Zo werkt de sector al meer dan 10 jaar samen met de overheid aan efficiëntie verbeteringen, middels de Erkende Maatregelenlijsten (EML) en de voormalige Meer Jaren Afspraken (MJA). Immersie koeling bestaat als methode sinds de 19e eeuw en in onze industrie al zo’n 15 jaar. Er zijn echter veel (technische) bezwaren waardoor deze techniek nauwelijks wordt toegepast. De keuze voor een bepaalde koelingstechniek is echter geen drempel om van restwarmte gebruik te maken, zoals de hierboven genoemde projecten laten zien: al deze projecten maken gebruik van datacenters met luchtkoeling.

Datacenters restwarmte heeft veel potentie: maar heeft ook meer tijd nodig

In andere woorden, het hergebruik van datacenter restwarmte is een puzzel die we door de tijd heen met elkaar moeten gaan oplossen. Daar profiteert de hele samenleving van. Immers leven we allemaal steeds meer online en zullen er ook steeds meer datacenters nodig zijn. Hoe meer en hoe eerder we de warmte kunnen gebruiken, hoe beter. Echter staat het uitrollen van deze projecten nog in de kinderschoenen, waardoor het nog veel tijd kost om dit soort complexe projecten van de grond te krijgen. 

We zijn er als industrie van overtuigd dat datacenter restwarmte haar potentie zal waarmaken. Zeker als het deel uitmaakt van een integrale aanpak waarbij meerdere energiebronnen, warmtebronnen en afnemers worden meegenomen en de wetgeving faciliterend optreedt.

[einde]