Wederhoor bij het artikel ‘Capra: de pitbull van de overheid’

Het wederhoor bij het artikel ‘Capra: de pitbull van de overheid’ is dusdanig uitgebreid dat we er een aparte pagina voor hebben aangemaakt. Hieronder vindt u de reacties, in dezelfde volgorde als waarin de verschillende casussen in het artikel aan bod komen. We ontvingen deze antwoorden in de vorm van een pdf; daarvan hebben we in verband met de leesbaarheid gewone tekst gemaakt. De advocaten van Capra hebben de namen van betrokkenen steeds weggelakt, ook in de vragen van FTM; die zwarte blokjes zijn in de tekst hieronder aangeven als 'XXXXX'.

  1. Maastricht – John Ramaekers / Capra: Mark van de Laar, Luc Janssen en Gregoor van Duren
  2. Zevenaar – Paul Kemperman / Capra: Suzanne van Loon
  3. Nederweert – Jac Coopmans / Capra: Ad Kerkhof
  4. Westland – Nico Broekema / Capra: Jan Blanken
  5. Waterschap Limburg – Wim van den Haak. Capra: Pieter-Joost Schaap
  6. Soest – Jolien Verbiest / Capra: Marien Korevaar
  7. Waterschap Vallei en Veluwe – Gerard Dalhuisen / Capra: Marion Kolijn-van de Merwe
  8. Vragen aan Hoffmann BV

1. Maastricht – John Ramaekers / Capra: Mark van de Laar, Luc Janssen en Gregoor van Duren

Geachte heer Eikelenboom,

In uw e-mailbericht d.d. 23 augustus 2019 hebt u vragen gesteld aan mijn kantoorgenoten mr. drs. M.L.M. van de Laar en mr. drs. L.H. Janssen en mij. In reactie daarop heb ik u in mijn e-mailbericht d.d. 26 augustus 2019 het volgende onder uw aandacht gebracht:

Zoals u bekend zal zijn, zijn wij gebonden aan de beroepsregels die worden gesteld in en ingevolge de Advocatenwet en door de Nederlandse Orde van Advocaten. Voor veruit het merendeel van de vragen geldt dat deze niet beantwoord kunnen worden zonder overleg met en toestemming van de betrokken opdrachtgevers. Gelet daarop is de door u gestelde termijn voor de beantwoording van de vragen niet reëel en te kort. U kunt een reactie op uw vragen tegemoet zien op maandag 2 september, vóór 19.00 uur.

In uw mailberichten laat u weten dat u een artikel over Capra schrijft. De wijze van formulering van uw vragen wekt de suggestie dat u al diverse conclusies hebt getrokken voordat u onze beantwoording van uw vragen hebt afgewacht. Wij stellen u graag in de gelegenheid om het door uw vraagstelling opgeroepen beeld van vooringenomenheid bij te stellen.

In dat kader gaan we er ook van uit dat wij adequaat en tijdig in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op uw artikel voordat het gepubliceerd wordt en dat u bereid bent om onze reactie op adequate wijze in uw artikel te verwerken.”

U hebt niet gereageerd op mijn e-mailbericht d.d. 26 augustus 2019. Inmiddels heeft afstemming met de opdrachtgever plaatsgevonden, zodat uw vragen nu al in onderstaande zin beantwoord kunnen worden. Niettemin blijft de inhoud van mijn e-mailbericht d.d. 26 augustus 2019 voor het overige onverminderd van kracht.

Voorts wijs ik u erop dat de AVG eraan in de weg staat dat Capra informatie verstrekt over met name genoemde personen. Wanneer dit van toepassing is zijn om die reden namen of verwijzingen onleesbaar gemaakt in dit document.

Met inachtneming van het bovenstaande worden de door u gestelde vragen herhaald en vervolgens in de cursieve tekst beantwoord.

– Was u als advocaat van Capra betrokken bij de gang van zaken rond het Shared Service Center Zuid-Limburg?

Ja, advocaten van Capra waren daarbij betrokken

– Heeft u als advocaat het SSC-ZL en/of de gemeente Maastricht geadviseerd bij het integriteitsonderzoek naar vier ambtenaren die werden verdacht van het lekken van notulen van een SSC-ZL vergadering?

Nee.

– Heeft XXXXX in 2017 notulen gemaakt van een besloten vergadering over het SSC-ZL van de vakbonden en de OR?

Ik ben niet bekend met een besloten vergadering over het SSC-ZL van de vakbonden en de OR. Onder de stukken in de beroepsprocedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam, bevond zich een samenvatting van een bijeenkomst die op 21 maart 2017 heeft plaatsgevonden. Die bijeenkomst was toegankelijk voor alle medewerkers van de gemeente Maastricht die mogelijk zouden overgaan naar SSC-ZL. Op de deelnemers aan die bijeenkomst rust geen geheimhoudingsplicht met betrekking tot hetgeen tijdens die bijeenkomst is besproken. Dat betekent dat alle aanwezigen bij die bijeenkomst gerechtigd zijn en ook verplicht kunnen worden om naar waarheid te verklaren omtrent hetgeen zij tijdens die bijeenkomst hebben waargenomen.

In de beroepsprocedure bij de Ondernemingskamer is de Ondernemingsraad in de gelegenheid geweest om te reageren op de inhoud van de samenvatting. Van de zijde van de Ondernemingsraad is er echter geen woord van kritiek geuit op de inhoud van de samenvatting.

− Klopt het dat zij de door haar gemaakte notulen/aantekeningen heeft doorgespeeld naar anderen, o.a. een van de directeuren van de gemeente Maastricht

De samenvatting is ter kennis gekomen van functionarissen van de gemeente Maastricht die uit hoofde van hun functie nauw betrokken waren bij de vorming van SSC-ZL en de procedures die in dat kader werden doorlopen.

– Klopt het dat XXXXX daarna door vakbonden en OR gevraagd is om niet langer veranderingen bij te wonen?

Ik ben er niet mee bekend dat enige functionaris van de gemeente Maastricht door de vakbonden en de Ondernemingsraad is verzocht om niet langer vergaderingen bij te wonen.

– Heeft het feit dat XXXXX de toegang tot vergaderingen werd geweigerd iets te maken met het feit dat Hoffmann BV onderzoek is gaan doen naar mogelijke integriteitsschendingen?

Nee. Uit het antwoord op de vorige vraag volgt dat uw vraag op een onjuiste feitelijke grondslag is gebaseerd.

− Heeft dit feit te maken met de adviezen die Capra op 18 en 21 december 2018 heeft verstrekt om vierambtenaren disciplinair te bestraffen en een van hen als extra te beboeten met 1% van het jaarsalaris?

Nee. Ook deze vraag is op een onjuiste feitelijke grondslag gebaseerd.

− Heeft uw betrokkenheid bij het SSC-ZL iets te maken met het inschakelen van Capra en Hoffmann voor een integriteitsonderzoek en voor het adviseren van SSC-ZL en/of de gemeente Maastricht?

Deze vraag is onbegrijpelijk. De enige betrokkenheid van advocaten van Capra bij SSC- ZL vloeit nu juist voort uit het gegeven dat Capra is ingeschakeld voor advisering over SSC-ZL en in verband met het integriteitsonderzoek.

− Kunt u aangeven wat de reden is geweest om in 2018 een zeer diepgaand onderzoek in te stellen naar vier ambtenaren die werden verdacht van het lekken van notulen van een SSC-ZL-vergadering?

Deze vraag dient te worden beantwoord door de gemeente Maastricht.

− Kunt u aangeven waarom het nodig was om hierbij Hoffmann BV in te schakelen?

Deze vraag dient te worden beantwoord door de gemeente Maastricht.

− Vindt u dat het feit dat Hoffmann BV een partner is van Capra (of in ieder geval een bedrijf waarmee Capra volgens de eigen website ‘intensief samen’ mee werkt) de basis kan zijn voor een onafhankelijk, objectief onderzoek?

Ja, Capra en Hoffmann werken onafhankelijk van elkaar voor een opdrachtgever. Voor zowel Capra als Hoffmann geldt dat men gebonden is aan wettelijke en tuchtrechtelijke regels. Ter informatie daarover verwijs ik naar de artikelen over feiten- en integriteitsonderzoeken die u kunt vinden op onze website www.capra.nl.

− Wat vindt u van het oordeel van Pels Rijcken dat in een zogeheten ’second opinion’ heel anders oordeelt dan in uw brieven van 18 en 21 december 2018?

Capra is van mening dat het advies dat in de second opinion is gegeven in meerdere opzichten onjuist is en ondeugdelijk gemotiveerd is.

Tot slot:

Capra Advocaten gaat ervan uit dat wij adequaat en tijdig in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op een eventueel artikel dat op basis van de verstrekte informatie voor publicatie wordt opgemaakt en dat de eventuele reactie van Capra Advocaten op een dergelijk artikel op adequate wijze in dat artikel wordt verwerkt.

Hoogachtend,

G.P.F. van Duren

John Ramaekers reageert als volgt op de kwestie van de geheimhouding:

Voorafgaande aan de bewuste bijeenkomst met het personeel dat over zou gaan naar het SSC-ZL, heb ik toestemming aan de directeur Bedrijfsvoering gevraagd om de raadszaal voor dit doeleinde te mogen gebruiken. Daarbij heb ik duidelijk aangegeven dat het zich om een besloten bijeenkomst handelde en dat de aanwezigheid van management niet prijs werd gesteld.
 
Tijdens de bijeenkomst werd overigens op hoofdlijnen de onderhandelingsstrategie van de vakbonden besproken. Aan de aanwezigen werd medegedeeld dat deze info een vertrouwelijk karakter had.
 
Tijdens de zitting van de ondernemingskamer werden de notulen door Gregoor van Duren als productie ingebracht. Ik ben zelf niet bij de rechtszitting aanwezig geweest, maar van de OR- en GO-leden die wel aanwezig zijn geweest heb ik begrepen dat de advocaat van de OR hiertegen geageerd heeft. De directeur Bedrijfsvoering werd door de rechter gevraagd wie de notulen had opgesteld en wie daarvoor opdracht had gegeven. Uit zijn verklaring bleek dat hij opdracht aan de echtgenote van van Duren had gegeven om de notulen uit te werken. De rechter (voorzitter) heeft vervolgens de notulen niet ontvankelijk verklaard.
 
Daarna hebben wij (GO-leden) de voorzitter van het GO (wethouder John Aarts) met deze gang van zaken geconfronteerd onder mededeling dat wij de echtgenote van van Duren nooit aan tafel van het GO-overleg wilden. Toen de wethouder vervolgens ook eens verklaarde dat hij dit een “normale gang van zaken” vond, hebben de GO-leden unaniem het vertrouwen in de wethouder opgezegd.

2. Zevenaar – Paul Kemperman / Capra: Suzanne van Loon

Mijn antwoord op uw vragen is als volgt.

1. Kunt u aangeven wat voor u de reden was om drie ambtenaren opnieuw te horen?

De reden van de interviews was om inzicht te krijgen in de situatie op de afdeling in het jaar 2005, die aanleiding had gegeven tot inschakeling van de heer , de wijze waarop zijn onderzoek had plaatsgevonden en welk gevolg aan het onderzoek was gegeven. Van het onderzoek van de heer XXXXX immers was geen rapport beschikbaar en de gemeente kon de stellingen van de betrokken ambtenaar niet anderszins verifiëren.

2. Wist u dat op er dat moment al kritiek was op het rapport Bunt en op de opsteller daarvan?

Zie antwoord onder 1.

3. Wat vindt u van de stelling dat Capra er in de zaak Kemperman alles aan heeft gedaan om maar gelijk te krijgen en dat Capra het rapport Bunt te vuur en te zwaard heeft verdedigd?

De gemeente Zevenaar heeft Capra ter advisering ingeschakeld eind 2007 toen een geschil was ontstaan rondom werkhervatting van de betrokken ambtenaar. De ingezette juridische acties in die tijd waren een rechtstreeks gevolg van dit geschil uit 2007 en niet van de uitkomst van het twee jaar eerder uitgevoerde onderzoek van de heer XXXXX naar een samenwerkingsproblematiek op de afdeling.

In een door betrokkene aangespannen aansprakelijkheidsprocedure voor schade als gevolg van het onderzoek van de heer XXXXX (enkele jaren later) heeft Capra de stelling van de gemeente verdedigd, dat geen schade was geleden. Het verdedigen van die stelling staat niet gelijk aan het verdedigen van het onderzoek van de heer XXXXX.

Er zijn diverse pogingen ondernomen door juridische adviseurs, opvolgende gemeentesecretarissen, wethouders en burgemeesters om via de minnelijke weg met betrokkene tot een oplossing te komen. Helaas tevergeefs. Na het teruggedraaide ontslag in 2008 zijn alle juridische procedures tot en met 2019 uitsluitend door betrokkene geëntameerd en bleef de gemeente ongewild in rechte betrokken. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 augustus 2019 waarin de Afdeling betrokkene wegens misbruik van recht in het ongelijk heeft gesteld (ECLI:NL: RVS:201 9:2923).

Met vriendelijke groet,

Mr. mw. L.S. van Loon

3. Nederweert – Jac Coopmans / Capra: Ad Kerkhof

In verband met uw mailbericht van 26 augustus 2019 reageer ik als volgt.

De AVG staat eraan in de weg dat Capra Advocaten informatie verstrekt over met name genoemde personen die niet werkzaam zijn bij Capra Advocaten. Wanneer dit van toepassing is zijn daarom namen onleesbaar gemaakt in dit document.

Uw vragen / stellingen:

  • Volgens XXXXX, oudambtenaar van de gemeente Nederweert debiteerde u in diverse procedures tegen XXXXX ‘pertinente onwaarheden’ en handelde u zelfs in strijd met hetgeen u zelf heeft geschreven in de Kluwer-Capra bundel “80 uitspraken van de Centrale Raad van beroep over ambtenarenontslagrecht”
  • De door u op schrift gezette ontslaggrond (namelijk “ongeschiktheid”) en de ontslagregeling die hoort een verstoorde arbeidsrelatie zouden haaks hebben gestaan op hetgeen stelt in bovengenoemde bundel.
  • Uit vonnissen van de CRvB 2011 en 2012 blijkt dat het ongeschiktheidsontslag en de ontslagregeling zijn vernietigd.

Mijn reactie:

De Capra-bundel waar u naar verwijst, in navolging van de door u genoemde ex-ambtenaar, is een overzicht van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Deze jurisprudentie wordt door diverse juristen van Capra van een evaluatie en van commentaar voorzien. Een jurist, laat staan een rechter zodoende uiteraard niet gebonden aan de inhoud van deze commentaren die de bundel zijn opgenomen.

Mijn bijdragen aan de betreffende bundel gaan, zoals u kunt lezen in de bundel, over uitspraken die verband houden met reorganisatie-ontslag. Dat is niet, zoals u stelt, de ontslaggtond die ten grondslag heeft gelegen aan het ontslag van de door u genoemde ex-ambtenaar.

Iedere casus is uniek en wordt beoordeeld op de eigen merites. Uit de jurisprudentie over de diverse ontslaggronden zijn rode lijnen af te leiden over de wijze waarop een rechter naar een kwestie kan kijken en daarover kan oordelen, en daar kunnen kaders aan worden ontleend. Omdat geen kwestie hetzelfde is, worden per kwestie verschillende afwegingen gemaakt.

Het is mijn werk als adviseur van mijn cliënt om die afwegingen in kaart te brengen en te adviseren over de weg die kan worden bewandeld. Naast mijn advies speelt daarbij ook een rol, welke oplossingen de cliënt zelf voor ogen heeft en of die aansluiten bij de verschillende opties. Uiteindelijk beslist de cliënt over de te volgen weg.

Ook rechters oordelen verschillend over eenzelfde casus. Zo kan het dan gebeuren dat de Rechtbank Limburg die in eerste aanleg over het ontslag van deze ex-ambtenaar oordeelde, de ambtenaar in het ongelijk heeft gesteld, maar dat de Centrale Raad van Beroep anders oordeelde. Die vond dat één van de twee ontslaggronden die in het ontslagbesluit zijn opgenomen, onvoldoende was onderbouwd (het ongeschiktheidsontslag), maar dat de tweede ontslaggrond (wegens verstoorde verhoudingen) een goede basis vormde voor het ontslag. Het uiteindelijke gevolg is, dat het ontslag van deze ambtenaar stand heeft gehouden, zodat hij sinds 1 november 2010 niet meer in dienst is van zijn voormalig werkgever. Daarmee was voor mijn cliënt in augustus 2012 de kwestie afgedaan.

Onder normale omstandigheden zou dan ook na de uitspraak van de hoogste ambtenarenrechter de kwestie ten einde zijn en zou u deze kwestie niet hebben aangehaald. Deze ex-ambtenaar heeft zich echter niet bij zijn ontslag neergelegd en voert nog steeds procedures tegen zijn voormalig werkgever. Zijn herhaalde verzoeken om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep zijn tot nog toe niet gehonoreerd en allerlei andere bestuursrechtelijke en civielrechtelijke procedures die door hem tegen zijn voormalig werkgever en diverse betrokkenen zijn aangespannen, zijn zonder succes geweest. Een bejegeningsonderzoek door het Huis voor Klokkenluiders (rapport d.d. 1 mei 2019) heeft geen relatie aangetoond tussen zijn ontslag (wegens een verstoorde arbeidsverhouding) en een melding van de ex-ambtenaar over het storten van bermafval.

Capra Advocaten gaat ervan uit dat het adequaat en tijdig in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren op een eventueel artikel dat met deze verstrekte informatie voor publicatie wordt opgemaakt en dat een eventuele reactie van Capra Advocaten op een dergelijk artikel op adequate wijze wordt verwerkt.

Met vriendelijke groet,

Ad Kerkhof

4. Westland – Nico Broekema / Capra: Jan Blanken

De AVG staat eraan in de weg dat Capra Advocaten informatie verstrekt over met name genoemde personen. Ook in deze brief worden dus geen namen genoemd.
De formulering van de door u op 25 augustus jl. gestelde vragen wekt de suggestie dat u al diverse conclusies hebt getrokken voordat u mijn beantwoording van uw vragen hebt afgewacht. Bovendien zien uw vragen ten dele op de vertrouwensrelatie tussen advocaat en cliënt. Ervan uitgaande dat het uw intentie is om goed zicht te krijgen op de feiten, stel ik voor dat u kennisneemt van de uitspraak van de Rechtbank Den Haag in deze zaak d.d. 30 oktober 2018. Het betreft hier een openbare uitspraak.

1. Kunt u aangeven op wiens initiatief Hoffmann is ingeschakeld om onderzoek te doen?

Op initiatief van de gemeente zelf, niet op aangeven van Capra Advocaten.

2. Klopt het dat dat onderzoek is begonnen op basis van het gegeven dat XXXXX op het punt stond om asbestinventarisatierapporten te gaan lekken?

Nee. Overigens wijs ik erop dat het college op 15 juli 2015 het volledige asbestdossier onder geheimhouding aan de gemeenteraad heeft doen toekomen. De geheimhouding is op 13 oktober 2015 door de raad bekrachtigd.

3. Klopt het dat aan de basis van het onderzoek de stelling lag dat die rapporten geheim waren?

Nee.

4. Kunt u aangeven op welk moment en door wie die rapporten geheim waren verklaard?

Zie antwoord op vraag 2.

5. Heeft u/heeft Capra onderzocht of die rapporten bestonden en zo ja wat daarvan de status was?

U stelt dat de asbestinventarisatierapporten die deel uitmaakten van het totale dossier niet bestonden. Dat was (en is) niet bekend. Zelf heb ik uit de mij ter beschikking staande documenten, waaronder de door betrokkene zelf overgelegde stukken, niet kunnen afleiden dat deze rapporten niet bestonden. Ter zake verwijs ik u wederom naar voormelde uitspraak van de rechtbank.

6. Kunt u aangeven hoe een ambtenaar niet bestaande en niet-geheime documenten kan lekken?

Zie de antwoorden op voormelde vragen. Tevens verwijs ik naar de volgende passage uit de uitspraak van de rechtbank: “Eiser heeft immers aan een griffiemedewerker zonder enig voorbehoud opgedragen documenten uit het asbestdossier te verstrekken aan een derde, terwijl eiser wist dan wel behoorde te weten dat niet alle documenten uit dat dossier openbaar gemaakt waren conform de Wob. Dit leverde een concrete verdenking van ernstig plichtsverzuim op.”

7. Bent u bekend met het feit dat asbestinventarisatierapporten openbare documenten zijn?

Zie het antwoord op de vorige vragen. Zie tevens de daarop betrekking hebbende passage in de uitspraak van de rechtbank: “Eiserheeft in het Hoffmann-onderzoek verklaard dat het niet duidelijk was wat er wel of niet geheim in dat dossier was en dat de griffie eerst dat moest uitzoeken. Dat eiser een dergelijke uitzoekopdracht aan de griffie heeft gegeven, blijkt echter niet uit de stukken (...).”

8. Tussen Capra en Hoffmann bestaat -volgens de websites van beide bedrijven- een intensieve samenwerking op het gebied van integriteit. Denkt u dat op basis van die nauwe samenwerking Hoffmann een onafhankelijk onderzoek kan verrichten?

Capra Advocaten en Hoffmann Bedrijfsrecherche werken onafhankelijk van elkaar voor een opdrachtgever. Voor beide partijen geldt dat men gebonden is aan wettelijke en tuchtrechtelijke regels. Ter informatie daarover verwijs ik naar de artikelen over feiten- en integriteitsonderzoeken die u kunt vinden op onze website. Het belang van de opdrachtgever is dat er een zorgvuldig, gedegen en deskundig onderzoek plaatsvindt dat een deugdelijke basis biedt voor oordeelsvorming en in voorkomend geval de rechtelijke toets kan doorstaan. Van samenwerking is slechts sprake indien dit zowel door de opdrachtgever als door Capra Advocaten en Hoffmann in het belang van de opdrachtgever wordt geacht.

9. Zoals u wellicht weet loopt de zaak XXXXX nog in hoger beroep. Desondanks heeft u (ik neem aan in opdracht van de gemeente Westland) conservatoir laten leggen op het pensioen van XXXXX. Kunt u aangeven waarom hier niet mee is gewacht tot er een onherroepelijke uitspraak is?

Het is gebruikelijk om tot het leggen van conservatoir beslag over te gaan op het moment waarop duidelijk is dat sprake is van een (aanzienlijke) vordering op de betrokkene. Die duidelijkheid bestond al ten tijde van het ontslagbesluit. Desondanks is ervoor gekozen om op een aanzienlijk later moment tot beslaglegging over te gaan. In dit kader speelde een rol dat sprake was van het onttrekken aan mogelijk beslag van een vermogensbestanddeel door betrokkene.

10. Wat vindt u van de stelling dat juist de overheid en de haar vertegenwoordigende advocaten zich terughoudend moeten opstellen als het gaat om optreden tegen oud-medewerkers?

Niet duidelijk is wat u precies bedoelt met ‘terughoudendheid’ in dit verband. Uitgangspunt is te allen tijde dat in overleg met de opdrachtgever een keuze wordt gemaakt uit juridische instrumenten en wordt bezien of een oplossing in der minne mogelijk is. De keuze tussen diverse oplossingsrichtingen wordt in goed overleg met de opdrachtgever gemaakt en daarbij wordt rekening gehouden met alle omstandigheden van het geval. In het onderhavige geval speelde een belangrijke rol dat wat door de rechtbank in voormelde uitspraak aldus wordt omschreven: “Verweerder heeft op basis van deugdelijk vastgelegde gegevens de overtuiging verkregen dat eiser de aan hem verweten gedragingen ten aanzien van het element ‘betalingen uit het griffiebudget’ heeft begaan. Verweerder heeft deze gedragingen terecht als zeer ernstig plichtsverzuim gekwalificeerd.”

11. Heeft Capra op enig moment de gemeente Westland geadviseerd om zich terughoudend op te stellen?

Deze vraag ziet op de vertrouwensrelatie tussen advocaat en opdrachtgever. Er kan dus geen informatie worden gegeven over de diverse scenario’s en oplossingsmogelijkheden die met de opdrachtgever zijn besproken. Wel kan ik u bevestigen dat aan de raad in casu alle mogelijke opties zijn voorgelegd en dat ik met mijn cliënten altijd de mogelijkheid van een minnelijke regeling bespreek.

12. Klopt het dat Capra een verdienmodel heeft dat bestaat uit procederen in plaats van (minnelijk) schikken?

Of het voeren van procedures noodzakelijk is, hangt van vele factoren af die slechts ten dele eenzijdig beïnvloedbaar zijn. Onze ervaring leert dat in een ruime meerderheid van de zaken waarin Capra Advocaten adviseert, wordt geschikt. In alle gevallen wordt de mogelijkheid van een minnelijke oplossing uitdrukkelijk aan de orde gesteld. Ik verwijs u verder naar de informatie ter zake op onze website.

Volledigheidshalve wijs ik nog op het feit dat uw stelling dat ons kantoor eind 2015/begin 2016 bij de zaak werd betrokken onjuist is. Ons kantoor is op 8 september 2016 bij de kwestie betrokken geraakt.

Capra Advocaten gaat ervan uit dat het adequaat en tijdig in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren op een eventueel artikel dat met deze verstrekte informatie voor publicatie wordt opgemaakt en dat een eventuele reactie van Capra Advocaten op een dergelijk artikel op adequate wijze wordt verwerkt.

Ik ga ervan uit uw vragen hiermee voldoende te hebben beantwoord.

Met vriendelijke groet,

J.J. Blanken

5. Waterschap Limburg – Wim van den Haak / Capra: Pieter-Joost Schaap

[antwoord op 28 augustus:]

Bij afwezigheid van mijn collega de heer mr. P.J. Schaap reageer ik hierbij kort op uw mailbericht van vanmiddag.

U legt een (deel van een) artikel voor over Capra, waarin een voormalige medewerker van een van onze klanten wordt opgevoerd. Wij herkennen ons beslist niet in het beeld dat betrokkene over onze collega schetst.

Uw reactietermijn staat in de weg aan overleg met onze collega en klant over uw tekst. Dat is in het kader van hoor en wederhoor beslist kwalijk. Ik volsta daarom voor nu met een verwijzing naar een uitspraak van de Rechtbank Limburg van 6 april 2018 (ECLI:NL:RBLIM:2018:3278) en de uitspraken waarnaar wordt verwezen in deze uitspraak voor een check van de feiten.

Met vriendelijke groet,

Bart Jeroen Boiten

[antwoord op 30 augustus:]

Op 28 augustus 2019 hebt u een (deel van een) artikel voorgelegd over Capra, waarin een voormalige medewerker van een van onze klanten wordt opgevoerd. Betrokkene laat zich daarbij zeer negatief uit over onze kantoorgenoot de heer mr. P.J. Schaap.

Collega Schaap verblijft vanwege de gevolgen van een ongeval al geruime tijd in het ziekenhuis. Ik heb inmiddels kort met hem kunnen spreken over uw tekst. Hij laat in reactie daarop weten dat ook hij zich in het geheel niet herkent in het beeld dat wordt geschetst. Hij weerspreekt daarbij met klem de conclusie dat hij leugens zou debiteren, in de rechtszaal of daarbuiten. Daarvan is beslist geen sprake.

Ook laat mijn collega weten dat het juist is dat deze kwestie een lange tijd heeft geduurd. Hij wijst erop dat dat met name is ingegeven door de veelheid aan procedures die door de voormalige medewerker zijn geëntameerd, veelal zonder succes. De opstelling van mijn collega was in deze kwestie niet anders als in andere: constructief en waar mogelijk gericht op het bereiken van een minnelijke oplossing. Dat dat niet altijd lukt is ook een gegeven. Daarvoor zijn immers twee partijen nodig.

Met vriendelijke groet,

Bart Jeroen Boiten

6. Soest – Jolien Verbiest / Capra: Marien Korevaar

U hebt mij een e-mail gestuurd op 26 augustus 2019, 13:43 uur, waarin u vragen stelt naar aanleiding van een personele kwestie. Duidelijk is dat ik als advocaat van Capra niet in kan gaan op de inhoud en achtergrond van personele geschillen en dat ik ook over mijn adviezen geen mededelingen behoor te doen. Ik noem hierna uw vragen en geef per vraag een reactie.

– Heeft u namens Capra op een of ander moment BBS cq de gemeente Soest geadviseerd om tot een minnelijke schikking te komen?

Er zijn in de bedoelde zaak diverse pogingen gedaan om tot een minnelijke schikking te komen. Partijen zijn echter niet tot overeenstemming gekomen.

– Hoe heeft BBS cq de gemeente Soest daarop gereageerd?

Een voorstel en een reactie op een voorstel over een minnelijke oplossing kan door een advocaat slechts met instemming van de eigen cliënt gedaan worden en dat geldt ook in deze zaak.

Heeft u in opdracht van BBS cq de gemeente Soest de situatie laten escaleren door A de beweringen van de ambtenaar NIET te onderzoeken, de ambtenaar direct met verlof te sturen en later eervol te ontslaan?

Mijn cliënt heeft mij natuurlijk niet een opdracht gegeven de zaak te laten escaleren. Zo’n opdracht is nog nooit door een cliënt van mij gegeven. Mijn cliënt heeft een uitgebreid onderzoek gedaan en pas daarna is een besluit tot ontslag genomen.

– Wat vindt u van de mening dat een advocatenkantoor dat de overheid vertegenwoordigt, alles moet doen om een zaak te schikken en niet te laten escaleren?

Advocaten van Capra trachten in overleg met de cliënt zaken minnelijk op te lossen en in een grote meerderheid van de zaken lukt dat ook. Er zijn ook zaken waar partijen geen overeenstemming bereiken of waar dat niet mogelijk is. In arbeidszaken zijn procedures daarom niet altijd te voorkomen. Het optreden in een procedure en het daarin behartigen van de belangen van een cliënt is een normale taak van een advocaat.

– Wat vindt u van de mening dat Capra mede de zaak heeft laten escaleren?

Met die stelling kunnen mijn cliënt en ik ons absoluut niet verenigen. Wij zijn die mening niet toe gedaan.

Dit zijn mijn antwoorden op de gestelde vragen.

Met vriendelijke groet,

Marien Korevaar

7. Waterschap Vallei en Veluwe – Gerard Dalhuisen / Capra: Marion Kolijn-van de Merwe

Naar aanleiding van uw e-mailbericht van 23 augustus 2019 doe ik u hierbij op hoofdlijnen een antwoord toekomen op de vragen die u aan mij hebt voorgelegd. Beantwoording vindt plaats na overleg met mijn cliënt waterschap Vallei en Veluwe.

1. Waarom heeft Capra een andere Capra-advocaat een draagvlakonderzoek laten uitvoeren in de zaak waterschap Veluwe tegen de heer Dalhuisen?

Dat is conform ons eigen protocol. De Centrale Raad van Beroep staat dat zonder meer toe als de onderzoeken voldoen aan hoge eisen. Dat betekent in ieder geval dat hoor en wederhoor moeten worden toegepast, dat de vertrouwelijkheid geborgd moet zijn (dit vereist niet per definitie geheimhouding) en dat degenen die een verklaring afleggen altijd op hun rechten gewezen moeten worden. Ook dat is volgens ons eigen protocol.

2. Wat vindt u van de stelling dat Capra in deze acteerde als aanklager en belangenbehartiger?

Capra was advocaat namens het waterschap. Geen aanklager.

3. Vindt u beide rollen – onderzoeker en belangenbehartiger – te combineren? Zo ja, waarom? Had Capra een dergelijk onderzoek niet moeten laten uitvoeren door een deskundige/een bureau dat geheel los staat van zowel het waterschap als van Capra? Zo nee, waarom niet?

Ja, die rol kan Capra combineren. Nee, zie het antwoord op vraag 1.

4. Wat vindt u van de stelling dat Capra deze zaak heeft laten escaleren en nooit serieus heeft getracht om tot een minnelijke schikking te komen?

Capra heeft de zaak niet laten escaleren. Er is langdurig geprobeerd om in onderling overleg tot een minnelijke schikking te komen. Het waterschap en Capra betreuren dat dit niet is gelukt.

5. Zo’n schikking is door Capra in augustus 2016 getorpedeerd op basis van een document van een accountant waarin stond dat een regeling in strijd was met de Wnt. Klopt dit?

Het staat een bestuursorgaan niet vrij een regeling te treffen i.s.m. de WNT. Die wet is dus altijd een factor waar rekening mee gehouden moet worden.

6. Is u bekend dat er drie soortgelijke regelingen bestaan die zijn goedgekeurd en uitgevoerd?

Er zijn mij geen regelingen bekend die vergelijkbaar waren aan de regeling waarover hier geen overeenstemming kon worden bereikt.

7. Is u bekend dat Capra zelf een van die drie regelingen heeft bedacht en uitgevoerd?

Zie 6.

8. Kunt u uitleggen waarom dat document van de accountant tot op de dag van vandaag geheim is?

Mij niet bekend.

9. Als het niet (langer) geheim is, kunt u FTM dan een afschrift sturen?

Zie 8.

10. Is het laten escaleren van een zaak een verdienmodel van Capra?

Capra laat geen zaken escaleren. Het behartigen van de belangen van onze cliënt staat in iedere zaak voorop. In de overgrote meerderheid van de zaken waar Capra in adviseert, wordt geschikt.

11. Verdient Capra meer aan het voeren van rechtszaken dan aan het treffen van schikkingen?

Dat is afhankelijk van de details van een zaak.

12. Wat vindt u van de stelling van de rechtbank Gelderland, in een vonnis van 18 juni 2018 (opm. BB: bedoeld zal zijn 29 juni 2018) dat de hele kwestie voor 80% tot 100% aan de opstelling van het waterschap en Capra is te wijten?

De rechtbank vond het ontslag gerechtvaardigd. Wel was de rechtbank van oordeel dat het waterschap een overwegend aandeel had in het ontstaan en het voortbestaan van het conflict, om die reden is een aanvullende vergoeding toegekend. Het waterschap is van oordeel dat er inhoudelijk goede gronden waren om hoger beroep in te stellen en is het oneens met de vier door de rechtbank genoemde punten. Daar zijn ook voldoende argumenten voor. Niettemin alles afwegende heeft het waterschap besloten dat dit niet in het belang van het waterschap is. Het belang van het waterschap en de rust wogen hier voor het waterschap zwaarder dan in hoger beroep te gaan. De kern van het geschil was de vraag of het dienstverband op goede gronden is beëindigd en die vraag is nadrukkelijk bevestigend door de rechtbank beantwoord. Overigens heeft de Rechtbank Gelderland in deze uitspraak in het geheel niet geoordeeld over de opstelling van Capra.

Capra Advocaten gaat ervan uit dat het adequaat en tijdig in de gelegenheid wordt gesteld om te reageren op een eventueel artikel dat met deze verstrekte informatie voor publicatie wordt opgemaakt en dat een eventuele reactie van Capra Advocaten op een dergelijk artikel op adequate wijze wordt verwerkt

Ik ga ervan uit uw vragen hiermee voldoende te hebben beantwoord.

Met vriendelijke groet

Bart Jeroen Boiten

8. Vragen aan Hoffmann BV

I.v.m. een artikel over advocatenkantoor Capra hebben wij voor Hoffmann de volgende vragen:

  • Wat houdt de samenwerking tussen Capra en Hoffmann precies in? Wanneer schakelt Capra Hoffmann in(voor welke type onderzoeken)? 
  • Schakelt Capra Hoffmann in of adviseert Capra altijd de opdrachtgever om Hoffmann erbij te halen?
  • Hoe is dat gegaan in de gemeente Maastricht (lekken van notulen van een vergadering over het SSCZL). Wie heeft Hoffmann opdracht gegeven om onderzoek te doen? Op wiens advies is die opdracht er gekomen?
  • Wat is het oordeel van Hoffmann over de ‘second opinion’ van Pels Rijcken?
  • Vindt Hoffmann dat zij goed en degelijk onderzoek hebben verricht?
  • Vindt Hoffmann nog steeds dat terecht de mailboxen van ambtenaren zijn geleegd?
  • Wat vindt Hoffmann van het feit dat een van de Maastrichtse ambtenaren, John Ramaekers, onder valse voorwendselen door zijn sectorhoofd is meegelokt naar de kelders van het stadhuis waar in een ruimte een dame en een heer van Hoffmann op hem zaten te wachten?
  • Wat vindt Hoffmann van Ramaekers stelling dat ‘het gesprek verliep als een judowedstrijd met het plan om hem te vloeren en met vragen die steeds suggestiever werden’?

In de gemeente Westland heeft Hoffmann onderzoek gedaan naar oud-griffier Nico Broekema.

  • Klopt het dat het onderzoek werd gestart op grond van de stelling dat de griffier asbestinventarisatierapporten had gelekt die geheim waren?
  • Zo ja, van wie was deze informatie afkomstig?
  • Wie heeft Hoffmann de opdracht tot dit onderzoek gegeven?
  • Wie heeft het advies gegeven om Hoffmann opdracht tot dit onderzoek te geven.
  • Wat vindt Hoffmann van de stelling van Broekema en zijn advocaten dat het Hoffmannonderzoek volgens hen louter is gebaseerd op subjectieve verklaringen van gemeenteambtenaren bij wie Broekema toch al slecht lag, zonder die verklaringen te controleren op feitelijke juistheid.

In maart 2017 publiceerde Liza Boon haar afstudeeronderzoek voor haar opleiding bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar conclusie: in slechts 13 van de 47 integriteitsonderzoeken waren de getrokken conclusies houdbaar. Tussen de onderzochte integriteitsonderzoeken zaten ook onderzoeken van en door Hoffmann. Wat vindt Hoffmann van de door Boon getrokken conclusie?

Wat vindt Hoffmann in het algemeen van de stelling van hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries dat integriteitsonderzoeken een lucratieve business zijn geworden, en dat veel integriteitsonderzoeken zich richten op relatief kleine zaken zonder grote schade?

––

Daags na verzending van deze vragen werd journalist Siem Eikelenboom gebeld door iemand die nummerherkenning had uitgezet. De man zei dat hij de ontvangst van de mail met vragen aan Hoffmann wilde bevestigen, maar dat Hoffmann verder geen mededelingen doet. Op verzoek maakte hij zichzelf bekend als Richard Mulder.